PSYCHOLOGIE EN
RECHTSPSYCHOLOGIE
INLEIDING
We denken altijd dat we goede waarnemers zijn-> er vindt een selectieproces
plaats
-> we focussen ons op één zaak en dit is een soort van filter waardoor we
sommige zaken niet of juist wel zien
Fragment 1 verwijst naar inattentional blindness= omdat we onze aandacht
ergens op richten zien we de rest niet
is een onderdeel van selective attention= we worden gestuurd, zijn heel
selectief in onze aandacht
Fragment 2 verwijst naar change blindness= we zijn blind voor veranderingen
die gebeuren, maar die minder relevant zijn
-> dit zijn 2 voorbeelden van vertekeningen, kan negatieve gevolgen hebben
Hoe mensen waarnemen heeft ook een impact wanneer je in een juridische
context getuigt/ als verdachte terecht staat
het is belangrijk dat je juiste beslissingen kan nemen
“Hoe mensen waarnemen en herinneringen construeren is het voorwerp van
studie van de psychologie.”-> rechtspsychologie gaat hier verder op in, bv. hoe
betrouwbaar is een getuige?
DE ONDERZOEKSMETHODEN
1. WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Wetenschappelijk onderzoek= er wordt gebruik gemaakt van een
wetenschappelijke methode
1
, empirisch onderzoek= het verzamelen van objectieve informatie uit de
eerste hand door metingen die zijn gebaseerd op sensorische ervaringen
en observatie
4 stappen:
1. Een hypothese ontwikkelen
2. Objectieve data verzamelen
3. De resulaten analyseren
4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
ONDERSCHEID
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: draagt bij tot verwerven van
inzichten over menselijk gedrag, in de bas
Toegepast wetenschappelijk onderzoek: bepaalde bevindingen over menselijk
gedrag gaan ze in een strafrechtelijke functie
Onderscheid tussen normatief versus empirisch wetenschappelijk onderzoek->
bij psychologie wordt er gebruik gemaakt van empirisch onderzoek
normatief: bv. ethische vragen, morele dilemma’s en ook wetgeving
empirisch: vragen die vooral in kaart willen brengen hoe een fenomeen
eruit ziet en hoe dat verklaard kan worden
Sociaal wetenschappelijk onderzoek-> psychologisch onderzoek valt hieronder
EMPIRISCHE METHODE
Voor empirisch onderzoek moeten er aan 2 eisen worden voldaan:
1. betrouwbaarheid: consistentie (juridisch), wanneer we hypothetisch
gezien het onderzoek herhalen zouden we tot dezelfde resultaten komen
-> is een noodzakelijke voorwaarde voor validiteit, X voldoende
In dagdagelijks leven verwijzen we hierbij naar andere onderzoeken
2. validiteit: accuraatheid, datgene dat we willen onderzoeken is datgene
dat we daadwerkelijk willen onderzoeken
2
,We hebben verantwoord onderzoek nodig om ideeën te toetsen aan de hand van
objectieve observaties-> pseudo psychologie steunt op oncontroleerbare en niet
onderzoekbare uitspraken
empirie= in de werkelijkheid
bestaat uit een experimentele conditie: de experimentele groep
bestaat uit eeen controleconditie: de controlegroep
Moeten de empirische cyclus volgen-> een goede onderzoeksvraag stellen die
ons in staat stelt om een duidelijk antwoord te formuleren
2. FENOMEEN EN PROBLEEMSTELLING
We willen eerst het fenomeen in kaart brengen, bv. rol van rechtsbijstand bij het
verdachtenverhoor -> gaat over rechtsbijstand en verdachtenverhoor
3. ONDERZOEKSVRAAG
De onderzoeksvraag is het herformuleren van het probleem in een onderzoek,
bv. wat is de rol van een advocaat tijdens het verdachtenverhoor?
Moet voldoen aan aantal eisen
relevant zijn
interessant zijn
haalbaar zijn
…
Onderzoeksvraag stuurt het onderzoek, bv. welk type het onderzoek is
4. SOORT ONDERZOEK, DOELEN, HYPOTHESES
We hebben verschillende soorten onderzoek zoals beschrijvend, explorerend,
verklarend…
-> beschrijvend= we beschrijvend een bepaalde situatie
-> explorerend= voor nieuwe fenomenen
3
, -> verklarend= we zoeken verklaringen
-> evaluerend= we evalueren het en de gevolgen ervan
Theorie kan ook een opvatting of vaststelling zijn die het onderzoek mee vormt
deductief: vanuit praktijk stuurt de theorie het onderzoek
inductief: vanuit de praktijk zoeken om een theorie te ontwikkelen
Afhankelijk van het soort onderzoek gebruiken we doelen (bv. bij beschrijven en
exploreren het doel dat we willen nastreven duidelijk maken) of hypotheses (bv.
verklarend of evaluerend is er vaak een bepaalde hypothese uit eerder
onderzoek, ervaringen…)
CONCEPTEN
Deze concepten maken de kern uit van je onderzoeksvraag
-> belangrijk dat deze geconceptualiseerd en operationaliserend worden
conceptualiseren: verdelen in rollen, bv. advocaat, rechter… (= concepten
die je gaat moeten definiëren)
operationaliseren: je maakt er variabelen van, je maakt ze deelbaar
-> de activiteit is een meetbaar begrip
5. BENADERING
Kwantitatief onderzoek: we meten een groot aantal variabelen bij een groot
aantal respondenten-> we zijn beperkt aan de oppervlakte
Kwalitatief onderzoek: we onderzoeken een klein aantal variabelen bij een klein
aantal respondenten-> zijn zo beperkt in de diepte
we weten niet altijd direct wat nodig is, bv. enquête bij advocaten maar we
weten niet genoeg-> uiteindelijk ga je een kwalitatief onderzoek doen via
gedetailleerde onderzoeken
6. DESIGN
Is een blauwdruk/ een manier om een antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag
4
RECHTSPSYCHOLOGIE
INLEIDING
We denken altijd dat we goede waarnemers zijn-> er vindt een selectieproces
plaats
-> we focussen ons op één zaak en dit is een soort van filter waardoor we
sommige zaken niet of juist wel zien
Fragment 1 verwijst naar inattentional blindness= omdat we onze aandacht
ergens op richten zien we de rest niet
is een onderdeel van selective attention= we worden gestuurd, zijn heel
selectief in onze aandacht
Fragment 2 verwijst naar change blindness= we zijn blind voor veranderingen
die gebeuren, maar die minder relevant zijn
-> dit zijn 2 voorbeelden van vertekeningen, kan negatieve gevolgen hebben
Hoe mensen waarnemen heeft ook een impact wanneer je in een juridische
context getuigt/ als verdachte terecht staat
het is belangrijk dat je juiste beslissingen kan nemen
“Hoe mensen waarnemen en herinneringen construeren is het voorwerp van
studie van de psychologie.”-> rechtspsychologie gaat hier verder op in, bv. hoe
betrouwbaar is een getuige?
DE ONDERZOEKSMETHODEN
1. WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Wetenschappelijk onderzoek= er wordt gebruik gemaakt van een
wetenschappelijke methode
1
, empirisch onderzoek= het verzamelen van objectieve informatie uit de
eerste hand door metingen die zijn gebaseerd op sensorische ervaringen
en observatie
4 stappen:
1. Een hypothese ontwikkelen
2. Objectieve data verzamelen
3. De resulaten analyseren
4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
ONDERSCHEID
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: draagt bij tot verwerven van
inzichten over menselijk gedrag, in de bas
Toegepast wetenschappelijk onderzoek: bepaalde bevindingen over menselijk
gedrag gaan ze in een strafrechtelijke functie
Onderscheid tussen normatief versus empirisch wetenschappelijk onderzoek->
bij psychologie wordt er gebruik gemaakt van empirisch onderzoek
normatief: bv. ethische vragen, morele dilemma’s en ook wetgeving
empirisch: vragen die vooral in kaart willen brengen hoe een fenomeen
eruit ziet en hoe dat verklaard kan worden
Sociaal wetenschappelijk onderzoek-> psychologisch onderzoek valt hieronder
EMPIRISCHE METHODE
Voor empirisch onderzoek moeten er aan 2 eisen worden voldaan:
1. betrouwbaarheid: consistentie (juridisch), wanneer we hypothetisch
gezien het onderzoek herhalen zouden we tot dezelfde resultaten komen
-> is een noodzakelijke voorwaarde voor validiteit, X voldoende
In dagdagelijks leven verwijzen we hierbij naar andere onderzoeken
2. validiteit: accuraatheid, datgene dat we willen onderzoeken is datgene
dat we daadwerkelijk willen onderzoeken
2
,We hebben verantwoord onderzoek nodig om ideeën te toetsen aan de hand van
objectieve observaties-> pseudo psychologie steunt op oncontroleerbare en niet
onderzoekbare uitspraken
empirie= in de werkelijkheid
bestaat uit een experimentele conditie: de experimentele groep
bestaat uit eeen controleconditie: de controlegroep
Moeten de empirische cyclus volgen-> een goede onderzoeksvraag stellen die
ons in staat stelt om een duidelijk antwoord te formuleren
2. FENOMEEN EN PROBLEEMSTELLING
We willen eerst het fenomeen in kaart brengen, bv. rol van rechtsbijstand bij het
verdachtenverhoor -> gaat over rechtsbijstand en verdachtenverhoor
3. ONDERZOEKSVRAAG
De onderzoeksvraag is het herformuleren van het probleem in een onderzoek,
bv. wat is de rol van een advocaat tijdens het verdachtenverhoor?
Moet voldoen aan aantal eisen
relevant zijn
interessant zijn
haalbaar zijn
…
Onderzoeksvraag stuurt het onderzoek, bv. welk type het onderzoek is
4. SOORT ONDERZOEK, DOELEN, HYPOTHESES
We hebben verschillende soorten onderzoek zoals beschrijvend, explorerend,
verklarend…
-> beschrijvend= we beschrijvend een bepaalde situatie
-> explorerend= voor nieuwe fenomenen
3
, -> verklarend= we zoeken verklaringen
-> evaluerend= we evalueren het en de gevolgen ervan
Theorie kan ook een opvatting of vaststelling zijn die het onderzoek mee vormt
deductief: vanuit praktijk stuurt de theorie het onderzoek
inductief: vanuit de praktijk zoeken om een theorie te ontwikkelen
Afhankelijk van het soort onderzoek gebruiken we doelen (bv. bij beschrijven en
exploreren het doel dat we willen nastreven duidelijk maken) of hypotheses (bv.
verklarend of evaluerend is er vaak een bepaalde hypothese uit eerder
onderzoek, ervaringen…)
CONCEPTEN
Deze concepten maken de kern uit van je onderzoeksvraag
-> belangrijk dat deze geconceptualiseerd en operationaliserend worden
conceptualiseren: verdelen in rollen, bv. advocaat, rechter… (= concepten
die je gaat moeten definiëren)
operationaliseren: je maakt er variabelen van, je maakt ze deelbaar
-> de activiteit is een meetbaar begrip
5. BENADERING
Kwantitatief onderzoek: we meten een groot aantal variabelen bij een groot
aantal respondenten-> we zijn beperkt aan de oppervlakte
Kwalitatief onderzoek: we onderzoeken een klein aantal variabelen bij een klein
aantal respondenten-> zijn zo beperkt in de diepte
we weten niet altijd direct wat nodig is, bv. enquête bij advocaten maar we
weten niet genoeg-> uiteindelijk ga je een kwalitatief onderzoek doen via
gedetailleerde onderzoeken
6. DESIGN
Is een blauwdruk/ een manier om een antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag
4