Pid Wercollege: bestand als extra
uitleg
7 sprong:
1. Verduidelijk onduidelijke termen
2. Probleemdefinitie (de kern van het probleem: bv, wat is de big five)
3. Probleemanalyse/ brainstorm
4. Inventarisatie en uitdieping van verklaring van het probleem - clusteren
5. Formuleer leerdoelen
6. Zelfstudie
7. Rapportage: synthetiseren en toetsen van verworven kennis
2,3,4 kan samenvallen in één punt. (ze gaan op de toets nooit vragen ‘doe nu
stap 3’)
Casus 1:
Probleemdefinitie: Iedereen is in andere dingen goed dus de groep kan niet
optimaal functioneren doordat iedereen andere sterktes en zwaktes heeft.
Brainstorm:
- Plus en min punten kunnen ook goed zijn.
- Iedereen heeft verschillende kwaliteiten
Leerdoelen:
- Het is belangrijk iedereen taken te geven die bij de persoon passen en niet
iedereen dezelfde taak laten doen jij hfdstk 1 jij 2.
extraversie
zorgvuldigheid
Verschillen: motivatie, sociale vaardigheden, organisatie, hulpvaardigheid
- Sophie: extravert
+: praat veel, sterke schriftelijke vaardigheden,
-: springt vaak van de hak op de tak
- Thomas:
+: nodigt mensen uit, output onsamenhangend,
-: moeilijk te bereiken
Hou alles algemeen! (bv op toets: twee latente var eruit halen en grafisch
weergeven)
Indelen in inter en intra individuele verschillen.
Online: op het moment zelf, bij elkaar, informatie aan het opvatten
Offline: op sociale media communiceren
, Correlaties:
we gaan zoeken naar een verband
Is er geen verband? -> noemen we een nulverbnd
Om te gaan kijken wat het verband is en of er en is gaan we de
correlatie gaan berekenen.
Wat?
samenvattende maat voor het verband tussen 2 variabelen
Voorbeeldje
- R( aantal vrienden, geluk)
- R(examenscore, intelligentie)
- R(x,y)
Gaat de afwijking van 1 variabele van zijn gemiddelde koppelen: =
r(x,y)= (x1- gemiddelde x)(y1-gemiddelde y)
Correlatie gaat altijd zich bevinden tussen de -1 en de – 1 delen
door product vn de standaarddeviaties van elke variabele
Interpretatie van de correlaties:
uitleg
7 sprong:
1. Verduidelijk onduidelijke termen
2. Probleemdefinitie (de kern van het probleem: bv, wat is de big five)
3. Probleemanalyse/ brainstorm
4. Inventarisatie en uitdieping van verklaring van het probleem - clusteren
5. Formuleer leerdoelen
6. Zelfstudie
7. Rapportage: synthetiseren en toetsen van verworven kennis
2,3,4 kan samenvallen in één punt. (ze gaan op de toets nooit vragen ‘doe nu
stap 3’)
Casus 1:
Probleemdefinitie: Iedereen is in andere dingen goed dus de groep kan niet
optimaal functioneren doordat iedereen andere sterktes en zwaktes heeft.
Brainstorm:
- Plus en min punten kunnen ook goed zijn.
- Iedereen heeft verschillende kwaliteiten
Leerdoelen:
- Het is belangrijk iedereen taken te geven die bij de persoon passen en niet
iedereen dezelfde taak laten doen jij hfdstk 1 jij 2.
extraversie
zorgvuldigheid
Verschillen: motivatie, sociale vaardigheden, organisatie, hulpvaardigheid
- Sophie: extravert
+: praat veel, sterke schriftelijke vaardigheden,
-: springt vaak van de hak op de tak
- Thomas:
+: nodigt mensen uit, output onsamenhangend,
-: moeilijk te bereiken
Hou alles algemeen! (bv op toets: twee latente var eruit halen en grafisch
weergeven)
Indelen in inter en intra individuele verschillen.
Online: op het moment zelf, bij elkaar, informatie aan het opvatten
Offline: op sociale media communiceren
, Correlaties:
we gaan zoeken naar een verband
Is er geen verband? -> noemen we een nulverbnd
Om te gaan kijken wat het verband is en of er en is gaan we de
correlatie gaan berekenen.
Wat?
samenvattende maat voor het verband tussen 2 variabelen
Voorbeeldje
- R( aantal vrienden, geluk)
- R(examenscore, intelligentie)
- R(x,y)
Gaat de afwijking van 1 variabele van zijn gemiddelde koppelen: =
r(x,y)= (x1- gemiddelde x)(y1-gemiddelde y)
Correlatie gaat altijd zich bevinden tussen de -1 en de – 1 delen
door product vn de standaarddeviaties van elke variabele
Interpretatie van de correlaties: