CURSUS
HEMATOLOGIE
Module bloed 1
Babette Dierickx (credits naar queen malou)
Universiteit Antwerpen | Geneeskunde
,1
,Hoofdstuk 1: de bloedcellen en de organisatie van de hematopoiese
1. Bloedcellen
Bloed bestaat uit plasma: bloedcellen erin na centrifugatie: bij stolling geen stollingsfactoren = serum en onderaan een
klonter.
Geen stolling?
EDTA (= ethyleendiamine tetraacetaat) in tube voor bloedcellen te onderzoeken
Natriumcitraat voor plasmastolling
Plasma bevat:
Stollingsfactoren: nodig voor de hemostase (plasma nodig voor onderzoek)
Immunoglobulinen: nodig voor humorale afweer (serum nodig voor onderzoek)
Complement: lyse van cellen en micro-organismen waarop immunoglobulinen (= antistoffen of antilichamen) zich
vooraf gebonden hebben (serum nodig voor onderzoek)
Bloedcellen zijn gedifferentieerd: essentiële rollen in cardiovasculair-pulmonairsysteem, in afweer en hemostase (= bloedstolling)
Rode bloedcellen (RBC) of erythrocyten
Zuurstof en CO2 transport dmv hemoglobine (rode kleur van rbc)
Vertegenwoordigen +/-80_90% van alle cellen in het lichaam (compatibel met hun belangrijke rol in
onderhoud van weefsels)
Witte bloedcellen (WBC) of leukocyten
Fagocyten:
1. Granulocyten:
o Neutrofiele granulocyten : wbc met granules meest talrijke leukocyten
Blauw-roos of blauw-grijs granules
Staafkernig gebogen of 2-5 kwabben die met elkaar verbonden zijn
e
Functie: bacteriën fagocyteren en doden, 1 verdedigingslijn vd huid- en de mucosabarrière
Granules vertegenwoordigen lysosomen
Primaire granules: vanaf promyelocyt in beenmerg, bevatten myeloperoxidase
Secundaire granules: vanaf myelocyt in beenmerg, bevatten oa collagenase
o Eosinofiele granulocyten
Oranjerode granules
2-3 kwabben
Functie: bestrijding van parasitaire infecties en in allergische aandoeningen
o Basofiele granulocyten:
2
, Donkerblauwe granules
Kern is (vaak) niet zichtbaar
Secundaire granules bevatten heparine en histamine
Receptoren van IgE binding: degranulatie + vrijlating histamine bevordert vasodilatie
wbc-bevoorrading aan inflammatie wordt bevordert
Functie: Bestrijding van parasieten, chemotaxis van eosinofiele granulocyten en allergische
aandoeningen
2. Monocyten:
Niervormige kern en blauwgrijs cytoplasma
Migreren in weefsels macrofagen
Functie:
o Fagocytose van bepaalde micro-organismen en van, door inflammatie geïnduceerde, weefseldebris
o Verwijdering van senescente RBC, micro-organismen, gedenatureerde plamsaproteïnen vh bloed
o Organisatie vh immuunstelsel: door antigenen te presenteren aan lymfocyten en cytokines af te scheiden
die bepaalde effecten in imuunstelsel amplificeren vb interleukine 1 (IL-1) en tumor necrosis factor-α (TMF-
α).
o Geven aanleiding tot: Kupffercellen in lever, alveolaire macrofagen in longen, osteoclasten in been.
3. Dendritische cellen:
Afgeleid van monocyten of van myeloide progenitor
Veel lange uitlopers
Functie: antigenopname, vertering en presentatie aan naïeve T-cellen (veel efficiënter dan macrofagen)
Niet alleen in perifeer bloed maar ook in organen waar er een interfase is met de antigenen vd buitenwereld (huid
en darmen)
Zorgt voor perifere tolerantie, T-cellen zouden lichaamseigen-antigenen aanvallen maar immature
dendritische cellen houden dit tegen.
Immunocyten:
1. T-lymfocyten:
Rol in cellulaire immuniteit en in regulatie vd verschillende lymfocytaire subsets
T-helper lymfocyten, cytotoxische T-lymfocyten en regulerende T-cellen (Treg onderdrukken T-cel
immuunresponsen)
TCR = T-celreceptoren specifiteit van T-cellen in herkenning van antigenen ligt hierin (op het membraan)
2. B-lymfocyten
Rol in humorale immuniteit ivm productie van immunoglobulinen
Herkennen en binden antigenen dmv specifieke immunoglobulinen, gelegen op membraan
Indien geactiveerd omvormen tot plasmacellen die grote hoeveelheden immunoglobulinen secreteren
Plasmacellen komen vooral voor in beenmerg en lymfoide organen
Immunoglobulinen binden antigenen via hun Fab-stukken aan andere kant is Fc stuk gelegen waarmee een circulerende
3