- Ontwikkeling van de mens is afhankelijk van het groepsleven
o 2 processen
- Sociale integratie: mate van harmonie tussen leden van de groep/gemeenschap
- Sociale differentiatie: ontwikkeling van verschillen tussen personen
o Rollendifferentiatie: verschillende sociale positie, andere rolverwachtingen
o Functionele differentiatie: arbeidsverdeling
- Sociale stratificatie = ongelijke verdeling van zaken die schaars zijn (macht, onderwijs,..)
Vormen van sociale stratificatie
- Afhankelijk van open/gesloten maatschappij
o Open: mogelijkheid om een beter sociale positie te verwerven (verworven)
o Gesloten: moeilijk/onmogelijk om te veranderen van sociale positie (= toegeschreven)
3 vormen van sociale stratificatie
1. Kastensysteem
o Gesloten
o Kaste = grootschalige groep waarvan leden onderling met elkaar verboden zijn, vanaf de
geboorte
o Kaste bepaalt je beroep, inkomen, hoe je wordt behandelt
2. Standensysteem
o Gesloten weinig sociale mobiliteit
o Groepen opgedeeld op basis van grond of militaire vaardigheden of successen
3. Klassensysteem
o Open systeem
o Sociale ongelijkheid is bepaald door kansen die werden gegeven op economisch vlak
- Karl Marx:
o Ongelijkheid = op basis van wie bezit heeft tot productiemiddelen
o Mensen worden in klassen gedeeld op basis van hoe ze verbonden zijn met werk &
eigendom
o Mensen horen bij een klasse afhankelijk van hun relatie tot productiemiddelen
- Dahrendorf:
o Ongelijkheid = op basis van wie macht/gezag heeft
o In plaats van arm vs. Rijk wordt er gekeken naar wie zegt & wie uitvoert
o Belangengroepen : mensen die dezelfde belangen & doelen hebben en daarvoor
opkomen
- Weber
o Multidimensionale benadering
o Gemeenschap ingedeeld op basis van 3 verschillende vlakken
1. Klasse
Positie op economisch markt
Plaats bepaalt door marksituatie (vraag/aanbod)
Klassen die productiemiddelen bezitten : hoge & kleine burgerij
Klassen die geen productiemiddelen bezitten: bezitloze kaders &
handenarbeiders in loondienst
2. Status
Hoeveel aanzien/prestige iemand heeft
Wordt bepaald door de maatschappij & haar waarden positief/negatief
3. Macht
Vermogen om eigen doelstellingen te bereiken
Sluiten aan bij groep op basis van klassen/status
Invloed laten gelden (politiek)
o Rolbepaling
Sociale positie hangt af van macht, status en klasse welke het belangrijkste is
hangt af van de samenleving
Statusconsistentie: sociale positie is niet overal hetzelfde