ONDERZOEKSMETHODEN EN - TECHNIEKEN III: KWALITATIEVE METHODEN
H1: Wat is kwalitatief onderzoek in de psychologie en was het 11 pagina’s
werkelijk verborgen?
H2: Hoe kwalitatieve methoden zich ontwikkelden in de psychologie:
kwalitatieve evolutie
H3: kwalitatief interviewen 6 pagina’s
H4: focusgroepen 5 pagina’s
H5: etnografie/participerende observatie 5 pagina’s
H6: opnames transcriberen 2 pagina’s
H7: thematic analysis/thematische analyse 3 pagina’s
H8: grounded theory 4 pagina’s
H9: social constructionist discourse analysis 3 pagina’s
H10: conversation analysis 2 pagina’s
H11: foucauldian discourse 4 pagina’s
H12: fenomenologie 4 pagina’s
H13: interpretatieve fenomenologische analyse (IPA) 3 pagina’s
H14: narratieve analyse 3 pagina’s
H15: goed kwalitatief onderzoeksrapport 8 pagina’s
H16: kwaliteit waarborgen
H17: ethische goedkeuring verkrijgen
1
, H1: Wat is kwalitatief onderzoek in de psychologie en was het werkelijk verborgen?
H2: Hoe kwalitatieve methoden zich ontwikkelden in de psychologie: kwalitatieve
evolutie
kwantitatief vs kwalitatief onderzoek
Wat is kwalitatief onderzoek?
= methode waar geen gebruik gemaakt wordt van cijfers, maar van taal, die interpretatief en
naturalistisch benaderd wordt
- controverse mbt niet gebruik van cijfers ⇒ pluraliteit
methodologische pluraliteit in de psychologie
- kwantitatief en kwalitatief onderzoek in psychologie: 2 verschillende paradigma’s
→ geen substitutie van ene tov het andere, wel aanvullend
- crisis in de psychologie
→ sommige auteurs stellen exclusieve kwantificeerbaarheid in vraag
- dominantie kwantitatief/ kwalitatief onderzoek in psychologie
→ kwantitatief onderzoek voert de boventoon
→ kwalitatief onderzoek is zeker aanwezig en niet te verwaarlozen
cijfermateriaal in kwalitatief onderzoek?
- beschrijven deelnemers en contexten context te beschrijven
→ bv: n deelnemers, leeftijdsrange, functies, n interviews, duur van sessies
- beschrijven data
→ bv: ‘we coderen 18 interviews’, ‘er waren 142 pagina’s transcript’,...
- om patronen te tonen zonder te ‘kwantificeren als bewijs’
→ bv: welke thema’s komen vaak voor, welke zelden, hoe verdelen thema’s zich over
groepen/cases
- vergelijkingen tussen groepen en cases (beschrijvend)
→ bv: ‘in groep A kwam thema Y vaker voor dan in groep B’, maar je blijft voorzichtig
met claims (zeker bij kleine n (= aantal))
- om kwaliteit/rigor te onderbouwen (proces cijfers)
→ bv: intercodeur - overeenkomst (met nuance), aantal coderings rondes, hoeveel
data dubbel gecodeerd werd, aantal member checks
kenmerken kwalitatief onderzoek (zie verder)
1. rijkheid van data
2. verwerpen positivisme = beiden verzamelen data, dus lijkt op positivisme
3. aannames van het postmodernisme
4. dichter bij: individu (insider perspectief onderzoeker), dagdagelijkse realiteit
5. ongestructureerde data: real life experiences (bv interview)
6. geen theorie testen: theorie ontwikkelen
2
,positivisme
= natuurwetenschappelijke benadering: zoektocht naar universele wetten
- fysica, chemie, experiment, universalisme, meten, reductionisme
- invloed statistiek
- psychologie (oa) spiegelt zich hieraan
- ter vergelijking: sociologie = focus op kwalitatief onderzoek
- ter vergelijking: biologie = observatie
expansie positivisme
- klinische psychologie: educatie, forensische, marketing, …
- dominantie kwantitatieve benaderingen in psychologie
kwantitatieve dominantie
= wetenschappelijke nauwkeurigheid
- introductie ‘variabele’ ( ⇔ niet gekend in kwalitatief onderzoek)
→ wereld opgebouwd uit variabelen
- hypothese testen
- experimenteel design (Lady Tasting Tea van Fisher)
- factor analyse (PH), regressie (gedrag), correlatie
- significantie: primair criterium
- onafhankelijke en afhankelijke variabele (stimulus - respons)
- status: beurzen voor wereldoorlog ⇒ continuïteit ⇔ replicatie crisis
- afkeer kwalitatief onderzoek
grondslagen voor kritiek op positivistische benadering
1. historisch
- gebrek aan kritische massa
⇔ nu: groeiende kritische massa ⇒ meer ruimte voor kritiek toename
- psychologie enkel aan universiteiten, ver van het individu
→ opkomst praktijkwerkers met kennis mbt context
- Is positivistische benadering de enige echte, juiste?
2. Allport
- Als we ons bv verheugen over het feit dat de hedendaagse psychologie
steeds empirischer, mechanistischer, kwantitatiever, nomothetischer,
analytischer en operationeler wordt, moeten we er ook voor oppassen dat we
geen slaafse onderwerping aan deze vooronderstellingen eisen. Waarom
zouden we psychologie als wetenschap, want wetenschap is een brede en
weldadige term, niet ook rationeel, teleologisch, kwalitatief, idiografisch,
synoptisch en zelfs niet-operationeel mogen laten zijn?
3. Brower
- kwalitatief natuurlijke aanvulling
- blind kopiëren methoden uit fysica
● loskomen object ter studie voor maximale objectiviteit
● in psychologie: artificialisering van het onderzoeksobject object doet
schade aan object ⇒ introspectie nodig
3
,Auguste Comte
= grondlegger van het positivisme, maar geen positivist in hedendaagse zin
- frans filosoof en socioloog
- Franse evolutie = chaos: verlies aan zekerheden (religie en monarchie), gebrek aan
intellectueel kader
- introductie positivisme
- positivisme = belangrijke epistemologische stroming
→ epistemologie = hoe wordt kennis verkregen en gevalideerd
- 3 fasen beschrijven de maatschappelijke evolutie
1. theologische fase
= kennis wordt verklaard via God en religie, overtuigingen zijn sterk
gebaseerd op traditie en overerving = theïsme
2. metafysische fase
= nadruk op redeneren en het stellen van vragen, gebaseerd op abstracte
principes zoals universele mensenrechten = verlichting
3. wetenschappelijke (positieve) fase
= maatschappelijke vraagstukken worden beantwoord via wetenschap, los
van religie en metafysica = wetenschap
- belang van observeerbare feiten voor geldige kennis
→ mainstream psychologie ⇒ positivistisch wordt gezien
- verwierp kwantificatie buiten de fysische wetenschappen
→ kritiek van kwalitatieve onderzoekers
- observeerbare feiten gelden echter voor zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek
→ zijn positivisme was dus niet in strijd met kwalitatief onderzoek
postmodernisme in een notendop
- twijfel aan 1 waarheid
= waarheid is vaak afhankelijk van context, taal en perspectief (bv temperatuur)
- kritiek op grote verhalen (meta narratieven)
= wantrouwen tov allesomvattende verklaringen
(bv de vrije markt zorgt automatisch voor welvaart)
- taal en betekenis zijn instabiel
= woorden verwijzen niet eenduidig, betekenis verschuift per situatie en interpretatie
- meervoudigheid en fragmentatie
= geen vaste, coherente identiteit of samenleving, eerder pluraliteit en losse stukken
(bv Belg en Europeaan)
- kennis is sociaal geconstrueerd
= wat als kennis geldt, hangt samen met cultuur, geschiedenis en afspraken
(bv homoseksualiteit en DSM, de vrouwen van Rubens)
- macht en kennis hangen samen
= wie bepaalt wat waar is, heeft invloed (discours, instituties)
(bv media, wetgeving: legaal/illegaal)
- relativisme/ anti essentialisme
= geen vaste essenties (van mens, gender, cultuur), categorieën zijn veranderlijk
(bv identiteit: man, wetenschapper, voetbalfan, gehuwd, gelovig,...)
4
, social construct
breuklijnen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek
kwantitatief kwalitatief
objectief subjectief
hard soft
mechanisch rationeel
nomothetisch (groepsconclusies) teleologisch (rede, waarom,...)
analytisch (diepgaand kwantiatief) idiografisch (op individu gericht)
operationeel (doel duidelijk) synoptisch (breed)
visie op kwalitatief onderzoek
Provee en Roberts
= interview bij studenten en staf departement psychologie (Australië)
- thematische analyse interviews
- overkoepelende conclusie
● de methodologie moet gekozen worden obv de onderzoeksvraag
● kwantitatief, kwalitatief en mixed method methodologie hebben elk hun
waarde en moeten aldus geapprecieerd worden
- andere themata
- onvoldoende bekendheid en vertrouwdheid met kwalitatief onderzoek
- tijdsintensieve vorm van onderzoek
- publicatiebias
- praktijk psycholoog (interpersoonlijke relaties en communicatie): match met
kwalitatief onderzoek
- lived experiences capteren is een sterk punt
- empowerment van de onderzochte reduceert statuut onderzoeker
- tekort aan respect voor kwalitatief onderzoek (manier van lesgeven)
- subjectiviteit kwalitatief onderzoek vs objectiviteit kwantitatief onderzoek
- waarde en generaliseerbaarheid van kwalitatief onderzoek
- eigenschappen kwalitatieve onderzoeker (praten met mensen/geen
statistische kennis)
5
H1: Wat is kwalitatief onderzoek in de psychologie en was het 11 pagina’s
werkelijk verborgen?
H2: Hoe kwalitatieve methoden zich ontwikkelden in de psychologie:
kwalitatieve evolutie
H3: kwalitatief interviewen 6 pagina’s
H4: focusgroepen 5 pagina’s
H5: etnografie/participerende observatie 5 pagina’s
H6: opnames transcriberen 2 pagina’s
H7: thematic analysis/thematische analyse 3 pagina’s
H8: grounded theory 4 pagina’s
H9: social constructionist discourse analysis 3 pagina’s
H10: conversation analysis 2 pagina’s
H11: foucauldian discourse 4 pagina’s
H12: fenomenologie 4 pagina’s
H13: interpretatieve fenomenologische analyse (IPA) 3 pagina’s
H14: narratieve analyse 3 pagina’s
H15: goed kwalitatief onderzoeksrapport 8 pagina’s
H16: kwaliteit waarborgen
H17: ethische goedkeuring verkrijgen
1
, H1: Wat is kwalitatief onderzoek in de psychologie en was het werkelijk verborgen?
H2: Hoe kwalitatieve methoden zich ontwikkelden in de psychologie: kwalitatieve
evolutie
kwantitatief vs kwalitatief onderzoek
Wat is kwalitatief onderzoek?
= methode waar geen gebruik gemaakt wordt van cijfers, maar van taal, die interpretatief en
naturalistisch benaderd wordt
- controverse mbt niet gebruik van cijfers ⇒ pluraliteit
methodologische pluraliteit in de psychologie
- kwantitatief en kwalitatief onderzoek in psychologie: 2 verschillende paradigma’s
→ geen substitutie van ene tov het andere, wel aanvullend
- crisis in de psychologie
→ sommige auteurs stellen exclusieve kwantificeerbaarheid in vraag
- dominantie kwantitatief/ kwalitatief onderzoek in psychologie
→ kwantitatief onderzoek voert de boventoon
→ kwalitatief onderzoek is zeker aanwezig en niet te verwaarlozen
cijfermateriaal in kwalitatief onderzoek?
- beschrijven deelnemers en contexten context te beschrijven
→ bv: n deelnemers, leeftijdsrange, functies, n interviews, duur van sessies
- beschrijven data
→ bv: ‘we coderen 18 interviews’, ‘er waren 142 pagina’s transcript’,...
- om patronen te tonen zonder te ‘kwantificeren als bewijs’
→ bv: welke thema’s komen vaak voor, welke zelden, hoe verdelen thema’s zich over
groepen/cases
- vergelijkingen tussen groepen en cases (beschrijvend)
→ bv: ‘in groep A kwam thema Y vaker voor dan in groep B’, maar je blijft voorzichtig
met claims (zeker bij kleine n (= aantal))
- om kwaliteit/rigor te onderbouwen (proces cijfers)
→ bv: intercodeur - overeenkomst (met nuance), aantal coderings rondes, hoeveel
data dubbel gecodeerd werd, aantal member checks
kenmerken kwalitatief onderzoek (zie verder)
1. rijkheid van data
2. verwerpen positivisme = beiden verzamelen data, dus lijkt op positivisme
3. aannames van het postmodernisme
4. dichter bij: individu (insider perspectief onderzoeker), dagdagelijkse realiteit
5. ongestructureerde data: real life experiences (bv interview)
6. geen theorie testen: theorie ontwikkelen
2
,positivisme
= natuurwetenschappelijke benadering: zoektocht naar universele wetten
- fysica, chemie, experiment, universalisme, meten, reductionisme
- invloed statistiek
- psychologie (oa) spiegelt zich hieraan
- ter vergelijking: sociologie = focus op kwalitatief onderzoek
- ter vergelijking: biologie = observatie
expansie positivisme
- klinische psychologie: educatie, forensische, marketing, …
- dominantie kwantitatieve benaderingen in psychologie
kwantitatieve dominantie
= wetenschappelijke nauwkeurigheid
- introductie ‘variabele’ ( ⇔ niet gekend in kwalitatief onderzoek)
→ wereld opgebouwd uit variabelen
- hypothese testen
- experimenteel design (Lady Tasting Tea van Fisher)
- factor analyse (PH), regressie (gedrag), correlatie
- significantie: primair criterium
- onafhankelijke en afhankelijke variabele (stimulus - respons)
- status: beurzen voor wereldoorlog ⇒ continuïteit ⇔ replicatie crisis
- afkeer kwalitatief onderzoek
grondslagen voor kritiek op positivistische benadering
1. historisch
- gebrek aan kritische massa
⇔ nu: groeiende kritische massa ⇒ meer ruimte voor kritiek toename
- psychologie enkel aan universiteiten, ver van het individu
→ opkomst praktijkwerkers met kennis mbt context
- Is positivistische benadering de enige echte, juiste?
2. Allport
- Als we ons bv verheugen over het feit dat de hedendaagse psychologie
steeds empirischer, mechanistischer, kwantitatiever, nomothetischer,
analytischer en operationeler wordt, moeten we er ook voor oppassen dat we
geen slaafse onderwerping aan deze vooronderstellingen eisen. Waarom
zouden we psychologie als wetenschap, want wetenschap is een brede en
weldadige term, niet ook rationeel, teleologisch, kwalitatief, idiografisch,
synoptisch en zelfs niet-operationeel mogen laten zijn?
3. Brower
- kwalitatief natuurlijke aanvulling
- blind kopiëren methoden uit fysica
● loskomen object ter studie voor maximale objectiviteit
● in psychologie: artificialisering van het onderzoeksobject object doet
schade aan object ⇒ introspectie nodig
3
,Auguste Comte
= grondlegger van het positivisme, maar geen positivist in hedendaagse zin
- frans filosoof en socioloog
- Franse evolutie = chaos: verlies aan zekerheden (religie en monarchie), gebrek aan
intellectueel kader
- introductie positivisme
- positivisme = belangrijke epistemologische stroming
→ epistemologie = hoe wordt kennis verkregen en gevalideerd
- 3 fasen beschrijven de maatschappelijke evolutie
1. theologische fase
= kennis wordt verklaard via God en religie, overtuigingen zijn sterk
gebaseerd op traditie en overerving = theïsme
2. metafysische fase
= nadruk op redeneren en het stellen van vragen, gebaseerd op abstracte
principes zoals universele mensenrechten = verlichting
3. wetenschappelijke (positieve) fase
= maatschappelijke vraagstukken worden beantwoord via wetenschap, los
van religie en metafysica = wetenschap
- belang van observeerbare feiten voor geldige kennis
→ mainstream psychologie ⇒ positivistisch wordt gezien
- verwierp kwantificatie buiten de fysische wetenschappen
→ kritiek van kwalitatieve onderzoekers
- observeerbare feiten gelden echter voor zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek
→ zijn positivisme was dus niet in strijd met kwalitatief onderzoek
postmodernisme in een notendop
- twijfel aan 1 waarheid
= waarheid is vaak afhankelijk van context, taal en perspectief (bv temperatuur)
- kritiek op grote verhalen (meta narratieven)
= wantrouwen tov allesomvattende verklaringen
(bv de vrije markt zorgt automatisch voor welvaart)
- taal en betekenis zijn instabiel
= woorden verwijzen niet eenduidig, betekenis verschuift per situatie en interpretatie
- meervoudigheid en fragmentatie
= geen vaste, coherente identiteit of samenleving, eerder pluraliteit en losse stukken
(bv Belg en Europeaan)
- kennis is sociaal geconstrueerd
= wat als kennis geldt, hangt samen met cultuur, geschiedenis en afspraken
(bv homoseksualiteit en DSM, de vrouwen van Rubens)
- macht en kennis hangen samen
= wie bepaalt wat waar is, heeft invloed (discours, instituties)
(bv media, wetgeving: legaal/illegaal)
- relativisme/ anti essentialisme
= geen vaste essenties (van mens, gender, cultuur), categorieën zijn veranderlijk
(bv identiteit: man, wetenschapper, voetbalfan, gehuwd, gelovig,...)
4
, social construct
breuklijnen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek
kwantitatief kwalitatief
objectief subjectief
hard soft
mechanisch rationeel
nomothetisch (groepsconclusies) teleologisch (rede, waarom,...)
analytisch (diepgaand kwantiatief) idiografisch (op individu gericht)
operationeel (doel duidelijk) synoptisch (breed)
visie op kwalitatief onderzoek
Provee en Roberts
= interview bij studenten en staf departement psychologie (Australië)
- thematische analyse interviews
- overkoepelende conclusie
● de methodologie moet gekozen worden obv de onderzoeksvraag
● kwantitatief, kwalitatief en mixed method methodologie hebben elk hun
waarde en moeten aldus geapprecieerd worden
- andere themata
- onvoldoende bekendheid en vertrouwdheid met kwalitatief onderzoek
- tijdsintensieve vorm van onderzoek
- publicatiebias
- praktijk psycholoog (interpersoonlijke relaties en communicatie): match met
kwalitatief onderzoek
- lived experiences capteren is een sterk punt
- empowerment van de onderzochte reduceert statuut onderzoeker
- tekort aan respect voor kwalitatief onderzoek (manier van lesgeven)
- subjectiviteit kwalitatief onderzoek vs objectiviteit kwantitatief onderzoek
- waarde en generaliseerbaarheid van kwalitatief onderzoek
- eigenschappen kwalitatieve onderzoeker (praten met mensen/geen
statistische kennis)
5