H12: visies op media en communicatie
Al jaren bestuderen wetenschappers de relatie tussen (massa)media en de maatschappij, velen zijn
ervan overtuigd dat massamedia een grote invloed hebben op het publiek -> over de vraag hoe
groot de invloed is lopen de meningen uiteen -> blijkt uit analyse van verschillende visies
1injectienaaldtheorie
1.1 stimulus-responsmodel
Deze leertheorie ontwikkeld zich vanuit het behaviourisme, ze gingen ervan uit dat er een relatie is
tussen stimulus en respons
-> in het stimulus-responsmodel= een zender stuurt een stimulus uit, die een onmiddellijke respons
of reactie bij de ontvanger uitlokt
-> toegepast: mediaorganisaties hebben een enorme macht als bronnen van het
communicatieproces, deze macht wordt vaak uitgedrukt met de metafoor injectienaald of magische
kogels
-> volgens de injectienaaldtheorie versturen media een boodschap die als het ware rechtstreeks
onder de huid en in de bloedbaan van de ontvanger wordt geïnjecteerd -> boodschap kan ontstaan
uit waarden, ideeën of informatie die passieve media-ontvangers overnemen
-> die stimuli worden via een lineair communicatieproces verstuurd en hebben directe en sterke
effecten (respons) op een makkelijk beïnvloedbaar publiek
-> theorie wordt ook magic bullet theory genoemd: aanhangers vergelijken de almachtige media met
een pistool waarvan de kogels boodschappen bevatten die worden afgeschoten op een passief
publiek -> effectieve methode aangezien de ontvangers geen vorm van kritiek tegenover de
boodschap of zender formuleren
Factoren die bijdroegen tot sterke invloed van massamedia: film en radio werd populairder, Hitler
monopoliseerde propaganda aan de hand van massamedia -> hoe passiever het publiek hierbij, hoe
beter
-> volgens injectienaaldtheorie hebben de media een rechtstreekse invloed en zorgen ze voor een
gevaarlijke vorm van communicatie -> het publiek krijgt 1 boodschap waar hij niet onderuit kan
1.2 kritieken
Weinig gebruik gemaakt van systematisch wetenschappelijk onderzoek
Houdt te weinig rekening met complexiteit van wisselwerking tussen media, individu,
samenleving en psychosociale context
Onderschat de intelligentie en competentie van de ontvangers
2 functionalistische mediatheorie
, Functionalistische mediatheorie is ontstaan uit functionalisme
-> ziet maatschappij als een relatief harmonieus geheel dat bestaat uit een aantal sociale systemen,
zoals de economie, de politiek en het onderwijs -> systemen staan in relatie met elkaar en zorgen
voor evenwicht en sociale orde, ook de media functioneert als zo een systeem
2.1 Lasswell
Verschillende wetenschappers ontwikkelde een functionalistische mediatheorie -> in Lasswell zijn
theorie spelen communicatie en media een grote rol in de integratie, continuïteit en stabiliteit van
de organisatie van de maatschappij
-> hij maakte een onderscheid tussen 3 sociale functies:
Surveillancefunctie: de media observeren en controleren de sociale omgeving waarvoor ze
informatie verzamelen en verspreiden, ze wordt ook de informatieve functie genoemd,
dankzij nieuwsberichtgeving zijn we op de hoogte van bv standpunten van politici
Correlatiefunctie: de media interpreteren wat er omgaat in de maatschappij en haar
verschillende subsystemen en zorgen voor duiding, bv: ze geven duiding over de gevolgen
van een oorlog die wij gaan merken
Transmissiefunctie: de media zorgen ervoor dat waarden en normen worden overgebracht
en in stand worden gehouden
2.2 Lazarsfeld en Merton
Lazarsfeld en Merton maakten in hun benadering een onderscheid tussen 3 functies:
Conformiteitsfunctie: door te belonen wat conform (overeenstemmend) is in een heersende
sociale cultuur, en te bestraffen wat daartegenin gaat, dragen de media bij aan de
bevestiging van die sociale structuur (ook wel socialiserende functie)
Statusverlenende functie: de media praten op een positieve of negatieve manier over een
bepaald persoon of onderwerp waardoor ze hen op die manier een status geven
Narcotiserende functie: wanneer mensen de media fanatiek willen volgen kan dat eerder
verdovend dan informerend werken
-> ook maakte ze een onderscheid tussen eufuncties en disfuncties van de media
Eufuncties= hebben een positieve werking en dragen bij aan sociale harmonie en versterken
evenwicht
disfuncties= zorgen voor een negatieve werking en brengen het voortbestaan van de maatschappij
in gevaar
-> mediaboodschappen kunnen beide bevatten
2.3 Wright
-> werkte voor op benadering van Lasswell, Lazarsfeld en Merton, naast de 3 functies van Lasswell
voegde hij nog een 4de toe= amusement en ontspanning
-> op die manier komt Wright tot vier verschillende functies:
Berichtgeving of nieuws
Opinievorming en commentaar