Voorbereiding
1. WETENSCHAPPELIJKE POSITIE
van Schaik benadert de mens vanuit een evolutionair-antropologisch, comparatief en
niet-deterministisch kader, waarin biologie en cultuur als interactieve evolutionaire
processen worden begrepen.
• Evolutionaire antropologie als centraal verklaringskader voor wat ons tot mens
maakt (human condition)
• Menselijke natuur bestudeerd vanuit een expliciet fylogenetisch en comparatief
perspectief.
• Verklaring via:
• gedeelde evolutionaire kenmerken met
andere primaten (homologieën)
• en specifiek menselijke innovaties die een
aparte verklaring vereisen.
• Mens en andere primaten vormen een recente
evolutionaire continuïteit
• → inzichten uit primatologie zijn
methodologisch noodzakelijk.
• Biologische en culturele processen worden opgevat als interactieve evolutionaire
krachten.
• Evolutie functioneert als een verklarend kader van mogelijkheden en
beperkingen,niet als deterministisch of normatief model.
• Wetenschappelijke vooruitgang vereist open debat, empirische toetsing en
zelfcorrectie.
1
, 2. ONDERZOEKSFOCUS
• Centrale interesse: Sociale evolutie bij primaten, met als
doel inzicht te verwerven in de menselijke natuur (human
condition)
• Explanandum
Verklaring van afgeleide menselijke kenmerken t.o.v. niet-menselijke primaten:
• cultuur en technologie
• levensloop (life history)
• coöperatieve zorg & jacht
• Intensieve samenwerking
• taal
• Vergelijkende - empirische aanpak:
• Socio-ecologie (infanticide, seksuele strategieën, intra- en
intergroepcoalities)
• Oorsprong van cultuur en technologie (en het ontbreken van cumulatieve
cultuur bij grote apen)
• Evolutie van hersengrootte (levensgeschiedenis bij vogels en zoogdieren)
• Hyper-coöperatie bij mensen (cooperative breeding en jagen; vergelijking
met andere coöperatieve soorten)
• Culturele intelligentie en sociaal leren (ontwikkelings- en vergelijkende
perspectieven)
• Conceptuele afbakening: Gedrag fungeert als empirisch venster
➔ focus op de evolutionaire vorming van de menselijke natuur en psychologie
3. centrale ideeën – samenvatting
coöperatieve zorg & jagen
Australopithecine De evolutionaire “motor” Human end-state Uniek
vermogens menselijk eindpunt
2
, Observerend sociaal leren Motivationele gevolgen van Onderwijzen en pedagogie
• vroege vormen van cooperative breeding • Versterkte culturele
culturele intelligentie
intelligentie • Cumulatieve
• bv. simpel plannen cultuur en culturele
evolutie
Sociale communicatie met (systeem van collectieve Declaratieve
vooral imperatieve zorg voor communicatie en taal
signalen nakomelingen) • Informatie delen,
• aansturen, eisen, Proactieve prosocialiteit niet alleen sturen
verzoeken
Basis theory of mind • Bereidheid om Gedeelde intentionaliteit
= eenvoudige planning en spontaan te helpen • gecoördineerde
mentale tijdsverplaatsing • Aandacht voor de dyadische en
noden van anderen collectieve actie
• Motivatie om • Gezamenlijke
mentale toestanden probleemoplossing
te delen en innovatie
• morele
normativiteit
Egocentrische Allocentrische
ongelijkheidsaversie ongelijkheidsaversie
• gevoeligheid voor • morele voorkeuren
oneerlijkheid mbt die verder gaan dan
self het eigen belang
Het brein verschijnt natuurlijk niet in 1x, wat uniek menselijk wordt ontstaat door het
pro-sociale motivatie die al een staande primaten commissie duwt in jouw richting
• Menselijke natuur is evolutionair verklaarbaar en gelaagd
• gedeelde grote-apen-kern (“the ape within us”)
• afgeleide kenmerken uit een nieuwe forager-ecologie
• recente post-Neolithische expressies via culturele
evolutie
• Menselijke uniciteit berust op een specifieke combinatie
• geen enkel uniek kenmerk
• grote-apen-cognitie × coöperatieve levenswijze
→ geïntegreerde samenhang van samenwerking, cognitie, cultuur en levensgeschiedenis
• De sleutel tot menselijke evolutie ligt in collectieve zorg en coöperatief jagen
• structurele provisioning
3
, • lange kindertijd en hersengroei
• selectiedruk op empathie, zelfcontrole en sociale attentie
• Shared intentionality is vooral motiverend
• niet enkel cognitief vermogen
• maar bereidheid doelen, mentale toestanden en normen actief te delen
→ basis voor moraal, taal en samenwerking
• Cultuur werd een zelfstandige evolutionaire kracht
• pedagogie en cumulatieve culturele evolutie
• versnelling van menselijke aanpassing
• nieuwe (vaak problematische) expressies van menselijke natuur
• zonder die natuur zelf te veranderen
4. RELEVANTIE VOOR “EVOLUTIE & MENSELIJK GEDRAG”
Relevantie gastcollege – eindcompetenties
- Eindcompetenties 1 & 3 — Bio-antropologische en biosociale basiskennis
• Evolutionair-biosociale analyse van menselijke natuur en gedragsvariatie
• Comparatief perspectief (mens<->primaten)
- Eindcompetentie 4 — Biosociale benadering van antisociaal gedrag
• Multiniveau-benadering van gedrag
• Aansluiting bij evolutionaire en biosociale criminologie (zie ook Tinbergen,
Sapolsky)
- Eindcompetentie 5 — Maatschappelijke implicaties
• Theoretisch kader voor normen, macht, geweld en instituties
- Eindcompetentie 6 — Kritische en analytische houding
• Evolutie als kader van mogelijkheden, niet als determinisme
• Vermijdt biologische én sociale reductie
4