VAN MORALITEIT
1. INLEIDING
- De studie van (oorsprong van) moraliteit
o Omschreven als:
▪ “Het geheel van morele normen en morele principes die het
gedrag van een individu of groep sturen.”
▪ Wat mag er en wat mag er niet → regels die het gedrag gaat
reguleren en men verwacht dat men deze regels niet overtreden
- Moraliteit is een universeel fenomeen.
o Het is niet extreem relatief of absolutief
2. DE WETENSCHAPPELIJKE STUDIE VAN
MORALITEIT
- Moreel gedrag kan worden afgebakend aan de hand van duidelijke criteria die
vooral te maken hebben met hoe we omgaan met anderen.
- Moraliteit draait om een oprechte bezorgdheid voor het welzijn van anderen,
zonder eigenbelang of persoonlijk voordeel. Zoals Lawrence Becker en Charlotte
Becker (1992) aangeven, gaat het dus om niet-instrumentele zorg voor anderen.
- Normen zijn moreel wanneer ze betrekking hebben op plichten tegenover
anderen, zoals eerlijk zijn, helpen en geen schade toebrengen.
- De basis van moreel gedrag ligt in de evolutie van sociaal gedrag bij de mens, en
is dus niet enkel cultureel aangeleerd maar ook biologisch bepaald.
- Empathie, het vermogen om zich in anderen in te leven, komt ook voor bij niet-
menselijke primaten, wat wijst op een evolutionaire oorsprong van moraliteit.
- Moreel gedrag steunt op sociale instincten en drijfveren die bij homininen zijn
geëvolueerd.
- Onderzoekers zoals Frans de Waal, Jonathan Haidt en Joshua Greene
benadrukken dat mensen een aangeboren vermogen tot moraliteit hebben.
- Dit aangeboren vermogen is het resultaat van evolutie en hangt samen met het
zelfdomesticatiesyndroom, waarbij de mens geëvolueerd is tot een meer sociale
en minder agressieve soort.
- Daardoor zijn samenwerking en moreel gedrag essentieel geworden voor het
functioneren en overleven binnen groepen.
1
,3. VROEGE IDEEËN OVER MORALITEIT VOLGENS
SMITH EN DARWIN
- the Theory of Moral Sentiments van Adam Smith stelt dat
sympathie (meeleven met anderen) de basis vormt van
moraliteit.
- Volgens Smith ontstaan morele oordelen, houdingen en
handelingen uit dit vermogen om je in anderen in te leven.
- Hij analyseert deugden zoals zelfbeheersing en
menselijkheid (humaniteit) vanuit het idee van
“denkbeeldig meeleven”: je verplaatst je in de situatie van
iemand anders en voelt mee wat die ervaart.
- Daardoor gaan we gedrag als goed of slecht beoordelen, afhankelijk van hoe we
ons voorstellen dat anderen zich voelen.
- Een concreet voorbeeld: iemand helpen kan jou zelf ook een goed gevoel geven,
omdat je meevoelt met die persoon en voldoening haalt uit het helpen.
- The Descent of Man van Charles Darwin stelt dat moraliteit is ontstaan uit een
combinatie van sociale instincten en goed ontwikkelde mentale vermogens
(zoals denken en oordelen).
- Het zogenaamde “moral sense” (moreel gevoel) zorgt ervoor dat mensen
kunnen samenleven en sociale orde mogelijk wordt.
- Dit morele gevoel maakt ook wederzijds altruïsme mogelijk, omdat mensen
gedrag van anderen beoordelen en erop reageren.
- Een belangrijk mechanisme hierin is “moralistische agressie”:
→ wanneer je onrecht ziet (een dader en een slachtoffer), voel je verontwaardiging
→ dit kan leiden tot het bestraffen van de dader
- Zo helpt moraliteit om samenwerking te beschermen en valsspelers tegen te
gaan binnen een groep.
- Eigenschappen die Darwin beschouwde als moreel goed voor de samenleving als
geheel:
o ‘Obedience’: geloof in autoriteit (als die dat verdient)
o ‘Self-command’: zelfopoffering en uithoudingsvermogen en bijdrage aan
het algemeen belang
o ‘Altruism’: uit sympathie, empathie ontstaan
o ‘Courage’: moed
2
, 4. DE TRAGEDY OF THE COMMONS EN DE TRAGEDY
OF THE COMMONSENSE MORALITY
- The Tragedy of the Commons van Garrett Hardin beschrijft het probleem van het
“gemeenschappelijk goed”: hulpbronnen die door iedereen gebruikt kunnen
worden (zoals zeeën, lucht…).
- Er is altijd een conflict of interest (C.O.I.) tussen individueel belang en collectief
belang.
- Als individuen denken: “ik kan nog wat extra nemen/gebruiken”, leidt dit tot
overgebruik en uitputting van de bron.
- Gevolg: wat voordelig lijkt voor het individu, is schadelijk voor de groep op lange
termijn.
- Voorbeelden: overbevissing, luchtvervuiling en vandaag ook klimaatverandering.
- Twee belangrijke spanningen:
• Individu vs. groep (I vs us) → eigen voordeel tegenover algemeen belang
• Groep vs. andere groepen (us vs them) → competitie tussen groepen om
schaarse middelen
3