SAMENWERKING EN DE
SOCIOBIOLOGISCHE REVOLUTIE
1. INLEIDING
- De studie van samenwerking (coöperatie) en altruïsme.
- Sociobiologie: de wetenschap die de evolutionaire oorsprong van sociaal gedrag
bij dieren, inclusief de mens, onderzoekt.
• Een tak van de biologie die zich specifiek richt op sociaal gedrag.
• Een zeer invloedrijke stroming binnen de wetenschap.
• Er wordt een onderscheid gemaakt tussen menselijke en niet-menselijke
sociobiologie.
• Ze bestudeert ook gedrag dat vroeger als strijdig met de evolutietheorie werd
gezien.
- Sociobiologie gebruikt biologische principes uit de evolutietheorie om menselijk
gedrag te verklaren.
- Het boek Sociobiology: The New Synthesis van Edward O. Wilson
(1975):
• Wilson bestudeerde vooral mieren. Net als mensen zijn dit
eusociale diersoorten, zelfs nog sterker dan mensen.
• In zulke systemen kan een individu zich opofferen voor de
kolonie.
• Mieren vertonen extreem sociaal gedrag ten opzichte van hun kolonie
(bijvoorbeeld het doden van indringers).
• Wilson wijdde ook een hoofdstuk aan de mens: hij stelde dat zijn
evolutionaire theorie een basis kan vormen voor het begrijpen van menselijk
gedrag, al is sociobiologie niet volledig gelijk te stellen aan de evolutietheorie.
- De methode van “reverse engineering”: gedrag wordt geanalyseerd door terug te
redeneren naar het mogelijke evolutionaire voordeel ervan.
1
,- De vertaling van het barmhartige Samaritaan-verhaal.
- Soms helpt iemand een slachtoffer, ook al kennen ze die persoon niet en zouden
we geen hulp van hen verwachten.
→ Dit roept de vraag op: hoe kan zulk altruïstisch gedrag ontstaan?
- Volgens de evolutietheorie verspreiden genen zich wanneer ze bijdragen aan
overleving en succes.
→ Toch blijft de biologische verklaring voor dit soort onbaatzuchtig gedrag niet
volledig duidelijk.
• Uit een tweelingstudie blijkt dat gedrag deels erfelijk is en deels door omgeving
komt.
• Je ziet in de grafieken telkens twee grote invloeden:
o Genen (erfelijkheid) → een deel van het gedrag zit biologisch in ons.
2
, o Niet-gedeelde omgeving → persoonlijke ervaringen (bv. opvoeding,
vrienden, wat je meemaakt).
• De gedeelde omgeving (zoals gezin) speelt hier bijna geen rol.
Wat betekent dit concreet?
• Bij helpen en delen komt het grootste deel door je unieke ervaringen, niet door je
genen.
• Bij troosten is het ongeveer half genen, half omgeving.
Link met je notities:
• Tweelingstudie → door identieke en niet-identieke tweelingen te vergelijken, kan
men zien hoeveel gedrag erfelijk is.
• Biologische/genetische verklaring → we hebben een aangeboren neiging om
sociaal te zijn, maar cultuur en ervaringen bouwen daarop verder.
• Variatie in hulpbereidheid → niet iedereen helpt evenveel, en dat roept vragen op:
→ komt dat door genen? opvoeding? situaties?
→ antwoord: een combinatie, maar vooral persoonlijke ervaringen spelen een
grote rol.
Kort samengevat:
We worden met bepaalde sociale neigingen geboren, maar hoeveel we effectief helpen
hangt vooral af van wat we meemaken in ons leven.
2. COÖPERATIE
- Coöperatie (samenwerking) is een centraal aspect van menselijke socialiteit.
3
, - Volgens Martin Nowak en Roger Coakley (2013):
→ samenwerking is een vorm van samen werken waarbij één individu een kost
heeft (bijvoorbeeld minder energie of tijd) en een ander individu daar voordeel uit
haalt.
- Belangrijk onderscheid:
• Coöperatie is niet hetzelfde als altruïsme.
• Coöperatie kan ook mutualistisch zijn (beide partijen hebben voordeel).
- Samenwerking vs. altruïsme:
• Bij samenwerking:
→ er is meestal een kost én een voordeel voor degene die helpt.
• Bij altruïsme:
→ iemand helpt een ander en draagt zelf (bijna) alle kosten, zonder direct
voordeel.
- Algemene kenmerken:
• Samenwerking komt vaak voor bij dieren.
• Het kan voorkomen op verschillende niveaus (van individuen tot groepen).
• Het houdt meestal in dat iemand een kleine kost maakt, terwijl de ander
voordeel krijgt.
- Edward O. Wilson noemde coöperatief gedrag één van de meest complexe
“raadsels” binnen de sociobiologie.
- Waarom is coöperatie/altruïsme een paradox?
→ Volgens de evolutietheorie zou elk individu vooral zijn eigen overleving en
voortplanting moeten maximaliseren.
4