Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 21:
Genetica:
Terminologie
Genetische info dit wordt doorgegeven van ouders op kinderen deze info zit
opgeslagen in het DNA dat grotendeels in de celkern zit
DNA Deoxyribo-nucleic-acid
Functionele eenheid van het DNA genen = genen maken deel uit van het
groter geheel chromosomen
Genoom geheel van genetische info van de cel
Chromosomen:
Chromosomen zijn stukjes DNA.
Normaal gesproken bevat iedere lichaamscel 46 chromosomen, verdeeld over 23
paren.
Van elk chromosoom is 1 chromosoom afkomstig van de vader en 1 van de
moeder
De paren 1 tot en met 22 zijn voor mannen en vrouwen gelijk. Dit zijn de
lichaamschromosomen = autosomen.
Het 23e paar chromosomen bevat de geslachtschromosomen. Dit zijn voor
vrouwen 2 X-chromosomen en voor mannen 1 X-chromosoom en 1 Y-
chromosoom
Er is een uitzondering van de rode bloedcellen want die hebben geen kern, wel
gameten = 23 chromosomen
Een cel in delingsrust = DNA onder de vorm van chromatine
Bij de voorbereiding op de celdeling zal het DNA zich organiseren en
condenseert zich
Chromosomen worden zichtbaar als delingschromosoom = X-vorm en 2
chromatiden die aan elkaar verbonden zijn ter hoogte van het centromeer
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 21: Genetica
1
, Gewone lichaamscel 46 chromosomen
Dubbele reeks van 23 = Diploïd
Gameten Geslachtscellen = 23 chromosomen
Enkele reeks chromosomen = haploïd
Mannelijke gameet = spermatocyt of zaadcel
Vrouwelijke gameet = oöcyt of eicel
Homologe chromosomen:
Elk chromosoom is deel van een paar
1 van de vader
1 van de moeder
Homologe chromosomen zijn gelijk van vorm en grootte
Geslachtscromosomen:
X-chromosoom = groot chromosoom
Y-chromosoom = klein chromosoom bepaalt mannelijk geslacht
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 21: Genetica
2
Genetica:
Terminologie
Genetische info dit wordt doorgegeven van ouders op kinderen deze info zit
opgeslagen in het DNA dat grotendeels in de celkern zit
DNA Deoxyribo-nucleic-acid
Functionele eenheid van het DNA genen = genen maken deel uit van het
groter geheel chromosomen
Genoom geheel van genetische info van de cel
Chromosomen:
Chromosomen zijn stukjes DNA.
Normaal gesproken bevat iedere lichaamscel 46 chromosomen, verdeeld over 23
paren.
Van elk chromosoom is 1 chromosoom afkomstig van de vader en 1 van de
moeder
De paren 1 tot en met 22 zijn voor mannen en vrouwen gelijk. Dit zijn de
lichaamschromosomen = autosomen.
Het 23e paar chromosomen bevat de geslachtschromosomen. Dit zijn voor
vrouwen 2 X-chromosomen en voor mannen 1 X-chromosoom en 1 Y-
chromosoom
Er is een uitzondering van de rode bloedcellen want die hebben geen kern, wel
gameten = 23 chromosomen
Een cel in delingsrust = DNA onder de vorm van chromatine
Bij de voorbereiding op de celdeling zal het DNA zich organiseren en
condenseert zich
Chromosomen worden zichtbaar als delingschromosoom = X-vorm en 2
chromatiden die aan elkaar verbonden zijn ter hoogte van het centromeer
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 21: Genetica
1
, Gewone lichaamscel 46 chromosomen
Dubbele reeks van 23 = Diploïd
Gameten Geslachtscellen = 23 chromosomen
Enkele reeks chromosomen = haploïd
Mannelijke gameet = spermatocyt of zaadcel
Vrouwelijke gameet = oöcyt of eicel
Homologe chromosomen:
Elk chromosoom is deel van een paar
1 van de vader
1 van de moeder
Homologe chromosomen zijn gelijk van vorm en grootte
Geslachtscromosomen:
X-chromosoom = groot chromosoom
Y-chromosoom = klein chromosoom bepaalt mannelijk geslacht
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 21: Genetica
2