De voornaamste types
o Kaliumsparende
o Kaliumverliezende
o Combinatie van eerste twee
Indicaties
o Water- en zoutretentie
o Hypertensie
Werking
Diuretica verhogen uitscheiding water en zout.
Waar wordt water en zout uitgescheiden?
o Proximale tubulus contortus (60-65%)
o Lis Van Henle (25-30%)
o Distale tubulus contortus en ductus colligens (10%)
1)Kaliumsparende
Zwak diuretisch effect, werken in op ductus colligens.
Twee werkingsmechanismen:
o Blokkade van Na-kanalen die zorgen voor resorptie van natrium en
water
o Blokkade van de aldosteronreceptor
Vb. spironolactone (Aldactone), Kalium canrenoaat (Canrenol)
Indicaties
Hypertensie
Hartinsufficiëntie
Hyperaldosteronemie
Nevenwerkingen
Hyperkaliëmie
o Niet bij nierinsufficiëntie (dan werkt dit GM onvoldoende en meer
kans op hyperkaliëmie))
o Opletten voor combo met andere antihypertensiva of NSAID’s
Amenorroe en impotentie (spironolactone)
2)Kaliumverliezende
Thiaziden
Matig diuretisch effect, werkt in op de distale tubulus.
↘ effect bij nierinsufficiëntie, verergeren nierlijden.
Kaliumdepletie (meestal klinisch onbelangrijk)
Na, Mg deficiëntie
o Volgen van de elektrolytenbalans, vooral bij ouderen