VOORBEELDEXAMEN 2025
Leg van de volgende 2 begrippen telkens de betekenis uit, zulks gestoffeerd met
voorbeelden, alsook de toepassingsrelevantie (met andere woorden waarvoor elk
van die begrippen gebruikt wordt in het Belgische ondernemingsrecht) en maak
vervolgens een korte vergelijking van deze begrippen (met andere woorden wat is
het belangrijkste onderscheid hiertussen):
a/ Onderneming als bedoeld in art. I.1.1° WER
b/ Vennootschap als bedoeld in art. 1:1 WVV
Het ondernemingsbegrip in art. I.1.1° WER is een formele definitie. Men is afgestapt
van de functionele definitie, die vandaag de dag nog steeds geldt in bepaalde
boekdelen en in het Europees Recht. Deze definitie kent 2 bestanddelen, namelijk
een duurzame wijze en een economisch doel nastreven. Functioneel in de zin dat de
aard van de activiteiten doorslaggevend was, namelijk het aanbieden van goederen
en diensten op de markt.
Met de wet van 2018 tot hervorming van het ondernemingsrecht werd het begrip
geuniformiseerd en de toepassingssfeer uitgebreid tot landbouwers, vrije beroepen
(bv. advocaten), verenigingen met rechtspersoonlijkheid en stichtingen. Onder de
huidige definitie van artikel I.1.1° WER kunnen zowel natuurlijke personen, indien zij
zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, en rechtspersonen vallen.
Het is van belang om te weten of men al dan niet als onderneming kan worden
gekwalificeerd, omdat het belangrijke gevolgen met zich meedraagt. Zo bepaalt het
ondernemingsbegrip de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank en is het
ondernemingsrecht van toepassing. Hierdoor kan men bv. aanspraak maken op de
regels van het insolventierecht waardoor men verschoonbaarheid kan vragen tov
collectieve schuldenregeling in geval van faillissement. Wie buiten dit
toepassingsgebied valt zal geen aanspraak kunnen maken op dit gunstig regime, maar
kan evenwel een afbetalingsplan sluiten met SE’s.
Er gaan eveneens verplichtingen gepaard met artikel I.1.1° WER zo zal men verplicht
zijn om een boekhouding bij te houden en zich in te schrijven in het KBO (m.u.v
bestuurdersvennootschappen).
, Verschil:
Niet elke onderneming is een vennootschap maar elke vennootschap is wel een
onderneming. Bv. natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit
uitoefenen (eenmanszaak) zijn ondernemingen maar geen vennootschappen.
vennootschappen.
Er is een verschil met betrekking tot het toepassingscriterium. Het jaarrekeningrecht
knoopt aan bij het begrip vennootschap (art. 1:1 WVV) i.t.t. boekhouding dat
aanknoopt bij een onderneming (art. I.1.1° WER). Een onderneming is ruimer dan een
vennootschap dus er zijn ondernemingen die een boekhouding moeten opstellen,
maar geen jaarrekening. Terwijl eenieder die een jaarrekening moet opstellen ook
een boekhouding moet opstellen. Alle vennootschappen zijn ondernemingen, dus
alle vennootschappen zijn onderworpen aan boekhoudplicht.
WER knoopt aan bij het begrip onderneming, terwijl het WVV aanknoopt bij het
begrip vennootschap. Om deze problematiek op te lossen werd een brugbepaling
opgenomen in art. III.90,§2 die stelt dat iedere onderneming die geen
vereenvoudigde boekhouding mag voeren een jaarrekening moet opstellen.
Vraag luik Boekhoud- en jaarrekeningenrecht: Wat zijn afschrijvingen en hoe
verhouden die zich tot het voorzichtigheidsbeginsel? Gebruik een voorbeeld om uw
antwoord toe te lichten.
In principe beschikt een onderneming over een keuzevrijheid met betrekking tot de
waarderingsregels. Waarderingsregels zijn regels terug te vinden in het
jaarrekeningrecht die een weerslag hebben op het voeren van boekhouding. 1 van de
methode bestaat in een afschrijvingsmethode- en percentages. De afschrijving
impliceert een spreiding van een kostprijs over de tijd. Dit kan op 2 manieren
gebeuren hetzij lineair hetzij degressief.
Bij een lineaire afschrijving wordt de normale levensduur gedeeld door de
aankoopwaarde. Het is dus een jaarlijkse afschrijving van hetzelfde bedrag. I.t.t. een
degressieve afschrijving waarbij elk jaar eenzelfde percentage toegepast op uw
boekjaar afschrijven. De boekwaarde daalt elk jaar want dit is uw aanknoopwaarde
vermindert met uw reeds doorgevoerde afschrijvingen.
Vraag Insolventierecht: Wie kan het initiatief nemen voor een
faillissementsprocedure.
1. De onderneming zelf
Dit gebeurt via een faillissementsaangifte op bekentenis (art. XX.102 WER). De
schuldenaar erkent hierbij dat hij in staking van betaling verkeert en zijn
krediet geschokt is.