Holistische benadering vd relatie mens-voeding
Voeding = zeer belangrijke determinant v gezondheid
Mens:
1. Biologisch systeem:
- Continue uitwisseling organisch materiaal en luchtgassen met buitenwereld
- Uit voeding: E halen
- Voedingstoffen:
o Beïnvloeden via regulatie de genexpressie en dus DNA
o = Substraten of cofactoren in reacties
o Helpen communicatie tss cellen
2. Mens is individu:
- Beïnvloed door tijdsgeest + materiële omgeving: aanbod v voedsel, werkplek,
supermarkten. En door sociaal demografische factoren, cultuur, religie
Voeding en gezondheid / ziekte
Impact van voeding:
Deficiëntieziekten
= door tekort aan specifieke essentiële nutriënten
Bv tekort vit C => onderhuidse bloedingen
Bv tekort jodium tijdens zwangerschap => cretinisme (groeiachterstand + mentale
retardatie)
Non communicable diseases NCD of niet overdraagbare
aandoeningen
Door teveel aan energie inname, te hoge inname v verzadigde vetten en zout, te lage
inname v vezel, groenten, fruit, …
°obesitas, diabetes, hart en vaatziekten, …
Ook wel chronic diseases genoemd
,Chemische stoffen in het voedsel
A. Essentiële voedingsstoffen / nutriënten
= noodzakelijk voor lichaam, moeten
opgenomen worden uit voedsel
6 klassen van nutriënten:
- Eiwitten
- Koolhydraten
- Vetten
- Vitaminen (org)
- Mineralen (anorg)
o Macromineralen
o Sporenelementen
o electrolieten
- Water
Vw voor begrip ‘essentieel’:
- Afwezigheid stof in voedsel v individu => verandering v biologisch proces in
lichaam / klinisch manifeste deficiëntie
- Eenmaal nutriënt terug aanwezig in voeding => normale functie hersteld
- Biologische functie v nutriënt is gekend (minder strict criterium)
Energie = essentiële behoefde vo elke vorm van leven
Andere essentiële nutriënten: zie tabel
Opm:
- Bij eiwitten: 9 vd 20 AZ zijn essentieel
- Bij vetten: 2 essentiele: linolzuur + alfa-linoleenzuur
- Bij koolhydraten: geen indiv essentiële maar wel voedingsvezels algemeen
- Sommigen zijn semi-essentieel: kunnen worden aangemaakt maar in bep
omstandigheden is dit niet gegarandeerd
Bv langketen omega-3 vetzuren, bepaalde AZ
, B. Bioactieve voedingscomponenten
Geen essentiële nutriënten maar oefenen bep biologische activiteit uit in lichaam
Kunnen gezondheid beïnvloeden in gunstige zin, participeren ook aan processen
Onderscheid met essentiële:
- Afwezigheid leidt niet tot gekende voorbeelden v ziekte / symptomen
Ze kunnen worden geïsoleerd uit planten / dieren / fungi / bacteriën
- Van planten: fytonutriënten
o Vnl secundaire plantenmetabolieten
Produceren kleureffecten, geuren, lokstoffen, verdediging tegen
insecten
o Polyfenolen
o Carotenoïden
Processen waarin stoffen rol spelen:
- Anti-inflammatoir effect
- Anti oxidant effect
- Effecten op endotheel v bloedvaten
- Bloeddruk regulatie
- Immuunmodulatie
Polyfenolen
Org stoffen met meerdere fenolgroepen
Belangrijke subgroep: flavonoïden (in rode wijn, cacao, bessen, …)
- In planten: bescherming UV
- In mensen: bescherming bij oxidatieve stress (vrije zuurstofradicalen richten
schade aan lichaamseigen biomoleculen)
Carotenoïden
Secundaire platenmetabolieten, verantw voor vele kleur in plantenwereld/groenten
Voorbeelden:
- Lycopeen
o Anti-oxidatieve capaciteit
o Beschermd tegen bep vormen v kanker (vnl prostaatkanker)
o Zit in tomaten
- Luteïne en zeaxanthine
o In groenten
o In hoge conc in macula v oog, beschermen tegen verminderd
zichtvermogen dat gepaard gaat met ouder worden
C. Xenobiotica en natuurlijk voorkomende toxinen
Niet kennen