0.INLEIDING
-De samenleving wordt altijd in vraag gesteld : ‘Wat is een goede samenleving?’
= sociale filosofie
1.OUDHEID EN MIDDELEEUWEN: EEN HOGERE ORDE
Inleiding
-5e eeuw vC: Griekse cultuur beleeft gouden eeuw/bloeitijd (Parthenon, bloeiende beeldhouwkunst, …)
Griekenland bestaat uit verschillende onafhankelijke stadsstaten (“polis”)
Athene = belangrijkste polis + centrum Griekse cultuur
Wisselend bestuur:
Democratie: volk beslist
Aristocratie: elite beslist
Politiek is openbare zaak: mensen discussiëren actief
Maar enkel vrije mannen mochten meedoen (geen echte democratie)
-4 eeuw vC: bloeiperiode filosofie
e
Opkomsten Sofisten: Rondreizende leraren
Leerden jongeren retoriek (overtuigen)
Focus op overtuigingskracht (gelijk krijgen) i.p.v. de waarheid
Plato en Socrates hadden het hier moeilijk mee
Het gaat niet om overtuigen, maar om waarheid zoeken
Plato richt een gratis school op voor les in het zoeken naar de waarheid
Aristoteles volgt later zijn voorbeeld
-Griekse filosofie draait vooral rond ethiek (juist handelen)
Hoe moet je leven? Wat is rechtvaardig?
Rechtvaardigheid voor Plato en Aristoteles belangrijkste criterium
-Ontologie vormt de basis van de filosofie van Plato en Aristoteles
*Ontologie = zijnsleer, de leer van de werkelijkheid
! In de Moderne Tijd : politiek en ethiek horen niet samen
! Grootste verschil tussen Plato en Aristoteles
Plato: bedenkt ideale staat (theorie)
Aristoteles: kijkt naar echte wereld (empirie)
Vertegenwoordigen zo twee manieren van nadenken over de samenleving
Plato
Leven
Geboren rond 427 vC
Wilde eerst politicus worden, maar had kritiek op democratie
Verlaat Athene om les te geven
Sticht school: “de Academie” (bekendste leerling = Aristoteles)
1
.
,Werken
-Bijna alle geschriften van Plato zijn bewaard
-Schrijft in dialoogvorm
Meestal Socrates als gespreksleider
Socratische gesprek= door vragen stellen iemand tot inzicht brengen
-Belangrijkste werk op vlak van de sociale filosofie = de Politèia
De Politèia
-Centrale vraag : ‘Wat is rechtvaardigheid?’
-Samenleving en staat worden vanuit een ethische optiek bekeken
Ethiek houdt voor Plato nauw verband met kennis
Morele kwaad komt volgens Plato uit een gebrek aan inzicht
Kennis en dé werkelijkheid
-Plato maakt in zijn ontologie onderscheid tussen twee werelden:
o Ideeënwereld: onveranderlijk, perfect, eeuwig
Idee= perfecte vorm van iets
Alleen hier echte kennis mogelijk
Transcendent: bestaan boven de zichtbare wereld
Hoogste idee = idee van het goede (alle ideeën hebben hier deel aan)
Idee van het goede bevat het licht dat mogelijk maakt dat mens tot kennis komt
Vb. het idee van “rechtvaardigheid” bestaat perfect, maar in de echte wereld nooit volledig
o Zintuigelijke wereld: wat we zien en ervaren, veranderd constant
Geen echte kennis mogelijk, alleen meningen/vermoedens
Zintuiglijk waarneembare dingen zijn veranderlijk
Hierover kan geen kennis gevormd worden
Twee werelden zijn niet volledig van elkaar gescheiden: dingen in echte wereld zijn slechte
kopieën van ideeën
Allegorie van de grot
= door Plato ontwikkeld ter illustratie van zijn twee-wereldentheorie
In een grot zitten gevangenen zo vastgebonden dat ze alleen een wand van de grot kunnen zien.
Aan de ingang van de grot brandt een vuur, waardoor schaduwen op de wand van de grot
ontstaan. De gevangenen zien alleen deze schaduwen en denken dat deze de enige
werkelijkheid vormen. Wanneer nu één van de gevangen bevrijd wordt en buiten de grot komt,
zullen zijn ogen eerst aan het zonlicht moeten wennen, maar daarna zal hij de ware werkelijkheid
leren kennen. Het is echter maar de vraag of zijn medegevangenen hem zouden geloven als hij
hen van die echte werkelijkheid zou vertellen.
Grot = alledaagse wereld
Buitenwereld = ideeënwereld
Zon = idee van het goede, hoogste beginsel en de grondslag van alle werkelijkheid en kennis
Moraal: wat wij zien is niet de echte werkelijkheid, echte kennis is inzicht met rede (denken)
messages.downloaded_
,Rechtvaardigheid volgens Plato
-Wat is het NIET:
Niet gewoon eerlijk zijn, vrienden helpen/vijanden schaden
-Wat is het WEL:
Algemeen belang boven het eigen belang
!! Belangrijkste idee: slecht gedrag komt door gebrek aan kennis
Iemand die slecht handelt, begrijpt het goede niet
Probleem: mensen kunnen doen alsof ze moreel zijn
Daarom verschuift Plato naar rechtvaardigheid in de staat (polis)
Rechtvaardigheid in de polis (staat)
Ontstaan van de staat volgens Plato
-Staten gevormd omdat mensen verschillen in aanleg en mogelijkheden:
Iedereen heeft andere talenten
Samenwerken is efficiënter
“Beginsel van arbeidsdeling” (grondslag van staat)
-Samenleving gaat erop vooruit wanneer mensen de taken verdelen en zich specialiseren
Probleem bij groei: mensen willen meer luxe met als gevolg conflicten en oorlog
Oplossing: Wachters (leger + politie)
Standen van de ideale staat
-Ideale staat kent 3 standen:
Werkers: boeren, handelaars, ambachtslieden
Wachters: legers, politie
Regeerders: leiders
Gebasseerd op talent, opleiding
Strikt gescheiden, iedereen doet 1 taak (=enkelvoudigheid)
Wachters moeten zowel dapper als zachtmoedig zijn
Krijgen lichamelijke en geestelijke vorming (combinatie van lichaamsoefening en muzische kunst)
Leven in communeverband
geen eigen bezit of geld, alles van de staat (ook woning)
Als ze zelf geld hebben zullen ze zich wijden aan hun eigen zaken i.p.v. de belangen
van de gemeenschap te behartigen (zodat ze niet egoïstisch worden)
Geen gezinsleven: mannen en vrouwen leven niet met elkaar en niemand weet wie zijn
of haar kinderen zijn
Eugenetica toegepast: feestjes met beste mannen en vrouwen (beste krijgen
samen kinderen)
Regeerders uit beste wachters gekozen
Krijgen een langere opleiding
Muziek, gymnastiek, wiskunde, sterrenkunde, filosofie, …
Pas op 50 jaar leider
Werkers onderhouden wachters en regeerders
Boeren, ambachtslieden en handelaars
Privé-eigendom en gezinsleven toegestaan
messages.downloaded_
, Drie standen moeten strikt gescheiden blijven
Hoofdregel ideale staat is enkelvoudigheid: ieder mens moet maar één vak beoefenen, want als
iemand meer dan één vak zou beoefenen, zou hij of zij geen enkel vak werkelijk voortreffelijk
uitvoeren
-In de ideale staat 4 belangrijkste deugden vertegenwoordigd:
Wijsheid: deugd van leiders
Dapperheid: deugd van wachters
Zelfbeheersing: deugd van de drie standen
Rechtvaardigheid: harmonie van de standen
Ideale staat van Plato kan aristocratie of sofocratie genoemd worden
*Aristocratie= beste mensen regeren
*Sofocratie= wijzen regeren
Rechtvaardigheid bij het individu
-Volgens Plato rechtvaardigheid betrekking op de ziel (psyche)
-Dualistische visie, verhouding:
Lichaam: stoffelijk (fysiek)
Ziel: onstofelijk (geestelijk)
de onstoffelijke ziel zit in de kerker van het stoffelijke lichaam
-Binnen ziel hiërarchische indeling (van laag naar hoog):
Begeerte (verlangens): eten, seks
Dierlijke deel
Energieke deel (wilskracht): kan agressie naar buiten tonen en begeerte onderdrukken
(verlangens)
Strijdende deel
Rede: denkt en oordeelt, stuurt de andere delen
Moet de baas zijn
-Ook in de menselijke psyche 4 deugden:
Wijsheid: rede
Dapperheid: energieke deel
Zelfbeheersing: maakt harmonie tussen hoger en lager mogelijk
Individu is dus op dezelfde manier rechtvaardig als de ideale staat: namelijk wanneer de
rede, de energie en de begeerte elk hun eigen functie uitoefenen
De mens is onrechtvaardig wanneer de drie delen van de psyche onderling strijd voeren: leidt tot
teugelloosheid, lafheid en onwetendheid en zo tot onrecht (chaos in jezelf=onrechtvaardigheid)
Stand Ziel Deugden
Regeerders Rede Wijsheid +
zelfbeheersing rechtvaardighei
Wachters Energie Dapperheid d
+ zelfbeheersing
Werkers Begeerte Zelfbeheersing
- Werkers enkel op zelfbeheersing aangesproken: verlangens daar het sterkst
Zelfbeheersing is eensgezindheid: iedereen aanvaardt zijn plaats
- Plato stelt dat de ideale staat mogelijk is als filosofen regeren
Alleen zij begrijpen de ideeën (ware kennis)