POLITIEK EN BELEID ANALYSE
Inhoud
INTRO........................................................................................................................... 2
STAATSHERVORMINGEN.................................................................................................. 2
WOOCLAP..................................................................................................................... 2
BELGIE VAN EENHEIDSSTAAT NAAR FEDERALE STAAT.................................................3
VERTREKPUNT............................................................................................................ 12
Wat kunnen we dan doen? Mogelijke oplossingen – België splitsen...........................13
Dit kan ook een optie zijn: EEN CONFEDERATIE VORMEN...........................................15
HERFEDERALISEREN................................................................................................... 16
VLAAMSE POLITIEK hoorcollege 2 + 3............................................................................17
VLAAMSE BEVOEGDHEDEN (WORDT NIET BEVRAAGD)..............................................17
VLAAMSE POLITIEK: DE STRUCTUREN.........................................................................17
TAKEN v/h VLAAMS PARLEMENT.................................................................................19
ORGANISATIE VLAAMS PARLEMENT............................................................................20
ANDERE VOORBEELDEN VAN IVA’S, EVA’S OF VOI’S..................................................27
ROL v/d administratie................................................................................................. 27
KNELPUNTEN - waar loopt het soms mis.....................................................................28
Vlaamse politiek: het welzijnsbeleid..............................................................................33
BELGISCHE POLITIEK HF 13........................................................................................... 38
BEVOEGDHEDEN VAN DE FEDERALE OVERHEID.........................................................38
BELGISCHE POLITIEK: DE STRUCTUREN......................................................................39
DE REGERING ‘VALT’..................................................................................................41
MINISTERS EN STAATSSECRETARISSEN......................................................................42
DE PREMIER................................................................................................................ 43
DE MINISTERRAAD...................................................................................................... 43
HET KERNKABINET...................................................................................................... 43
HET FEDERALE REGEERAKKOORD..............................................................................44
FUNCTIES VAN DE KAMER (parlement).......................................................................44
Interne organisaties ORGANISATIE VAN DE KAMER....................................................45
VOORBEELD............................................................................................................... 49
EUROPESE POLITIEK....................................................................................................... 54
Kort............................................................................................................................ 54
KORTE GESCHIEDENIS VAN DE EU (Europese unie)....................................................54
DE EU VANDAAG......................................................................................................... 56
Structuur van de EU....................................................................................................... 60
1
, lOMoARcPSD|31288998
Instellingen van de EU................................................................................................... 61
BEGROTING................................................................................................................ 76
WIJ EN DE EU.............................................................................................................. 78
BELGIE IN DE EU......................................................................................................... 79
MONDIALE POLITIEK....................................................................................................... 87
1. MONDIALISERING.................................................................................................... 87
2. DE HEDENDAAGSE NEOLIBERALE MONDIALISERING..............................................90
Barsten in de economische mondialisering?...............................................................95
3. DE MENTALE GEOGRAFIE VAN DE MONDIALISERING..............................................95
MONDIALE INSTELLINGEN........................................................................................... 97
MONDIAAL PROTEST................................................................................................. 104
HET KLIMAAT ALS MONDIALE UITDAGING.................................................................104
INTRO
STAATSHERVORMINGEN
WOOCLAP
Hoeveel parlementen verkoos je als Gentenaar op 9 juni 2024?
o Nieuw Vlaams
o Nieuw federaal
o Nieuw Europees
Hoeveel regeringen telt België? België is een federale staat, macht verdeeld bij verschillende niveaus
o België: Federale regering
o Vlaanderen: Vlaamse regering (gemeenschap en gewest)
o Brussel: Brusselse Hoofdstedelijke regering (gewest)
o Wallonië: Waalse regering (gewest)
o Wallonië: Franse gemeenschapsregering (gemeenschap)
o Oost-België: Duitstalige gemeenschapsregering (gemeenschap)
o Gemeenschap en gewest zijn samengevoegd
Drie gewesten en drie gemeenschappen
o ‘persoonsgebonden materies’ (gemeenschap): cultuur, onderwijs
o ‘grondgebonden materies’ (gewest): wonen, economie, landbouw, mobiliteit, enz
o Dus… hoeveel ministers van mobiliteit telt België = 4
Mobiliteit is een ‘gewestmaterie’ dus 3 gewestministers en 1 federale minister
Federale minister van Mobiliteit (wegcode, inschrijven voertuigen, nummerplaten, NMBS en Infrabel,
vliegverkeer, nationale luchthaven…):
Vlaamse minister van Mobiliteit (gewestwegen, waterwegen, regionale luchthavens, rijopleidingen,
keuringen, De Lijn)
Waalse minister van Mobiliteit (oa TEC)
Brusselse minister van Mobiliteit (oa MIVB)
2
, lOMoARcPSD|31288998
Gezondheidszorg nog complexer want deels gewest – en deels gemeenschapsmaterie
Wie int in België belastingen?
o Alle Belgische deelregeringen hebben hun eigen minister van financiën
o Het federale ministerie van financiën heeft de uitvoering van de belastingdienst toegewezen
aan de federale overheidsdienst financiën. Deze int ook belastingen voor andere overheden -
Wie verdedigt ons land?
o We hebben maar 1 Belgisch leger en dus 1 minister van defensie. Een Europees leger bestaat
niet
Wie bepaalt de lengte van onze schoolvakanties? = de Vlaamse overheid
o De gemeenschappen
Wie is er verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen?
o Federaal-> fedasil en inburgering is Vlaams
Wie mag leefloon toekennen?
o Op Lokaal niveau, hoeveel je krijgt zijn Federaal bepaald
Wie bepaalt hoogte van een leefloon?
o Federaal
Wie bepaalt hoeveel vis Belgische vissers maximaal mogen vangen?
o Europa
Wie onderhandeld voor België tijdens klimaatconferenties
o Federaal
Wie beheert recreatiedomeinen
Zorgpremie corona, wie betaald dat: ziekenhuis: federaal en als je in een rusthuis werkt is het Vlaams
BELGIE VAN EENHEIDSSTAAT NAAR FEDERALE STAAT
Staat= formele publiekrechtelijke persoon die het beleid voert over een groep mensen
Een Staat heeft 3 dingen:
1. grondgebied (= stuk land)
2. bevolking (mensen die er wonen) een staat heerst altijd over een bepaalde bevolking
3. soevereiniteit (=macht om regels te maken) enerzijds vrij beslissen over het bestuur over haar
eigen burgers, anderzijds in principe vrij is van juridische inmenging van andere staten
1830 - STARTSITUATIE BELGIE – België begint als eenheidsstaat
Een éénheidsstaat
In het begin was België een eenheidsstaat (unitaire staat), dit wil zeggen dat de centrale
overheid onverdeeld het soevereiniteitsrecht heeft. Er slechts één beslissingsniveau, met één
regering en één parlement.
Één baas: alles werd beslist in Brussel door 1 regering en 1 parlement
Onverdeeld soevereiniteitsrecht: alles werd beslist in Brussel. Geen deelstaten, geen
Vlaamse of Waalse regering
Provincies en gemeenten bestonden wel, maar ze mochten niet zelf beslissen, ze stonden
onder controle van de centrale overheid
3
, lOMoARcPSD|31288998
Officieel een Franstalig land
Vroeger was België Officieel een Franstalig land. We hadden toen een nationale staat
Frans was de bestuurstaal, Nederlands en Duits werd gezien als dialect
Frans was de taal: Ook al spraken veel mensen Nederlands, de wetten en het onderwijs
waren in het Frans. Het Nederlands werd gezien als een 'boerendiagram'. Pas héél laat (1967) was
er een officiële Nederlandstalige Grondwet. Een Duitse pas in 1991
Situatie nu:
Belgie is niet meer zo, maar is veranderd is een federale staat. Dat betekend dat de
macht verdeeld is tussen de federale overheid en de deelstaten (zoals Vlaanderen, Wallonië en
Brussel. Elke overheid heeft eigen bevoegdheden (= dingen waarover ze zelf mogen beslissen)
NA WO1 beginnen keren in periode van de oorlogen
Taalstrijd > taalwetten van 1920 en 1930: vernederlandsing van openbare diensten, onderwijs,
gerecht, leger en de ugent -> veel Vlamingen konden geen Frans lezen, ze wilden erkenning van
hun taal
Mensen konden vaak papieren in het Frans niet lezen, dus in 1920 zijn een aantal dingen in het
Nederlands gekomen.
1962
De taalgrens wordt vastgelegd en de taalzones afgebakend na enkele marsen op Brussel
• Brussel = tweetalig gebeid, de andere gemeenten eentalig
• Taalgrens: mensen zijn mobiel: Frans en Nederlands vloeit in elkaar over
o Vlaanderen= officieel Nederlandstalig
o Wallonië = officieel Franstalig
o Brussel = tweetalig
o Sommige gemeenten kregen faciliteiten (mensen mogen nog in hun taal
geholpen worden)
Faciliteitengemeenten:
Anderstalige burgers van die gemeenten kunnen nog enkele jaren in hun taal bediend worden om hen zo
de tijd te geven om de officiële taal van de gemeente te leren
Faciliteiten in gemeenten waar een duidelijke minderheid een andere taal spreekt (= anderstaligen ook in
hun taal bedienen)
Bv Franstalige gemeenten met faciliteiten voor Nederlandstaligen
Probleem discussie: tijd geven om mensen die taal te leren, maar aan het Franse gemeente zegt men dat is
een recht. Dus tot op vandaag wordt deze faciliteit nog altijd gebruikt, “ik wil in het frans bediend worden”
In het begin Frans als enige bestuurstaal
Nederlands werd gezien als plaatselijk dialect
Nederlandstaligen streefden al vrij snel naar een erkenning van hun taal en cultuur
4