extra begrippen & info vanuit de cursus
/ de vlaamse onderwijsraad (VLOR)
= een officiële vlaamse adviesraad die de overheid helpt bij het uitwerken van het onderwijsbeleid
→ de raad zorgt ervoor dat verschillende betrokkenen uit het onderwijs hun mening kunnen geven
de VLOR bestaat uit verschillende raden:
● een algemene raad
● raden per onderwijsniveau: basisonderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs
● een raad voor volwassenenonderwijs
in deze raden zitten vertegenwoordigers van:
● schoolbesturen uit verschillende onderwijsnetten
● directeurs en schoolverantwoordelijken
● leerkrachten en vakbonden
● leerlingen, studenten, cursisten en ouders
● centra voor leerlingenbegeleiding (clb’s)
● socio-culturele en socio-economische organisaties
belangrijkste taken
1. advies geven
= de VLOR geeft advies over onderwijsplannen en wetsvoorstellen van de overheid → hij bekijkt of
deze plannen haalbaar, wenselijk en aanvaardbaar zijn → de minister moet altijd advies vragen aan
de vlor bij nieuwe onderwijsdecreten
2. overlegplatform
→ de VLOR brengt alle onderwijsactoren samen zodat ze kunnen overleggen en standpunten
uitwisselen
3. onderzoek
→ de VLOR gebruikt bestaande onderzoeken of laat zelf studies uitvoeren door experten om
adviezen te ondersteunen
/ de onderwijsnetten
scholen in vlaanderen worden gegroepeerd in zogenaamde onderwijsnetten, dat zijn groepen
scholen die dezelfde “overkoepelende organisatie” of inrichtende macht hebben → er zijn 3
onderwijsnetten:
1. gemeenschapsonderwijs (GO!)
2. het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
3. het vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)
gemeenschapsonderwijs (GO!)
= een onderwijsnet dat wordt georganiseerd door de vlaamse gemeenschap zelf
wat betekent dat?
● de scholen zijn opgericht en beheerd door de overheid (vlaamse gemeenschap)
● ze worden ook rechtstreeks door de overheid gefinancierd
,scholen van het GO! moeten neutraal onderwijs geven. dat betekent:
● ze mogen geen voorkeur geven aan een bepaalde religie of levensbeschouwing
● ze mogen geen ideologische richting opleggen
de scholen moeten wel:
● de geloofsovertuiging van ouders en leerlingen respecteren
● rekening houden met verschillende filosofische en ideologische opvattingen
het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
= een onderwijsnet dat wordt georganiseerd door steden, gemeenten en provincies
wat betekent dat?
● de scholen worden niet rechtstreeks door de vlaamse gemeenschap beheerd, maar door
lokale besturen (gemeenten en provincies)
● ze krijgen wel subsidies van de overheid om te kunnen werken
koepelorganisaties → binnen dit net zijn er 2 grote koepels die de scholen ondersteunen:
● ovsg (onderwijssecretariaat van de steden en gemeenten)
→ ondersteunt gemeentelijke en stedelijke scholen
● pov (provinciaal onderwijs vlaanderen)
→ ondersteunt provinciale scholen
→ wat doen die koepels?
● ze helpen en ondersteunen de scholen
● ze nemen sommige taken over van de schoolbesturen
● ze vertegenwoordigen de scholen bij onderhandelingen met de overheid
● ze maken leerplannen en lessentabellen op
het gesubsidieerd vrij onderwijs (GVO)
= en onderwijsnet dat wordt georganiseerd door vrije verenigingen of vzw’s (dus niet door de
overheid of gemeenten)
wat betekent dat?
● de scholen worden opgericht door private organisaties (vzw’s)
● ze krijgen wel subsidies van de overheid
● ze hebben veel vrijheid om hun eigen onderwijsvisie te bepalen
er zijn 2 grote groepen binnen het GVO:
1. confessionele scholen
dit zijn scholen die verbonden zijn aan een godsdienst, zoals:
- katholieke scholen
- protestantse scholen
- joodse scholen
- orthodoxe scholen
- islamitische scholen
, 2. methodescholen
dit zijn scholen die werken met een specifieke pedagogische methode, zoals:
- freinetscholen
- montessorischolen
- steinerscholen
koepelorganisaties → scholen binnen het vrij onderwijs werken samen in koepels die hen
ondersteunen:
● katholiek onderwijs vlaanderen (vaak “de guimardstraat” genoemd)
→ ondersteunt de katholieke scholen (veruit de grootste groep)
● overleg kleine onderwijsverstrekkers
→ voor methodescholen en andere kleinere netten
→ wat doen die koepels?
● ondersteunen scholen in hun werking
● vertegenwoordigen scholen bij de overheid
● maken afspraken en helpen bij onderwijsbeleid
● nemen een deel van de organisatie over (bv. leerplannen)
/ de onderwijsniveaus
= het vlaamse onderwijssysteem is opgedeeld in 3 niveaus, afhankelijk van de leeftijd en het type
onderwijs:
1. het basisonderwijs
2. het secundair onderwijs
3. het hoger onderwijs
het basisonderwijs
het basisonderwijs bestaat uit kleuteronderwijs en lager onderwijs
kleuteronderwijs (2,5 – 6 jaar)
● voorbereiding op de lagere school
● ontwikkeling van het kind via spel en activiteiten
● domeinen: bewegen, taal, wiskundige initiatie, wereldoriëntatie, muzische vorming
● geen punten, wel ontwikkelingsdoelen
lager onderwijs (6 – 12 jaar)
● 6 leerjaren
● bouwt verder op de kleuterschool
● vakken: nederlands, wiskunde, wereldoriëntatie, muzische vorming, vanaf 5e leerjaar ook
frans
● aandacht voor leren leren en sociale vaardigheden
● eindigt met getuigschrift basisonderwijs (als eindtermen behaald zijn)
vernieuwing (belangrijk)
● meer nadruk op brede ontwikkeling (niet alleen kennis, ook vaardigheden en welzijn)
● sterker inzetten op leren leren en sociale vaardigheden
● meer samenhang tussen vakken
/ de vlaamse onderwijsraad (VLOR)
= een officiële vlaamse adviesraad die de overheid helpt bij het uitwerken van het onderwijsbeleid
→ de raad zorgt ervoor dat verschillende betrokkenen uit het onderwijs hun mening kunnen geven
de VLOR bestaat uit verschillende raden:
● een algemene raad
● raden per onderwijsniveau: basisonderwijs, secundair onderwijs en hoger onderwijs
● een raad voor volwassenenonderwijs
in deze raden zitten vertegenwoordigers van:
● schoolbesturen uit verschillende onderwijsnetten
● directeurs en schoolverantwoordelijken
● leerkrachten en vakbonden
● leerlingen, studenten, cursisten en ouders
● centra voor leerlingenbegeleiding (clb’s)
● socio-culturele en socio-economische organisaties
belangrijkste taken
1. advies geven
= de VLOR geeft advies over onderwijsplannen en wetsvoorstellen van de overheid → hij bekijkt of
deze plannen haalbaar, wenselijk en aanvaardbaar zijn → de minister moet altijd advies vragen aan
de vlor bij nieuwe onderwijsdecreten
2. overlegplatform
→ de VLOR brengt alle onderwijsactoren samen zodat ze kunnen overleggen en standpunten
uitwisselen
3. onderzoek
→ de VLOR gebruikt bestaande onderzoeken of laat zelf studies uitvoeren door experten om
adviezen te ondersteunen
/ de onderwijsnetten
scholen in vlaanderen worden gegroepeerd in zogenaamde onderwijsnetten, dat zijn groepen
scholen die dezelfde “overkoepelende organisatie” of inrichtende macht hebben → er zijn 3
onderwijsnetten:
1. gemeenschapsonderwijs (GO!)
2. het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
3. het vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)
gemeenschapsonderwijs (GO!)
= een onderwijsnet dat wordt georganiseerd door de vlaamse gemeenschap zelf
wat betekent dat?
● de scholen zijn opgericht en beheerd door de overheid (vlaamse gemeenschap)
● ze worden ook rechtstreeks door de overheid gefinancierd
,scholen van het GO! moeten neutraal onderwijs geven. dat betekent:
● ze mogen geen voorkeur geven aan een bepaalde religie of levensbeschouwing
● ze mogen geen ideologische richting opleggen
de scholen moeten wel:
● de geloofsovertuiging van ouders en leerlingen respecteren
● rekening houden met verschillende filosofische en ideologische opvattingen
het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
= een onderwijsnet dat wordt georganiseerd door steden, gemeenten en provincies
wat betekent dat?
● de scholen worden niet rechtstreeks door de vlaamse gemeenschap beheerd, maar door
lokale besturen (gemeenten en provincies)
● ze krijgen wel subsidies van de overheid om te kunnen werken
koepelorganisaties → binnen dit net zijn er 2 grote koepels die de scholen ondersteunen:
● ovsg (onderwijssecretariaat van de steden en gemeenten)
→ ondersteunt gemeentelijke en stedelijke scholen
● pov (provinciaal onderwijs vlaanderen)
→ ondersteunt provinciale scholen
→ wat doen die koepels?
● ze helpen en ondersteunen de scholen
● ze nemen sommige taken over van de schoolbesturen
● ze vertegenwoordigen de scholen bij onderhandelingen met de overheid
● ze maken leerplannen en lessentabellen op
het gesubsidieerd vrij onderwijs (GVO)
= en onderwijsnet dat wordt georganiseerd door vrije verenigingen of vzw’s (dus niet door de
overheid of gemeenten)
wat betekent dat?
● de scholen worden opgericht door private organisaties (vzw’s)
● ze krijgen wel subsidies van de overheid
● ze hebben veel vrijheid om hun eigen onderwijsvisie te bepalen
er zijn 2 grote groepen binnen het GVO:
1. confessionele scholen
dit zijn scholen die verbonden zijn aan een godsdienst, zoals:
- katholieke scholen
- protestantse scholen
- joodse scholen
- orthodoxe scholen
- islamitische scholen
, 2. methodescholen
dit zijn scholen die werken met een specifieke pedagogische methode, zoals:
- freinetscholen
- montessorischolen
- steinerscholen
koepelorganisaties → scholen binnen het vrij onderwijs werken samen in koepels die hen
ondersteunen:
● katholiek onderwijs vlaanderen (vaak “de guimardstraat” genoemd)
→ ondersteunt de katholieke scholen (veruit de grootste groep)
● overleg kleine onderwijsverstrekkers
→ voor methodescholen en andere kleinere netten
→ wat doen die koepels?
● ondersteunen scholen in hun werking
● vertegenwoordigen scholen bij de overheid
● maken afspraken en helpen bij onderwijsbeleid
● nemen een deel van de organisatie over (bv. leerplannen)
/ de onderwijsniveaus
= het vlaamse onderwijssysteem is opgedeeld in 3 niveaus, afhankelijk van de leeftijd en het type
onderwijs:
1. het basisonderwijs
2. het secundair onderwijs
3. het hoger onderwijs
het basisonderwijs
het basisonderwijs bestaat uit kleuteronderwijs en lager onderwijs
kleuteronderwijs (2,5 – 6 jaar)
● voorbereiding op de lagere school
● ontwikkeling van het kind via spel en activiteiten
● domeinen: bewegen, taal, wiskundige initiatie, wereldoriëntatie, muzische vorming
● geen punten, wel ontwikkelingsdoelen
lager onderwijs (6 – 12 jaar)
● 6 leerjaren
● bouwt verder op de kleuterschool
● vakken: nederlands, wiskunde, wereldoriëntatie, muzische vorming, vanaf 5e leerjaar ook
frans
● aandacht voor leren leren en sociale vaardigheden
● eindigt met getuigschrift basisonderwijs (als eindtermen behaald zijn)
vernieuwing (belangrijk)
● meer nadruk op brede ontwikkeling (niet alleen kennis, ook vaardigheden en welzijn)
● sterker inzetten op leren leren en sociale vaardigheden
● meer samenhang tussen vakken