HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Een contract ontstaat pas wanneer 2 of meerdere personen tot een wilsovereenstemming komen met de
bedoeling een bindend contract te sluiten en rechtsgevolgen te doen ontstaan
Gemeen recht (verbintenissenrecht boek 5 BW) bijzonder recht oud BW
o Koop en ruil: contracten die eigendom overdragen
o Huur en bruikleen: contracten die een genot of een gebruiksrecht inhouden
Benoemde contracten: contracten die door het BW benoemd zijn
Onbenoemde contracten: contracten die geen vaste regeling hebben in het BW maar in het dagelijkse
leven wel gebruikt worden (bv.: leasing, NDA = non disclosure agreement = geheimhoudingscontract)
In de praktijk vaak gemengde contracten = afspraken die vallen onder meerdere benoemde
contracten volgt regeling van het contract dat voldoet aan de essentiële bestanddelen
BENOEMDE CONTRACTEN
Wettelijk vastgelegde constitutieve (= essentiële) bestanddelen na kwalificatie van een contract (vb.: prijs in
geld + eigendomsrecht bij koop)
Kwalificatie gebeurt in eerste instantie door partijen, (beperkte) controle door rechter mogelijk (art.
5.68 BW)
Casussen oplossen aan de hand van het Kraac principe!
1. Kwalificatie van het contract
2. Rechtsregels die van toepassing zijn
3. Analyse en Argumentatie (regels toepassen)
4. Conclusie
GEMENGDE CONTRACTEN
Toepasselijke regels: zie art. 5.67 BW verschillende mogelijkheden
1) Elk onderdeel van het contract volgt zijn eigen regels
2) Wanneer er één contract overheerst en dus als hoofdcontract beschouwd wordt, dan worden enkel de
regels van dit soort contract op het geheel toegepast
3) Sui generis = het contract is zodanig gemengd dat men er niets meer duidelijk kan uithalen de
rechter gaat eigen regels moeten ontwikkelen die rekening houden met de afspraken van de partijen
MAAR dwingend recht krijgt altijd voorrang !
ONBENOEMDE CONTRACTEN
Toepasselijke regels: contractvrijheid maar men moet rekening houden met wil van de partijen vallen onder
basisregels van het verbintenissenrecht (boek 5 BW)
,(enkel onderstaande kennen kunnen herkennen, definitie kennen)
FRANCHISING
Vb.: Panos, Mc Donalds
= commercieel samenwerkingscontract: distributiesysteem (gestroomlijnd) tussen juridisch en financieel
zelfstandige en onafhankelijke ondernemingen
Franchisenemer krijgt het recht om deel uit te maken van het distributiesysteem van de
franchisegever met de verplichting om een bedrijf te exploiteren volgens het concept van de
franchisegever
Franchisenemer krijgt het recht om gebruik te maken van de handelsnaam, merk, werkwijze en andere zaken die
industrieel en/of intellectueel eigendom zijn van de franchisegever
Tegen directe of indirecte vergoeding (vaak toetredings-/instapvergoeding of periodiek, ook extra’s
mogelijk)
Franchisenemer krijgt voortdurende commerciële en technische hulp/steun van de franchisegever
Franchisegever legt strikte voorwaarden op + geeft bijstand en diensten, zowel bij de opstartfase als
tijdens de loop van de duurovereenkomst
FACTORING
= constructie waarbij een bedrijf de schuldvorderingen dat het nog heeft overdraagt aan een
factoringmaatschappij (vorm van debiteurfinanciering) de factoringmaatschappij (vaak banken) gaat een
deel van deze schuldvorderingen uitbetalen aan het bedrijf
Dus: factuurvorderingen en evt. debiteurenrisico worden overgedragen aan een factoringmaatschappij
Tegen een factoringcommissie (% van de oorspronkelijke facturatie)
LEASING
Vb.: financiële leasing (kan ook onroerend zijn)
= overeenkomst waarbij een goed, dat op verzoek en overeenkomstig de specifieke instructies van de
leasingnemer bij een leverancier aangekocht wordt, door een lessor aan een lessee (huurder) verhuurd wordt,
met de mogelijkheid om een optie tot aankoop te lichten op het einde van de huurovereenkomst
Toepasselijke regels: algemene regels van verbintenissenrecht
LICENTIE
Vb.: komt voor elke app die je download
,= overeenkomst waarbij de titularis van een intellectueel eigendomsrecht (auteursrecht, patent, octrooi,
designrecht) aan de wederpartij, al dan niet tegen vergoeding, het genot en gebruik toestaat van alle of van
een deel van de rechten die normaal onder het monopolie van de licentiegever vallen
HOOFDSTUK 3: KOOP
Art. 1582 oud BW
= een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren (maar eigendomsrecht wordt
overgedragen bij consensus), en de andere om daarvoor een prijs te betalen, kan bij authentieke of
onderhandse akte worden aangegaan (maar moet niet per se op papier)
Kenmerken:
1. Contract onder bezwarende titel (art. 5.7 BW)
2. Wederkerig (art. 5.6 BW): men heeft beide voordelen en verplichtingen in het contract
Bij niet nakoming: enac toepassen (zie later)
Ontbinding na wanprestatie mogelijk
3. Consensueel (art. 5.5 BW): komt tot stand door loutere wilsovereenstemming (zodra men akkoord
gaat met essentiële bestanddelen)
Zie ook art. 5.18 – 5.20 BW
Art. 1599 oud BW (relatieve nietigheid in voordeel van koper): elke koper, zowel te goeder als te
kwader trouw kan de nietigheid vorderen maar enkel degene die te goeder trouw is kan een
schadevergoeding eisen bovenop de nietigheid
CONSTITUTIEVE (ESSENTIËLE) BESTANDDELEN
1. Eigendomsoverdracht van een goed
Principe: eigendomsoverdracht van rechtswege bij consensus (art. 1583 oud BW)
UITZONDERINGEN:
1) Contract (zie verder: ‘clausule van eigendomsvoorbehoud): men kan hieromtrent
afspraken maken
2) Aard van het goed (vb.: soortgoederen = goederen die je per hoeveelheid koopt gaan
pas over na specificatie)
Koopcontracten met bijzondere modaliteiten
o Koop onder opschortende voorwaarden = men heeft al een koop gesloten maar er is nog een
onzekere factor (bv.: het al dan niet krijgen van een vergunning), de koop zal pas uitgevoerd
worden wanneer men zeker is over deze voorwaarde
o Koop onder ontbindende voorwaarden = men heeft al een koop gesloten en begint deze uit
te voeren maar als de voorwaarde niet vervult wordt, wordt de koop ontbonden
Belang moment eigendomsoverdracht
o Koper krijgt rechten en plichten verbonden aan eigendomsrecht (beschikkingsrecht,
volgrecht, …)
o Samen met eigendom gaat ook risico over (= wie draagt gevolgen van overmacht), TENZIJ:
- Koop onder opschortende voorwaarde
, - Conventioneel uitstel van eigendoms- en risico-overdracht mogelijk: clausule van
eigendomsvoorbehoud
2. Geldprijs
Moet in geld zijn!
Partijen zijn in principe vrij om prijs te (laten) bepalen
(1) Prijs moet bepaald of bepaalbaar zijn (art. 1591 oud BW)
(2) Prijs moet voldoende ernstig zijn
Verkoop onroerend goed: verbod prijsbewimpeling (= een lagere prijs noteren
in het contract dan men effectief geeft of krijg om bv belastingen te ontduiken)
3. Partijen kunnen bijkomende, substantiële elementen bepalen die voor de partijen essentieel zijn DUS
zolang deze niet vervult zijn, is er ook geen koop
GELDIGHEIDSVOORWAARDEN
Art. 5.27 BW:
(1) Vrije en bewuste toestemming van elke partij (vrij van wilsgebreken)
(2) Bekwaamheid van elke partij om contracten aan te gaan
(3) Bepaalbaar en geoorloofd voorwerp
(4) Geoorloofde oorzaak
Totstandkoming koop: bij aanvaarding van een aanbod (art 5.18 BW)
Aanbod = voorstel tot contracteren (art. 5.19 BW) uitnodiging tot onderhandelen
o Bevat alle essentiële en substantiële elementen
o Kan zowel uitgaan van verkoper als van koper
o Eenzijdige rechtshandeling: bindend indien aanvaard
Aanvaarding = onvoorwaardelijk akkoord m.b.t. tot alle essentiële en substantiële elementen (art. 5.20
BW)
o Eenzijdige rechtshandeling: als dit de aanbieder bereikt dan is er een koop
o Tegenbod mogelijk = indien men aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen van
essentiële of substantiële elementen voorstelt
Dus: koop ontstaat bij kennisname van aanvaarding door aanbieder (vaak verkoper)
Aan- en verkoopopties (art. 5.25 BW: optiecontract/eenzijdige contractbelofte) = contract waarbij een partij
aan de begunstigde ervan het recht geeft te beslissen om met haar een contract te sluiten waarvan de
essentiële en substantiële bestanddelen vastliggen en voor de totstandkoming waarvan enkel nog de
toestemming van de begunstigde ontbreekt
Dus: de koop komt tot stand wanneer de begunstigde de optie licht
Door het verlenen van de optie is de optiegever onherroepelijk verbonden
De begunstigde van de optie is niet verplicht deze te lichten
Aankoopoptie (verleent door verkoper) Verkoopoptie (verleent door koper)
= call-optie = put-optie