Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
Samenvatting

Bijzondere contracten samenvatting + lesnotities (13/20 geslaagd eerste zittijd)| Rechtspraktijk | Karel de Grote | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Deze studieaantekeningen behandelen het vak Bijzondere contracten uit de Rechtspraktijk opleiding aan Karel de Grote-Hogeschool. De stof omvat de classificatie van contracten (benoemde, onbenoemde en gemengde), kwalificatie volgens het KRAAC-principe, en een gedetailleerde uitwerking van specifieke contracttypen zoals franchising, factoring, leasing, licenties en koop. De aantekeningen zijn overzichtelijk gestructureerd en bevatten praktische voorbeelden, wat ze ideaal maakt voor examenvoorbereiding en het begrijpen van contractenrecht in de praktijk.

Voorbeeld van de inhoud

BIJZONDERE CONTRACTEN

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

Een contract ontstaat pas wanneer 2 of meerdere personen tot een wilsovereenstemming komen met de
bedoeling een bindend contract te sluiten en rechtsgevolgen te doen ontstaan

 Gemeen recht (verbintenissenrecht  boek 5 BW)  bijzonder recht  oud BW
o Koop en ruil: contracten die eigendom overdragen
o Huur en bruikleen: contracten die een genot of een gebruiksrecht inhouden



Benoemde contracten: contracten die door het BW benoemd zijn
Onbenoemde contracten: contracten die geen vaste regeling hebben in het BW maar in het dagelijkse
leven wel gebruikt worden (bv.: leasing, NDA = non disclosure agreement = geheimhoudingscontract)
 In de praktijk vaak gemengde contracten = afspraken die vallen onder meerdere benoemde
contracten  volgt regeling van het contract dat voldoet aan de essentiële bestanddelen



BENOEMDE CONTRACTEN

Wettelijk vastgelegde constitutieve (= essentiële) bestanddelen na kwalificatie van een contract (vb.: prijs in
geld + eigendomsrecht bij koop)

 Kwalificatie gebeurt in eerste instantie door partijen, (beperkte) controle door rechter mogelijk (art.
5.68 BW)

Casussen oplossen aan de hand van het Kraac principe!

1. Kwalificatie van het contract
2. Rechtsregels die van toepassing zijn
3. Analyse en Argumentatie (regels toepassen)
4. Conclusie

GEMENGDE CONTRACTEN

Toepasselijke regels: zie art. 5.67 BW  verschillende mogelijkheden

1) Elk onderdeel van het contract volgt zijn eigen regels
2) Wanneer er één contract overheerst en dus als hoofdcontract beschouwd wordt, dan worden enkel de
regels van dit soort contract op het geheel toegepast
3) Sui generis = het contract is zodanig gemengd dat men er niets meer duidelijk kan uithalen  de
rechter gaat eigen regels moeten ontwikkelen die rekening houden met de afspraken van de partijen

MAAR dwingend recht krijgt altijd voorrang !

ONBENOEMDE CONTRACTEN

Toepasselijke regels: contractvrijheid maar men moet rekening houden met wil van de partijen  vallen onder
basisregels van het verbintenissenrecht (boek 5 BW)

,(enkel onderstaande kennen  kunnen herkennen, definitie kennen)


FRANCHISING
Vb.: Panos, Mc Donalds

= commercieel samenwerkingscontract: distributiesysteem (gestroomlijnd) tussen juridisch en financieel
zelfstandige en onafhankelijke ondernemingen

 Franchisenemer krijgt het recht om deel uit te maken van het distributiesysteem van de
franchisegever met de verplichting om een bedrijf te exploiteren volgens het concept van de
franchisegever
 Franchisenemer krijgt het recht om gebruik te maken van de handelsnaam, merk, werkwijze en andere zaken die
industrieel en/of intellectueel eigendom zijn van de franchisegever

 Tegen directe of indirecte vergoeding (vaak toetredings-/instapvergoeding of periodiek, ook extra’s
mogelijk)
 Franchisenemer krijgt voortdurende commerciële en technische hulp/steun van de franchisegever
 Franchisegever legt strikte voorwaarden op + geeft bijstand en diensten, zowel bij de opstartfase als
tijdens de loop van de duurovereenkomst




FACTORING
= constructie waarbij een bedrijf de schuldvorderingen dat het nog heeft overdraagt aan een
factoringmaatschappij (vorm van debiteurfinanciering)  de factoringmaatschappij (vaak banken) gaat een
deel van deze schuldvorderingen uitbetalen aan het bedrijf

Dus: factuurvorderingen en evt. debiteurenrisico worden overgedragen aan een factoringmaatschappij

 Tegen een factoringcommissie (% van de oorspronkelijke facturatie)




LEASING
Vb.: financiële leasing (kan ook onroerend zijn)

= overeenkomst waarbij een goed, dat op verzoek en overeenkomstig de specifieke instructies van de
leasingnemer bij een leverancier aangekocht wordt, door een lessor aan een lessee (huurder) verhuurd wordt,
met de mogelijkheid om een optie tot aankoop te lichten op het einde van de huurovereenkomst

Toepasselijke regels: algemene regels van verbintenissenrecht




LICENTIE
Vb.: komt voor elke app die je download

,= overeenkomst waarbij de titularis van een intellectueel eigendomsrecht (auteursrecht, patent, octrooi,
designrecht) aan de wederpartij, al dan niet tegen vergoeding, het genot en gebruik toestaat van alle of van
een deel van de rechten die normaal onder het monopolie van de licentiegever vallen




HOOFDSTUK 3: KOOP

Art. 1582 oud BW

= een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om een zaak te leveren (maar eigendomsrecht wordt
overgedragen bij consensus), en de andere om daarvoor een prijs te betalen, kan bij authentieke of
onderhandse akte worden aangegaan (maar moet niet per se op papier)

Kenmerken:

1. Contract onder bezwarende titel (art. 5.7 BW)
2. Wederkerig (art. 5.6 BW): men heeft beide voordelen en verplichtingen in het contract
 Bij niet nakoming: enac toepassen (zie later)
 Ontbinding na wanprestatie mogelijk

3. Consensueel (art. 5.5 BW): komt tot stand door loutere wilsovereenstemming (zodra men akkoord
gaat met essentiële bestanddelen)

 Zie ook art. 5.18 – 5.20 BW
 Art. 1599 oud BW (relatieve nietigheid in voordeel van koper): elke koper, zowel te goeder als te
kwader trouw kan de nietigheid vorderen maar enkel degene die te goeder trouw is kan een
schadevergoeding eisen bovenop de nietigheid


CONSTITUTIEVE (ESSENTIËLE) BESTANDDELEN
1. Eigendomsoverdracht van een goed
 Principe: eigendomsoverdracht van rechtswege bij consensus (art. 1583 oud BW)
 UITZONDERINGEN:
1) Contract (zie verder: ‘clausule van eigendomsvoorbehoud): men kan hieromtrent
afspraken maken
2) Aard van het goed (vb.: soortgoederen = goederen die je per hoeveelheid koopt  gaan
pas over na specificatie)

Koopcontracten met bijzondere modaliteiten
o Koop onder opschortende voorwaarden = men heeft al een koop gesloten maar er is nog een
onzekere factor (bv.: het al dan niet krijgen van een vergunning), de koop zal pas uitgevoerd
worden wanneer men zeker is over deze voorwaarde

o Koop onder ontbindende voorwaarden = men heeft al een koop gesloten en begint deze uit
te voeren maar als de voorwaarde niet vervult wordt, wordt de koop ontbonden

Belang moment eigendomsoverdracht
o Koper krijgt rechten en plichten verbonden aan eigendomsrecht (beschikkingsrecht,
volgrecht, …)
o Samen met eigendom gaat ook risico over (= wie draagt gevolgen van overmacht), TENZIJ:
- Koop onder opschortende voorwaarde

, - Conventioneel uitstel van eigendoms- en risico-overdracht mogelijk: clausule van
eigendomsvoorbehoud

2. Geldprijs
 Moet in geld zijn!
 Partijen zijn in principe vrij om prijs te (laten) bepalen
(1) Prijs moet bepaald of bepaalbaar zijn (art. 1591 oud BW)
(2) Prijs moet voldoende ernstig zijn
 Verkoop onroerend goed: verbod prijsbewimpeling (= een lagere prijs noteren
in het contract dan men effectief geeft of krijg om bv belastingen te ontduiken)



3. Partijen kunnen bijkomende, substantiële elementen bepalen die voor de partijen essentieel zijn DUS
zolang deze niet vervult zijn, is er ook geen koop



GELDIGHEIDSVOORWAARDEN
Art. 5.27 BW:

(1) Vrije en bewuste toestemming van elke partij (vrij van wilsgebreken)
(2) Bekwaamheid van elke partij om contracten aan te gaan
(3) Bepaalbaar en geoorloofd voorwerp
(4) Geoorloofde oorzaak

Totstandkoming koop: bij aanvaarding van een aanbod (art 5.18 BW)

 Aanbod = voorstel tot contracteren (art. 5.19 BW)  uitnodiging tot onderhandelen
o Bevat alle essentiële en substantiële elementen
o Kan zowel uitgaan van verkoper als van koper
o Eenzijdige rechtshandeling: bindend indien aanvaard

 Aanvaarding = onvoorwaardelijk akkoord m.b.t. tot alle essentiële en substantiële elementen (art. 5.20
BW)
o Eenzijdige rechtshandeling: als dit de aanbieder bereikt dan is er een koop
o Tegenbod mogelijk = indien men aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen van
essentiële of substantiële elementen voorstelt

 Dus: koop ontstaat bij kennisname van aanvaarding door aanbieder (vaak verkoper)


Aan- en verkoopopties (art. 5.25 BW: optiecontract/eenzijdige contractbelofte) = contract waarbij een partij
aan de begunstigde ervan het recht geeft te beslissen om met haar een contract te sluiten waarvan de
essentiële en substantiële bestanddelen vastliggen en voor de totstandkoming waarvan enkel nog de
toestemming van de begunstigde ontbreekt

 Dus: de koop komt tot stand wanneer de begunstigde de optie licht
 Door het verlenen van de optie is de optiegever onherroepelijk verbonden
 De begunstigde van de optie is niet verplicht deze te lichten

Aankoopoptie (verleent door verkoper) Verkoopoptie (verleent door koper)
= call-optie = put-optie

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1: Inleiding 1
    1. Benoemde contracten 1
    2. Gemengde contracten 1
    3. Onbenoemde contracten 1
  2. 02 Hoofdstuk 3: Koop 3
    1. Constitutieve (essentiële) bestanddelen 3
    2. Geldigheidsvoorwaarden 4
    3. Vormvereisten en enkele specifieke soorten koopovereenkomsten 5
    4. Verplichtingen van de verkoper (art. 1602 – 1649octies oud BW) 6
    5. Verplichtingen van de koper 11
    6. Specifieke beëindigingsmogelijkheden 12
    7. Enkele specifieke koopovereenkomsten 13
    8. Productaansprakelijkheid (art. 6.41 e.v. oud BW) 16
  3. 03 Hoofdstuk 5: aanneming 16
    1. Verschillende wijzen van prijsbepaling 17
    2. Verplichtingen van de aannemer 17
    3. Verplichtingen van de opdrachtgever 17
    4. levering, oplevering en risico 17
    5. Onderaanneming 18
    6. Aansprakelijkheidsvorderingen 18
    7. Einde van de aannemingsovereenkomst 20
  4. 04 Hoofdstuk 7: Bewaargeving en sekwester 21
    1. Eigenlijke bewaargeving (art. 1915 – 1954 oud BW) 21
    2. Sekwester 23
  5. 05 Hoofdstuk 8: kanscontracten 23
  6. 06 Hoofdstuk 9: lastgeving art. 1984 oud BW 24
  7. 07 Hoofdstuk 10: dading art. 2044 oud bw 26
    1. Geldigheidsvereisten en omvang 26
  8. 08 Hoofdstuk 4: huur 27
    1. Gemeen huurrecht 27
    2. Woninghuur 34
    3. Studentenhuur 39
    4. Handelshuur 40
  9. 09 Hoofdstuk 6: Lening 40
    1. 1. Bruiklening (= commodaat) (art. 1875 – 1891 oud BW) 40
    2. 2. Verbruiklening (art. 1892 – 1904 oud BW) 41

Documentinformatie

Geüpload op
28 april 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
20 uur geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen