I. BASISPRINCIPES VH GRONDWETTELIJK RECHT
1. Federalisme
= ‘unitaire staat’; staat waarvan alle gezag uitgaat van 1 centrale machtscentrum, nl. de OH !
Eenheidsstaat 1830-1870
MAAR: praktijk: verzachtingen (nl: 2)
= admin beheersvorm, verdeling van taken binnen 2 gecentraliseerde dienst!
(1) Geen aparte rechtspersonen (deel van rechtspersoon vd centrale OH)
Deconcentratie (2) Hiërarchisch toezicht (hogere OH wijst bev toe aan organen)
(a) INTERN → bev toewijzen aan orgaan vh centraal bestuur
(b) EXTERN → bev toewijzen aan orgaan buiten centraal bestuur
= gezagssplitsing;
- Territoriale / politieke decentralisatie = algem omschreven bev en voor bep grondgebieden (vb:
gemeenten en provincies)
- Functionele / dienstgewijze decentralisatie = specifieke omschreven bev en OHdienst organieke
Decentralisatie
autonomie en zelfstandig beslissingsbev (vb: parastatalen en instellingen van openbaar nut) en
steunt niet op politieke vertegenwoordiging!
(1) Aparte rechtspersonen
(2) Administratief toezicht
= ‘bondsstaat’; staat waarin de bev verdeeld zijn tss 2 onderscheiden, autonome, nevengeschikte
rechtsordeningen, nl. de federatie en de deelstaten!
⇒ 3 WETTEN:
Federale staat 1870 - …
1. de AUTONOMIE vd deelstaten
2. de PARTICIPATIE vd deelstaten
3. de COÖPERATIE vd deelstaten
Autonomie DS = self-rule
, - Afzonderlijke rechtsordening → fed - DS
- Eigen bevoegdheden:
- Residuaire bev
- Verticaal: FED OH
- Horizontaal: WM
- Concurrerende bev
- integrale (DS handelen zolang fed nog niet is opgetreden; vb: belastingen)
- of beperkte (fed: basisregels → DS: aanvullen, toezicht)
- Exclusieve bev (normen DS en fed hebben gelijke rechtskracht; nagaan → bev.verdeling)
- GW-tigheidstoetsing
- Diffuus (USA, common law)
- Centraal (BE, Kelseniaans model)
- Financiering (eigen financiële middelen)
- Eigen organen/ zelfst. rechtspersonen
= shared-rule
- Tweekamerstelsel → gelijke bev voor herziening GW + totstandkoming fed wetten mbt statuut
Participatie DS DS
- Kamer VV
- Senaat
= toegevoegd door modern federalisme !! (duaal federalisme → oligarchisch federalisme; wederzijdse
beïnvloeding en onvermijdbare interdependentie, onmogelijk volmaakte scheiding…)
Coöperatie DS - Toenemende samenwerking
- Horizontaal: DS + DS
- Verticaal: fed + DS
= ‘statenbond’; verdrag
Confederatie - Klassieke stelling
- Moderne stelling
, 2. Parlementaire monarchie
→ Staatshoofd = koning
- erfelijk
- onschendbaar (art 88 GW)
- politiek onverantwoordelijk (art 88 GW) → ministers (door koning benoemd (art 96 GW)) zijn
verantwoordelijk voor hem tegenover fed parl (art 106 GW)
→ Samenwerking der machten
art 88 GW
- Regering (UM) is verantwoording verschuldigd aan het parlement (WM)
Parlementaire monarchie (art 96 GW)
- UM = ‘koning’ = federale regering !!
(art 106 GW)
- want: ‘koning’ geen feitelijke macht DUS fed reg oefent die bev altijd uit!
- want: koning ≠ democratische legitimiteit (niet verkozen) en dus alles moet
medeondertekend worden door minister die verantwoording verschuldigd is tav
parl (= WM)
- in BE kan regering meestal rekenen op steun vh parl (meerderheid)
(minderheidsregering ≠ succesvol/ = beperkt)
→ President = verkozen
- meer macht + democratische legitimiteit
Presidentieel stelsel - kan zelf regering samenstellen
- regering is verantwoording verschuldigd aan de president (niet ah parl)
- MAAR heeft wel goedkeuring vh parl nodig (soms)
3. Nationale soevereiniteit
1) Montesquieu → Scheiding der machten
Filosofische invloeden (Frans
2) Rousseau → Volkssoevereiniteit
publiekrecht)
3) Sieyès → Nationale soevereiniteit
= leer vd trias politica; in zijn werk “De l’Esprit des Lois” besprak hij de ongeschreven Engelse GW als vb !
Montesquieu: Scheiding der niet in GW
→ Macht verdelen onder versch instellingen/machten, die elkaar zo in evenwicht kunnen houden en
machten evt: art 33 GW
controleren (checks and balances; dus niet absoluut; interdependentie); zo minder kans op
, machtsmisbruik!
(in zijn werk: “Du Contrat Social”)
= alle macht ligt bij het volk; macht niet verdelen want het volk is de macht! (“la volonté générale”)
→ volk = collectieve soeverein en afgevaardigden = lasthebbers vh volk (altijd goedkeuring volk nodig)
Rousseau: Volkssoevereiniteit / Soeverein =
- absoluut
- onvervreemdbaar
- ondeelbaar
= grondslag BE GW !!
→ alle macht ligt bij de natie en wordt in GW verdeeld (en uitgeoefend op de wijze die in de GW staat)
- NATIE = ruimer, abstract begrip dan ‘het volk’, nl. de vorige + huidige + toekomstige generaties!
- Volksvertegenwoordigers vd NATIE
- Geen imperatief mandaat …
Sieyès: Nationale soevereiniteit evt: art 33 GW Nat. soevereiniteit =
- exclusief
- onvervreemdbaar
- ondeelbaar
ART 33 GW
= Scheiding der machten + Nationale soevereiniteit !!
4. Scheiding der machten
= samenwerking der machten (vb: koning = kleine rol in RM; koning = UM → UM is deel vd WM!!)
= wederzijdse controle (vb: art 159 GW = exceptie van onwettigheid !!)
= (ongeschr) algemeen rechtsbeginsel
Scheiding der machten
→ ligt aan de grondslag van meerdere GW-bepalingen;
→ wel onrechtstreeks afleiden uit GW en wordt dus vooral beschouwd als algem rechtsbeginsel
→ HvC heeft het al eens omschreven…
5. Wettigheidsbeginsel