FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
RELATIEVERMOGENSRECHT
Vermogen à tussen de partners onderling <> tegenover derden
- Tijdens de relatie
- Bij de beëindiging
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Het huwelijk à heeft gevolgen voor de echtgenoten
- Primaire gevolgen: art. 212 – 224 OBW
• = primair huwelijksstelsel
• Bevat persoonlijke maar ook vermogensrechtelijke bepalingen
• Dwingend recht: geldt onverkort voor élk huwelijk
- Secundaire gevolgen: Boek 2, titel 3 BW: art. 2.3.1 – 2.3.88 BW
• = secundair huwelijksstelsel
• Bevat enkel vermogensrechtelijke regels
• Aanvullend recht: vrije keuze van de echtgenoten
,PRIMAIR HUWELIJKSSTELSEL:
Basisbeginselen: minimum minimorum
- Rechten:
• Autonomie van de echtgenoten
• Gelijkheid tussen de echtgenoten
- Plichten:
• Solidariteit
• Gezinsbelang
Aard van de bepalingen:
- Zuiver persoonlijke bepalingen
- Gemengde bepalingen
- Vermogensrechtelijke bepalingen
Persoonlijke gevolgen: art. 213 OBW
- Plicht tot samenwonen
• Gezamenlijk verblijf houden
• Levensgemeenschap
• Geslachtsverkeer
- Plicht tot getrouwheid
- Plicht tot bijstand
• Eerbied
• Affectie
• Morele hulp
Vermogensrechtelijke gevolgen: art. 214-222 OBW
- Handelingsbekwaamheid
- Eigen beroep, eigen inkomsten, eigen bankzaken, eigen woonplaats
- Aantal onbekwaamheden
- Plicht hulp en bijdrage (materieel)
- Bescherming gezinswoning
- Hoofdelijke aansprakelijkheid huishoudelijke schulden
à Van dwingend recht
à Wederkerig op grond van de wet
- Dus! Geen toepassing mogelijk op basis van: exceptio non adempleti contractus
- Handhaving: EG die in gebreke blijft kan gedwongen worden
Toepassingsgebied:
- Alle gehuwden, ongeacht keuze secundair stelsel
- Niet: samenwonenden, verloofden
- Voor de gehele duur van het huwelijk
• NIET: na echtscheiding
• WEL: tijdens procedure echtscheiding
• WEL: bij feitelijke scheiding
,Krachtlijnen primair huwelijksstelsel
- Gelijkheid van de echtgenoten
• Iedere EG dezelfde rechten en plichten
• Handelingsbekwaamheid: door het huwelijk wordt een EG NIET handelingsonbekwaam
§ Soms wel handelingsonbevoegdheid (bestuursbevoegdheden vermogen)
- Behoud van de autonomie van iedere EG
• Vrijheid van beroepsuitoefening
• Inning en besteding van de inkomsten à Art. 217 OBW: ‘Bij voorrang aan de lasten van
het huwelijk’, …
• Opening van een bankrekening/kluis
- Minimale solidariteit tussen echtgenoten en bescherming gezinsbelang
• Hulp- en bijdrage verplichting: art. 213 OBW
§ Hulpplicht: delen van de levensstandaard = wanneer de ene vermogender is dan
de andere, rijkdom moet gedeeld worden met elkaar (à niet bij samenwoners!)
§ Bijdrage in lasten van het huwelijk: art. 221, eerste lid OBW
• Hoe en hoeveel bijdragen?
o Kan zowel geldelijk als in natura; naar evenwicht van het
vermogen
• Wat zijn de lasten van het huwelijk?
o Alle kosten van het gezin, uitzonderlijke kosten voor persoonlijk
onderhoud à ruime interpretatie
§ Bestedingsvolgorde inkomsten
§ Handhaving: art. 221, tweede lid OBW – machtiging bekomen bij de
familierechtbank – toelating om zelf de inkomsten te ontvangen (geen toelating
tot de rekening van uw echtgenoot)
• Bescherming gezinswoning: art. 215 OBW
§ Gezinswoning: de woning die het gezin als voornaamste woning dient + huisraad
(alles van meubels, decoratie… om tot woning te dienen)
§ Draagwijdte: tussen echtgenoten (niet ten opzichte van derden)
§ Beschermingstechniek
• Beide of een van de echtgenoten is eigenaar à art. 215, §1 OBW:
instemming van de andere EG vereist
(‘om niet onder de levenden beschikking’ = schenking) à geen enkele
actie ondernemen waarbij de woning niet meer tot gezinswoning zal
blijven gelden (of dit risico bestaat). Bv. Alle zakelijke rechten –
vruchtgebruik, verhuren, verkoop, hypotheek…
Juridisch gezien is er een verschil tussen instemming en toestemming:
bij instemming word je als EG geen contractpartij, enkel instemming
vereist onderling tussen beiden EG.
(Laatste lid = wanneer je deze instemming niet krijgt zonder gewichtige
reden kan je u laten machtigen door de familierechtbank)
• Echtgenoot is huurder à art. 215, §2 OBW: aan beide EG
betekend/gezonden worden of van beide EG gezamenlijk uitgaan.
• Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden en schulden van de opvoeding van de
kinderen: art. 222 OBW
§ Ten behoeve van de huishouding: ruime interpretatie à er moet sprake zijn van
een gezamenlijke huishouding
§ Buitensporig?
, SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Regeling met betrekking tot de goederen van de EG’n over:
- Wie is de eigenaar van welke goederen
- Beheer en beschikking over die goederen
- Hoe de goederen worden verdeeld bij ontbinding
Wettelijk huwelijksvermogensstelsel (wettelijk stelsel) = modelsysteem (aanvullend recht) – suggesties
die in de wet staan, je moet deze opnemen/kiezen in je huwelijkscontract als je deze wilt toepassen.
Conventioneel huwelijksvermogensstelsel: afwijking van modelsysteem via huwelijksovereenkomst – via
notariële akte)
WETTELIJK STELSEL
- Aanvullend recht: wanneer wettelijk stelsel van toepassing?
• Geen H-OK à toepassing van rechtswege
• Wel H-OK à toepassing op aspecten die niet geregeld zijn in het H-OK
- Aanwezigheid van 3 patrimonia (EG1 – gemeenschappelijk – EG2)
• Wet schrijft voor welke goederen tot welk vermogen behoren
• “Scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten”
- Gelijkheid tussen EG’n inzake beheer van de patrimonia
STATUUT VAN DE GOEDEREN/SCHULDEN
- Tot welk vermogen behoren de goederen/schulden van de gehuwden?
• BW – hoofdstuk 3. Wettelijk stelsel – afdeling 1: Eigen vermogen en gemeenschappelijk
vermogen
• De residuaire gemeenschapskwalificatie als uitgangspunt: art. 2.3.22 §3 BW & art. 2.3.25
§2 BW
§ Alles wat je niet kan aantonen op basis van een artikel als eigen zal als
gemeenschappelijk worden gezien.
§ Vermoeden van gemeenschappelijkheid: een goed of schuld behoort tot het GV,
tenzij een EG of derde op grond van een wetsbepaling kan aantonen dat het goed
of de schuld eigen is aan één van de EG’n
• De baten
§ Twee basiscriteria
• Baten van het eigen vermogen
o Goederen eigen door hun oorsprong: art. 2.3.17 BW
§ Voorhuwelijkse goederen
• RG/OG – rechten, schuldvorderingen
RELATIEVERMOGENSRECHT
Vermogen à tussen de partners onderling <> tegenover derden
- Tijdens de relatie
- Bij de beëindiging
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Het huwelijk à heeft gevolgen voor de echtgenoten
- Primaire gevolgen: art. 212 – 224 OBW
• = primair huwelijksstelsel
• Bevat persoonlijke maar ook vermogensrechtelijke bepalingen
• Dwingend recht: geldt onverkort voor élk huwelijk
- Secundaire gevolgen: Boek 2, titel 3 BW: art. 2.3.1 – 2.3.88 BW
• = secundair huwelijksstelsel
• Bevat enkel vermogensrechtelijke regels
• Aanvullend recht: vrije keuze van de echtgenoten
,PRIMAIR HUWELIJKSSTELSEL:
Basisbeginselen: minimum minimorum
- Rechten:
• Autonomie van de echtgenoten
• Gelijkheid tussen de echtgenoten
- Plichten:
• Solidariteit
• Gezinsbelang
Aard van de bepalingen:
- Zuiver persoonlijke bepalingen
- Gemengde bepalingen
- Vermogensrechtelijke bepalingen
Persoonlijke gevolgen: art. 213 OBW
- Plicht tot samenwonen
• Gezamenlijk verblijf houden
• Levensgemeenschap
• Geslachtsverkeer
- Plicht tot getrouwheid
- Plicht tot bijstand
• Eerbied
• Affectie
• Morele hulp
Vermogensrechtelijke gevolgen: art. 214-222 OBW
- Handelingsbekwaamheid
- Eigen beroep, eigen inkomsten, eigen bankzaken, eigen woonplaats
- Aantal onbekwaamheden
- Plicht hulp en bijdrage (materieel)
- Bescherming gezinswoning
- Hoofdelijke aansprakelijkheid huishoudelijke schulden
à Van dwingend recht
à Wederkerig op grond van de wet
- Dus! Geen toepassing mogelijk op basis van: exceptio non adempleti contractus
- Handhaving: EG die in gebreke blijft kan gedwongen worden
Toepassingsgebied:
- Alle gehuwden, ongeacht keuze secundair stelsel
- Niet: samenwonenden, verloofden
- Voor de gehele duur van het huwelijk
• NIET: na echtscheiding
• WEL: tijdens procedure echtscheiding
• WEL: bij feitelijke scheiding
,Krachtlijnen primair huwelijksstelsel
- Gelijkheid van de echtgenoten
• Iedere EG dezelfde rechten en plichten
• Handelingsbekwaamheid: door het huwelijk wordt een EG NIET handelingsonbekwaam
§ Soms wel handelingsonbevoegdheid (bestuursbevoegdheden vermogen)
- Behoud van de autonomie van iedere EG
• Vrijheid van beroepsuitoefening
• Inning en besteding van de inkomsten à Art. 217 OBW: ‘Bij voorrang aan de lasten van
het huwelijk’, …
• Opening van een bankrekening/kluis
- Minimale solidariteit tussen echtgenoten en bescherming gezinsbelang
• Hulp- en bijdrage verplichting: art. 213 OBW
§ Hulpplicht: delen van de levensstandaard = wanneer de ene vermogender is dan
de andere, rijkdom moet gedeeld worden met elkaar (à niet bij samenwoners!)
§ Bijdrage in lasten van het huwelijk: art. 221, eerste lid OBW
• Hoe en hoeveel bijdragen?
o Kan zowel geldelijk als in natura; naar evenwicht van het
vermogen
• Wat zijn de lasten van het huwelijk?
o Alle kosten van het gezin, uitzonderlijke kosten voor persoonlijk
onderhoud à ruime interpretatie
§ Bestedingsvolgorde inkomsten
§ Handhaving: art. 221, tweede lid OBW – machtiging bekomen bij de
familierechtbank – toelating om zelf de inkomsten te ontvangen (geen toelating
tot de rekening van uw echtgenoot)
• Bescherming gezinswoning: art. 215 OBW
§ Gezinswoning: de woning die het gezin als voornaamste woning dient + huisraad
(alles van meubels, decoratie… om tot woning te dienen)
§ Draagwijdte: tussen echtgenoten (niet ten opzichte van derden)
§ Beschermingstechniek
• Beide of een van de echtgenoten is eigenaar à art. 215, §1 OBW:
instemming van de andere EG vereist
(‘om niet onder de levenden beschikking’ = schenking) à geen enkele
actie ondernemen waarbij de woning niet meer tot gezinswoning zal
blijven gelden (of dit risico bestaat). Bv. Alle zakelijke rechten –
vruchtgebruik, verhuren, verkoop, hypotheek…
Juridisch gezien is er een verschil tussen instemming en toestemming:
bij instemming word je als EG geen contractpartij, enkel instemming
vereist onderling tussen beiden EG.
(Laatste lid = wanneer je deze instemming niet krijgt zonder gewichtige
reden kan je u laten machtigen door de familierechtbank)
• Echtgenoot is huurder à art. 215, §2 OBW: aan beide EG
betekend/gezonden worden of van beide EG gezamenlijk uitgaan.
• Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden en schulden van de opvoeding van de
kinderen: art. 222 OBW
§ Ten behoeve van de huishouding: ruime interpretatie à er moet sprake zijn van
een gezamenlijke huishouding
§ Buitensporig?
, SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Regeling met betrekking tot de goederen van de EG’n over:
- Wie is de eigenaar van welke goederen
- Beheer en beschikking over die goederen
- Hoe de goederen worden verdeeld bij ontbinding
Wettelijk huwelijksvermogensstelsel (wettelijk stelsel) = modelsysteem (aanvullend recht) – suggesties
die in de wet staan, je moet deze opnemen/kiezen in je huwelijkscontract als je deze wilt toepassen.
Conventioneel huwelijksvermogensstelsel: afwijking van modelsysteem via huwelijksovereenkomst – via
notariële akte)
WETTELIJK STELSEL
- Aanvullend recht: wanneer wettelijk stelsel van toepassing?
• Geen H-OK à toepassing van rechtswege
• Wel H-OK à toepassing op aspecten die niet geregeld zijn in het H-OK
- Aanwezigheid van 3 patrimonia (EG1 – gemeenschappelijk – EG2)
• Wet schrijft voor welke goederen tot welk vermogen behoren
• “Scheiding van goederen en gemeenschap van aanwinsten”
- Gelijkheid tussen EG’n inzake beheer van de patrimonia
STATUUT VAN DE GOEDEREN/SCHULDEN
- Tot welk vermogen behoren de goederen/schulden van de gehuwden?
• BW – hoofdstuk 3. Wettelijk stelsel – afdeling 1: Eigen vermogen en gemeenschappelijk
vermogen
• De residuaire gemeenschapskwalificatie als uitgangspunt: art. 2.3.22 §3 BW & art. 2.3.25
§2 BW
§ Alles wat je niet kan aantonen op basis van een artikel als eigen zal als
gemeenschappelijk worden gezien.
§ Vermoeden van gemeenschappelijkheid: een goed of schuld behoort tot het GV,
tenzij een EG of derde op grond van een wetsbepaling kan aantonen dat het goed
of de schuld eigen is aan één van de EG’n
• De baten
§ Twee basiscriteria
• Baten van het eigen vermogen
o Goederen eigen door hun oorsprong: art. 2.3.17 BW
§ Voorhuwelijkse goederen
• RG/OG – rechten, schuldvorderingen