Historische teksten Nederlands –
vertalingen en extra informatie
Schepenbrief van Bochoute
Extra notities:
Bunder: oppervlaktemaat
Rode: lengtemaat
Halster: eenheid
Mudde: eenheid
Penningen: eenheid van waarde
Vertaling
De schepenen van Bochoute groeten iedereen die deze brieven zullen
lezen in naam van onze heer. Ze maken bekend aan degene die nu zijn en
zullen zijn en in vooral aan de schepenen van Velzeke dat de heer
Boudewijn Molenijzer van Dallen verkocht aan de heer Hendrik van
De Putte en poorter van Gent twee en een halve bunder van land
gemeten met de roede van 20 voeten. Dat land ligt tussen de Gentweg en
zijn huis op het even welk stuk dat Hendrik wil kiezen. Dat land verkocht
hij bij volle wet voor de Meier en de schepenen. Hij heeft beloofd om dat
land vrij te maken van alle aanspraken tegen al diegene die naar de
rechtbank willen komen met een halster zwarte haver en negen penningen
per bunder, zonder de kerkelijke tienden. Dat zelfde land dat hier
genoemd is, dat heeft hij aan Boudewijn Molenijzer wedergegeven in
erfpacht om 1 mud tarwe en om twee kapoenen per jaar. Hij moet de
tarwe leveren binnen de vier poorten van Gent waar de heer Hendrik het
wil en binnen twee penningen de beste moet zijn, met de maat van Gent.
Deze tarwe moet hij betalen tussen de mis van Allerheiligen en Kerstmis.
Als hij hier in gebreke blijft, dan zal heer Hendrik het land in beslag nemen
en hield het als zijn eigendom. Deze rente die over dit land gaat, die moet
de heer Boudewijn en zijn nakomelingen betalen of om het even wie dat
land in gebruik houdt van de heer Hendrik, zodat de heer Hendrik, noch
zijn nakomelingen geen schade hebben. We hebben zelf geen zegel.
Schepenen van Velzeke, onder wiens autoriteit we staan, omdat wij het
voor hem bekend maken, hebben zijn ons hun zegel geleend, maar zij
doen er verder niet meer toe. Deze voorwaarde was gemaakt in 1249 in
mei.
, Statuten leprozerie Gent
Extra notities
Lepralijders werden beschouwd als gestraften door God. Toch werden ze
ook ‘Gods lieve zieken’ genoemd omdat ze onderworpen werden aan deze
beproeving. Zo komen zij ook in de hemel en niet in de hel dubbele
benoeming voor de zieken
Vertaling
Eerste moest de keurmeester advies geven aan de schepenbank, die dan
op hun beurt een vonnis velden of de persoon al dan niet ziek was en in
het huis mocht gaan
Hebben ze kinderen en een vrouw, laten ze 2/3 thuis, hebben ze enkel een
vrouw dan laten ze de helft thuis.
Er wordt niet gezegd over de vrouw!
Op het einde voegt mens iets toe om misbruik te vermijden
Leefregel 4: De leefregel over het ontvangen van de melaatsen.
Alle poorters en de kinderen of vrouw van poorters die met de ziekte van
Lazarus besmet zijn, mogen intreden in dit huis op gebod van de
schepenen met hun kostgeld die uit de oude tijd ongeveer 65 Vlaamse
munten waard moet zijn. Daarnaast mogen ze de benodigdheden die ze
nodig hebben en hun kleren volgens de gewoonte van het huis die goed is,
meebrengen. Ook moeten degene die besmet zijn, als ze een vrouw en
kinderen hebben, bij gezworen eed een derde deel van alle goederen die
zij hebben, met hen meebrengen. Hebben zij een vrouw en geen kinderen,
dan zullen zij de helft meebrengen. Als het zo is dat ze geen vrouw of
kinderen hebben, dan moeten ze alles met zich meebrengen te goeder
trouw. Al dit mag men nochtans nuanceren volgens dat de schepenen het
goed dunkt.
…..
Maar als men een mens ontvangen heeft als een zieke die sindsdien
gezond bevonden werd, die zal men niet ontvangen in het gezelschap van
de gezonden, zodat niemand met kwade bedoelingen een tijdje zichzelf als
ziek voordoet in de hoop dat hij achteraf ontvangen mag worden onder de
gezonden.
vertalingen en extra informatie
Schepenbrief van Bochoute
Extra notities:
Bunder: oppervlaktemaat
Rode: lengtemaat
Halster: eenheid
Mudde: eenheid
Penningen: eenheid van waarde
Vertaling
De schepenen van Bochoute groeten iedereen die deze brieven zullen
lezen in naam van onze heer. Ze maken bekend aan degene die nu zijn en
zullen zijn en in vooral aan de schepenen van Velzeke dat de heer
Boudewijn Molenijzer van Dallen verkocht aan de heer Hendrik van
De Putte en poorter van Gent twee en een halve bunder van land
gemeten met de roede van 20 voeten. Dat land ligt tussen de Gentweg en
zijn huis op het even welk stuk dat Hendrik wil kiezen. Dat land verkocht
hij bij volle wet voor de Meier en de schepenen. Hij heeft beloofd om dat
land vrij te maken van alle aanspraken tegen al diegene die naar de
rechtbank willen komen met een halster zwarte haver en negen penningen
per bunder, zonder de kerkelijke tienden. Dat zelfde land dat hier
genoemd is, dat heeft hij aan Boudewijn Molenijzer wedergegeven in
erfpacht om 1 mud tarwe en om twee kapoenen per jaar. Hij moet de
tarwe leveren binnen de vier poorten van Gent waar de heer Hendrik het
wil en binnen twee penningen de beste moet zijn, met de maat van Gent.
Deze tarwe moet hij betalen tussen de mis van Allerheiligen en Kerstmis.
Als hij hier in gebreke blijft, dan zal heer Hendrik het land in beslag nemen
en hield het als zijn eigendom. Deze rente die over dit land gaat, die moet
de heer Boudewijn en zijn nakomelingen betalen of om het even wie dat
land in gebruik houdt van de heer Hendrik, zodat de heer Hendrik, noch
zijn nakomelingen geen schade hebben. We hebben zelf geen zegel.
Schepenen van Velzeke, onder wiens autoriteit we staan, omdat wij het
voor hem bekend maken, hebben zijn ons hun zegel geleend, maar zij
doen er verder niet meer toe. Deze voorwaarde was gemaakt in 1249 in
mei.
, Statuten leprozerie Gent
Extra notities
Lepralijders werden beschouwd als gestraften door God. Toch werden ze
ook ‘Gods lieve zieken’ genoemd omdat ze onderworpen werden aan deze
beproeving. Zo komen zij ook in de hemel en niet in de hel dubbele
benoeming voor de zieken
Vertaling
Eerste moest de keurmeester advies geven aan de schepenbank, die dan
op hun beurt een vonnis velden of de persoon al dan niet ziek was en in
het huis mocht gaan
Hebben ze kinderen en een vrouw, laten ze 2/3 thuis, hebben ze enkel een
vrouw dan laten ze de helft thuis.
Er wordt niet gezegd over de vrouw!
Op het einde voegt mens iets toe om misbruik te vermijden
Leefregel 4: De leefregel over het ontvangen van de melaatsen.
Alle poorters en de kinderen of vrouw van poorters die met de ziekte van
Lazarus besmet zijn, mogen intreden in dit huis op gebod van de
schepenen met hun kostgeld die uit de oude tijd ongeveer 65 Vlaamse
munten waard moet zijn. Daarnaast mogen ze de benodigdheden die ze
nodig hebben en hun kleren volgens de gewoonte van het huis die goed is,
meebrengen. Ook moeten degene die besmet zijn, als ze een vrouw en
kinderen hebben, bij gezworen eed een derde deel van alle goederen die
zij hebben, met hen meebrengen. Hebben zij een vrouw en geen kinderen,
dan zullen zij de helft meebrengen. Als het zo is dat ze geen vrouw of
kinderen hebben, dan moeten ze alles met zich meebrengen te goeder
trouw. Al dit mag men nochtans nuanceren volgens dat de schepenen het
goed dunkt.
…..
Maar als men een mens ontvangen heeft als een zieke die sindsdien
gezond bevonden werd, die zal men niet ontvangen in het gezelschap van
de gezonden, zodat niemand met kwade bedoelingen een tijdje zichzelf als
ziek voordoet in de hoop dat hij achteraf ontvangen mag worden onder de
gezonden.