Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 1 van de 4 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Hoofdstuk 3- Embryologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 1 van de 4 pagina's

2e jaar Ba BIO aan UA

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 3: Fertilisatie en vroege ontwikkeling


Fertilisatie
Fertilisatie = de cruciale gebeurtenis waarbij een zaadcel en een eicel samensmelten, wat de start
markeert van de embryonale ontwikkeling. Het vindt meestal plaats in het distale deel van de eileider .
Spermatozoa navigeren naar de eicel door middel van positieve rheotaxis, tegen de stroom in,
geholpen door fimbria -bewegingen en trilhaarbewegingen.Bij zeeëgels, die als modelorganisme
worden gebruikt om fertilisatie te bestuderen, zijn er mechanismen om polyspermie te voorkomen,
waarbij meerdere zaadcellen de eicel zouden bevruchten. Deze mechanismen omvatten een snelle
maar tijdelijke depolarisatie van het eicelmembraan en een tragere vorming van een verharde vitelline
membraan in de perivitelline ruimte. Na succesvolle bevruchting en innesteling in het
baarmoederslijmvlies produceert de trofoblast , de buitenste laag van het embryo, humaan
choriongonadotropine (hCG) . hCG is essentieel voor het behoud van het corpus luteum gedurende
de eerste 7 -8 weken van de zwangerschap. Het corpus luteum produceert progesteron, dat
noodzakelijk is voor de ondersteuning van het endometrium en de ontwikkeling van het embryo. Na
deze periode neemt de placenta de progesteronproductie over. Buitenbaarmoederlijke
zwangerschap treedt op wanneer het embryo zich buiten de baarmoeder implanteert. Dit is niet
levensvatbaar en kan leiden tot cystevorming.




KLieving
Klieving is de volgende fase na bevruchting, gekenmerkt door snelle en repetitieve celdelingen
zonder toename van het totale volume. Deze delingen produceren een toenemend aantal kleinere
cellen, blastomeren genoemd . De aard van de klieving wordt beïnvloed door twee belangrijke
factoren:
1. Eitype: De hoeveelheid en verdeling van dooier in de eicel hebben een grote invloed op het
klievingspatroon.
2. Fylogenie: Genetische factoren, die de evolutionaire geschiedenis weerspiegelen, bepalen
ook de klievingspatronen die kenmerkend zijn voor verschillende diergroepen

Vroege klievingdelingen verlopen meestal langs de longitudinale as (animaal -vegetatief) en vervolgens
transversaal, al dan niet in het midden. Er zijn 2 belangrijke klievingspatronen:
1. Radiaalklieving : De mitotische spoel staat longitudinaal, wat resulteert in een symmetrische
rangschikking van blastomeren.
2. Spiraalklieving : De mitotische spoel staat schuin, wat leidt tot een spiraalvormige rangschikking
van blastomeren

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
19 april 2026
Aantal pagina's
4
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€3,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
101
Laatst verkocht
2 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen