7. Normale en pathologische cellulaire homeostase
7.1 Cellulaire homeostasemechanismen
Cellulaire adaptatie (aanpassing): respons op veranderingen in hun
omgeving, door signalen van de andere cellen, schade
aanpassing: in grootte, aantal, fenotype, metabole (stofwisseling)
activiteit of functie van cellen
fysiologisch: normale reactie
pathologisch: niet “ “
continuüm (ononderbroken lijn) tussen norm cel en beschadigde/aan
stress blootgestelde cel
≠ typen mechanismen:
1. Atrofie = ↓ grootte van een cel of weefsel
↓ zuurstofverbruik en metabole behoeften v/e cel
Efficiëntie van celfunctie verbeterd
Meestal reversibel (tenzij gevolg van denervatie (= ontzenuw))
Bv. oorzaken: langdurige bedrust, beperkt gebruik
ledematen/weefsels, zuurstoftekort in weefsel… spieratrofie
2. Hypertrofie = ↑ in celgrootte en/of weefselmassa, toename
grootte celkern
Door toename van aanmaak van structurele componenten
Enigste vorm voor weefsels waarbij # cellen niet ↑
Het kan 2 ≠ antw zijn:
o Fysiologisch: door verandering stimuli of omgeving
Bv. Uterus (baarmoeder) bij zwangerschap
o Pathologisch: door ‘abnormale’ stimuli of door
overbelasting
Bv. Vergroting hartspiercellen door overbelasting bij
arteriële hypertensie (verhoogde bloeddruk)
Kan ook compensatieproces
Bv. Bij verwijderen nier hypertrofieert de andere voor een
verhoogde capaciteit
3. Hyperplasie = ↑ # cellen in orgaan of weefsel
Voorkomen: enkel cellen die mitose kunnen ondergaan
, o Fysiologisch: bv. Borstklierweefsel bij zwangerschap
Compensatie: resectie v/e stuk v/d lever, neemt nadien het aantal
hepatocyten terug toe
o Pathologisch (dikwijls) : kankercellen produceren
groeistimuli # blijft groeien
4. Metaplasie= omvorming van 1 celtype ander type dat een
betere overlevingskans heeft onder bepaalde voorwaarden
Gevolg van chronische prikkeling of ontsteking
Bv. Luchtwegen bij rokers: epitheelcellen met trilharen
(cilia) epitheelcellen zonder trilharen
irritatie beter verdragen + geen mog om
luchtwegen te zuiveren rokershoest
5. Dysplasie= ontregeling celgroei, waarbij weefsels ontstaan met
cellen van wisselende grootte, vorm en uitzicht
Gevolg van chronische irritatie en ontsteking
‘voorloper’ kanker
Screeningsonderzoeken naar deze voorlopers:
o Bv. Voorloperstadia van cervixcarcinoma vinden +
vroegtijdig ingrijpen via driejaarlijkse cervixuitstrijkjes
om dysplasie op te sporen
Bv. ook door jarenlang slechtpassend gebit
6. Anaplasie= ontwikkeling v/e cel tot gespecialiseerde cel komt
niet tot stand
Gevolg van grote veranderingen in celgroei en -deling (bv.
kwaadaardige tumor)
Beschrijft verschijnsel van ongedifferentieerde cellen (onrijp +
minder gespecialiseerde vorm)
Besluit:
Adaptieve cellulaire responsen induceren cellulaire stress door
verandering in functionele nood/vraag of door chronische (niet
lethale) schade
Atrofie is het gevolg van afgenomen functionele nood/vraag.
Hypertrofie en hyperplasie zijn in het algemeen het gevolg van
verhoogde functionele nood/vraag.
Metaplasie en dysplasie zijn het gevolg van persisterende
(=volharden/niet verdwijnen) schade
, 7.2 Celbeschadiging en celdood
Oorzaken:
Graad is gerelateerd met intensiteit en duur van de blootstelling aan
het celbeschadigend mechanisme
≠ processen:
Reversibel: cel herneemt normale functie
Irreversibel: celdood als gevolg
Celdood gevolg van:
Te ernstige schade
Te langdurige “ adaptatie tot herstel
niet mog
Oorzaken van celbeschadiging herleid tot 2 categorieën:
1. Celbeschadiging door vrije radicale
2. “ “ hypoxie
1. Door vrije radicalen
−¿ ¿
= zeer reactieve substanties (bv. superoxide anion O2 ,
hydroxyl radicalen en waterstofperoxide
o Genereen als nevenproducten v/h celmetabolisme
Geïnactiveerd door nat enzymen (= free racical
scavengers)
Schadelijk wanneer:
o Overmaat aan vrije radicalen (vaak door exogene
factoren)
Bv. tabaksrook, bestraling…
o De beschermende werking v/d nat vernietigers faalt
(wegvallen of tekort aan scavengers)
Bv. peroxidatie celmenbraanlipiden, mutatie
van DNA..
Fysiologisch: verouderingsproces…
Pathologisch: kanker, diabetes mellitus (= suikerziekte, te veel
suiker in bloed)….
2. Door hypoxie
= gebrek aan O2 in cellen en weefsels
Falen van aërobe mechanismen in de cellen
Minder E (ATP) wordt gevormd on de cellen
ATP aangedreven (transport)mechanismen dalen/verzwakken