ONDERZOEK
1. SCHETSING EVALUATIEMOMENTEN
Algemene info
- handboek: basisboek methoden en technieken – B baarde, E bakker, T
Fisher, …
- wpo’s en lessen
o wpo’s = verplicht
o module 1 = hoorcolleges
- Permanente evaluatie
o 2 evaluatiemomenten: 1 taak over data-analyse, 1 tussentijdse
evaluatie
o Je moet op beide geslaagd zijn
o Examen 21 april = 8/20
o Taak 24 mei = 14/20
- Examen: 21 april met meerkeuzevragen en open vraag
o Gesloten boek examen
- Taak bestaat uit 5 onderdelen:
o probleemstelling, onderzoeksvraag, beschrijvende analyse,
inductieve analyses
o Conclusies en praktijkaanbevelingen
o Bibliografie
1.1. TAAK: ONDERZOEKSPAPER SCHRIJVEN
- Onderwerp is al gekozen: mijn thema = Gender in Oostenrijk
- Deadline taak: 24/05/2026 23u59
- Eerste deadline: 1 maart onderzoeksvraag en probleemstelling
o Max 500 woorden
o Feedback op 11 maart
Vragenuurtjes: 31/03, 28/04 & 5/ 05 van 10-12u
,2. HOC 1: WAT IS WETENSCHAP?
Volgens Karl Popper gaat wetenschap in essentie over problemen oplossen
o Niet zo verschillend van wat we dagdagelijks doen; als er iets kapot is zoals
bijvoorbeeld onze auto zullen we onszelf vragen stellen over wat er aan de
hand zou kunnen zijn, over een specifiek probleem dat zich stelt
o We maken veronderstellingen over waarom iets niet werkt, wat de
problemen zijn en hoe we die moeten oplossen en stellen vragen vanuit
bepaalde veronderstellingen die je maakt over hoe een wagen in elkaar zit
o VB: misschien geen benzine meer, misschien motor kapot, …
o In ons dagelijks leven maken we voortdurend veronderstellingen
Wetenschap = problemen/vraagstukken identificeren + proberen oplossen
(heldere) vragen stellen antwoorden formuleren
o Vragen stellen toont dat je inzicht hebt in een bepaalde materie
o Antwoord moet aan een aantal voorwaarden voldoen
o Er is geen niet-exacte wetenschap
o Wetenschappers onderscheiden zich van elkaar door de problemen waar ze
zich op toeleggen
o Steeds meer oog voor de maatschappelijke relevantie van wetenschap =
als wetenschapper ga je je richten op problemen die ook concreet in de
samenleving zich voordoen
Relevant in de literatuur voor criminologen maar ook heel concreet op
het terrein
Karl Popper heeft eerste heldere formulering van wetenschap geformuleerd
o Antwoord kan steeds verbeterd worden door steeds de sterkste kritieken te
formuleren op dat antwoord
o Manieren vinden om het antwoord in vraag te stellen om zo tot betere
antwoorden te komen
2.1 INLEIDING
1.1. WELKE PROBLEMEN ZIJN BELANGRIJK VOOR CRIMINOLOGEN?
(ELIAERTS & SNACKEN, 2000)
Het verschil tussen verschillende wetenschappen ligt in de problemen die ze aanpakken
Het verschil zit in de problemen die men selecteert als onderwerp van het onderzoek
Wetenschappers onderscheiden zich van elkaar door de problemen waar ze zich
op toeleggen
Criminologie is een wetenschap die zich bezighoudt met 4 grote thema’s, vragen:
1. Hoe komen definities van deviantie tot stand?
o Reeks vragen over waarom benoemen we gedrag in de samenleving als
afwijkend
o Hoe komt het dat bepaalde gedragingen later niet meer als crimineel
gedrag worden gezien of omgekeerd
o Vragen naar wetgeving, informele processen
o Waarom gaan we dit gedrag zo beschrijven?
Waarom is er vandaag de dag meer aandacht voor seksueel
misbruik, seksueel afwijkend gedrag?
1
, Hoe komt het dat we op een bepaald moment in de VS alcohol
verbieden?
Waarom is incest iets dat wereldwijd afgekeurd wordt?
2. Wie overtreedt normen en waarden (en wie is het slachtoffer)?
o Vragen omtrent dader- en slachtofferschap
o Wat is het profiel van zo’n dader?
o Waarom overtreden ze deze normen en waarden, wat zijn de motieven om
bepaalde feiten te plegen
o Wie is het slachtoffer van dit gedrag?
Victimologie = subwetenschap in de criminologie, studie van
slachtofferschap
Wat bekent het om slachtoffer te zijn, hoe kunnen we beter met
slachtoffers omgaan?
3. Hoe reageren we op normovertredingen?
o Hoe gaan we als samenleving reageren op feiten? Politie, justitie, …
o Reeks vragen over de reactie van individu, groep of samenleving op
normovertreding
o Heeft de maken met politionele en justitiële systemen omgaan met
criminaliteit, hun werking en sancties
o Geïnstitutionaliseerde reacties = reacties van de overheid
o Informeel normovertredend gedrag en de reactie daarop
Hoe gaan mensen om met woninginbraken? Maatschappelijke
reactie maar niet vanuit de overheid
4. Wat zijn de effecten van die reactie?
o Het meten van de effecten is belangrijk onderdeel van dit vak
o Heeft een bepaalde reactie een recidivebeperking tot gevolg?
o Wat zijn de effecten van bestraffing?
1.2. PROBLEM SOLVING = ANTWOORDEN FORMULEREN
Om een activiteit wetenschappelijk te benoemen moeten we verplicht een bepaald
proces doorlopen nl. methodologie
Proces om antwoorden te formuleren op problemen, vragen = methodologie
o Selectie van een probleem tot het formuleren van een wetenschappelijk
antwoord
Kwantitatief >< kwalitatief
Mixed method benaderingen van zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek
1.3. THEORIE = EEN ANTWOORD OP EEN VRAAG
Theorie = best mogelijke antwoord dat je als een wetenschapper op een bepaalde
vraag kan geven
o Heel wat theorieën vandaag de dag geven niet het best mogelijke
antwoord op de vraag waarom plegen mensen feiten of oorzaken
criminaliteit gedrag
Vb. Robert Agnew - General straint theory (zie schema ppt)
o Vraag: “Waarom plegen mensen criminaliteit?”
o Antwoord: “algemene spanningsbenadering”
Vertrekt vanuit het idee dat criminaliteit uitgelegd of verklaard moet
worden als een coöpingmechanisme, mensen ervaren negatieve
2
, stress in hun leven en criminaliteit is 1 manier om hier mee om te
gaan
Theorie = verhaal
3 verschillende soorten spanningen die mensen kunnen ervaren:
Negatieve manier behandeld door andere mensen
We verliezen iets met veel waarde
Frustratie wegens moeilijk bereiken van een gesteld doel
Deze spanningen leiden tot negatieve emoties het zijn deze
negatieve emoties die gaan aanzetten tot een risico op criminaliteit,
verhogen de kans aanzienlijk tot het plegen van criminaliteit
Verschillende factoren die deze kans nog extra gaan vergroten
Onvermogen op een legale manier omgaan met spanningen/
frustraties
Slachtoffer van misdrijf en hulp zoeken bij therapeut =
wettelijke manier
Slachtoffer zijn en zware geweldscriminaliteit plegen = geen
wettelijk coöpingsmechanisme
Als je een wettelijke manier vindt om met frustraties om te
gaan kan dit de kans op criminaliteit verlagen
Bepaalde aanleg, eigenschappen in persoonlijkheidsstructuur
maken dat je criminaliteit sneller gaat zien als een
uitlaatklep bij negatieve emoties dan andere mensen in de
samenleving
o Nog steeds mogelijk om op deze theorie enkele kritieken te vormen
Bv. wat als men iemand tegenkomt die geen negatieve emoties
ervaart maar toch criminele feiten pleegt
1.4. WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
Popper stelt dat een wetenschappelijke theorie moet zo precies mogelijk zijn,
moet voorspellen wat je kan verwachten en waarom
o Ook duidelijk maken wat je niet verwacht of wat er niet mag optreden
Verfijnen van antwoorden of het weerleggen ervan
Onze kennis onderwerpen aan de strengst mogelijke test, het proberen
weerleggen of falsifiëren van de antwoorden die we formuleren op onze vragen
(= wetenschappelijke kritiek)
Als het antwoord die test doorstaat, mogen we dat antwoord voorlopig blijven
geven
Als het de test niet doorstaat moeten we opzoek gaan naar betere antwoorden
2.2 HOE BEGIN IK AAN EEN ONDERZOEK?
1.1 KIES EEN THEMA
Elk onderzoek start met het bepalen van wat je wil gaan onderzoeken.
o Wat is het fenomeen waarmee we te maken krijgen?
o VB: zelf slachtoffer geweest dus onderzoek daarnaar willend doen, zelf een
ouder in detentie
o Keuze fenomeen in hoogst persoonlijk
Wat je wil gaan onderzoeken kan gevraagd of opgelegd worden door een
opdrachtgever, kan ingegeven zijn door een maatschappelijke
3
, gebeurtenis/relevantie, persoonlijke interesses of kan gebaseerd zijn op
voorgaand wetenschappelijk onderzoek
Voorbeelden:
o Vb. “De politiezone waar ik stage loop wil onderzoek doen naar
slachtofferschap bij zedenfeiten. Ze willen daar een beleid voor
ontwikkelen”.
o Vb. “Ik wil weten hoe we recidive bij daders kunnen voorkomen? Ik las in
een interview met een expert dat we daarover weinig weten in dit land”.
o Vb. “Ik wil iets doen rond terrorisme. Dit thema interesseert mij al lang”.
4
, 1.2 IS ER BESTAANDE INFORMATIE?
Je hebt een eerste idee ontwikkeld van wat je wil gaan onderzoeken. Je gaat nu
eerst kijken in de literatuur: wat is er al allemaal over je thema/vraag geweten?
Wat lijken we nog niet te weten?
o Je kan eigenlijk bijna geen onderzoek doen naar iets waar nog geen kennis
over bestaat
o Onder heel wat nieuwe dingen gaan vragen zich voorstellen die ook al bij
andere zaken besproken zijn geweest
We moeten in staat zijn om deze vragen eruit te halen
o Bv. waarom overtreden mensen covid-normen? = waarom overtreden
mensen rechtsnormen?
o Het thema kan nieuw zijn, maar discussies over grootmachten is helemaal
niet nieuw
M.a.w. je start een literatuuronderzoek op basis van je voorlopige vraagstelling!
In die zoektocht zal ook duidelijker worden wat de relevantie van je onderzoek is
(“waarom is mijn vraag belangrijk”).
Hoe start je met je literatuuronderzoek? Kijk eerst goed naar je voorlopige
vraagstelling:
o “De politiezone waar ik stage loop wil een onderzoek doen naar
slachtofferschap bij zedenfeiten. Ze willen hier een beleid voor
ontwikkelen. Ik ga eerst op zoek in de wetenschappelijke literatuur naar
wat we vandaag weten over slachtofferschap bij zedenfeiten”.
o “Ik wil weten hoe we recidive bij daders kunnen voorkomen. Ik las in een
interview met een expert dat we daarover weinig weten in dit land. Ik ga
nu eerst in de wetenschappelijke literatuur onderzoeken wat we allemaal
weten over het voorkomen van recidive bij daders”.
o “Ik wil onderzoek doen naar terrorisme omdat ik dat een interessant thema
vind. Ik ga eerst op zoek in de literatuur naar de huidige stand van zaken in
het wetenschappelijk onderzoek naar terrorisme”.
o TIP: lees in de conclusie de aanbevelingen waarover volgens de auteurs
nog verder onderzoek nodig is
Je voorlopige probleemstelling bepaalt waar je naar op zoek gaat in de
literatuur. Afhankelijk van je vraag vind je in de literatuur:
o Inhoudelijke informatie (vb. “wat weten we over slachtofferschap bij
zedenfeiten” of “wat weten we over het voorkomen van recidive” of “welke
vragen of thema’s zijn vandaag aan de orde in terreuronderzoek?”).
o Welk onderzoeksopzet hebben andere onderzoekers gebruikt voor
gelijkaardig onderzoek? (vb. “hoe doe je onderzoek naar slachtofferschap
bij zedenfeiten?”)
o Hoe meten en definiëren onderzoekers vergelijkbare kenmerken?
1.3 HOE GA JE OP ZOEK NAAR INFORMATIE?
1) Begin met het vertalen en definiëren van je onderzoeksbegrippen
o Begin niet zo maar in het wilde weg te zoeken
o Omschrijf eerst goed je onderzoeksbegrippen en vertaal die begrippen in
concrete onderzoekstermen
5
, B e p a a l je
th e m a /v o o L it e r a t u u r o n
r lo p ig e d e rz o e k
v ra ag
Hoe ga ik de begrippen vertalen naar B e v in d in g F o r m u le e r
e n u it d e p r o b le e m s t
een manier waarop ik naar de e llin g
lit e r a t u u r
literatuur kan kijken W a t w il ik
w e te n ?
Deze stap wordt vaak overgeslagen, W a a r o m w il ik
d a t w e te n ?
maar is cruciaal in de opstart van je
onderzoek
o Wat wil ik weten en hoe vertaal ik dit naar
concrete onderzoekstermen?
2) Bepaal je inclusie en exclusiecriteria
o Waar ga je zoeken (vb. welke databases) en waar ga je niet zoeken?
Aangeven welke bronnen een mogelijke exclusiecriteria zijn bv.
niet gebruiken van een boek wanneer dit expliciet wordt gevraagd!
o Vanaf wanneer?
o Focus op wetenschappelijke bijdragen die je in staat stellen om je zo snel
en grondig mogelijk te oriënteren m.b.t. je onderwerp (je vraag). D.w.z.
focus op overzichtsliteratuur vb. recente reviews (Campbell Collaboration).
o Gebruik maken van een systematic review??
o Wat je wilt weten en waarom je het wilt weten, zou je beide in 1 zin moeten
kunnen vertellen!
2.3 HOE GA IK MIJN VRAAG BEANTWOORDEN?
Ik kies niet voor empirisch onderzoek
o Literatuurstudie
Ik kies voor empirisch onderzoek
o Onderzoek op basis van dataverzameling
1. IK KIES NIET VOOR EMPIRISCH ONDERZOEK
Ik heb een vraag gedefinieerd ik ga een literatuurstudie doen om die vraag te
beantwoorden specifieke vraag verder onderzoeken met nieuwe literatuur
1.4.1. LITERATUURSTUDIE
Wat vertelt de literatuur mij?
Een betrouwbaar antwoord op een specifieke vraag
Identificeren van lacunes in onze kennis (wat weten we nog niet)
Hoe sterk en betrouwbaar is onze bestaande kennis?
Hoe verhoudt mijn werk zich tot het reeds bestaande werk?
Conflicten in de literatuur identificeren en oplossen
1.4.1.1. STRUCTUUR
Formuleer een vraag en leg uit waarom die vraag belangrijk is (probleemstelling)
o Wat bedoel ik?
Formuleer een zoekstrategie, incl. inclusie en exclusiecriteria
o Studies geselecteerd die …
o Inhoudelijk vind ik dat…
o Waarom heb je bepaalde boeken niet geconsulteerd? Niet verzwijgen of
liegen, altijd eerlijk over zijn
6