Hoofdstuk 1: Management en prestatie
1.1 Managen in een concurrentiële wereld
4 uitdagingen die de bedrijfsomgeving kenmerken:
1. (De-)globalisering (wij de-globaliseren ondertussen)
2. Technologische veranderingen
3. Kennismanagement (knowledge management)
4. Samenwerking over de grenzen heen, als proces v. kennismanagement (tussen org. of intern)
1.1.1 (De-)globalisering
- Interactie en integratie tussen mensen, ondernemingen en overheden (integratie = dichter bij
elkaar komen)
- Globale ondernemingen met kantoren en productievestigingen wereldwijd (over landgrenzen
heen)
- Talent heeft internationale dimensie: kan v. overal komen invloed op personeelsbeleid, vb.
expats
- Kleine en grote ondernemingen (groot bv. Big Tech en Amazon) (breed kijken, globaal)
Veel kleine ondernemingen exporteren hun goederen
Veel binnenlandse bedrijven construeren hun producten in andere landen
Veel bedrijven staan onder druk v. competitie v. buitenlandse producenten
=> Na WOII sterke globalisering o.a. door globale handel
2008-2017 Slow-balisering (door economische crisis, import Tax Trump)
1.1.2 Technologische veranderingen
De uitdaging komt voort uit het snelle tempo waarmee de technologieën veranderen.
Fase 1
Mid-1990 tot begin 2000: ‘Internet’
- Toegang en consultatie data online, dot.com online (Read-only)
- Opkomst communicatiebedrijven
- Internetzeepbel- en crisis (bubble crash door daling v. vertrouwen)
Bv. Amazon, Google, eBay...
Fase 2
2004-2015: ‘Mobiel internet’
- Interactief
- Gebruiksvriendelijker
- Consulteren en delen (video’s, foto’s,...)
1
, - Sociale media start-ups (Facebook, Youtube,…)
- Mobiele applicaties
Fase 3
2015-… ‘AI’
- “Read-write-execute” Internet of Things (IoT)
- Big Data Analytics
- Cloud Computing
- Artificiële Intelligentie
Het Internet als:
- Online marktplaats
- Distributiekanaal
- Plaats voor netwerking en delen v. informatie
Het Internet draagt bij tot:
- Helpt bij kostenverlaging en internationale handel
- Informatiestromen en leerprocessen
- Efficiënte besluitvorming
1.1.3 Kennismanagement
Centraal: vertaling v. sterk idee naar innovatie
Sectoren en activiteiten: entertainment, reclame, software, farma, deeleconomie...
Kenniswerker = WN die kennis en informatie gebruikt voor de ontwikkeling v. nieuwe kennis, ideeën,
signaleren en oplossen v. problemen. ( probleem oplossend denken)
Kennismanagement = het zoeken naar en optimaal benutten v.d. intellectuele hulpbronnen v. een
organisatie, nl:
- Expertise en vaardigheden medewerkers
- Visie en creativiteit (Freelancing)
- Relaties via netwerking en samenwerking
=> Deze menselijke troeven helpen mensen samen te werken en leren, nieuwe ideeën te genereren
en die om te zetten in succesvolle innovaties.
1.1.4 Samenwerking over de grenzen heen
Op 2 manieren:
1. Binnen de organisatie: tussen departementen, divisies en andere eenheden v.d. organisatie.
Bv. T-shaped manager:
Horizontaal: deelt kennis vrij door de organisatie, met managers v. andere
departementen
Verticaal : terwijl hij specialist is en zich blijft inzetten voor de prestaties v. zijn
individuele bedrijfseenheid
=> Kennis over eigen domein en andere domeinen (breedte en lengte)
2. Buiten de organisatie: vb. v. consultants, reclamebureaus, leveranciers, klanten. Coopetition
= bedrijven werken samen met hun competitie, kennistransfer tussen ≠bedrijven
Bv. Klantenservice, klantentransfer, externe expertise finance (freelancers)
2
1.1 Managen in een concurrentiële wereld
4 uitdagingen die de bedrijfsomgeving kenmerken:
1. (De-)globalisering (wij de-globaliseren ondertussen)
2. Technologische veranderingen
3. Kennismanagement (knowledge management)
4. Samenwerking over de grenzen heen, als proces v. kennismanagement (tussen org. of intern)
1.1.1 (De-)globalisering
- Interactie en integratie tussen mensen, ondernemingen en overheden (integratie = dichter bij
elkaar komen)
- Globale ondernemingen met kantoren en productievestigingen wereldwijd (over landgrenzen
heen)
- Talent heeft internationale dimensie: kan v. overal komen invloed op personeelsbeleid, vb.
expats
- Kleine en grote ondernemingen (groot bv. Big Tech en Amazon) (breed kijken, globaal)
Veel kleine ondernemingen exporteren hun goederen
Veel binnenlandse bedrijven construeren hun producten in andere landen
Veel bedrijven staan onder druk v. competitie v. buitenlandse producenten
=> Na WOII sterke globalisering o.a. door globale handel
2008-2017 Slow-balisering (door economische crisis, import Tax Trump)
1.1.2 Technologische veranderingen
De uitdaging komt voort uit het snelle tempo waarmee de technologieën veranderen.
Fase 1
Mid-1990 tot begin 2000: ‘Internet’
- Toegang en consultatie data online, dot.com online (Read-only)
- Opkomst communicatiebedrijven
- Internetzeepbel- en crisis (bubble crash door daling v. vertrouwen)
Bv. Amazon, Google, eBay...
Fase 2
2004-2015: ‘Mobiel internet’
- Interactief
- Gebruiksvriendelijker
- Consulteren en delen (video’s, foto’s,...)
1
, - Sociale media start-ups (Facebook, Youtube,…)
- Mobiele applicaties
Fase 3
2015-… ‘AI’
- “Read-write-execute” Internet of Things (IoT)
- Big Data Analytics
- Cloud Computing
- Artificiële Intelligentie
Het Internet als:
- Online marktplaats
- Distributiekanaal
- Plaats voor netwerking en delen v. informatie
Het Internet draagt bij tot:
- Helpt bij kostenverlaging en internationale handel
- Informatiestromen en leerprocessen
- Efficiënte besluitvorming
1.1.3 Kennismanagement
Centraal: vertaling v. sterk idee naar innovatie
Sectoren en activiteiten: entertainment, reclame, software, farma, deeleconomie...
Kenniswerker = WN die kennis en informatie gebruikt voor de ontwikkeling v. nieuwe kennis, ideeën,
signaleren en oplossen v. problemen. ( probleem oplossend denken)
Kennismanagement = het zoeken naar en optimaal benutten v.d. intellectuele hulpbronnen v. een
organisatie, nl:
- Expertise en vaardigheden medewerkers
- Visie en creativiteit (Freelancing)
- Relaties via netwerking en samenwerking
=> Deze menselijke troeven helpen mensen samen te werken en leren, nieuwe ideeën te genereren
en die om te zetten in succesvolle innovaties.
1.1.4 Samenwerking over de grenzen heen
Op 2 manieren:
1. Binnen de organisatie: tussen departementen, divisies en andere eenheden v.d. organisatie.
Bv. T-shaped manager:
Horizontaal: deelt kennis vrij door de organisatie, met managers v. andere
departementen
Verticaal : terwijl hij specialist is en zich blijft inzetten voor de prestaties v. zijn
individuele bedrijfseenheid
=> Kennis over eigen domein en andere domeinen (breedte en lengte)
2. Buiten de organisatie: vb. v. consultants, reclamebureaus, leveranciers, klanten. Coopetition
= bedrijven werken samen met hun competitie, kennistransfer tussen ≠bedrijven
Bv. Klantenservice, klantentransfer, externe expertise finance (freelancers)
2