Thema 4: De behavioristische benadering
Kennismaking met de psychologie
1.Uitgangspunten en basisbegrippen
Watson
- Aandacht uiterlijk waarneembaar gedrag
- Gedachten, gevoelens, …: subjectief en niet waarneembaar
- Nadruk observeerbaarheid en objectiviteit
1.gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door externe prikkels in
omgeving
= beroept op factoren buiten individu en in omgeving om gedragingen te
verklaren.
Behavioristische benadering = periferalistisch
- Prikkels in periferie gezien als oorzaak gedragingen van mensen
- Geen plaats voor persoonlijkheidsverschillen
Mensen volgens Skinner marionetten afhankelijk van omgeving
- Idee dat gedrag bepaald wordt door externe prikkels sluit idee uit in vrije
wil of keuzevrijheid.
Deterministische kijk op mens (= alles heeft oorzaak niets gebeurt zomaar)
2. gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door wat we geleerd
hebben
= veronderstelling dat we als blanco blad op de wereld komen
- Met J. Locke in 17de e dat het populair werd: ‘lege lei’
- Mensen hebben geen aangeboren eigenschappen, deze komen voort uit
wat ze geleerd en meegemaakt hebben.
Optimistisch
= Met gepaste methoden en technieken kunnen storende of ziekelijke
gedragingen worden afgeleerd en adequate gedragingen kunnen worden
aangeleerd.
Dieren = mensen
- Gedrag en reageren op prikkels hetzelfde
- Gedrag mensen: ingewikkelder
- Hetzelfde als mensen en kinderen: leren zelfde wetmatigheden
3. behavioristische benadering gaat uit van nurture- model
- In westerse cultuur nadruk omgevingsfactoren als oorzaak gedrag
1
, - Afgelopen jaren gaat men richting genetische oorzaken
Nurture- benadering
- Baseert op behaviorisme en sociologisch getinte socialisatietheroieën
- Invloed milieu + ontwikkeling kind centraal
- Geboren als onbeschreven blad ‘gemaakt’ door ervaringen, omgeving
en opvoeding.
Pedagogisch optimisme = alle kinderen kunnen leren en zich ontwikkelen
- Ijveren maatregelen om ongelijkheid tegen te gaan
Tegenhangers behaviorisme
- Benadrukken invloed nature
Psychologische en sociale verschillen tussen mensen erfelijk
bepaald
Leveren via natuurlijke selectie bijdrage tot verbetering van
menselijke soort
Ontwikkeling gebeurt endogeen
Menselijke predisposities aanwezig van bij geboorte: gebeurtenissen
die men meemaakt nauwelijks invloed.
Pedagogisch pessimisme = opvatting waarbij alles vooraf vastligt
Verschillen mannen en vrouwen
- Fysieke verschillen niet altijd eenduidig als het op eerste zicht lijkt.
- Experten zien biologische sekse als spectrum (vb. intersekse personen)
- Gedragsverschillen minder uitgesproken dan gedacht en over algemeen
minimaal.
- Vlak cognitieve, communicatieve, motorische en sociale vaardigheden,
persoonlijkheid en intelligentie: klein of zelfs geen verschil.
Verschillen in gedrag o.b.v. biologische factoren toegeschreven aan
geslachtschromosomen
- Invloed op mannelijk of vrouwelijk gedrag minder eenduidig
- Wetenschappers ontdekten dat mannen ook vrouwelijke hormonen
produceerden en omgekeerd.
Complexe interactie tussen biologische en omgevingsfactoren als verklaring
voor genderspecifieke gedragingen.
Maatschappelijke vooroordelen/ stereotypen verschillen tussen seksen vergoot en
geleid tot ongelijke kansen voor vrouwen.
S. de Beauvoir
- ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt’
- Pleit voor gelijke kansen: vrouwen
Verschillen tussen mannen en vrouwen: ingewikkeld proces
2
Kennismaking met de psychologie
1.Uitgangspunten en basisbegrippen
Watson
- Aandacht uiterlijk waarneembaar gedrag
- Gedachten, gevoelens, …: subjectief en niet waarneembaar
- Nadruk observeerbaarheid en objectiviteit
1.gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door externe prikkels in
omgeving
= beroept op factoren buiten individu en in omgeving om gedragingen te
verklaren.
Behavioristische benadering = periferalistisch
- Prikkels in periferie gezien als oorzaak gedragingen van mensen
- Geen plaats voor persoonlijkheidsverschillen
Mensen volgens Skinner marionetten afhankelijk van omgeving
- Idee dat gedrag bepaald wordt door externe prikkels sluit idee uit in vrije
wil of keuzevrijheid.
Deterministische kijk op mens (= alles heeft oorzaak niets gebeurt zomaar)
2. gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door wat we geleerd
hebben
= veronderstelling dat we als blanco blad op de wereld komen
- Met J. Locke in 17de e dat het populair werd: ‘lege lei’
- Mensen hebben geen aangeboren eigenschappen, deze komen voort uit
wat ze geleerd en meegemaakt hebben.
Optimistisch
= Met gepaste methoden en technieken kunnen storende of ziekelijke
gedragingen worden afgeleerd en adequate gedragingen kunnen worden
aangeleerd.
Dieren = mensen
- Gedrag en reageren op prikkels hetzelfde
- Gedrag mensen: ingewikkelder
- Hetzelfde als mensen en kinderen: leren zelfde wetmatigheden
3. behavioristische benadering gaat uit van nurture- model
- In westerse cultuur nadruk omgevingsfactoren als oorzaak gedrag
1
, - Afgelopen jaren gaat men richting genetische oorzaken
Nurture- benadering
- Baseert op behaviorisme en sociologisch getinte socialisatietheroieën
- Invloed milieu + ontwikkeling kind centraal
- Geboren als onbeschreven blad ‘gemaakt’ door ervaringen, omgeving
en opvoeding.
Pedagogisch optimisme = alle kinderen kunnen leren en zich ontwikkelen
- Ijveren maatregelen om ongelijkheid tegen te gaan
Tegenhangers behaviorisme
- Benadrukken invloed nature
Psychologische en sociale verschillen tussen mensen erfelijk
bepaald
Leveren via natuurlijke selectie bijdrage tot verbetering van
menselijke soort
Ontwikkeling gebeurt endogeen
Menselijke predisposities aanwezig van bij geboorte: gebeurtenissen
die men meemaakt nauwelijks invloed.
Pedagogisch pessimisme = opvatting waarbij alles vooraf vastligt
Verschillen mannen en vrouwen
- Fysieke verschillen niet altijd eenduidig als het op eerste zicht lijkt.
- Experten zien biologische sekse als spectrum (vb. intersekse personen)
- Gedragsverschillen minder uitgesproken dan gedacht en over algemeen
minimaal.
- Vlak cognitieve, communicatieve, motorische en sociale vaardigheden,
persoonlijkheid en intelligentie: klein of zelfs geen verschil.
Verschillen in gedrag o.b.v. biologische factoren toegeschreven aan
geslachtschromosomen
- Invloed op mannelijk of vrouwelijk gedrag minder eenduidig
- Wetenschappers ontdekten dat mannen ook vrouwelijke hormonen
produceerden en omgekeerd.
Complexe interactie tussen biologische en omgevingsfactoren als verklaring
voor genderspecifieke gedragingen.
Maatschappelijke vooroordelen/ stereotypen verschillen tussen seksen vergoot en
geleid tot ongelijke kansen voor vrouwen.
S. de Beauvoir
- ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt’
- Pleit voor gelijke kansen: vrouwen
Verschillen tussen mannen en vrouwen: ingewikkeld proces
2