Thema 3: Een psychoanalytische benadering
Kennismaking met de psychologie
1. Uitgangspunten
1.1 gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door ons onbewuste
Freud (Onbewuste processen)
- Onbewuste = ontoegankelijk voor bewustzijn
- Leven beheerst door irrationele en onbewuste wensen, angsten en
verlangens
- Techniek hypnose en analyse van dromen: onbewuste hysterische
patiënten
Freud schakelde later over: techniek vrije associatie
Vrije associatie
- Patiënten liggend op divan liet vertellen wat in hen opkwam
- Alles had verborgen betekenis die naar onbewuste verwees
Luisterde naar herhalingen, versprekingen en aarzelingen en
terugkerende patronen in denken en doen.
Betekenis duiden inhouden onbewuste herschikken omgaan
1.2 Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door ervaringen uit
eerste levensjaren.
Eerste levensjaren: psychoseksuele ontwikkeling bepalend
- Voor Freud deze ontwikkeling veelomvattend
Voortplantingsdrang
Complexe mix psychologische, emotionele en sociale factoren die
inherent zijn aan menselijke ontwikkeling
Ervaringen die we als kind tijdens psycho- seksuele ontwikkeling opdoen en
conflicten die hieraan inherent zijn latere seksuele identiteit, relaties en
zelfbeeld.
- Herinneringen: reëel en fantasie en kan door tot persoonlijkheid.
Relatie tussen patiënt en hulpverlener: elementen eerdere ouder- kind
relatie
- Overdracht
Patiënt herkent in therapeut/hulpverlener moeder/vader onbewust
Relatiepatroon hervalt.
- Tegenoverdracht
Hetzelfde maar vanuit therapeut/hulpverlener t.a.z. van patiënt
Therapeut zal overdrachtsreacties proberen uitlokken duiden + betekenis
1
, Therapeut- in – opleiding: opzoek naar eigen diepere gronden niet in de
weg!
1.3 een psychoanalytische benadering gaat uit van conflictmodel
Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door innerlijke conflicten
- Conflicterende gedachten en gevoelens
Deze conflicten inherent aan leven en vroegkinderlijke conflicten.
o Volgens Freud deze conflicten niet op te lossen
Allemaal neurotisch
- Gedreven door dezelfde wensen en verlangens en ervaren hoe die in
conflict komen met idealen en normen.
- Symptomen en klachten: uit conflict tussen driften en geweten.
Conflict tussen Id en Super- Ego en tussen libidineuze verlangens en
doodverlangens.
- Zoeken spanning op, maar ook genot in ontladen van spanning.
1.4 een psychoanalytische benadering gaat uit van casestudy’s om aan
wetenschap te doen
Grondige en langdurige analyse van voorgeschiedenis van mensen
Diepste kern mensen o.b.v. casestudy’s.
-Stelt individu voorop: zoekt rode draad door levensgeschiedenis
demografisch.
- Andere manier denken dan menswetenschappen
Moeilijk operationaliseren/meetbaar en niet klassieke manier te
onderzoeken.
2. Hedendaagse denkers
Eerste 2 opvolgingen
- Carl Gustav en Alfred Adler: uiteindelijk distantieerden ze zich van Freud.
Jung bedacht concept archetypes: oer karaktertypes in collectieve
onbewuste
Adler geloofde dat streven naar macht van mensen belangrijker was
dan seksuele drift om te begrijpen waarom ze zich op bepaalde manier
gedragen.
o Ging uit dat iedereen gevoel minderwaardigheid ervaart en dat dit
gevoel van drijvende kracht is.
Freud benadrukte persoonlijke onbewuste. Jung en Adler nadruk collectieve
onbewuste.
Huidige theorievorming vergeleken met rivierdelta: hoofdstroom met veel
aftakkingen.
2
Kennismaking met de psychologie
1. Uitgangspunten
1.1 gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door ons onbewuste
Freud (Onbewuste processen)
- Onbewuste = ontoegankelijk voor bewustzijn
- Leven beheerst door irrationele en onbewuste wensen, angsten en
verlangens
- Techniek hypnose en analyse van dromen: onbewuste hysterische
patiënten
Freud schakelde later over: techniek vrije associatie
Vrije associatie
- Patiënten liggend op divan liet vertellen wat in hen opkwam
- Alles had verborgen betekenis die naar onbewuste verwees
Luisterde naar herhalingen, versprekingen en aarzelingen en
terugkerende patronen in denken en doen.
Betekenis duiden inhouden onbewuste herschikken omgaan
1.2 Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door ervaringen uit
eerste levensjaren.
Eerste levensjaren: psychoseksuele ontwikkeling bepalend
- Voor Freud deze ontwikkeling veelomvattend
Voortplantingsdrang
Complexe mix psychologische, emotionele en sociale factoren die
inherent zijn aan menselijke ontwikkeling
Ervaringen die we als kind tijdens psycho- seksuele ontwikkeling opdoen en
conflicten die hieraan inherent zijn latere seksuele identiteit, relaties en
zelfbeeld.
- Herinneringen: reëel en fantasie en kan door tot persoonlijkheid.
Relatie tussen patiënt en hulpverlener: elementen eerdere ouder- kind
relatie
- Overdracht
Patiënt herkent in therapeut/hulpverlener moeder/vader onbewust
Relatiepatroon hervalt.
- Tegenoverdracht
Hetzelfde maar vanuit therapeut/hulpverlener t.a.z. van patiënt
Therapeut zal overdrachtsreacties proberen uitlokken duiden + betekenis
1
, Therapeut- in – opleiding: opzoek naar eigen diepere gronden niet in de
weg!
1.3 een psychoanalytische benadering gaat uit van conflictmodel
Gedrag, gevoelens, gedachten en interacties bepaald door innerlijke conflicten
- Conflicterende gedachten en gevoelens
Deze conflicten inherent aan leven en vroegkinderlijke conflicten.
o Volgens Freud deze conflicten niet op te lossen
Allemaal neurotisch
- Gedreven door dezelfde wensen en verlangens en ervaren hoe die in
conflict komen met idealen en normen.
- Symptomen en klachten: uit conflict tussen driften en geweten.
Conflict tussen Id en Super- Ego en tussen libidineuze verlangens en
doodverlangens.
- Zoeken spanning op, maar ook genot in ontladen van spanning.
1.4 een psychoanalytische benadering gaat uit van casestudy’s om aan
wetenschap te doen
Grondige en langdurige analyse van voorgeschiedenis van mensen
Diepste kern mensen o.b.v. casestudy’s.
-Stelt individu voorop: zoekt rode draad door levensgeschiedenis
demografisch.
- Andere manier denken dan menswetenschappen
Moeilijk operationaliseren/meetbaar en niet klassieke manier te
onderzoeken.
2. Hedendaagse denkers
Eerste 2 opvolgingen
- Carl Gustav en Alfred Adler: uiteindelijk distantieerden ze zich van Freud.
Jung bedacht concept archetypes: oer karaktertypes in collectieve
onbewuste
Adler geloofde dat streven naar macht van mensen belangrijker was
dan seksuele drift om te begrijpen waarom ze zich op bepaalde manier
gedragen.
o Ging uit dat iedereen gevoel minderwaardigheid ervaart en dat dit
gevoel van drijvende kracht is.
Freud benadrukte persoonlijke onbewuste. Jung en Adler nadruk collectieve
onbewuste.
Huidige theorievorming vergeleken met rivierdelta: hoofdstroom met veel
aftakkingen.
2