DRINGENDE ZORGVERLENING
H1: ADEQUAAT HANDELEN BIJ VERSTORING VITALE PARAMETERS
OPVANG VAN DE VITAAL BEDREIGDE ZORGONTVANGER
Doel = adequaat denken en handelen bij alarmerende
symptomen
Focus: korte termijn aanpak + voorbereiden van volgende fase
van gespecialiseerde zorg
Opvang volgens (D)C-ABCDE(F)
DANGER
CATASTROFALE BLOEDING/ CONTROL BLEEDING
Majeure bloeding= grootste oorzaak van een te vermijden
overlijden na trauma
Vnl. arteriële bloedingen
Levensbedreigende bloedingen zo snel mogelijk behandelen
Majeure bloedingen stelpen
Directe druk:
- Verband (10 min)
- Hemostatisch gaas (3 min of fabrikant)
- Nadien evt. drukverband
Tourniquet:
- Lidmaat waar druk onvoldoende is
- Onvoldoende hulpverleners
- a. brachialis/a.lienalis: art. bloedstroom blokkeren
- Blijven zitten tot ZH of OK (120 min tijdens OK)
- Overweeg pijnstilling
- Bij junctionele bloeding: directe druk op nabijgelegen slagader
- Streefwaarde systole 80 à 90
Aanleggen van een tourniquet:
- Wordt aangelegd ter hoogte van de oksel of lies.
- Wordt aangedraaid tot de bloeding is gestopt en wordt daarna vastgezet.
1
, - Het tijdstip van aanleggen wordt geschreven op de tourniquet.
- Mag niet worden bedekt, zodat hij constant kan gecontroleerd worden. Indien één
tourniquet niet voldoende is kan een tweede, juist erboven aangelegd worden.
- Aandacht voor pijnstilling.
- Zo snel mogelijk transport naar traumacentrum/ziekenhuis voor operatie
AIRWAY
Bewustzijn(BWZ) via de APVU/WAPA
- Indien de patiënt alert is, en kan aangesproken worden, mag er vanuit gegaan
worden dat er een veilige en vrije luchtweg(LW) is.
Bij een verlaagd BWZ, LW potentieel bedreigd
- Vrijmaken/vrijhouden
- Luister naar de AH
- Evt. voelen naar luchtstroom
- LW bekijken: braaksel, bloed, vreemd lichaam, zwelling,…?
Ademweg:
Observaties:
- Obstructies tgv…
– Ziekte
– Trauma
– Vreemde voorwerpen
- Opvallende bijgeluiden?
– rochelen
– Gorgelen
– Stridor
Acties:
- Positie hoofd:
– Neutraal, geen hyperextentie
– Wel kinlift of subluxatie onderkaak (jawtrust)
– Eventueel halskraag
– Bij traumapatiënt altijd zuurstof (?)
– Hulpmiddelen
• Mondpijpje/Mayo/Guedel
2
, • Intubatie
• Tracheotomie
• Aspiratie
– Asfyxie maatregelen (zie later)
Luchtwegobstructie:
- Plaats?
– Uitwendig:
• plastic zak
• persoon bedolven (onder zand, aarde, in silo….)
– Neus:
• Zwelling van de slijmvliezen, rook, braaksel, water, vreemde voorwerpen
(kraaltjes, pindanoten)
• Zuigeling ademt via neus: verkoudheid met zwelling van neusslijmvlies
– Mond:
• Epileptisch insult
• Fracturen van kaakbeenderen
• Vreemde voorwerpen: tandprothesen, voedselbrokken, braaksel,
speelgoed…
– Keelholte:
• Inademen van vreemd voorwerp, verslikking.
• Bewusteloos: tong zakt, strotklepje sluit luchtweg niet goed af
• Braken => aspiratiepneumonie
– Strottenhoofd: larynx
• Spasme: reactie op vreemd lichaam: water (verdrinking)
• Oedeem: door ziekte of vreemde voorwerpen
• Symptomen:
• Hevig hoesten
• Moeilijke ademhaling met gierend geluid bij inademen
• Geagiteerd, cyanose, bewusteloosheid
– Luchtpijptakken
3
, • Vreemd voorwerp (corpus alienum)
• Braaksel
• Water
• Ziektes: astma, bronchitis
Onderscheid tss partiële en volledige obstructie
Partieel:
• Slachtoffer kan nog hoesten en spreken, is angstig
• Stimuleren om te hoesten, meehoesten (bij het kind)
• Geen andere actie! Backblows (rugslagen) kunnen voorwerp dieper brengen!
Volledig:
• Symptomen:
– Slachtoffer grijpt naar de keel
– Kan niet hoesten of spreken
– Wordt angstig, paniek
– Kan door asphyxie bewustzijn verliezen
• Behandeling: onderscheid bewust of bewusteloos
Behandeling bij bewust volwassen slachtoffer:
• 5 backblows: slagen tussen de schouderbladen
– Verwijder vreemde voorwerpen uit mond
– Sta naast je slachtoffer
– Steun borstkas en leun slachtoffer naar voor
– Controleer telkens of de obstructie verdwenen is
– Max 5 slagen tussen de schouderbladen met hiel van de hand
Bij kinderen:
– Leg ze over je knie: hoofd lager
– Max 5 slagen tussen de schouderbladen
– Als backblows niet helpen:
– Buikstoten (Heimlichmaneuver)
4
H1: ADEQUAAT HANDELEN BIJ VERSTORING VITALE PARAMETERS
OPVANG VAN DE VITAAL BEDREIGDE ZORGONTVANGER
Doel = adequaat denken en handelen bij alarmerende
symptomen
Focus: korte termijn aanpak + voorbereiden van volgende fase
van gespecialiseerde zorg
Opvang volgens (D)C-ABCDE(F)
DANGER
CATASTROFALE BLOEDING/ CONTROL BLEEDING
Majeure bloeding= grootste oorzaak van een te vermijden
overlijden na trauma
Vnl. arteriële bloedingen
Levensbedreigende bloedingen zo snel mogelijk behandelen
Majeure bloedingen stelpen
Directe druk:
- Verband (10 min)
- Hemostatisch gaas (3 min of fabrikant)
- Nadien evt. drukverband
Tourniquet:
- Lidmaat waar druk onvoldoende is
- Onvoldoende hulpverleners
- a. brachialis/a.lienalis: art. bloedstroom blokkeren
- Blijven zitten tot ZH of OK (120 min tijdens OK)
- Overweeg pijnstilling
- Bij junctionele bloeding: directe druk op nabijgelegen slagader
- Streefwaarde systole 80 à 90
Aanleggen van een tourniquet:
- Wordt aangelegd ter hoogte van de oksel of lies.
- Wordt aangedraaid tot de bloeding is gestopt en wordt daarna vastgezet.
1
, - Het tijdstip van aanleggen wordt geschreven op de tourniquet.
- Mag niet worden bedekt, zodat hij constant kan gecontroleerd worden. Indien één
tourniquet niet voldoende is kan een tweede, juist erboven aangelegd worden.
- Aandacht voor pijnstilling.
- Zo snel mogelijk transport naar traumacentrum/ziekenhuis voor operatie
AIRWAY
Bewustzijn(BWZ) via de APVU/WAPA
- Indien de patiënt alert is, en kan aangesproken worden, mag er vanuit gegaan
worden dat er een veilige en vrije luchtweg(LW) is.
Bij een verlaagd BWZ, LW potentieel bedreigd
- Vrijmaken/vrijhouden
- Luister naar de AH
- Evt. voelen naar luchtstroom
- LW bekijken: braaksel, bloed, vreemd lichaam, zwelling,…?
Ademweg:
Observaties:
- Obstructies tgv…
– Ziekte
– Trauma
– Vreemde voorwerpen
- Opvallende bijgeluiden?
– rochelen
– Gorgelen
– Stridor
Acties:
- Positie hoofd:
– Neutraal, geen hyperextentie
– Wel kinlift of subluxatie onderkaak (jawtrust)
– Eventueel halskraag
– Bij traumapatiënt altijd zuurstof (?)
– Hulpmiddelen
• Mondpijpje/Mayo/Guedel
2
, • Intubatie
• Tracheotomie
• Aspiratie
– Asfyxie maatregelen (zie later)
Luchtwegobstructie:
- Plaats?
– Uitwendig:
• plastic zak
• persoon bedolven (onder zand, aarde, in silo….)
– Neus:
• Zwelling van de slijmvliezen, rook, braaksel, water, vreemde voorwerpen
(kraaltjes, pindanoten)
• Zuigeling ademt via neus: verkoudheid met zwelling van neusslijmvlies
– Mond:
• Epileptisch insult
• Fracturen van kaakbeenderen
• Vreemde voorwerpen: tandprothesen, voedselbrokken, braaksel,
speelgoed…
– Keelholte:
• Inademen van vreemd voorwerp, verslikking.
• Bewusteloos: tong zakt, strotklepje sluit luchtweg niet goed af
• Braken => aspiratiepneumonie
– Strottenhoofd: larynx
• Spasme: reactie op vreemd lichaam: water (verdrinking)
• Oedeem: door ziekte of vreemde voorwerpen
• Symptomen:
• Hevig hoesten
• Moeilijke ademhaling met gierend geluid bij inademen
• Geagiteerd, cyanose, bewusteloosheid
– Luchtpijptakken
3
, • Vreemd voorwerp (corpus alienum)
• Braaksel
• Water
• Ziektes: astma, bronchitis
Onderscheid tss partiële en volledige obstructie
Partieel:
• Slachtoffer kan nog hoesten en spreken, is angstig
• Stimuleren om te hoesten, meehoesten (bij het kind)
• Geen andere actie! Backblows (rugslagen) kunnen voorwerp dieper brengen!
Volledig:
• Symptomen:
– Slachtoffer grijpt naar de keel
– Kan niet hoesten of spreken
– Wordt angstig, paniek
– Kan door asphyxie bewustzijn verliezen
• Behandeling: onderscheid bewust of bewusteloos
Behandeling bij bewust volwassen slachtoffer:
• 5 backblows: slagen tussen de schouderbladen
– Verwijder vreemde voorwerpen uit mond
– Sta naast je slachtoffer
– Steun borstkas en leun slachtoffer naar voor
– Controleer telkens of de obstructie verdwenen is
– Max 5 slagen tussen de schouderbladen met hiel van de hand
Bij kinderen:
– Leg ze over je knie: hoofd lager
– Max 5 slagen tussen de schouderbladen
– Als backblows niet helpen:
– Buikstoten (Heimlichmaneuver)
4