Spierweefsel
Gespecialiseerd in contractie= samentrekken
(contraheren)
3 types spierweefsel:
o Glad spierweefsel (wand v holle organen)
o Hartspierweefsel (rondsturen v bloed in hart)
o Skeletspierweefsel (o.a. voortbeweging)
( dwarsgestreept)
Hartspierweefsel lijkt qua structuur op skeletspierweefsel
Glad spierweefsel ( minder van belang) (microscopische eig. niet kennen)
Visceraal (= organen) spierweefsel
In wanden v bloedvaten; rond holle organen Bv. blaas,
luchtwegen, bloedvaten,…
Kleine, dunne, spoelvormige cellen
Voortstuwend effect: Bv. peristaltiek darmen (darmen die voedselprop moeten doorduwen;
spiercellen achter voedselprop trekken samen prop w in 1 richting geduwd
Trage spieren (kunnen lange tijd werken zonder vermoeid te worden)
Onwillekeurige werking (niet bewust aangestuurd)
Bv. bloeddrukregeling, d.m.v. gladde spiercellen in wanden v bloedvaten
Hartspierweefsel
Thv het hart
Onwillekeurige werking (niet bewust
aangestuurd)
Automatisch, onvermoeibaar
Contractie v hart
Qua functie: eerder glad spierweefsel
Qua structuur: eerder skeletspierweefsel
, Skeletspierweefsel
Syn. dwarsgestreept spierweefsel
Willekeurig (door wil aangestuurd)
Snelle reactie op prikkels
Snel vermoeid
Bv. ruggenmerg: onderdeel v CZ motorische output
verlaat ruggenmerg gaat naar spierstelsel
Functies:
o Beweging of stabilisatie v beenderen
Constant, onbewust, aanspannen v spiertonus (spierspanning) vr behoud v
rechte, stabiele houding.
Spier constant gespannen (als we rechtstaan, in rust)
Spiertonus wij kunnen rechtstaan en weerstand bieden aan
zwaartekracht.
Bv. spieren rond wervelkolom
Bv. verhoogde spiertonus cliënten met spasticiteit, spieren trekken te
intens samen in rust.
o Stabilisatie v gewrichten
Voorkomt hyperflexie (overdreven buiging) of
hyperextensie (overdreven strekking)
Voorkomt instabiliteit en luxaties (ontwrichting)
Bv. whiplash= overdreven buiging en strekking spieren
voorkomen dit
Bv. schouderontwrichting (luxatie)
o Bescherming v weke delen (organen)
In thorax: hart en longen w beschermt door ribben
Organen v buik w ondersteund door rechte en
schuine buikspieren
Bv. stuk v lever, darmen
o Openen en sluiten v in-en uitgangen (Bv. kringspieren)
Kringspieren kunnen opening afsluiten wnr ze
samentrekken
= Sfincters (sluitspieren): interne sfincter, externe sfincter
dwarsgestreept
Bv. blaassfincter, anale sluitspier
Bv. m. obicularis oris (mondkringspier) en m. obircularis oculi
(oogkringspier)
Bv. openmondsgedrag: kinderen zitten vaak met mond open lage
spiertonus ( belangrijk te observeren)
oBehoud lichaamstemperatuur
Rillen bij kou
spiercontractie energie
w verbruikt wnt
beweging warmte w geproduceerd