Hoofdstuk 14b: Afweer en immuniteit:
Epidemiologie:
Besmetting = contamination
o Het lichaam komt in contact met micro-organismen
o Deze besmetting slaat echter niet altijd aan, d.w.z. dat de kiemen zich niet
altijd weten te handhaven
Ze geraken bv. Niet door de mechanische of biologische barrières
of ze zijn te weinig virulent
Infectie
o Vermeerderen en verspreiden van micro-organismen in het lichaam
Lichaam wordt nu geprikkeld tot inwendige afweer
Indien de infectie zich ontwikkelt ziekteverschijnselen
Incubatie tijd
o Tijd die verstrijkt tussen het moment van de besmetting en het uitbreken
van de ziekte
Afweer (= weerstand)
Kiemen die het vermogen hebben om een mens ziek te maken noemen we
pathogene kiemen
Wanneer een micro-organisme de mens wil ziek maken botst het op de afweer (=
weerstand) van de mens
Achtereenvolgens is dit:
o De uitwendige afweer (natuurlijke barrières)
o De inwendige, niet-specifieke afweer (o.a. ontstekingsreacties)
o De inwendige, specifieke afweer of immuniteit
Of de kiem erin slaagt de mens ziek te maken hangt enerzijds af van de
aanvalskracht (virulentie) van de kiem, anderzijds van de weerstand van de mens
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 14b: Afweer en immuniteit
1
, Pathogeniteit:
Bij bacteriën:
o Kunnen zich handhaven (vermenigvuldigen) in menselijk weefsel
o Productie van enzymen: beschadigen het weefsel en verstoren continuiteit
kiem kan zich in omgeving verspreiden
o Vorming van toxinen (gifstoffen)
Exotoxinen: gemaakt door levende bacterie, zeer giftig, dragen bij
tot algemeen ziektegevoel, antigene eigenschap
Endotoxinen: vrij bij afsterven bacterie, minder toxisch ook minder
antigeen
Bij virussen:
o Kunnen zichzelf niet vermenigvuldigen, maar gebruiken cel als virus-
fabriek cel gaat afsterven
Overzicht van de afweer-mechanismen van het lichaam
Niet-specifieke afweer = aangeboren
o Beschermt tegen alle bedreigingen
Specifieke afweer = immuniteit
o Beschermt tegen bepaalde bedreigingen
o Reageert op antigenen
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 14b: Afweer en immuniteit
2
Epidemiologie:
Besmetting = contamination
o Het lichaam komt in contact met micro-organismen
o Deze besmetting slaat echter niet altijd aan, d.w.z. dat de kiemen zich niet
altijd weten te handhaven
Ze geraken bv. Niet door de mechanische of biologische barrières
of ze zijn te weinig virulent
Infectie
o Vermeerderen en verspreiden van micro-organismen in het lichaam
Lichaam wordt nu geprikkeld tot inwendige afweer
Indien de infectie zich ontwikkelt ziekteverschijnselen
Incubatie tijd
o Tijd die verstrijkt tussen het moment van de besmetting en het uitbreken
van de ziekte
Afweer (= weerstand)
Kiemen die het vermogen hebben om een mens ziek te maken noemen we
pathogene kiemen
Wanneer een micro-organisme de mens wil ziek maken botst het op de afweer (=
weerstand) van de mens
Achtereenvolgens is dit:
o De uitwendige afweer (natuurlijke barrières)
o De inwendige, niet-specifieke afweer (o.a. ontstekingsreacties)
o De inwendige, specifieke afweer of immuniteit
Of de kiem erin slaagt de mens ziek te maken hangt enerzijds af van de
aanvalskracht (virulentie) van de kiem, anderzijds van de weerstand van de mens
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 14b: Afweer en immuniteit
1
, Pathogeniteit:
Bij bacteriën:
o Kunnen zich handhaven (vermenigvuldigen) in menselijk weefsel
o Productie van enzymen: beschadigen het weefsel en verstoren continuiteit
kiem kan zich in omgeving verspreiden
o Vorming van toxinen (gifstoffen)
Exotoxinen: gemaakt door levende bacterie, zeer giftig, dragen bij
tot algemeen ziektegevoel, antigene eigenschap
Endotoxinen: vrij bij afsterven bacterie, minder toxisch ook minder
antigeen
Bij virussen:
o Kunnen zichzelf niet vermenigvuldigen, maar gebruiken cel als virus-
fabriek cel gaat afsterven
Overzicht van de afweer-mechanismen van het lichaam
Niet-specifieke afweer = aangeboren
o Beschermt tegen alle bedreigingen
Specifieke afweer = immuniteit
o Beschermt tegen bepaalde bedreigingen
o Reageert op antigenen
Anatomie en fysiologie: Hoofdstuk 14b: Afweer en immuniteit
2