ALGEMENE PATHOLOGIE
Xanne Haemers
1. Inleiding
1.1 Algemene concepten
Ziekte= een verstoring van het fysiologisch en/of psychologisch evenwicht in het menselijk
lichaam.
verstoring →gevolg zijn van een of meerdere oorzaken binnen of buiten het lichaam
bv.
− Bloedarmoede (anemie) door ijzergebrek in de voeding
− Type 1 diabetes door ontregeling van het eigen afweersysteem
− Acuut hartinfarct door beschadiging van de kransslagaders
− Acute cholecystitis doordat galstenen de afvloei van gal verstoren
Elke ziekte →veroorzaakt door een bepaald ziektemechanisme (=pathofysiologisch proces) dat
een zekere hoeveelheid tijd (minuten, uren, dagen, jaren) nodig heeft om te ontwikkelen.
Symptomen = zichtbare of meetbare verschijnselen van een onderliggend pathofysiologisch
proces.
Ingeval van ziekte: sprake van een combinatie van symptomen.
Kan:
een directe uiting zijn van een pathofysiologisch proces in de weefsels (bv. bloedverlies
bij een maagzweer)
een compensatiemechanisme van het lichaam (bv. versnelde hartslag bij bloedverlies).
Kan:
specifiek= bij één aandoening
aspecifiek= veroorzaak door verschillende aandoeningen
Differentiële diagnose (DD)= lijstje van aandoeningen die het ziektebeeld van de p verklaren
Opstellen van een DD:
✓ Vertrek vanuit de anatomie: Waar heeft de patiënt pijn? Welke organen liggen in die
regio? Welke aandoeningen horen bij die organen?
✓ Wie is de patient
• Leeftijd
o Jonge leeftijd: bv. type 1 diabetes, ziekte van Crohn
o Oudere leeftijd: bv. darmkanker
• Geslacht
o Bij vrouwen altijd zwangerschap en complicaties overwegen
o Extra-uteriene zwangerschap kan ernstige oorzaak zijn
, ✓ Denk aan het meest frequente, wat vaak voorkomt is meestal de oorzaak
o Krampende buikpijn + diarree = meestal infectieuze gastro-enteritis
✓ overweeg steeds de ernstige aandoeningen
o Altijd levensbedreigende oorzaken overwegen
✓ Rol vroedvrouw:
o Diagnose is taak van de arts, maar vrvr moet kunnen meedenken over oorzaken.
Ziektebeloop
Begin van een ziekte
Kan acuut starten (minuten–uren), bv. acuut myocardinfarct
Kan geleidelijk ontstaan (maanden–jaren), bv. kanker
Pathofysiologisch proces start vóór de eerste symptomen
Subklinische fase
• Periode waarin de patiënt ziek is zonder symptomen
• Ook asymptomatische fase genoemd
• Bij infecties: incubatieperiode = tijd tussen besmetting en eerste symptomen
Verder verloop van de ziekte
• Genezing: symptomen verdwijnen, soms spontaan
• Reconvalescentie: herstelperiode na genezing
• Progressieve aandoening: ziekte wordt steeds erger (bv. ALS)
,Chronische aandoening
• Pathofysiologisch mechanisme blijft > 6 maanden actief
• Symptomen kunnen verdwijnen → remissie
• Terugkeer van symptomen → exacerbatie / opflakkering
• Afwisseling remissie–exacerbatie typisch voor bv. MS, ziekte van Crohn
Andere begrippen
Recidief: ziekte keert terug na volledige genezing
Sequelae / restverschijnselen: blijvende schade na genezing
(bv. spraakstoornis na CVA)
Risicofactoren
Soorten factoren
Endogeen: genetisch & Exogeen: omgevingsgebonden (bv. roken)
Risicofactoren (RF)
= Bevorderen het ziekteproces, verhogen kans op ziekte en zijn geen oorzaken
(bv. leeftijd is RF voor hartziekte, oorzaak = atherosclerose)
Protectieve factoren (PF)
= Remmen het ziekteproces, verlagen kans op ziekte.
, Preventie
Veel risicofactoren zijn veranderbaar
• Roken = belangrijkste vermijdbare risicofactor wereldwijd
• Veranderbare RF zijn belangrijke aangrijpingspunten voor preventie
Complicaties
= Stoornis veroorzaakt door een andere aandoening. Voorbeelden: Maagbloeding bij maagzweer,
Galblaasontsteking door galstenen
Soorten behandeling
− Causaal= Gericht op de oorzaak. Bv. antibiotica bij bacteriële infectie
− Symptomatisch= Bestrijdt symptomen, niet de oorzaak. Bv. luchtwegverwijders bij
bronchitis
− Curatief= Gericht op genezing. Bv. appendectomie bij appendicitis
− Palliatief= Geen genezing meer mogelijk. Gericht op comfort en pijnbestrijding. Bv.
morfine bij uitgezaaide kanker
1.2 Terminologie
Terminologie in de pathologie
Pathologisch jargon
= Pathologie gebruikt een specifiek vakjargon, bevat o.a. epidemiologische termen, eponiemen
en begrippen uit pathofysiologie. Nodig om ziekten, diagnose en verloop correct te beschrijven
Xanne Haemers
1. Inleiding
1.1 Algemene concepten
Ziekte= een verstoring van het fysiologisch en/of psychologisch evenwicht in het menselijk
lichaam.
verstoring →gevolg zijn van een of meerdere oorzaken binnen of buiten het lichaam
bv.
− Bloedarmoede (anemie) door ijzergebrek in de voeding
− Type 1 diabetes door ontregeling van het eigen afweersysteem
− Acuut hartinfarct door beschadiging van de kransslagaders
− Acute cholecystitis doordat galstenen de afvloei van gal verstoren
Elke ziekte →veroorzaakt door een bepaald ziektemechanisme (=pathofysiologisch proces) dat
een zekere hoeveelheid tijd (minuten, uren, dagen, jaren) nodig heeft om te ontwikkelen.
Symptomen = zichtbare of meetbare verschijnselen van een onderliggend pathofysiologisch
proces.
Ingeval van ziekte: sprake van een combinatie van symptomen.
Kan:
een directe uiting zijn van een pathofysiologisch proces in de weefsels (bv. bloedverlies
bij een maagzweer)
een compensatiemechanisme van het lichaam (bv. versnelde hartslag bij bloedverlies).
Kan:
specifiek= bij één aandoening
aspecifiek= veroorzaak door verschillende aandoeningen
Differentiële diagnose (DD)= lijstje van aandoeningen die het ziektebeeld van de p verklaren
Opstellen van een DD:
✓ Vertrek vanuit de anatomie: Waar heeft de patiënt pijn? Welke organen liggen in die
regio? Welke aandoeningen horen bij die organen?
✓ Wie is de patient
• Leeftijd
o Jonge leeftijd: bv. type 1 diabetes, ziekte van Crohn
o Oudere leeftijd: bv. darmkanker
• Geslacht
o Bij vrouwen altijd zwangerschap en complicaties overwegen
o Extra-uteriene zwangerschap kan ernstige oorzaak zijn
, ✓ Denk aan het meest frequente, wat vaak voorkomt is meestal de oorzaak
o Krampende buikpijn + diarree = meestal infectieuze gastro-enteritis
✓ overweeg steeds de ernstige aandoeningen
o Altijd levensbedreigende oorzaken overwegen
✓ Rol vroedvrouw:
o Diagnose is taak van de arts, maar vrvr moet kunnen meedenken over oorzaken.
Ziektebeloop
Begin van een ziekte
Kan acuut starten (minuten–uren), bv. acuut myocardinfarct
Kan geleidelijk ontstaan (maanden–jaren), bv. kanker
Pathofysiologisch proces start vóór de eerste symptomen
Subklinische fase
• Periode waarin de patiënt ziek is zonder symptomen
• Ook asymptomatische fase genoemd
• Bij infecties: incubatieperiode = tijd tussen besmetting en eerste symptomen
Verder verloop van de ziekte
• Genezing: symptomen verdwijnen, soms spontaan
• Reconvalescentie: herstelperiode na genezing
• Progressieve aandoening: ziekte wordt steeds erger (bv. ALS)
,Chronische aandoening
• Pathofysiologisch mechanisme blijft > 6 maanden actief
• Symptomen kunnen verdwijnen → remissie
• Terugkeer van symptomen → exacerbatie / opflakkering
• Afwisseling remissie–exacerbatie typisch voor bv. MS, ziekte van Crohn
Andere begrippen
Recidief: ziekte keert terug na volledige genezing
Sequelae / restverschijnselen: blijvende schade na genezing
(bv. spraakstoornis na CVA)
Risicofactoren
Soorten factoren
Endogeen: genetisch & Exogeen: omgevingsgebonden (bv. roken)
Risicofactoren (RF)
= Bevorderen het ziekteproces, verhogen kans op ziekte en zijn geen oorzaken
(bv. leeftijd is RF voor hartziekte, oorzaak = atherosclerose)
Protectieve factoren (PF)
= Remmen het ziekteproces, verlagen kans op ziekte.
, Preventie
Veel risicofactoren zijn veranderbaar
• Roken = belangrijkste vermijdbare risicofactor wereldwijd
• Veranderbare RF zijn belangrijke aangrijpingspunten voor preventie
Complicaties
= Stoornis veroorzaakt door een andere aandoening. Voorbeelden: Maagbloeding bij maagzweer,
Galblaasontsteking door galstenen
Soorten behandeling
− Causaal= Gericht op de oorzaak. Bv. antibiotica bij bacteriële infectie
− Symptomatisch= Bestrijdt symptomen, niet de oorzaak. Bv. luchtwegverwijders bij
bronchitis
− Curatief= Gericht op genezing. Bv. appendectomie bij appendicitis
− Palliatief= Geen genezing meer mogelijk. Gericht op comfort en pijnbestrijding. Bv.
morfine bij uitgezaaide kanker
1.2 Terminologie
Terminologie in de pathologie
Pathologisch jargon
= Pathologie gebruikt een specifiek vakjargon, bevat o.a. epidemiologische termen, eponiemen
en begrippen uit pathofysiologie. Nodig om ziekten, diagnose en verloop correct te beschrijven