Doelgroepen 1
11/02/2026
DEEL 1: DOELGROEPEN: WHAT’S IN A NAME
- Werken met cliënten jouw relatie het allerbelangrijkste
2. Leren over stoornissen
- Stoornisdenken Westerse benadering van personen met beperking voordelen
(medische vooruitgang, therapieën) & nadelen (stigmatisering, segregatie)
- Focus op functiebeperking & gericht op remidiëren & zo goed mogelijk tegemoet komen
aan deze beperking persoon (opnieuw) kan aansluiten bij norm
- Specialistische kennis over bepaalde stoonis met bijhorende specifieke noden
omgaan
3. Kijken naar mensen
- Diversiteitsdenken nadruk op meervoudige identiteiten die elke persoon heeft & hoe
die identiteiten elkaar doorkruisen & levenswandel beïnvloeden
- Persoon met beperking/handicap unieke combinatie individuele factoren
- Holistisch kunnen kijken naar hele persoon & niet alleen naar stoornis die dieze persoon
heeft
- Intersectioneel denken/kruispuntdenken bepaalde identiteiten & combinatie
verschillende identiteiten (sociaal) voordeel & andere eerder nadeel
- Helma Lutz 14 dimensies/assen van differentiatie sociale leven persoon in hoge
mate bepalen
- Kruispuntdenken alle meervoudige identiteiten & hoe ze elkaar doorkruisen mee met
maatschappelijke positie van persoon gaan bepalen, kan ook discriminerend werken
- Kinderen & jongeren met beperking aandacht voor fysiek welzijn heel bepalend in
ontwikkeling & opvoeding
- In volwassenheid zichtbare beperking & te weinig naar andere assen
- Als PGO bepaalde sterktes missen/bepaalde nadelige gevolgen negeren
- Disability studies ondersteuningsvragen van mensen met beperking niet bekijken
vanuit hun stoornis, maar vanuit recht om gelijkwaardig te participeren aan maatschappij
& welke noden bij persoon, in zijn omgeving & in maatschappij er zijn
- Bewust omgaan kennis over stoornissen bij mensen met verstandelijke, lichamelijke,
meervoudige beperking, mensen met NAH
4. Werken met mensen
- Methodisch werken via handelingsplan
- Orthopedagogisch grondplan holistisch kijken
- Model alle aspect in kaart brengen om gepast aanbod vinden voor cliënt die jij
ondersteunt
- Al deze factoren tendensen in maatschappij
4.1 Het orthopedagogisch grondplan
- Relatie centraal
- Begeleidingssituaties naar elke individuele cliënt
- Elke cliënt (op microniveau) eigen orthopedagogische vraagstelling vanuit zijn
individuele ontwikkeling
- Ecologische visie & veranderen van omgeving invloed op gedrag cliënt
- Mesoniveau verschillende soorten diensten & voorzieningen
- Macroniveau mens & wereldvisies, zorgbeleid
- Definitie handicap VAPH elk langdurig & belangrijk participatieprobleem van persoon
te wijten aan samenspel tss. functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke/
, zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten & persoonlijke & externe
factoren
4.2 Tendensen
- Mesoniveau financiële middelen, visie op begeleiding van diensten &
voorzieningen, buurt waarin deze worden gevestigd & materiële omgeving die
voorzieningen uitbouwen
- Aanbod & ondersteuning op maat bieden met deze tendensen rekening houden
- Richtinggevend in manier waarop jij je relatie zal vormgeven
4.3 Handelingsgerichte beeldvorming
- Alleen weten dat persoon voldoet aan alle criteria van verstandelijke/lichamelijke
beperking onvoldoende om te weten welke ondersteuning nodig is
- Handelingsgerichte beeldvorming beeldvorming bedoeld om nadien gepaste
doelen opstellen, afgestemd op ondersteuningsnood & vragen van persoon met
beperking
- Beeldvorming breed, divers, dynamisch, holistisch & ecologisch
- Belangrijkste taak met cliënt & evt mogelijk diens netwerk, aan tafel zitten & actief
luisteren naar mogelijkheden, motivaties, beperkingen, voorkeuren, dromen, diverse
identiteiten
- Theoretische modellen kader waaran je persoonlijke informatie cliënt kan
verbinden
- Gegeven handvaten niet absoluut, maar geven richting
- Zelf kritisch aan de slag in werkveld
- Rekening houden met tendensen, hoe we als maatschappij kijken (macro) &
organisatie waarin je werkt (meso)
4.4 Cultuursensitieve zorg binnen diverssensitief kijken
- Culturele achtergrond van persoon met beperking levensloop beïnvloedt
- Hoe naar persoon met beperking gekeken heel verschillend naargelang culturele
achtergrond
- Onderzoek perspectief van professionals op barrières voor cultuursensitieve zorg
voor mensen met een verstandelijke beperking
- Belangrijk besluit onderzoek Mensen met migratieachtergrond & beperking worden
gezien als extra kwetsbare groep & verschillende auteurs suggereren dat zij “dubbel
nadeel” hebben aangezien zij enerzijds nadelen ervaren als gevolg van hun
migratieachtergrond & anderzijds nadelen als gevolg van hun beperking
- Mensen met beperking & migratieachtergrond minder zorg krijgen & lagere
kwaliteit zorg
- Volgende barrières
Mogelijke communicatieproblemen met cliënt & netwerk
Referentiekader cliënt & netwerk afwijken van referentiekader professinal
Bepaalde culturen onvoldoende kennis over het te verwachten functioneren
In verschillende culturen taboe over beperkingen
Oragnisatie van hulpverleningsaanbod & alle voorwaarden voor toegang zijn te
complex
- Belangrijke adviezen om barrières te overwinnen
Meer leren stilstaan bij oordelen uit hun eigen referentiekader & meer open
leren dialogeren
Ondersteunen begeleiders elkaar in het begrijpen referentiekaders andere
culturen
Divers team kritischer kunnen kijken naar eigen professionele organisatie
, Tolk communicatieprobleem verkleinen
Tijd die je uittrekt voor gesprek met cliënt & diens netwerk uitbreiden
Cliënten/ouders zelf ondersteund in hun communicatieve vaardigheden
- Valkuilen
Othering de indruk dat enkel de ander een specifieke cultuur heeft
Ons niet laten leiden door eigen veronderstellingen
DEEL 2: LICHAMELIJKE BEPERKING
1 Terminologie
- Personen met een lichamelijke beperking worden door blijvende, tijdelijke of
recidiverende motorische belemmeringen gehinderd in hun groei, ontwikkeling en
handhaving. De lichamelijke beperking heeft tot gevolg dat de persoon hinder ondervindt
bij het gebruiken van het lichaam. De belemmeringen vinden hun oorsprong in
neurologische, musculaire, metabolische (‘stofwisseling’) stoornissen of traumata.
Personen met een lichamelijke beperking vormen geen duidelijk afgebakende groep.
Sommigen hebben een bijkomende beperking (verstandelijk, zintuiglijk) of bijkomende
problemen (gedrags- en/of emotionele problemen, leerproblemen, communicatieve
problemen,...)
- Lichamelijke beperking gebruik lichaam verhinderd door verschillende mogelijke
oorzaken & met bijkomende beperkingen
- Terminologie verschillend lichamelijke, motorische, fysieke beperking
- Doelgroep erg heterogeen mensen in een rolstoel, kinderen die zich verplaatsen op
krukken, een arm verloren, personen met EMB, personen met NAH
1.1 Ontrafeling definitie
- Personen die hinder ondervinden in hun motorische ontwikkeling/ in hun motoriek op
latere leeftijd
- Hun (dagdagelijkse) functioneren wordt daardoor bemoeilijkt
- Beperking kan van korte duur/blijvend zijn
- Lichamelijke beperking kan steeds erger worden progressief verloop
- Lichamelijke beperking kan ook wisselend verloop hebben recidiverende aandoening
Periodes waarin hij geen beperking ervaart & periodes waarin hij die wel ervaart
- Oorzaak velerlei zijn aangeboren, ontstaan tijdens/ kort na geboorte, ontstaan op
latere leeftijd
- Oorzaak (neuro)musculair zijn (spieren)/ te wijten aan botten/gewrichten
- Oorzaak neurologisch/metabolisch traumata (letsels)
1.2 ICF kijk op lichamelijke beperking
- WHO hanteert 2 belangrijke instrumenten om beperking definiëren & van daaruit
populatie mensen met beperking in kaart te brengen
ICD11 International Classification of Diseases (Internationale classificatie van
ziektes) ziekten & aandoeningen beschrijft
ICF International Classification of Functioning, Disability and Health
(Internationale classificatie van het menselijk functioneren) .
- ICF geen algemene omschrijving lichamelijke beperking
- Nauwkeurig analyseren welke specifieke (deel)aspecten van handelen voor persoon
moeilijk zijn/ komt door persoonlijke/externe factoren
- Persoon in geheel bekijken (holistisch)
- ICF-model personen met beperking in 3 niveaus niveau functioneren van persoon
Ziekte/aandoening lichamelijke eigenschappen persoon
Stoornissen bepaalde delen lichaam kunnen afwijkend zijn qua
structuur/functioneren
, Stoornis gevolgen op wijze waarop een persoon functioneert in dagelijkse leven
& op verschillende activiteiten beperkingen
Lichamelijke beperking mogelijke gevolgen voor participatie van persoon aan
zijn sociale omgeving & maatschappelijk leven participatieproblemen
- Wisselwerking tss. functioneren van persoon op deze 3 niveaus & persoonlijke &
externe factoren
Persoonlijke factoren karakter persoon
Externe factoren omgeving van de persoon
- Diversiteitsdenken persoon die centraal staat dimensie participatie aandachtspunt
- Handicap/beperking stoornis gevolgen voor participeren aan dagelijks leven & aan
maatschappij
- ICF middel om in beeldvorming van personen met lichamelijke beperking kijken op
welke domeinen leven van persoon kan worden verbeterd
- Coping bij persoon zelf centraal (persoonlijke factor)
2 Etiologie
2.1 Indeling van mogelijke oorzaken
- Indeling op basis van het moment factor zorgt dat er gezondheidsprobleem optreedt
- Aard van factor beperking veroorzaakt
- 3 mogelijke momenten waarop er iets kan gebeuren, aan oorzaak ligt van beperking
Prenataal oorzaak van probleem ligt voor geboorte
Perinataal oorzaak vindt zijn oorsprong rond geboorte
Postnataal probleem, stoornis, beperking is veroorzaakt na geboorte
- Aangeboren vs verworven oorzaken
- Beperking prenataal veroorzaakt aangeboren beperking
- Beperking peri/postnataal aangeworven beperking
- Aard oorzakelijke factor
Biologische factoren reden beperking te wijten aan genetische
afwijkingen/medische problemen
Sociale factoren gevolg van specifiek (gevaarlijk) gedrag/ als gevolg van
beperkingen in ontwikkeling/onderwijs
2.2 Etiologie lichamelijke beperking
- Etiologie lichamelijke beperking zeer uiteenlopend
- Prenataal – biologisch
Genetische problemen
Placentadysfuncties zuurstoftekort als gevolg van slecht werkende moederkoek
Bestraling
Infecties
Tekort aan foliumzuur bij zwangere vrouw (specifiek risico voor spina bifida)
Stofwisselingsstoornissen
- Prenataal – sociaal
Geweld op de zwangere vrouw
Middelengebruik van de zwangere moeder
Onvoldoende hygiëne/ onvoldoende prenatale zorg
- Perinataal – biologisch
Zuurstoftekort in de hersenen door traumatische bevalling
Zuurstoftekort door vroeggeboorte/ door navelstrengetje rond het hoofdje van de
baby
Onrijpe longetjes/ hartproblemen van het baby’tje meteen na de geboorte
waardoor ademhaling moeilijk op gang komt
- Perinataal – sociaal
11/02/2026
DEEL 1: DOELGROEPEN: WHAT’S IN A NAME
- Werken met cliënten jouw relatie het allerbelangrijkste
2. Leren over stoornissen
- Stoornisdenken Westerse benadering van personen met beperking voordelen
(medische vooruitgang, therapieën) & nadelen (stigmatisering, segregatie)
- Focus op functiebeperking & gericht op remidiëren & zo goed mogelijk tegemoet komen
aan deze beperking persoon (opnieuw) kan aansluiten bij norm
- Specialistische kennis over bepaalde stoonis met bijhorende specifieke noden
omgaan
3. Kijken naar mensen
- Diversiteitsdenken nadruk op meervoudige identiteiten die elke persoon heeft & hoe
die identiteiten elkaar doorkruisen & levenswandel beïnvloeden
- Persoon met beperking/handicap unieke combinatie individuele factoren
- Holistisch kunnen kijken naar hele persoon & niet alleen naar stoornis die dieze persoon
heeft
- Intersectioneel denken/kruispuntdenken bepaalde identiteiten & combinatie
verschillende identiteiten (sociaal) voordeel & andere eerder nadeel
- Helma Lutz 14 dimensies/assen van differentiatie sociale leven persoon in hoge
mate bepalen
- Kruispuntdenken alle meervoudige identiteiten & hoe ze elkaar doorkruisen mee met
maatschappelijke positie van persoon gaan bepalen, kan ook discriminerend werken
- Kinderen & jongeren met beperking aandacht voor fysiek welzijn heel bepalend in
ontwikkeling & opvoeding
- In volwassenheid zichtbare beperking & te weinig naar andere assen
- Als PGO bepaalde sterktes missen/bepaalde nadelige gevolgen negeren
- Disability studies ondersteuningsvragen van mensen met beperking niet bekijken
vanuit hun stoornis, maar vanuit recht om gelijkwaardig te participeren aan maatschappij
& welke noden bij persoon, in zijn omgeving & in maatschappij er zijn
- Bewust omgaan kennis over stoornissen bij mensen met verstandelijke, lichamelijke,
meervoudige beperking, mensen met NAH
4. Werken met mensen
- Methodisch werken via handelingsplan
- Orthopedagogisch grondplan holistisch kijken
- Model alle aspect in kaart brengen om gepast aanbod vinden voor cliënt die jij
ondersteunt
- Al deze factoren tendensen in maatschappij
4.1 Het orthopedagogisch grondplan
- Relatie centraal
- Begeleidingssituaties naar elke individuele cliënt
- Elke cliënt (op microniveau) eigen orthopedagogische vraagstelling vanuit zijn
individuele ontwikkeling
- Ecologische visie & veranderen van omgeving invloed op gedrag cliënt
- Mesoniveau verschillende soorten diensten & voorzieningen
- Macroniveau mens & wereldvisies, zorgbeleid
- Definitie handicap VAPH elk langdurig & belangrijk participatieprobleem van persoon
te wijten aan samenspel tss. functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke/
, zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten & persoonlijke & externe
factoren
4.2 Tendensen
- Mesoniveau financiële middelen, visie op begeleiding van diensten &
voorzieningen, buurt waarin deze worden gevestigd & materiële omgeving die
voorzieningen uitbouwen
- Aanbod & ondersteuning op maat bieden met deze tendensen rekening houden
- Richtinggevend in manier waarop jij je relatie zal vormgeven
4.3 Handelingsgerichte beeldvorming
- Alleen weten dat persoon voldoet aan alle criteria van verstandelijke/lichamelijke
beperking onvoldoende om te weten welke ondersteuning nodig is
- Handelingsgerichte beeldvorming beeldvorming bedoeld om nadien gepaste
doelen opstellen, afgestemd op ondersteuningsnood & vragen van persoon met
beperking
- Beeldvorming breed, divers, dynamisch, holistisch & ecologisch
- Belangrijkste taak met cliënt & evt mogelijk diens netwerk, aan tafel zitten & actief
luisteren naar mogelijkheden, motivaties, beperkingen, voorkeuren, dromen, diverse
identiteiten
- Theoretische modellen kader waaran je persoonlijke informatie cliënt kan
verbinden
- Gegeven handvaten niet absoluut, maar geven richting
- Zelf kritisch aan de slag in werkveld
- Rekening houden met tendensen, hoe we als maatschappij kijken (macro) &
organisatie waarin je werkt (meso)
4.4 Cultuursensitieve zorg binnen diverssensitief kijken
- Culturele achtergrond van persoon met beperking levensloop beïnvloedt
- Hoe naar persoon met beperking gekeken heel verschillend naargelang culturele
achtergrond
- Onderzoek perspectief van professionals op barrières voor cultuursensitieve zorg
voor mensen met een verstandelijke beperking
- Belangrijk besluit onderzoek Mensen met migratieachtergrond & beperking worden
gezien als extra kwetsbare groep & verschillende auteurs suggereren dat zij “dubbel
nadeel” hebben aangezien zij enerzijds nadelen ervaren als gevolg van hun
migratieachtergrond & anderzijds nadelen als gevolg van hun beperking
- Mensen met beperking & migratieachtergrond minder zorg krijgen & lagere
kwaliteit zorg
- Volgende barrières
Mogelijke communicatieproblemen met cliënt & netwerk
Referentiekader cliënt & netwerk afwijken van referentiekader professinal
Bepaalde culturen onvoldoende kennis over het te verwachten functioneren
In verschillende culturen taboe over beperkingen
Oragnisatie van hulpverleningsaanbod & alle voorwaarden voor toegang zijn te
complex
- Belangrijke adviezen om barrières te overwinnen
Meer leren stilstaan bij oordelen uit hun eigen referentiekader & meer open
leren dialogeren
Ondersteunen begeleiders elkaar in het begrijpen referentiekaders andere
culturen
Divers team kritischer kunnen kijken naar eigen professionele organisatie
, Tolk communicatieprobleem verkleinen
Tijd die je uittrekt voor gesprek met cliënt & diens netwerk uitbreiden
Cliënten/ouders zelf ondersteund in hun communicatieve vaardigheden
- Valkuilen
Othering de indruk dat enkel de ander een specifieke cultuur heeft
Ons niet laten leiden door eigen veronderstellingen
DEEL 2: LICHAMELIJKE BEPERKING
1 Terminologie
- Personen met een lichamelijke beperking worden door blijvende, tijdelijke of
recidiverende motorische belemmeringen gehinderd in hun groei, ontwikkeling en
handhaving. De lichamelijke beperking heeft tot gevolg dat de persoon hinder ondervindt
bij het gebruiken van het lichaam. De belemmeringen vinden hun oorsprong in
neurologische, musculaire, metabolische (‘stofwisseling’) stoornissen of traumata.
Personen met een lichamelijke beperking vormen geen duidelijk afgebakende groep.
Sommigen hebben een bijkomende beperking (verstandelijk, zintuiglijk) of bijkomende
problemen (gedrags- en/of emotionele problemen, leerproblemen, communicatieve
problemen,...)
- Lichamelijke beperking gebruik lichaam verhinderd door verschillende mogelijke
oorzaken & met bijkomende beperkingen
- Terminologie verschillend lichamelijke, motorische, fysieke beperking
- Doelgroep erg heterogeen mensen in een rolstoel, kinderen die zich verplaatsen op
krukken, een arm verloren, personen met EMB, personen met NAH
1.1 Ontrafeling definitie
- Personen die hinder ondervinden in hun motorische ontwikkeling/ in hun motoriek op
latere leeftijd
- Hun (dagdagelijkse) functioneren wordt daardoor bemoeilijkt
- Beperking kan van korte duur/blijvend zijn
- Lichamelijke beperking kan steeds erger worden progressief verloop
- Lichamelijke beperking kan ook wisselend verloop hebben recidiverende aandoening
Periodes waarin hij geen beperking ervaart & periodes waarin hij die wel ervaart
- Oorzaak velerlei zijn aangeboren, ontstaan tijdens/ kort na geboorte, ontstaan op
latere leeftijd
- Oorzaak (neuro)musculair zijn (spieren)/ te wijten aan botten/gewrichten
- Oorzaak neurologisch/metabolisch traumata (letsels)
1.2 ICF kijk op lichamelijke beperking
- WHO hanteert 2 belangrijke instrumenten om beperking definiëren & van daaruit
populatie mensen met beperking in kaart te brengen
ICD11 International Classification of Diseases (Internationale classificatie van
ziektes) ziekten & aandoeningen beschrijft
ICF International Classification of Functioning, Disability and Health
(Internationale classificatie van het menselijk functioneren) .
- ICF geen algemene omschrijving lichamelijke beperking
- Nauwkeurig analyseren welke specifieke (deel)aspecten van handelen voor persoon
moeilijk zijn/ komt door persoonlijke/externe factoren
- Persoon in geheel bekijken (holistisch)
- ICF-model personen met beperking in 3 niveaus niveau functioneren van persoon
Ziekte/aandoening lichamelijke eigenschappen persoon
Stoornissen bepaalde delen lichaam kunnen afwijkend zijn qua
structuur/functioneren
, Stoornis gevolgen op wijze waarop een persoon functioneert in dagelijkse leven
& op verschillende activiteiten beperkingen
Lichamelijke beperking mogelijke gevolgen voor participatie van persoon aan
zijn sociale omgeving & maatschappelijk leven participatieproblemen
- Wisselwerking tss. functioneren van persoon op deze 3 niveaus & persoonlijke &
externe factoren
Persoonlijke factoren karakter persoon
Externe factoren omgeving van de persoon
- Diversiteitsdenken persoon die centraal staat dimensie participatie aandachtspunt
- Handicap/beperking stoornis gevolgen voor participeren aan dagelijks leven & aan
maatschappij
- ICF middel om in beeldvorming van personen met lichamelijke beperking kijken op
welke domeinen leven van persoon kan worden verbeterd
- Coping bij persoon zelf centraal (persoonlijke factor)
2 Etiologie
2.1 Indeling van mogelijke oorzaken
- Indeling op basis van het moment factor zorgt dat er gezondheidsprobleem optreedt
- Aard van factor beperking veroorzaakt
- 3 mogelijke momenten waarop er iets kan gebeuren, aan oorzaak ligt van beperking
Prenataal oorzaak van probleem ligt voor geboorte
Perinataal oorzaak vindt zijn oorsprong rond geboorte
Postnataal probleem, stoornis, beperking is veroorzaakt na geboorte
- Aangeboren vs verworven oorzaken
- Beperking prenataal veroorzaakt aangeboren beperking
- Beperking peri/postnataal aangeworven beperking
- Aard oorzakelijke factor
Biologische factoren reden beperking te wijten aan genetische
afwijkingen/medische problemen
Sociale factoren gevolg van specifiek (gevaarlijk) gedrag/ als gevolg van
beperkingen in ontwikkeling/onderwijs
2.2 Etiologie lichamelijke beperking
- Etiologie lichamelijke beperking zeer uiteenlopend
- Prenataal – biologisch
Genetische problemen
Placentadysfuncties zuurstoftekort als gevolg van slecht werkende moederkoek
Bestraling
Infecties
Tekort aan foliumzuur bij zwangere vrouw (specifiek risico voor spina bifida)
Stofwisselingsstoornissen
- Prenataal – sociaal
Geweld op de zwangere vrouw
Middelengebruik van de zwangere moeder
Onvoldoende hygiëne/ onvoldoende prenatale zorg
- Perinataal – biologisch
Zuurstoftekort in de hersenen door traumatische bevalling
Zuurstoftekort door vroeggeboorte/ door navelstrengetje rond het hoofdje van de
baby
Onrijpe longetjes/ hartproblemen van het baby’tje meteen na de geboorte
waardoor ademhaling moeilijk op gang komt
- Perinataal – sociaal