Boek 1: van gen tot voorwaardelijke samenwerking? – menselijke evolutie en sociaal gedrag
HS1: ALGEMENE INLEIDENDE BESCHOUWINGEN
- INLEIDING
Biologische antropologie = Fysiologische antropologie= wetensch studie van de mensheid
De (natuurwetenschappelijke) studie van de mens vanuit evolutionair oogpunt.
Theodosius Dobzhansky: ‘Niets in biologie is logisch… behalve in het licht van de evolutie’
— Russische oorsprong
— Belangrijk figuur die de bevolkingsgenetica vooruithielp
— Geen enkele bevinding kan begrepen worden zonder te kijken hoe en in welke mate bepaalde
bevindingen een plaats kunnen krijgen binnen het fenomenen van evolutie
— (Anti)sociaal gedrag kan ook niet begrepen worden zonder af te vragen van waar het gedrag komt,
hoe oud is het gedrag?
Evolutie= frequentie v een bepaalde eigenschap en de genen die het aansturen, kunnen v generatie op
generatie veranderen
Mensachtige= aapachtige primaat die op twee benen begon te lopen
- ANTROPOLOGIE EN DIENS SUBVELDEN
= wetensch studie vd mensheid EN met een kritisch aspect: de interculturele en holistische aard
— We proberen de innerlijke werking ve groep mensen te begrijpen die andere wereldbeelden,
waarden en tradities hebben dan wij
- studie van de mensheid in al diens vormen.
- Cross-cultureel en holistisch.
o We hebben cultuur= som v aangeleerde tradities ve groep mensen
- bio en cultuur in complexe wisselwerking met elkaar
o dichotomie (opdeling) tss bio en cultu is fout: beinvloeden elkaar en hebben elkaar nodig
o Veel culturele variatie maar niet oneindig, begrenzing
o Cultuur stelt ook begrenzing aan biologie
o Cultuur differentieert mensen van andere dieren.
o Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden.
- Antropologie in de ‘4-field approach’=> Vier overkoepelende domeinen v antropologie die
gebruikt w om een totaal beeld te krijgen van de mens:
(1) cultureel, (2) linguïstisch (talen die wij spreken, spraken en taalvariatie),
(3) archeologie, (4) biologische antropologie
, - Culturele antropologie
- De studie van menselijke samenlevingen, vooral in cross-culturele context
- Etnologie
- Etnografie
- Cultuur is niet te onderschatten
- Linguistische antropologie
- Biologische mogelijkheid tot praten?
o Waarover praten we? => taal is sociaal glijdmiddel ook negatief
- Studie van taal, geschiedenis en gebruik in culturen. ̶
- Linguïstische vorm: grammaticale regels.
- Linguïstische functie: waarom spreken wij?
o GOSSIP & Grooming (Hypothese van Robin Dunbar cf vlooien bij mensapen)
- Sociale context waarin taal ontwikkelde?
- Taal = bioculturele parasiet= parasiet leeft op gastheer maar samen met gastheer kan je
evolueren
o Taal evolueert
- Archeologie (historisch en prehistorisch)
- Oude vondsten ➔ door wie gemaakt? Oude samenlevingen
- Artefacten= dingen die gemaakt zijn (van stenen vuistbijlen tot zwaarden).
=> om zaken te kunnen maken: minimale cognitieve vaardigheden nodig
- Materiële cultuur (van grotschilderingen tot SMAK).
- Nieuw en razendsnel ontwikkelend gebied: archeogenetica.
- Biologische antropologie
- Een biologische antropoloog is elke wetenschapper die de menselijke soort vanuit evolutionair
perspectief bestudeert.
- Totaal evolutionaire benadering waarin we de mens als soort bestuderen
REIKWIJDTE VAN DE BIOANTROPOLOGIE (SUBVELDEN V BIO ANTROPOLOGIE)
- Paleoantropologie
- De studie van de fossiele overblijfselen van voorouderlijke mensachtigen en hun naaste
verwanten (primaten)
o Fossielenbestand v mendheid
▪ Ontdekking: kijk op menselijke stamboom herzien
o Fossielenbestand van andere primaten (mensapen, apen en halfapen)
▪ Hoe, wrm en waar mensachtigen miljoenen jaren later pas evolueerden
- Onderzoek begint met veldwerk. => Studie gebeurt in musea en universitaire labo’s.
- Vergelijkingen uitgestorven en levende vormen
- Geschiedenis v evolutie v onze soort: gecompliceerd
o Van ladder naar stamboom
- Skeletale biologie en osteologie
- Osteologie= studie vh skelet
o Identificatievaardigheden, ruimtelijk gevoel
- Skeletbiologie= De studie van het menselijke skelet en de patronen en processen van menselijke
groei, fysiologie en ontwikkeling.
- Antropometrici : eerste generatie van biologische antropologen
o Metingen van het menselijk lichaam (gemiddelden, variaties,…)
, => veel variatie in morfologische kenmerken (hoe we eruit zien)
=> hoe groot is die variatie?
- Paleopathologie en bioarchelogie (paleo + pathos + logos)
- Paleopathologie= Studie v Ziekten in oude menselijke populaties, ziektes ih verleden (bacteriën
en virussen)
- Bioarcheologie= studie v menselijke resten in archeologische context
o Mensen opgraven om effecten v traume, epidemieen, voedingstekorten en
infectieziekten te bestuderen
- Virussen kunnen sporen aflaten op menselijke resten
- Menselijke resten in archeologische context
- Bv: sporen van infecties op botten en schedels
➔ de pest
- Forensische antropologie (zie ook bijlage in handboek!)
- = studie v identificatie v skeletresten en van de wijze waarop een individu stierf
- Bij ernstige criminele feiten
- Menselijke overblijfselen in legale, juridische (forensische) context!
- Oorlogsmisdrijven (genocide) , massagraven die gevonden worden
- Moord:
o doodsoorzaak en sporenonderzoek (DNA-revolutie in forensische context). ̶
- Verkrachting (‘rape kit’)
- Sporenonderzoek via DNA
- Via verwondingen kijken naar mogelijke wijze van impact op bv schedel
- Beenderen onderzoeken, van wie?
o Proberen binnen bepaalde marge te achterhalen tot wie of wat het hoort
- Primatologie
- Niet-menselijke primaten (menapen, apen, halfapen) en hun anatomie, genetica, gedrag en
ecologie
o Hoe lang bestaat een soort gedrag al? Bv agressie
o Redenen
▪ Intrinsiek fascinerende gedragspatronen
▪ Hoe evolutie menselijke soort gevormd heeft
- PIONIERS:
o Voor jaren 60-70: psychologen
o Jaren 60-70: bio antro ➔ door: Jane Goodall (agressie onder chimpansees) en Diane
Fossey (gorillas)
▪ Niet-menselijke primatenstudies: inzicht in evolutionaire verschillen en
gelijkenissen ̶
▪ Invloedrijk: Richard Wrangham (chimpansee) en Frans De Waal (Bonobo) zie
verder
- Niet-menselijke primaten zijn evolutionair aangepast aan sociaal leven (‘groepsleven’)
- In groep levende primaten zijn onderling afhankelijk voor hun eigen leven
- Bavianen
o Grote sekseverschillen! (bij mens niet zo groot)
Sekse = biologisch geslacht
o Moederlijke investering bij chimpansees, geen vaderlijke investering in nageslacht
, - Menselijke biologie
Oz nr menselijke aanpassing en bestuderen hoe mensen zich fysiologisch aanpassen aan de
uitersten van de fysieke omgeving van de aarde
- Menselijke groei en ontwikkeling, adaptatie aan extreme omgevingsomstandigheden en
menselijke genetica.
- Demografie en bio antro: onderzoeken biologische en culturele krachten die samenstelling v
menselijke populaties bepalen
- Hormonen in mens lichaam en beïnvloeding ervan
- Voedingsantropologie= Studie van de samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie: co-evolutie.
- Studie v menselijke variatie= manier wop iedereen v de hele wereld verschilt in anatomie
o Leeftijd, voortplanting genen
o Mensen aangepast aan ecologie
o Algemene menselijke adaptaties= we passen ons aan, er is geen eindpunt
o Regionale verschillen bestuderen, cultuur
— Biomedische antropologie en bioculturele antropologie
o Effecten van vervuiling, giftige stoffen op de menselijke groei.
o Impulscontrole maar brein speelt rol: beïnvloedt door omgeving➔ biommedische antro
zegt hoe dat komt wnr je al dan niet impulsief handelt
— Moleculaire antropologie
o Verschillen in genoom tussen mensen en naaste verwanten (niet-menselijke primaten)
o Genetische benadering van evolutionaire wetenschap.
o Verschillen tussen (en binnen) mensen en niet-menselijke primaten.
o Wat betekent het precies die 98 procent gelijkstaan aan chimpansees?