HFST 4: PIJN WL
DEFINITIES VAN PIJN
Inleiding Geen vitale parameter, klinisch teken, diagnose of ziekte
Wel een symptoom, een signaalfunctie
Acute pijn is nuttig
Chronische pijn moeilijker te begrijpen
Pijn behandeling is een patiënten recht.
Definities McCaffery:
Pijn is wat diegene die pijn heeft, zegt dat het is en ze treedt op telkens als hij zegt
dat het er is
Nadruk: subjectieve beleving
Beleving is beïnvloed door: lichamelijke, psychologische en omgevingsfactoren
(cultuur, coping, strategieën, angst)
IASP:
Pijn is een onplezierige sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met
actuele of potentiële weefselbeschadiging of beschreven in termen van dergelijke
weefselbeschadiging
Erkent zowel (patho)fysiologische als psychologische componenten van pijn
Toch situaties waarin pijn gn duidelijke lichamelijke oorzaak kent
Pijn is nt zomaar objectief vast te stellen
Emotionele factor is ook subjectief
SOORTEN PIJN
Indeling op basis van tijdsduur
Acute pijn = ontstaat door een plotseling optredende weefselbeschadiging
Bv. als gevolg van (chirurgische) trauma, diagnostisch of therapeutische
handelingen
Goed aan te duiden ontstaansmoment
Tijdelijk en neemt af bij herstel of genezing
Vergezeld met tekenen van hyperactiviteit in het autonome zenuwstelsel:
o Palor, hypertensie, opp tachypnoe, tachycardie, transpireren en VC
Reageert meestal op therapie met analgetica
Onderliggende probleem is vaak op te lossen
DUURT MINDER DAN 3 MAANDEN
Chronische pijn = duurt langer dan 3 maanden en heeft absoluut gn signaalfunctie meer, maar belemmert
ons juist in ons dagelijks bestaan
Constante pijn veroorzaakt veranderingen in CZS
o Hierin verschilt chronische pijn van pijn die ‘lang duurt’
o Autonome zenuwstelsel past zich aan, zodat pt veel van de symptomen
waarmee pijn gepaard gaat, niet meer gaat vertonen
Dit geeft aanleiding tot twijfel bij onervaren waarnemer of er wel
pijn aanwezig is
Diagnostiek is in veel gevallen moeilijk=> Kijken naar oorzaak, NIET tijdsduur
Bij sommige pt met chron pijn is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak, die al dan
niet in verband staat met de pijnklacht
Bij andere: geen anatomische, fysiologische, biochemische of pathologische
afwijking te vinden
Karakteristiek: onschadelijke pijnprikkels, die tot dagdagelijkse activiteiten
behoren, w pijnlijk ervaren
, Indeling op basis van oorzaak
Nociceptieve = veroorzaakt door dreigende of actieve weefselschade
pijn Bv. ontstekingspijn, pijn door arthrose,
Onderscheid tussen:
o Somatische pijn: schade aan huid, spieren of botten
Pijn is scherp begrensd en gelokaliseerd
o Viscerale pijn: schade aan organen
Pijn is SLECHT begrensd en gelokaliseerd
Neuropathische = ontstaat door zenuwbeschadiging of door beschadiging vd pijnbanen in de
pijn (zenuwpijn) hersenen/ruggenmerg
Pt ervaart pijnscheuten, die aanvoelen als
o Elektrische schokken
o Jeuk
o Branderige pijn
o Tintelingen (mieren onder huid)
Soms pijn zonder directe oorzaak
PIJNBELEVING
Factoren Hoe personen reageren op pijn w beïnvloed door meerdere factoren:
Lichamelijke:
o Vermoeidheid en misselijkheid die pijnbeleving in neg zin beïnvloeden
Psychische:
o Angst, spanning, machteloosheid, depressie en boosheid
o Gemoedstoestanden kunnen pijn mede veroorzaken of juist gevolg zijn
van pijn
o Slechte ervaringen met pijn uit verleden, die nog niet verwerkt zijn
Sociale:
o Eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning hebben neg effect
o Sociale fact die samenhangen met werk of maatschappelijke
verplichtingen
Iemand die het heel druk heeft op zijn werk zal soms weinig of
geen last hebben van bv. een blessure
Pas als men zich ontspant, kan pijn in alle hevigheid doordringen
Culturele:
o Uitingen van pijn kunnen per cultuur verschillen
Spirituele:
o Geven van bepaalde ‘zin’/ betekenis aan pijn
o Spiritualiteit is breder dan religie, maar betekenis dat iemand aan pijn
geeft kan wel religieus zijn => dragelijker
Aanhangers van traditionele godsdienst kunnen pijn zien als een
mogelijkheid voor innerlijke groei
o Pijn kan ook gezien w als ‘straf’ => minder dragelijk
Duur van pijn:
o Indien pijn kort aanwezig => minder storend
o Weken, maanden of jaren => leidt tot bep beperkingen
Het model van Loeser
DEFINITIES VAN PIJN
Inleiding Geen vitale parameter, klinisch teken, diagnose of ziekte
Wel een symptoom, een signaalfunctie
Acute pijn is nuttig
Chronische pijn moeilijker te begrijpen
Pijn behandeling is een patiënten recht.
Definities McCaffery:
Pijn is wat diegene die pijn heeft, zegt dat het is en ze treedt op telkens als hij zegt
dat het er is
Nadruk: subjectieve beleving
Beleving is beïnvloed door: lichamelijke, psychologische en omgevingsfactoren
(cultuur, coping, strategieën, angst)
IASP:
Pijn is een onplezierige sensorische en emotionele ervaring geassocieerd met
actuele of potentiële weefselbeschadiging of beschreven in termen van dergelijke
weefselbeschadiging
Erkent zowel (patho)fysiologische als psychologische componenten van pijn
Toch situaties waarin pijn gn duidelijke lichamelijke oorzaak kent
Pijn is nt zomaar objectief vast te stellen
Emotionele factor is ook subjectief
SOORTEN PIJN
Indeling op basis van tijdsduur
Acute pijn = ontstaat door een plotseling optredende weefselbeschadiging
Bv. als gevolg van (chirurgische) trauma, diagnostisch of therapeutische
handelingen
Goed aan te duiden ontstaansmoment
Tijdelijk en neemt af bij herstel of genezing
Vergezeld met tekenen van hyperactiviteit in het autonome zenuwstelsel:
o Palor, hypertensie, opp tachypnoe, tachycardie, transpireren en VC
Reageert meestal op therapie met analgetica
Onderliggende probleem is vaak op te lossen
DUURT MINDER DAN 3 MAANDEN
Chronische pijn = duurt langer dan 3 maanden en heeft absoluut gn signaalfunctie meer, maar belemmert
ons juist in ons dagelijks bestaan
Constante pijn veroorzaakt veranderingen in CZS
o Hierin verschilt chronische pijn van pijn die ‘lang duurt’
o Autonome zenuwstelsel past zich aan, zodat pt veel van de symptomen
waarmee pijn gepaard gaat, niet meer gaat vertonen
Dit geeft aanleiding tot twijfel bij onervaren waarnemer of er wel
pijn aanwezig is
Diagnostiek is in veel gevallen moeilijk=> Kijken naar oorzaak, NIET tijdsduur
Bij sommige pt met chron pijn is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak, die al dan
niet in verband staat met de pijnklacht
Bij andere: geen anatomische, fysiologische, biochemische of pathologische
afwijking te vinden
Karakteristiek: onschadelijke pijnprikkels, die tot dagdagelijkse activiteiten
behoren, w pijnlijk ervaren
, Indeling op basis van oorzaak
Nociceptieve = veroorzaakt door dreigende of actieve weefselschade
pijn Bv. ontstekingspijn, pijn door arthrose,
Onderscheid tussen:
o Somatische pijn: schade aan huid, spieren of botten
Pijn is scherp begrensd en gelokaliseerd
o Viscerale pijn: schade aan organen
Pijn is SLECHT begrensd en gelokaliseerd
Neuropathische = ontstaat door zenuwbeschadiging of door beschadiging vd pijnbanen in de
pijn (zenuwpijn) hersenen/ruggenmerg
Pt ervaart pijnscheuten, die aanvoelen als
o Elektrische schokken
o Jeuk
o Branderige pijn
o Tintelingen (mieren onder huid)
Soms pijn zonder directe oorzaak
PIJNBELEVING
Factoren Hoe personen reageren op pijn w beïnvloed door meerdere factoren:
Lichamelijke:
o Vermoeidheid en misselijkheid die pijnbeleving in neg zin beïnvloeden
Psychische:
o Angst, spanning, machteloosheid, depressie en boosheid
o Gemoedstoestanden kunnen pijn mede veroorzaken of juist gevolg zijn
van pijn
o Slechte ervaringen met pijn uit verleden, die nog niet verwerkt zijn
Sociale:
o Eenzaamheid en gebrek aan sociale ondersteuning hebben neg effect
o Sociale fact die samenhangen met werk of maatschappelijke
verplichtingen
Iemand die het heel druk heeft op zijn werk zal soms weinig of
geen last hebben van bv. een blessure
Pas als men zich ontspant, kan pijn in alle hevigheid doordringen
Culturele:
o Uitingen van pijn kunnen per cultuur verschillen
Spirituele:
o Geven van bepaalde ‘zin’/ betekenis aan pijn
o Spiritualiteit is breder dan religie, maar betekenis dat iemand aan pijn
geeft kan wel religieus zijn => dragelijker
Aanhangers van traditionele godsdienst kunnen pijn zien als een
mogelijkheid voor innerlijke groei
o Pijn kan ook gezien w als ‘straf’ => minder dragelijk
Duur van pijn:
o Indien pijn kort aanwezig => minder storend
o Weken, maanden of jaren => leidt tot bep beperkingen
Het model van Loeser