Def. Histopathologie = studie van de weefsels aangetast door ziekte
Def. Neoplasie = studie van de goedaardige en kwaadaardige tumoren (hier gaan we
specifieker in op kanker)
Def. Epidemiologie: voorkomen van ziekten (hier vooral kanker) in de samenleving
Def. Carcinogene agentia: agentia die kanker geven
Hoofdstuk 1: Basisbegrippen en nomenclatuur:
1.1) Inleiding:
• Bij ons is kanker de tweede belangrijkste oorzaak van sterfte (belangrijkste
oorzaak = cardio-vasculaire aandoening, hartinfarten & hersenziektes)
- Bij de man zien we zelf meer sterfte bij mannen aan kanker dan aan cardio-
vasculaire ziektes
- Bij de vrouw zien we nog steeds dat meer vrouwen sterven aan cardio-
vasculaire ziektes dan aan kanker
Maar tegenwoordig zien we dat kankersterfte ongeveer evenveel is als aan een cardio-
vasculaire aandoening
1.2) Definitie’s en algemene begrippen:
Neoplasie = tumor (kan goed & kwaadaardig zijn)
Moleculaire definitie van tumor:
• Ontstaat door mutaties = door mutaties in het DNA die groeivoordelen geven
• Clonaal = mutaties die erfelijk zijn
• Autonome groei = normale cellen passen zich aan de fysiologie van het lichaam,
kankercellen doen dit niet
De 2 basiscomponenten die bijna alle tumoren hebben:
• Clonale cellen (= belangrijkste) = cellen afkomstig van 1 moedercel & zijn
allemaal genetisch identiek
• Reactief centrum = weefsel rond de tumor dat door de tumor geactiveerd &
veranderd wordt om de groei van de tumor te ondersteunen
(bij ons lichaam reageert op die clonale cellen waaraan een reactief tumorstroma
wordt gekoppeld)
è Soms heb je mineure componenten & soms belangrijke componenten
,Collageenvezels in weefsel zorgen voor de structuur, sterkte, vorm & mechanische
ondersteuning
Ribosomen worden gevormd in de nucleus en zorgen voor eiwit aanmaak, aangezien
tumorcellen zeer actief zijn en heel veel eiwitten nodig hebben, zijn ribosomen vaak met
meer actief op deze plaatsen & zijn ze vaak zeer actief
• We hebben 2 soorten kleuringen om tumorcellen duidelijk zichtbaar te maken:
- Hematoxyline (blauw) = kleuring dat bindt op zure substanties (vb. DNA)
De tumorcelkern kleurt blauw-paars
- Eosine (oranje) = kleuring dat bindt op basische substanties (vb. cytoplasma)
Het stroma rond de tumorcel kleurt oranje
Maken & kleuren van weefselcoupe’s:
Weefselcoupe = een stukje weefsel uit het lichaam nemen (biopt), dit gaan we dan
verwerken door het in dunne laagjes te snijden & te kleuren zodat het lab kan zien of er
een tumorcel aanwezig is
Wanneer je een tumor hebt waarbij de kankercellen mooi op elkaar passen, is het een
gevaarlijke tumor
Colon- poliep = goedaarig verheven letsel = voorloper van een tumorcel (syn. adenoma),
soms worden er meerdere biopsies per desectiestuk geplaatst
De 4 gebruikte stappen voor dit proces:
1) Biopsie -> paraVineblokje:
• Weefsel moet zeer dun gesneden worden, om erdoor te kunnen kijken, maar het
moet wel nog hard genoeg zijn dus gaan we het inprenteren
• Biopsies worden genomen door een endoscoop
• Biopsies worden uitgevist uit de formaldehyde (om de weefsels te kunnen
bewaren) & genummerd, ze worden dan op een hoesje gelegd omdat de gaatjes
anders te groot zijn, met de fragmenten erin, daarna worden deze bedekt door
een hoesje aan de bovenkant met een metaalrooster erop
• Wanneer je volledige stukken moet amputeren, moet je ze verkleinen (past
anders niet)
• S’nachts worden de preparaatjes in een weefselprocessor gelegd waarin water
veranderd naar vloeibare parafine, sochtens komt dit dan in een metalen vormpje
• Dan vul je het metalen vormpje terug met paraVine, je sluit dit met het kasetje en
laat dit afkoelen
• Het werkt als een soort kaarsvet: koud = hard, verwarmen = vloeibaar
2) ParaVineblokje -> ongekleurde coupe:
• ParaVineblokje afsnijden & vasthangen aan de achterkant van het kasetje
• Coupe’s aaneen vormen lintjes
, 3) Ongekleurde coupe -> gekleurde coupe:
• Ongekleurde coupe’s = transparant
• Hematoxyline & eosine worden toegevoegd om het duidelijker te maken
• Gesneden fragmenten kunnen we gebruiken om DNA te extraheren
4) Gekleurde coupe’s -> microscopisch onderzoek
• Preparaatje onder de microscoop leggen & op zoek gaan of er een tumor
aanwezig is en te bekijken of het goedaardig of kwaadaardig is
• Het kleine biopt gaan we vergroten
Basisindeling van tumoren:
• Benige tumor (goedaardige tumor):
- Niet agressief
- Blijft lokaal (duwt de andere weefsels weg & blijft doorgroeien maar invaseert
niet)
- Therapie = chirurgie (verwijdering = genezing)
• Maligne tumor (kwaadaardige tumor):
- Agressief (& kunnen uitzaaiingen geven)
- Metastaseren (= tumoren gaan zich verspreiden van de oorspronkelijke tumor
naar andere plaatsen in het lichaam)
Cellen kruipen tussen andere cellen (goede & slechte) & geven distructie
• Prognose van een goedaardige tumor is niet altijd goed
- Goedaardige tumor in de hersenen = snel plaats te kort & snel symptomen,
maar wel een moeilijke operatie om deze tumor weg te halen
• Prognose van een kwaadaardige tumor is niet altijd slecht
- Kwaadaardige tumor in de huid = je ziet dit snel & je kan rap halen, het
wegnemen waardoor dit wel positief nieuws is
, 1.3) Naamgeving van tumoren:
2 basisbegrippen:
1) Eerst criterium: opsplitsing in naamgeving tussen benigne & maligne
- Op basis van klinisch gedrag
2) Tweede criterium: histogenetisch criterium
- Door de naam weet je in welk weefsel het is ontstaan
Epitheel Steunweefsel
Ligging -Bekleed oppervlakten (vb. -Ligt onder het epitheel
huid, darm, blaas & -Vult ruimtes & verbindt
luchtwegen) structuren
-Vormt klieren & hun -Vormt kapsels, pezen,
afvoergangen ligamenten, bot,
-Zit altijd aan de kraakbeen & vetweefsel
buitenkant van een orgaan
of interne ruimte
Functies -Bescherming (huid) -Ondersteuning &
-Opname (darmen) stevigheid
-Transport (trilhaarepitheel -Elasticiteit
& longen) -Transport (bloed =
-Secretie (klieren) vloeibaar bindweefsel)
-Barrière (tegen -Herstel (wondheling)
pathogenen) -Opslag (vet)
Opbouw & cellen -Dicht opeengepakte -Weinig cellen & veel
cellen extracellulaire matrix