ONDERZOEKSMETHODEN
HOOFDSTUK 1 – CONCEPTUELE GRONDSLAGEN VAN
KWALITATIEF ONDERZOEK
Algemene kenmerken
Vaak een veelheid en rijkheid aan materiaal
Maar: analyticus interruptus -> veel pogingen, weinig resultaat
Weinig vaste en duidelijke regels (weinig richtlijnen): hoe pak ik het
aan?
Leer omgaan met onzekerheid en chaos
Drie essentiële kenmerken data-analytisch proces:
1. Interpretatief
Niet feitelijk, wel achterliggende
verklaringen/betekenissen
Patronen, verbanden, thema’s?
Structuur in de chaos
Impact onderzoekers: subjectiviteit (erkennen dat we
vooroordelen hebben) en reflexiviteit (neutraliteit creëren door
reflextie)
2. Iteratief
Een zich herhalend proces
Elke herhaling = iteratie
Het resultaat van de ene iteratie is het vertrekpunt van de
volgende
3. Constant comperatief
Nieuwe data VS oude
Wat is gelijk en wat niet?
Waarom zijn er verschillen/gelijkenissen in
ervaring/betekenisverlening?
1
, Theoretische kaders
Symbolisch interactionisme
Mead:
Fundamenteel voor symbolisch interactionisme
“Mind, self and society” (1934)
Benadrukt communicatie en symbolen in samenleving
Gedeelde betekenissen en symbolen essentieel voor sociale
interactie
Ontwikkeling van het zelf:
Zelf ontstaat uit sociale interacties
Niet aanwezig bij geboorte; ontwikkelt door sociale ervaringen
“Taking the role of the other”: zien vanuit perspectief van
anderen
Gegeneraliseerde ander:
Gemeenschappelijke gedragsverwachtingen en houdingen
Helpt individuen om gedrag van anderen te begrijpen en te
voorspellen
Vergemakkelijkt sociale integratie en cohesie
Rollen en interactie:
Verwachte gedragingen geassocieerd met sociale posities
Cruciaal voor sociale interactie en functioneren van de samenleving
Interactieprocessen: dynamiek op micro, meso en
macroniveau
Betekenis, agency en proces:
Dynamische handelingstheorie: wisselwerking tussen betekenis,
agency en proces
Daagt statistische opvattingen van sociale structuren
Benadrukt vloeiende en evoluerende aard van sociale interacties
Betekenis is niet vaststaand, maar ontstaat en verandert door
sociale interactie.
Agency: Mensen hebben het vermogen om sociale structuren te
beïnvloeden en te veranderen door hun handelingen.
2
HOOFDSTUK 1 – CONCEPTUELE GRONDSLAGEN VAN
KWALITATIEF ONDERZOEK
Algemene kenmerken
Vaak een veelheid en rijkheid aan materiaal
Maar: analyticus interruptus -> veel pogingen, weinig resultaat
Weinig vaste en duidelijke regels (weinig richtlijnen): hoe pak ik het
aan?
Leer omgaan met onzekerheid en chaos
Drie essentiële kenmerken data-analytisch proces:
1. Interpretatief
Niet feitelijk, wel achterliggende
verklaringen/betekenissen
Patronen, verbanden, thema’s?
Structuur in de chaos
Impact onderzoekers: subjectiviteit (erkennen dat we
vooroordelen hebben) en reflexiviteit (neutraliteit creëren door
reflextie)
2. Iteratief
Een zich herhalend proces
Elke herhaling = iteratie
Het resultaat van de ene iteratie is het vertrekpunt van de
volgende
3. Constant comperatief
Nieuwe data VS oude
Wat is gelijk en wat niet?
Waarom zijn er verschillen/gelijkenissen in
ervaring/betekenisverlening?
1
, Theoretische kaders
Symbolisch interactionisme
Mead:
Fundamenteel voor symbolisch interactionisme
“Mind, self and society” (1934)
Benadrukt communicatie en symbolen in samenleving
Gedeelde betekenissen en symbolen essentieel voor sociale
interactie
Ontwikkeling van het zelf:
Zelf ontstaat uit sociale interacties
Niet aanwezig bij geboorte; ontwikkelt door sociale ervaringen
“Taking the role of the other”: zien vanuit perspectief van
anderen
Gegeneraliseerde ander:
Gemeenschappelijke gedragsverwachtingen en houdingen
Helpt individuen om gedrag van anderen te begrijpen en te
voorspellen
Vergemakkelijkt sociale integratie en cohesie
Rollen en interactie:
Verwachte gedragingen geassocieerd met sociale posities
Cruciaal voor sociale interactie en functioneren van de samenleving
Interactieprocessen: dynamiek op micro, meso en
macroniveau
Betekenis, agency en proces:
Dynamische handelingstheorie: wisselwerking tussen betekenis,
agency en proces
Daagt statistische opvattingen van sociale structuren
Benadrukt vloeiende en evoluerende aard van sociale interacties
Betekenis is niet vaststaand, maar ontstaat en verandert door
sociale interactie.
Agency: Mensen hebben het vermogen om sociale structuren te
beïnvloeden en te veranderen door hun handelingen.
2