• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 84 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Psychologie van arbeid en gezondheid - Deel 1.

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 84 pagina's

Samenvatting van Deel 1 voor het tentamen. - onderscheid hoofdzaken van bijzaken - zie wat belangrijk is voor het tentamen - uitleg bij lastige begrippen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting : Deel 1
Psychologie van de Arbeid en Gezondheid
2026
Open universiteit

Thema 1
Thema 1

Hoofdstuk 1
1.1 Inleiding: “januskop van arbeid” (p. 4)
kernidee: arbeid heeft twee kanten:

1. labor (inspanning/belasting)
2. opus (resultaat/uitdaging/zelfverwerkelijking).

1.2 Wat is A&G-psychologie? (p. 4–7)
Dit moet je kunnen reproduceren:

Definitie (1 zin):

 A&G-psychologie = discipline die welzijn en gezondheid op het werk bestudeert en
bevordert vanuit de gedachte van optimale afstemming tussen persoon en
organisatie.

5 toelichtingen bij de definitie (heel belangrijk, want MC-vragen):
1. Het is wetenschap én praktijkveld; welzijn heeft ook een dubbele betekenis
(individueel welbevinden + kenmerken van arbeid die welbevinden bevorderen, bv.
regelmogelijkheden/feedback/afwisseling/sociale contacten).
2. Veiligheid staat niet in “onze” definitie; in NL is veiligheid vooral domein van
veiligheidskunde, maar A&G werkt wel samen.
3. Gezondheid breed: niet alleen lichamelijk/geestelijk, ook gezondheidsgedrag (o.a.
alcohol tijdens werk, agressie/seksuele intimidatie/pesten, verzuim,
arbeidsongeschiktheid). Daarnaast Warr’s 4 aspecten van geestelijke gezondheid:
o affectief welbevinden
o competentie
o autonomie
o aspiratie
4. “Werk” = niet per se betaald; psychologische definitie: gestructureerde, doelgerichte
activiteit met verplichtend karakter; kan ook vrijwilligerswerk/mantelzorg zijn; niet
sport/spel/vrije tijd.
5. Niet alleen werk: ook wederzijdse beïnvloeding met andere levenssferen (vrije
tijd/gezins- of thuissituatie).

,Interventieterrein :

 signalering (screening/vroegdiagnostiek; bv. RIE)
 primaire preventie (aanpak bij de bron)
 secundaire preventie (tijdig optreden bij eerste symptomen)
 “soms” tertiaire preventie = behandeling + ook arbeidsre-integratie hoort erbij

Dit stuk verklaart ook jouw oefenvraag: “re-integratie” valt onder dit terrein.

1.3 Waarom A&G? (p. 7–14)
Je moet de indeling en de kernpunten herkennen:

1.3.1 Veranderingen in en rondom arbeid (p. 8–9)
 intensivering van arbeid (werktempo)
 verandering arbeidsinhoud: minder handen, meer hoofd/hart → verschuiving risico’s
naar psychische klachten
 organisatieveranderingen (downsizing/outsourcing/delayering/plaats- en
tijdsonafhankelijk werken) → onzekerheid/spanning
 moderne bedrijfsvoering (lean/high performance/MBO/RGM) →
verantwoordelijkheden laag, druk op werknemer/leidinggevende
 aantasting psychologisch contract (meer gevraagd, minder geboden; regeldruk;
verwachtingen beschaamd) → kan leiden tot psychische klachten zoals burn-out

1.3.2 Sociaal-culturele veranderingen (p. 9–12)
 arbeidsparticipatie (o.a. vrouwen; parttime NL; link met instroom psychische
klachten)
 opkomst dienstensector → emotionele belasting/contact met cliënten etc.
 verruiming ziektebegrip / psychologisering (labels als stress/burn-out etc.)
 toegenomen verwachtingen van werk → kans op desillusie stijgt met verwachtingen
 individualisering → minder sociale steun → omgaan met moeilijke situaties
belastender
 uitholling professionele autoriteit → meer emotionele arbeid/sociale vaardigheden
nodig

Door de toename van arbeidsparticipatie van vrouwen:

 werken meer mensen in totaal
 daardoor kunnen ook meer mensen arbeidsongeschikt raken

Omdat psychische klachten een groot deel van arbeidsongeschiktheid vormen, stijgt het
aantal gevallen van psychische arbeidsongeschiktheid.

Daarnaast noemt het boek dat vrouwen vaker:

,  werk combineren met zorgtaken
 parttime werken

Deze factoren kunnen bijdragen aan werk-privé spanning en dus ook psychische belasting.

Welke sociaal-culturele verandering kan bijdragen aan meer psychische
arbeidsongeschiktheid?
→ toename arbeidsparticipatie van vrouwen (meer mensen werken → meer kans op
arbeidsongeschiktheid)

1.3.3 Ontwikkelingen in Nederland (p. 12–14)
 Arbowet 1983 (incl. PSA: werkdruk, agressie, geweld, seksuele intimidatie, pesten) +
arbokerndeskundigen
 Psychische arbeidsongeschiktheid: groot aandeel afkeuringen; aandeel psychische
klachten >40% in 2018 → focus op psychosociale arbeidsrisico’s
 gezamenlijke verantwoordelijkheid werkgevers/werknemers/overheid (arbocatalogi
i.p.v. convenanten)
 hoge kosten (o.a. schattingen 2017: totaal 8,7 mld; psychisch 5,3 mld)
 lange traditie overspannenheid/surmenage → vruchtbare bodem voor burn-out en
A&G

Waarom kon burn-out relatief makkelijk “voet aan de grond krijgen”
in Nederland?
Volgens het boek heeft Nederland een lange traditie van diagnoses rond werkgerelateerde
uitputting, zoals:

 overspannenheid
 surmenage

Deze diagnoses werden in Nederland al lang gebruikt om psychische klachten door
werkstress te beschrijven. Daardoor bestond er al:

 medische erkenning voor werkstressklachten
 aandacht voor psychische belasting van werk
 een systeem waarin zulke klachten konden leiden tot ziekteverzuim of
arbeidsongeschiktheid

Toen het concept burn-out opkwam, kon dat daarom relatief gemakkelijk aansluiten bij
deze bestaande traditie.

Psychische arbeidsongeschiktheid is relatief hoog in Nederland
omdat:
 psychische klachten sterk erkend en geregistreerd worden

,  er een traditie bestaat van diagnoses zoals overspannenheid
 het sociale zekerheids- en registratiesysteem dit goed zichtbaar maakt
 werk steeds meer mentale en emotionele belasting bevat

Thema 2
Thema 2

Hoofdstuk 20 gezondheid en werkprestaties
20.1
Gezondheid kan invloed hebben op werkprestaties. Wanneer de gezondheid vermindert kan
dit leiden tot:

• lagere productiviteit
• meer fouten
• minder concentratie
• minder energie

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gezondheid een toestand van fysiek,
mentaal en sociaal welzijn.

Ook het model van Testa en Simonson beschrijft gezondheid vanuit drie domeinen:

1. Fysieke gezondheid – symptomen en handicaps
2. Mentale / psychische gezondheid – emoties en gedragingen
3. Sociale gezondheid – functioneren op werk en in relaties

Gezondheidsproblemen leiden echter niet altijd tot ziekteverzuim. Werknemers kunnen ook
blijven werken terwijl ze ziek zijn. Dit wordt presenteïsme genoemd.

Presenteïsme
Werknemers zijn aanwezig op werk ondanks ziekte, waardoor prestaties verminderd kunnen
zijn.

Presenteïsme komt relatief vaak voor in sectoren zoals:

• gezondheidszorg
• onderwijs
• adviessector

Redenen waarom mensen toch naar werk gaan zijn onder andere:

• gevolgen van afwezigheid voor anderen (bijv. patiënten of leerlingen)
• risico op ontslag of negatieve gevolgen voor inkomen en carrière
• afwijzende reactie van collega's

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1 1
  2. 02 1.1 Inleiding: “januskop van arbeid” (p. 4) 1
  3. 03 1.2 Wat is A&G-psychologie? (p. 4–7) 1
  4. 04 5 toelichtingen bij de definitie (heel belangrijk, want MC-vragen): 1
  5. 05 1.3 Waarom A&G? (p. 7–14) 2
  6. 06 1.3.1 Veranderingen in en rondom arbeid (p. 8–9) 2
  7. 07 1.3.2 Sociaal-culturele veranderingen (p. 9–12) 2
    1. uitholling professionele autoriteit → meer emotionele arbeid/sociale vaardigheden nodig 2
  8. 08 1.3.3 Ontwikkelingen in Nederland (p. 12–14) 3
  9. 09 Waarom kon burn-out relatief makkelijk “voet aan de grond krijgen” in Nederland? 3
  10. 10 Psychische arbeidsongeschiktheid is relatief hoog in Nederland omdat: 3
  11. 11 Hoofdstuk 20 gezondheid en werkprestaties 4
  12. 12 20.1 4
  13. 13 Factoren van de aandoening die presenteïsme beïnvloeden 5
  14. 14 20.2 Het prestatieproces 5
  15. 15 Regulering van arbeidsactiviteiten 6
  16. 16 20.3 Typen prestatie-uitkomsten 6
  17. 17 Gelukkige-productieve werknemer hypothese 6
  18. 18 20.4 Hoe ziekte prestaties beïnvloedt 7
  19. 19 Strategieën om prestaties te behouden 7
  20. 20 Drie modi van werken (Hockey) 7
  21. 21 Mediatoren tussen gezondheid en prestatie 8
  22. 22 Moderatoren in de relatie gezondheid – prestatie 8
  23. 23 Samenvattend model 8
  24. 24 Belangrijk voor het tentamen (H20) 9
  25. 25 Hoofdstuk 21 Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid 9
    1. Johansson & Lundberg: twee dimensies 9
  26. 26 Risque professionnel en risque social 9
  27. 27 Beleidsmaatregelen in Nederland 10
    1. Eerste beleidslijn 10
    2. Tweede beleidslijn 10
  28. 28 Wet verbetering poortwachter 10
  29. 29 Arbeidsongeschiktheidsregelingen 11
    1. WAO 11
    2. WIA 11
  30. 30 Meten van ziekteverzuim 11
    1. Verzuimmaten 11
  31. 31 Arbeidsongeschiktheidsmaten 12
  32. 32 Determinanten van ziekteverzuim 12
    1. Gezondheidsfactoren 12
    2. Persoonsfactoren 13
    3. Persoonlijkheid en coping 13
    4. Leefstijl 13
    5. Thuissituatie 14
    6. Werkkenmerken 14
    7. Organisatiekenmerken 14
    8. Werktijden 14
    9. Conjunctuureffect 15
    10. Nederlandse regelgeving 15
    11. Hoofdcategorieën van determinanten 15
    12. Arbeidsbelastingsmodel (Van Dijk) 15
    13. Beleid tegen ziekteverzuim 16
    14. Preventief beleid 16
    15. Drempeloptimaliserend beleid 16
    16. Curatief beleid 16
    17. Terugkeer naar werk 16
    18. Hoofdstuk 13 Epidemiologie van werkgerelateerde psychische klachten 17
    19. 13.1 Epidemiologie 17
    20. Klacht vs Aandoening 17
    21. Arbeidsongeschiktheid – WIA 17
    22. Registratie van beroepsziekten 18
    23. Ziekteverzuimregistratie 18
    24. Belangrijkste diagnosecategorieën 19
    25. Meest voorkomende psychische diagnoses 19
    26. Zelfgerapporteerde oorzaken van verzuim 19
    27. Trend in burn-outklachten 19
    28. Risicogroepen voor arbeidsongeschiktheid 20
    29. Healthy Worker Effect 20
    30. Sectorverschillen in burn-out 21
    31. Determinanten van psychische klachten 21
    32. Belangrijk voor het tentamen (H13) 21
  33. 33 Hoofdstuk 2 Werkstress 22
    1. Werkstress 22
    2. 1. Person–Environment Fit model 22
    3. Objectieve en subjectieve misfit 22
    4. Positieve en negatieve misfit 23
    5. Coping in het P-E fit model 23
    6. Kanttekeningen bij het P-E fit model 24
    7. 2. Demand–Control–Support model 24
    8. Psychologische taakeisen 24
    9. Regelmogelijkheden 24
    10. Vier werksituaties (Karasek) 25
    11. Twee diagonalen 25
    12. Sociale steun 26
    13. Onderzoek 26
    14. Kanttekeningen 26
    15. 3. Vitaminemodel (Warr) 26
    16. Twee typen effecten 27
    17. Welbevinden 27
    18. Persoonskenmerken 27
    19. 4. Effort–Reward Imbalance model (ERI) 28
    20. Overcommitment 28
    21. 5. Job Demands–Resources model (JD-R) 29
    22. Taakeisen 29
    23. Energiebronnen 29
    24. Bevlogenheid 29
    25. Twee processen 29
    26. Opwaartse en neerwaartse spiraal 30
    27. Persoonlijke hulpbronnen 30
    28. Kanttekeningen 30
    29. 6. DISC model 30
    30. Triple-match principe 31
    31. Gebruik van modellen in de praktijk 31
  34. 34 Hoofdstuk 3 arbeid en mentale inspanning 31
    1. 3.1 Inleiding 31
    2. 3.2 Taaklast, vermoeidheid en regelmogelijkheden 32
  35. 35 3.3 Mentale efficiëntie 33
  36. 36 3.4 Compensatoire inspanning 33
  37. 37 3.5 Psychofysiologische kosten 34
  38. 38 3.6 Veranderingen tijdens de werkdag 34
  39. 39 3.7 Mentale inspanning en werkstress 35
  40. 40 3.8 Psychosomatische klachten 35
  41. 41 3.9 Belasting en herstel 35
  42. 42 Belangrijk voor het tentamen (H3) 36
  43. 43 Hoofdstuk 4 de psychofiosologie van werkstress 36
    1. 4.1 Subjectieve en fysiologische stressmaten 36
    2. 4.2 Betrouwbaarheid van fysiologische metingen 37
    3. 4.3 Autonoom zenuwstelsel en stress 37
    4. 4.4 Bloeddruk en werkstress 38
    5. 4.5 Hartslagvariabiliteit en RSA 38
    6. 4.6 Catecholaminen: adrenaline en noradrenaline 39
    7. 4.7 Cortisol en de HPA-as 39
    8. 4.8 Dag-nachtritme van cortisol 40
    9. CAR – Cortisol Awakening Response 40
    10. Cortisol en stress 41
    11. Belangrijk voor het tentamen (H4) 41
  44. 44 Thema 3 41
  45. 45 H18 Burn-out en bevlogenheid 41
    1. Geschiedenis van burn-out 41
    2. Symptomen en diagnostiek 42
    3. Oorzaken van burn-out 42
    4. Gevolgen van burn-out 43
    5. Persoonskenmerken en burn-out 44
    6. Sociobiografische kenmerken 44
    7. Werkkenmerken versus persoonskenmerken 45
    8. Interventies bij burn-out 45
  46. 46 Bevlogenheid 46
    1. Bevlogenheid, werkverslaving en tevredenheid 46
    2. Wie zijn vaker bevlogen? 46
    3. Opwaartse spiraal van bevlogenheid 47
    4. Amplitie 47
    5. Samenvattend 47
    6. 1. Context en aanleiding 48
  47. 47 2. Diagnostische problemen bij burn-out 48
    1. Verschillende definities 48
  48. 48 3. Belangrijke onderzoeksbevindingen 49
    1. 1. Burn-out en depressie overlappen gedeeltelijk 49
    2. 2. Verminderd handelingsvermogen 49
    3. 3. Evenwichtsmodellen 49
  49. 49 4. Effectiviteit van behandelingen 49
  50. 50 5. Individuele vs organisatorische interventies 50
    1. Individuele interventies 50
    2. Organisatiegerichte interventies 50
  51. 51 6. Het behandelingsprotocol 50
  52. 52 7. Meting en assessment 51
    1. 1. Maslach Burnout Inventory (MBI) 51
    2. 2. Utrechtse Burn-out Schaal (UBOS) 51
    3. 3. Checklist Individuele Spankracht (CIS) 51
    4. 4. Brief Symptom Inventory (BSI) 51
  53. 53 8. Belangrijke problemen bij behandeling 51
    1. 1. Motivatie van patiënten 52
    2. 2. Relatie tussen individu en organisatie 52
    3. 3. Structurele werkproblemen 52
  54. 54 9. Rol van de bedrijfsarts 52
  55. 55 Tentamenpunten uit het artikel 52
    1. 1 Burn-out staat niet in de DSM 52
    2. 2 Burn-out en depressie overlappen 53
    3. 3 Verminderd handelingsvermogen 53
    4. 4 Interventies hebben gemiddeld klein effect 53
    5. 5 Vragenlijsten voor evaluatie 53
    6. 6 Protocollaire behandeling bestaat uit: 53
    7. 1 54
    8. 2 54
    9. 3 54
    10. 4 54
    11. 5 55
    12. 6 55
    13. 1. Inleiding 55
  56. 56 2. Conceptualisering van werkverslaving 56
    1. Workaholism Battery (Spence & Robbins) 56
    2. Drie elementen van werkverslaving (Scott et al.) 56
    3. Dutch Work Addiction Scale (DUWAS) 57
    4. Werkverslaving als verslaving 57
  57. 57 3. Correlaten en gevolgen 57
    1. Prestaties 58
    2. Gezondheid 58
  58. 58 4. Werkverslaving versus bevlogenheid 58
    1. Bevlogen werknemers 58
    2. Werkverslaafden 58
  59. 59 5. Verklaringen voor werkverslaving 59
    1. 1. Verslavingsmodel 59
    2. 2. Aangeleerd gedrag 59
    3. 3. Persoonlijkheid 59
  60. 60 6. Behandeling 59
  61. 61 Kort overzicht (tentamen) 60
  62. 62 H5 Assessment van werkstress 61
    1. 1. Assessment vs diagnostiek 61
  63. 63 2. ICF-model (International Classification of Functioning) 61
    1. Drie domeinen van functioneren 61
    2. Twee typen factoren die functioneren beïnvloeden 61
  64. 64 3. Meetmethoden voor werkstress 62
    1. 1. Zelfrapportage (vragenlijsten) 62
    2. 2. Observatie en registraties 62
  65. 65 4. Beoordeling van vragenlijsten (COTAN) 62
    1. 7 beoordelingscriteria 62
  66. 66 5. Standaardisatie van tests 63
  67. 67 6. Normen 63
    1. Eisen aan normen 63
  68. 68 7. Betrouwbaarheid 63
    1. Twee methoden 63
  69. 69 8. Validiteit 64
    1. Inhoudsvaliditeit 64
    2. Begripsvaliditeit 64
    3. Criteriumvaliditeit 64
  70. 70 9. Het algemene stressmodel 64
    1. Stressoren 64
    2. Mediatoren 65
    3. Moderatoren 65
  71. 71 10. Voorbeelden van vragenlijsten 65
    1. VVBA (Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid) 65
    2. JD-R monitor 65
  72. 72 11. Stressreacties (strain) 66
  73. 73 H6 Assessment op organisatieniveau 66
    1. 1. Waarom assessment op organisatieniveau? 66
  74. 74 2. Theoretisch uitgangspunt 67
    1. Vier belangrijke aspecten van werk 67
  75. 75 3. Methodieken voor assessment 67
    1. 1. Documentonderzoek en administratieve gegevens 67
    2. 2. Checklists en observaties 68
    3. 3. Technische metingen 68
    4. 4. Interviews 68
    5. 5. Vragenlijsten 68
  76. 76 4. Aandachtspunten bij methoden 69
  77. 77 5. Onderwerpen die onderzocht worden 69
    1. Organisatiekenmerken 69
    2. Werkkenmerken 69
    3. Personeelskenmerken 69
  78. 78 6. Globaal vs uitgebreid assessment 70
    1. Stap 1 – Globale verkenning 70
    2. Stap 2 – Uitgebreide inventarisatie 70
  79. 79 7. Verslaglegging en terugkoppeling 70
    1. Rapportage 70
    2. Terugkoppeling 70
  80. 80 8. Belangrijk principe 71
  81. 81 Belangrijk model in dit hoofdstuk 71
    1. AMO-model (HR-management) 71
  82. 82 H14 Emotionele arbeid 72
    1. Ontstaan van aandacht voor emoties op het werk 72
    2. Emoties op het werk (circumplexmodel) 72
    3. Emotionele belasting 72
    4. Emotionele arbeid 73
    5. Gevoelsregels (display rules) 73
    6. Emotieregulatie 73
    7. Andere vormen van emotieregulatie 74
    8. Emotionele dissonantie 74
    9. Effecten van emotionele arbeid 74
    10. Deep acting vs surface acting 75
    11. Beschermende factoren 75
  83. 83 H15 Interactie tussen werk en privé 76
    1. 1. Basisbegrippen: WPI en PWI 76
    2. 2. Drie manieren waarop werk en privé samenhangen 76
    3. 4. Werk-privéverrijking (positieve interactie) 77
    4. 5. Belangrijk model: Work-Home Resources model 77
    5. 6. Antecedenten (oorzaken) 78
    6. 7. Persoonlijkheid 78
    7. 8. Gevolgen 78
    8. 9. Spill-over vs Cross-over 79
    9. 10. Praktische implicaties 79
  84. 84 H16 Persoonlijkheid, werkstress en gezondheid 79
    1. 1. Stress is niet alleen objectief 80
    2. 2. Hoe persoonlijkheid invloed heeft op stress 80
    3. 3. Type A gedrag (klassiek maar nog steeds belangrijk) 81
    4. 4. Drie manieren waarop persoonlijkheid en stress samenhangen 81
    5. 5. COR-theorie: waarom stress ontstaat 82
    6. 6. Controle is cruciaal (locus of control) 82
    7. 7. Kwetsbare denkstijlen (attributie) 83
    8. 8. Beschermende persoonlijkheidseigenschappen 83
    9. 9. Big Five en stress 84
    10. 10. Emotionele intelligentie 84

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789036824941 Druk: 4

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Deel 1 tentamen
Geüpload op
19 maart 2026
Aantal pagina's
84
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€11,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Loisse
3,6
(32)
Verkocht
250
Volgers
5
Items
18
Laatst verkocht
9 uur geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen