Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 45 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Statistiek voor psychologen deel I: deductieve en inductieve

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 45 pagina's

Dit is een samenvatting van alle geziene theorie uit de hoorcolleges van Statistiek deel I. Het bevat alle formules, extra uitleg en voorbeelden. Als je deze theorie kent kan je dit dus toepassen op de oefeningen van het practicum en examen. Ik behaalde voor dit vak 12/20 in eerste zit!

Voorbeeld van de inhoud

STATISTIEK
Deductieve statistiek
0. Inleiding

Objectieven van statistiek

1. Verzamelen van gegevens:
 efficiënt antwoord vinden op vragen met een
onderzoeksplan

2. Beschrijven van gegevens = beschrijvende statistiek/ exploratieve
data-analyse  gegevens controleren, ordenen, samenvatten,
grafisch voorstellen,…

3. Induceren van algemene info = inductieve statistiek
 specifieke gegevens veralgemenen



Specifieke uitspraak algemene uitspraak
(steekproef) (populatie)

= INDUCTIE: niet
= DEDUCTIE: zeker,
altijd zeker (kans)
logisch
Algemene conclusie Specifieke conclusie
(populatie) (steekproef)



Onderzoekseenheden = elementen waarover de gegevens verzameld
worden Populatie = totale set van onderzoekseenheden
Steekproef = selectie van de onderzoekseenheden die je
gebruikt uit de populatie Variabelen = eigenschap van de
onderzoekseenheden dat varieert -
kwalitatief = niet numeriek (woord)
- kwalitatief = numeriek (getal)

1. Beschrijvende statistiek met 1 variabele

I.1 FREQUENTIE,PROPORTIE EN CUMULATIEVE PROPORTIE

II. Frequentiefunctie

Frequentietabel = tabel met enkel de mogelijke uitkomsten

Gewone tabel Frequentietabel

, Freque
nties:
freq (Xj) = hoeveel keer Xj
voorkomt
n = totaal aantal uitkomsten m = alle mogelijke uitkomsten
x, y, z = variabelen x, y, z, = variabelen
i = doorloopt de observaties (van j = doorloopt de mogelijke
1 tem n) uitkomsten (van 1 tem j)
som van de frequenties = n



III. Proportiefunctie

Proportie: P(Xj) = relatieve frequentie t.o.v. de totale aantal observaties

FORMULE : P(Xj) = freq(Xj) / n


0 ≤ P(Xj) ≤ 1 : (tussen 0 en 1)
 som van alle proporties = 1:



 Grafische voorstelling voor KWALITATIEVE variabelen
Lijndiagram: staafdiagram:
taartdiagram:




X1 X2 X3 X4

 Grafische voorstelling voor KWANTITATIEVE variabelen:
Lijndiagram histogram:
 Negatieve
scheefheid =
 positieve
scheefheid =
 Y-as begint bij 0
 Hoogte =
frequentie

, Als de variabelen ver uit elkaar liggen  gegroepeerde frequenties
o Ong evenveel variabelen per groep
o Niet leeg
Klassenintervallen
o Niet overlappen

Klassenmidden = gemiddelde van de uitersten van het interval
frequentiedichtheid = als je klassen van ongelijke breedte gaat gebruiken
is de frequentie = aan de opp van de balk.
FORMULE: freq / klassenbreedte
 Grafische voorstelling van gegroepeerde frequenties
Stam en loofdiagram




Rug aan rug

 voor meer variabelen
 gelijke stam
 vergelijken: conclusies maken

Bij uitzonderingen voor 100 en 1000tallen: erbij zetten!



IV. Cumulatieve proportiefunctie

Cumulatieve frequentie: cfreq (Xj) = ∑ freq (Xj)
= som van de frequenties die kleiner of gelijk zijn aan Xj
= in ‘cfreq’ van de meetmomenten was X ≤ Xj

Cumulatieve proportie: F (Xj) = P (X ≤ Xj)
= de proportie (freq / n) van alle waarden ≤ Xj
= in F % van de meetmomenten was X ≤ Xj
= de som van de proporties OF cfreq/n



Kwantielen (r-de kwantiel: (Xr)) = waarde van X waarvoor de cumulatieve
proportie ≥ r

,  Als er een X-waarde is met F(Xj) = r (cumulatieve proportie komt
wel voor)  gemiddelde van de kleinste X-waarde met F(Xj)
= r en de kleinste X-waarde met F(Xj) > r
 Als er geen X-waarde is voor F(Xj) = r (cumulatieve proportie
komt niet voor)  1e kwantiel dat groter is waarvoor er wel
een X-waarde is (F(Xj > r)




1.2 SAMENVATTENDE MATEN

Centrale tendens:

 Modus = waarde die het vaakst geobserveerd wordt, elke Xj waarvoor
de frequentie of proportie maximaal is (meerdere: modi)
 niet altijd centraal

 Mediaan = de waarde die zich precies in het midden bevindt als je de
waarden van klein naar groot ordent
 PC50 = D5 = Q2 = Xr0,5
scheidt de laagste 50% van de observaties met
de hoogste 50%  gemiddelde tussen de X-waarde voor
kwantiel 0,5 en de X-waarde van het volgende kwantiel
 alternatieve
berekening (ipv met cumulatie proportietabel):
- Als n even is: middelste observatie
- Als n oneven is: gemiddelde van de 2 middelste observaties

 (Rekenkundig) gemiddelde = de som van alle observaties gedeeld door
het aantal observatie
FORMULE :  voor frequentie: )

 voor proportie:

 is gevoelig voor uitbijters = extreem grote/ kleine waardes
 EIGENSCHAP: de gemiddelde afwijking van de
observaties t.o.v. het gemiddelde = 0

POST IT
BEWIJS!

,Spreiding:

 Bereik
= grootste geobserveerde score (max(X)) – kleinste geobserveerde
score (min(X))
gevoelig voor uitbijters

 Interkwartielbereik
= Q3 – Q1
= bevat ongeveer de middelste 50% van de observaties
minder gevoelig voor uitbijters

 Variantie (S²x)
= het gemiddelde van de gekwadrateerde afwijking van de
observaties t.o.v. het rekenkundig gemiddelde (standaardafwijking)²
= gemiddelde spreiding van de gegevens rond het gemiddelde

FORMULE: voor frequentie :

voor proportie:

 grote variantie = gegevens liggen ver uit elkaar, ver van het
gemiddelde  kleine variantie = gegevens liggen dicht bij
elkaar, dicht bij het gemiddelde

CHIASTISCHE EIGENSCHAP: (andere manier)

OF gemiddelde van de kwadraten
van je observatie min het
kwadraat van het gemiddelde
(zie bewijs)

voor frequentie:

voor proportie:



 Standaarddeviatie (standaardafwijking Sx) = gemiddelde spreiding van
de gegevens rond hun gemiddelde in dezelfde eenheid!

FORMULE:

,  Spreiding tussen gegevens onderling: 2 keer de variantie

FORMULE:


EIGENSCHAPPEN VAN GEMIDDELDE EN VARIANTIE:

Regel van Steiner:
Voor een willekeurig getal C geldt: de gemiddelde
gekwadrateerde afstand van C tot de observaties = de som van de
variantie (de gem. gekwadrateerde afstand van de observaties tot het
gem.) en(X - C)²

FORMULE:


Als C dan is de gem. gekwadrateerde afstand van C tot X
altijd groter dan de variantie!

hoe dichter C bij ligt hoe kleiner

 Vat het centrum van de gegevens, omdat het het punt is dat het er het
dichtst bij ligt

Ongelijkheid van Tchebychev
= manier om te kijken of scores extreem zijn of niet (als je enkel het gem.
en Sx hebt)
= de proportie geobserveerde scores die zich op een afstand van min K
standaarddeviaties tot het gemiddelde bevinden is kleiner of gelijk aan
1/k²

FORMULE:




De paarse zone bevat
hoogstens proportie 1/k² van
de observaties (je weet niet aan
welke kant de gegevens liggen)

De roze zone bevat minstens
proportie 1-1/k² van de
observaties

Documentinformatie

Geüpload op
19 maart 2026
Bestand laatst geupdate op
19 maart 2026
Aantal pagina's
45
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
12
Volgers
1
Items
9
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen