Samenvatting transculturele
modellen
Inleiding
Ibn Khaldoun: ‘Het verleden lijkt meer op de toekomst dan een waterdruppel op een andere.”
Geschiedenis = geen verhaal maar structuur -> Menselijke reacties keren terug:
- Angst en onzekerheid versterken wij-zij denken
- Crisis zet democratische systemen onder druk
- Propaganda en desinformatie beïnvloeden publieke opinie
1. Transculturele modellen voor de PGO
Ibn Khaldoun’s patroon/de universele wet van beweging: mensen verplaatsen zich, ontmoeten elkaar
en botsen al sinds het begin der tijden = waterdruppel die steeds herhaalt
De stap naar Fernando Ortiz: Cuba (1940): land waar iedereen een nieuwkomer was (vrijwillig
kolonisator) of gedwongen (tot slaaf gemaakt) -> cultuur is geen ‘ding’ dat je meeneemt, maar een
gebeurtenis die ontstaat in de ontmoeting
Wij bestuderen niet alleen de “druppel” (de cliënt als individu), maar ook de “orkaan” (de
interactie tussen cliënt, geschiedenis en maatschappij)
1.1 Ortiz en de oorsprong van het begrip transculturatie
‘Orkaan van cultuur’ in Cuba:
Inheems o.a. Taino: oorspronkelijke bewoners
Europees, Spaans: koloniale macht, taal en religie (geforceerd)
Afrikaans: tot slaaf gemaakten met eigen tradities en wereldbeelden
Ongelijke waardering:
- Spaanse norm werd gezien als ‘superieur’ en ‘beschaafd’
- Inheemse bevolking werd uitgeroeid
- Afrikaanse realiteit: mocht niet openlijk beleden worden en gezien als ‘primitief’ en
gevaarlijk’
Gevolg: cultuur bleef bestaan, maar vaak verborgen of aangepast
1
,Van acculturatie naar transculturatie:
- Acculturatie = eenzijdig proces = de ene groep neemt de cultuur van de andere over
4 strategieën:
Integratie = behouden van elementen uit de eigen cultuur in combinatie met
participatie in de bredere samenleving
Assimilatie = grotendeels loslaten van de oorspronkelijke cultuur ten voordele van de
dominante cultuur
Separatie = vasthouden aan de eigen cultuur met beperkte interactie met de
dominante samenleving
Marginalisatie = ontbreken van een sterke verbondenheid met zowel de eigen cultuur
als de dominante cultuur
- Transculturatie = nadruk op wederzijds proces van verlies, aanpassing en creatie; drieluik:
1. Deculturatie (verlies) = het (gedwongen) loslaten of vernietigen van de
oorspronkelijke cultuur
2. Acculturatie (aanpassing) = het overnemen van elementen van de andere groep om
te overleven
3. Neoculturatie (creatie) = het ontstaan van iets totaal nieuws met een eigen logica
Waarom faalde transculturaliteit vroeger? Cultuur is een voortdurend wordingsproces; er ontstaat
een nieuwe, hybride realiteit -> blinde vlek: wanneer de omgeving deze nieuwe gemengde identiteit
niet erkent
1.2 Machtsongelijkheid en structurele uitsluiting
Dubbele focus
Glas 1: zelfreflectie: onze eigen positionering, macht en referentiekader (culturele bescheidenheid)
Frantz Fanon: psychiater: bestudeerde de psychologische gevolgen van kolonisatie en racisme
op de menselijke psyche
Kernbegrip: mentaal dekoloniseren = hulpverleners moeten zich bevrijden van het waanidee
dat hun (westerse) cultuur en normen meer waard zijn + cliënt bevrijden van minderwaardig-
heidscomplex
Glas 2: maatschappelijke drempels: het herkennen van othering, dossiermacht en structurele
uitlsuiting; de macht van het woord
Stuart Hall: grondelegger van de Cultural Studies + focus op hoe macht werkt via taal en
media
Identiteit, discours en macht
Identiteit als proces: being en becoming: voortdurende productie: ontstaat in relatie
tot machtsstructuren, maatschappelijke verwachtingen en dominante discours.
Media, beleid en hulpverlening vormen mee de identiteit
Begrippen zijn nooit waardevrij ->macht werkt via wat als vanzelfsprekend of
normaal wordt voorgesteld; hegemonie: “zo hebben we het leren zien”
Representatie en dossiermacht: representatie produceert werkelijkheid: dossier- en
verslagtaal stuurt handelen
2
, Encoding/decoding en betekenisgeving in hulpverlening
Encoding = het proces waarbij producenten een boodschap vormgeven -> niet
neutraal (institutionele kaders, non-verbale signalen, …)
= bedoelde/gecodeerde betekenis
PGO encodeert boodschappen via regels, verslagen en huisstijlen: “wij bieden
veiligheid”
Decoding = het proces waarbij ontvangers de boodschap interpreteren -> vanuit
eigen geschiedenis, cultuur en maatschappelijke positie
= ontvangen/geïnterpreteerde betekenis
Cliënt decodeert boodschap: “ze wantrouwen mij en willen mij controleren
-> logisch gevolg van ervaringen, geen ‘fout’
Door verschillende groepen:
- Dominante hegemonische lezing: boodschap voelt logisch en redelijk
- Onderhandelende lezing: de code wordt aangepast aan de eigen ervaring
- Oppositionele lezing: de boodschap wordt ontmaskerd als ideologisch
Racisme als structurele stressor
Prevalentie depressie bij migranten: 1/6
-> belangrijkste factoren:
- Werk en verblijf
- Opleidingsparadox = hoger opgeleiden rapporteren vaak meer depressieve klachten; oorzaak:
Devaluatie: diploma’s worden niet erkend
Bewustzijn: scherper oog voor sociale onrechtvaardigheid en discriminatie
Status-discrepantie: grote kloof tussen verwachtingen en economische realiteit
Gezondheidskloof in België: significante verslechtering (1997-2018): ervaren etnische discriminatie +
toegang tot zorg vaak beperkter
-> Impact op identiteit: ‘identiteitsverwarring’ en een verstoord zelfbeeld
Racisme = chronische stressor:
- Epigenetische veranderingen: DNA
- Fysieke gevolgen
- Kloof in pijnzorg
Structurele Ongelijkheid
Socio-economisch: lager inkomen, hogere werkloosheid, discriminatie op de arbeidsmarkt
Onderwijs: schoolse achterstand en lagere doorstroom
Wonen: kwetsbare woonomstandigheden en concentratie in bepaalde wijken
Gezondheid: slechter door chronische stress en beperkte toegang tot zorg
Sociale positie: minder (politieke) vertegenwoordiging en gevoel van uitlsuiting
3
, Contactzones in orthopedagogische contexten
= ruimtes waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten binnen ongelijke
machtsverhoudingen
Vaak een plek van spanning, (onuitgesproken) conflict en wederzijds wantrouwen
Valkuil: de verleiding om de eigen (westerse) norm direct op te leggen
Werken in de contactzone, door:
- Open en niet-oordelend luisteren
- Genuanceerde info delen (geen opgelegde waarheden)
- Samen zoeken naar haalbare oplossingen
Ontstaat een contactzone waarin de cliënt zich gehoord voelt + professionele kennis niet
dominant maar dialogisch wordt ingezet
Third space en de mythe van neutraliteit
= tussenruimte waarin nieuwe betekenissen ontstaan door onderhandeling. Ruimte waar
professional en cliënt samen zoeken naar woorden, praktijken en oplossingen (-> passen vaak niet
volledig binnen bestaande institutionele, culturele, professionele kaders)
In deze ruimte:
- Ontstaan nieuwe betekenissen (relationeel en dynamisch)
- Worden vaste categorieën en normen tijdelijk opgeschort
Rol van PGO: mentaal ruimte maken hiervoor -> alternatief proces:
1. Exploratie: wie is de ander? + Hoe begrijpt die zijn situatie?
2. Decentering: eigen referentiekader tijdelijk opschorten
3. Recentering: professionele expertise inbrengen + samen betekenis geven binnen de
leefwereld van de cliënt
1.3 Othering als discursief en institutioneel proces
Mensen worden door de samenleving als “anders” weggezet o.b.v uiterlijke kenmerken of afkomst
Gebeurt binnen een context van ongelijke machtsverhoudingen, vaak gedicteerd door de
dominante norm (Witte orde)
Van culturalisering naar exploratie en dialoog/anti-othering:
Professionele opdracht is:
- Exploreren van de situatie binnen de maatschappelijke context
- Nuanceren van betekenis
- Aansluiten bij de beleving van de cliënt
De hulpverlener erkent dat cliënten hun handelen betekenisvol ervaren binnen hun eigen context
4
modellen
Inleiding
Ibn Khaldoun: ‘Het verleden lijkt meer op de toekomst dan een waterdruppel op een andere.”
Geschiedenis = geen verhaal maar structuur -> Menselijke reacties keren terug:
- Angst en onzekerheid versterken wij-zij denken
- Crisis zet democratische systemen onder druk
- Propaganda en desinformatie beïnvloeden publieke opinie
1. Transculturele modellen voor de PGO
Ibn Khaldoun’s patroon/de universele wet van beweging: mensen verplaatsen zich, ontmoeten elkaar
en botsen al sinds het begin der tijden = waterdruppel die steeds herhaalt
De stap naar Fernando Ortiz: Cuba (1940): land waar iedereen een nieuwkomer was (vrijwillig
kolonisator) of gedwongen (tot slaaf gemaakt) -> cultuur is geen ‘ding’ dat je meeneemt, maar een
gebeurtenis die ontstaat in de ontmoeting
Wij bestuderen niet alleen de “druppel” (de cliënt als individu), maar ook de “orkaan” (de
interactie tussen cliënt, geschiedenis en maatschappij)
1.1 Ortiz en de oorsprong van het begrip transculturatie
‘Orkaan van cultuur’ in Cuba:
Inheems o.a. Taino: oorspronkelijke bewoners
Europees, Spaans: koloniale macht, taal en religie (geforceerd)
Afrikaans: tot slaaf gemaakten met eigen tradities en wereldbeelden
Ongelijke waardering:
- Spaanse norm werd gezien als ‘superieur’ en ‘beschaafd’
- Inheemse bevolking werd uitgeroeid
- Afrikaanse realiteit: mocht niet openlijk beleden worden en gezien als ‘primitief’ en
gevaarlijk’
Gevolg: cultuur bleef bestaan, maar vaak verborgen of aangepast
1
,Van acculturatie naar transculturatie:
- Acculturatie = eenzijdig proces = de ene groep neemt de cultuur van de andere over
4 strategieën:
Integratie = behouden van elementen uit de eigen cultuur in combinatie met
participatie in de bredere samenleving
Assimilatie = grotendeels loslaten van de oorspronkelijke cultuur ten voordele van de
dominante cultuur
Separatie = vasthouden aan de eigen cultuur met beperkte interactie met de
dominante samenleving
Marginalisatie = ontbreken van een sterke verbondenheid met zowel de eigen cultuur
als de dominante cultuur
- Transculturatie = nadruk op wederzijds proces van verlies, aanpassing en creatie; drieluik:
1. Deculturatie (verlies) = het (gedwongen) loslaten of vernietigen van de
oorspronkelijke cultuur
2. Acculturatie (aanpassing) = het overnemen van elementen van de andere groep om
te overleven
3. Neoculturatie (creatie) = het ontstaan van iets totaal nieuws met een eigen logica
Waarom faalde transculturaliteit vroeger? Cultuur is een voortdurend wordingsproces; er ontstaat
een nieuwe, hybride realiteit -> blinde vlek: wanneer de omgeving deze nieuwe gemengde identiteit
niet erkent
1.2 Machtsongelijkheid en structurele uitsluiting
Dubbele focus
Glas 1: zelfreflectie: onze eigen positionering, macht en referentiekader (culturele bescheidenheid)
Frantz Fanon: psychiater: bestudeerde de psychologische gevolgen van kolonisatie en racisme
op de menselijke psyche
Kernbegrip: mentaal dekoloniseren = hulpverleners moeten zich bevrijden van het waanidee
dat hun (westerse) cultuur en normen meer waard zijn + cliënt bevrijden van minderwaardig-
heidscomplex
Glas 2: maatschappelijke drempels: het herkennen van othering, dossiermacht en structurele
uitlsuiting; de macht van het woord
Stuart Hall: grondelegger van de Cultural Studies + focus op hoe macht werkt via taal en
media
Identiteit, discours en macht
Identiteit als proces: being en becoming: voortdurende productie: ontstaat in relatie
tot machtsstructuren, maatschappelijke verwachtingen en dominante discours.
Media, beleid en hulpverlening vormen mee de identiteit
Begrippen zijn nooit waardevrij ->macht werkt via wat als vanzelfsprekend of
normaal wordt voorgesteld; hegemonie: “zo hebben we het leren zien”
Representatie en dossiermacht: representatie produceert werkelijkheid: dossier- en
verslagtaal stuurt handelen
2
, Encoding/decoding en betekenisgeving in hulpverlening
Encoding = het proces waarbij producenten een boodschap vormgeven -> niet
neutraal (institutionele kaders, non-verbale signalen, …)
= bedoelde/gecodeerde betekenis
PGO encodeert boodschappen via regels, verslagen en huisstijlen: “wij bieden
veiligheid”
Decoding = het proces waarbij ontvangers de boodschap interpreteren -> vanuit
eigen geschiedenis, cultuur en maatschappelijke positie
= ontvangen/geïnterpreteerde betekenis
Cliënt decodeert boodschap: “ze wantrouwen mij en willen mij controleren
-> logisch gevolg van ervaringen, geen ‘fout’
Door verschillende groepen:
- Dominante hegemonische lezing: boodschap voelt logisch en redelijk
- Onderhandelende lezing: de code wordt aangepast aan de eigen ervaring
- Oppositionele lezing: de boodschap wordt ontmaskerd als ideologisch
Racisme als structurele stressor
Prevalentie depressie bij migranten: 1/6
-> belangrijkste factoren:
- Werk en verblijf
- Opleidingsparadox = hoger opgeleiden rapporteren vaak meer depressieve klachten; oorzaak:
Devaluatie: diploma’s worden niet erkend
Bewustzijn: scherper oog voor sociale onrechtvaardigheid en discriminatie
Status-discrepantie: grote kloof tussen verwachtingen en economische realiteit
Gezondheidskloof in België: significante verslechtering (1997-2018): ervaren etnische discriminatie +
toegang tot zorg vaak beperkter
-> Impact op identiteit: ‘identiteitsverwarring’ en een verstoord zelfbeeld
Racisme = chronische stressor:
- Epigenetische veranderingen: DNA
- Fysieke gevolgen
- Kloof in pijnzorg
Structurele Ongelijkheid
Socio-economisch: lager inkomen, hogere werkloosheid, discriminatie op de arbeidsmarkt
Onderwijs: schoolse achterstand en lagere doorstroom
Wonen: kwetsbare woonomstandigheden en concentratie in bepaalde wijken
Gezondheid: slechter door chronische stress en beperkte toegang tot zorg
Sociale positie: minder (politieke) vertegenwoordiging en gevoel van uitlsuiting
3
, Contactzones in orthopedagogische contexten
= ruimtes waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten binnen ongelijke
machtsverhoudingen
Vaak een plek van spanning, (onuitgesproken) conflict en wederzijds wantrouwen
Valkuil: de verleiding om de eigen (westerse) norm direct op te leggen
Werken in de contactzone, door:
- Open en niet-oordelend luisteren
- Genuanceerde info delen (geen opgelegde waarheden)
- Samen zoeken naar haalbare oplossingen
Ontstaat een contactzone waarin de cliënt zich gehoord voelt + professionele kennis niet
dominant maar dialogisch wordt ingezet
Third space en de mythe van neutraliteit
= tussenruimte waarin nieuwe betekenissen ontstaan door onderhandeling. Ruimte waar
professional en cliënt samen zoeken naar woorden, praktijken en oplossingen (-> passen vaak niet
volledig binnen bestaande institutionele, culturele, professionele kaders)
In deze ruimte:
- Ontstaan nieuwe betekenissen (relationeel en dynamisch)
- Worden vaste categorieën en normen tijdelijk opgeschort
Rol van PGO: mentaal ruimte maken hiervoor -> alternatief proces:
1. Exploratie: wie is de ander? + Hoe begrijpt die zijn situatie?
2. Decentering: eigen referentiekader tijdelijk opschorten
3. Recentering: professionele expertise inbrengen + samen betekenis geven binnen de
leefwereld van de cliënt
1.3 Othering als discursief en institutioneel proces
Mensen worden door de samenleving als “anders” weggezet o.b.v uiterlijke kenmerken of afkomst
Gebeurt binnen een context van ongelijke machtsverhoudingen, vaak gedicteerd door de
dominante norm (Witte orde)
Van culturalisering naar exploratie en dialoog/anti-othering:
Professionele opdracht is:
- Exploreren van de situatie binnen de maatschappelijke context
- Nuanceren van betekenis
- Aansluiten bij de beleving van de cliënt
De hulpverlener erkent dat cliënten hun handelen betekenisvol ervaren binnen hun eigen context
4