Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Communicatiewetenschappen H7-H12 (16/20)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
54
Geüpload op
18-03-2026
Geschreven in
2025/2026

ik had een 16/20, pas beginnen inlocken vanaf H7 dus vandaar dat deze samenvatting pas daar begint de hoofdstukken daarvoor heb ik gwn van de slides gestudeerd

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 7
7.1 Four things you didn’t know about (media) theory
4 dingen die je niet wist over media theorie
1. Het is een cumulatief proces
o Een theorie bestaat niet enkel binnen 1 plek of moment
o Theorieën kunnen naast elkaar bestaan
o In sommige periodes zijn specifieke theorieën misschien meer
aanwezig maar ze verdwijnen niet

2. Contingente en dynamische aard van een theorie
o Kennisproductie staat niet stil
o Ook studieobject blijft veranderen waardoor er telkens nieuwe
ontwikkelingen en innovaties zullen zijn

3. Theoretische benadering media geen of-of-verhaal
o Mediatheorie is een bril om ergens mee naar te kijken
o Met verschillende brillen naar 1 probleem kijken
o Brillen geven mogelijkheid om meer te zien

4. Diverse classificaties en categoriseringen in wetenschappelijke
literatuur
o 7 mogelijke tradities van communicatietheorieën:
sociaalpsychologisch, cybernetisch, retorisch, fenomenologisch,
sociaal-cultureel, kritisch en semiotisch
 Elke traditie heeft een andere visie
 Verschillende epistemologie: kennisleer, hoe men tot
kennis komt
 Verschillende ontologie: zijnsleer, hoe iets ontstaat


Baran en Davis: classificatie 4 soorten klassen van metatheorieën

Postpositivis Kritische hermeneutiek Normatieve
tische mediatheorieën mediatheorieë
mediatheorie n
ën
doelstelling Representatie Representatie Bestaand sociaal Ideale
en werkelijkheid, werkelijkheid, systeem willen standaard
systeembevest systeembevestigen veranderen of stellen
igend, d, verwerpen waartegen
mainstreampa mainstreamparadig (emancipatie en media systemen
radigma ma verzet) moeten worden
beoordeeld
epistemolo Empirische Studie interpretatie Focus op Normen en
gie observatie en betekenis van dialectiek en idealen maken
systematisch teksten en sociale spanning tussen die stellen hoe
wetenschappel acties sociale media zou
ijk onderzoek structuren en moeten
volgens acties of agency functioneren en

, positivisme van een individu georganiseerd
zijn


4 klassen verschillen in
1. Doelstellingen
2. Epistemologie
3. Ontologie
4. Axiologie


7.2 sociaalwetenschappelijke metatheorieën: een beknopt overzicht
Veer verschillende, maar niet 1 universele communicatiewetenschappelijke
theorie
o Focus op theorieën met significante maatschappelijke en
wetenschappelijke impact


7.2.1 massamaatschappijtheorie
 Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan 2e helft 19e eeuw en grootste invloed i
beginfase van communicatiewetenschappen
 Belangrijke auteur: Ortega y Gasset (= algemene theorie cultuur en
beschaving)
 Kern: manipulerende almachtige media met passieve massa
 Hoofdstuk 3
inhoud
 Geen theorie, samenhangend geheel ideeën met unanieme consensus
 Grote macht media
 Negatieve visie op publiek
 Multidisciplinaire voedingsbodem
o Sociologie, politicologie, (gedrags) psychologie
 Invloed stimulus-respons theorie
 Lineaire visie communicatieproces
 Nieuwe massamedia
o Radio, telefonie, cinema, kranten …
 Pessimistische visie
o Massamedia: omdat het door massa wordt geconsumeerd
 Mainstreamparadigma
o Propagandabenadering Laswell



7.2.2 functionalistische mediatheorie
 Opkomst/ hoogtepunt: 1940-1960
 Belangrijke auteurs: Laswell, Lazersfeld, Merton en Wright
 Kern: media heeft belangrijke functie in maatschappelijke integratie en
consensus

,  Hoofdstuk 4




 Invloed macrosociale systeemtheorie
o Structuralisme en functionalisme
 Functie media
o Maatschappelijke integratie, cohesie, consensus
 Rollen media
o Surveillancefunctie, correlatiefunctie, transmissiefunctie,
conformiteitsfunctie, status verlenende functie, narcotiserende
functie, ontspanningsfunctie, mobilisatiefunctie
o Eufuncties en disfuncties + manifeste en latente functies
 Dominante mainstreamparadigma
 Positieve visie


7.2.3 Frankfurter Schule
 Opkomst/ hoogtepunt: 1920-1960
 Belangrijke auters: Adorno, Benjamin, Habermas, Horkheimer en Marcuse
 Kern: pessimistische visie op media die een ideologische rol vervult door
de massa aan te passen aan de heersende maatschappelijke verhouding +
notie van commodificatie
 Hoofdstuk 5


inhoud
 Eerste kritische theorie
 Begin alternatieve paradigma
o Ook: politieke economie van communicatie en cultural studies
o Basis marxisme
o Collectief doel: status quo bediscussiëren en sociale verandering
brengen
o Centraal: ethische en normatieve vragen rond notie ideologie
o Massacommunicatie: manipulatief en onderdrukkend proces
o Media: instrument waarden en normen hogere klassen legitimeren
 Rol media: in stand houden sociale ongelijkheden en maatschappelijke
problemen beklemtonen en problematiseren


2 dimensies
1. Culturele dimensie
o Centraal: cultuurindustrie = commercialisering cultuur →
standaardisatie en commodificatie
o Resultaat: massacultuur van lage kwaliteit
o Rol massacultuur: machtscentra om massa te domineren
o Ideologische rol: aanpassen massa aan heersende maatschappelijke
verhoudingen

, 2. Politieke context / publieke sfeer
o Plek maatschappelijke discussie
o Opkomst massamedia en reclame: negatieve politieke gevolgen
A. Terugtrekking mensen in private sfeer → minder deelname
publieke leven / publieke sfeer
B. Massamedia bericht individuele en emotionele topics → algemeen
belang niet langer prioriteit maatschappelijke discussie
C. Politieke discussiefunctie pers vervangen door commerciële
manipulatiefunctie (propaganda) → publieke opinie niet meer
spontaan en geïnformeerd maar gemanaged en gemanipuleerd
met private belangen maatschappelijke elites


7.2.4 de politieke economie van communicatie
 Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
 Belangrijke auteurs: Garnham, Golding, Mansell, Mattelart, Murdock,
Schiller, Smyte en Wasko
 Kern: economische functies en structuren media en hun relatie met de
media-inhoud
 Hoofdstuk 5


Inhoud
 Kritische theorie tov ideologische media-inhoud
o Belangen politieke en economische machtshebbers in
mediabedrijven
 Focus: economische structuren en functies van media
 Centraal: complexe relatie algemene economische structuur, specificiteit
mediaproductie en ideologische inhoud mediaboodschappen
 Studie invloed politieke en economische organisatie mediahuizen op
productie, distributie en consumptie van betekenis
o Mediahuizen werken volgens winstmaximalisatie en onderlinge
machtsverhoudingen
 Roots van marxisme
 Tegen pessimistische visie media
 Kritisch-realistische aanpak
 Empirische studie en verificatie van feiten
 Kritiek andere metatheorieën
 Media holistisch en historisch bestuderen
 Relatie economische, sociale, culturele en politieke aspect


7.2.5 cultural studies
 Opkomst/ hoogtepunt: 1960 - nu
 Belangrijke auteurs: John Fiske, Stuart Hall, Raymond Williams

,  Kern: media als cultureel betekenissysteem waar verschillende ideologieën
met elkaar in confrontatie gaan, focus op actieve ontvanger en verruimd
cultuurbegrip
 Hoofdstuk 5


inhoud
 Ontstaan in litteratuurwetenschappen, gegroeid in cultuurwetenschappen
en geïnspireerd door marxisme, structuralisme en semiotiek
 Structuralistische (focus tekst) en culturalistische (focus ontvanger)
stroming
 Verschillende rollen media in samenleving
o Individu: identiteit
o Collectief: ideologie
 Centraal: macht
 Onderzoek: betekenisstructuren in mediaproducten die bestaande
machtsrelaties bevestigen, reproduceren of er zich tegen verzetten
 Tegen pessimistisch en elitair denken
 Populaire cultuur: domein ideologische strijd tussen hegemonische
groepen in maatschappelijke domeinen
o Bv. klasse, gender en etniciteit
 Positieve visie op ontvanger
o Actieve rol in creatie betekenis



7.2.6 postmodernisme
 Opkomst/ hoogtepunt: 1980 - nu
 Belangrijke auteurs: Baudrillard, Bauman, Lyotard
 Kern: intertekstualiteit en vervagen grenzen tussen voorheen afgescheiden
entiteiten
 Hoofdstuk 5


Inhoud
 Postmodernisme: verzamelnaam benaderingen binnen verschillende
disciplines
 Weg van ideologie, grote verhalen, …
o Hebben geen maatschappelijk belang
 Realiteit: gefragmenteerd, divers en hybride
 Vervaging grenzen genres
o Feit  fictie
o Hoge cultuur  lage cultuur
 Intertekstualiteit: mediateksten verwijzen vooral naar andere, eerder
geproduceerde teksten


7.2.7 mediumtechnologische theorieën
 Opkomst/ hoogtepunt: 1940 - 1960

,  Belangrijke auteurs: Harold Innis, Marshall McLuhan
 Kern: mediatechnologie als bron culturele en maatschappelijke verandering
 Hoofdstuk 6




Inhoud
 Inzichten Toronto School
 Belichten sociale / maatschappelijke effecten mediatechnologie
 Vorm > inhoud


7.2.8 informatiemaatschappijtheorie
 Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan in jaren 1960 – populair sinds jaren 1990
 Belangrijke auteur: Manuel Castells
 Kern: digitale informatie- en communicatietechnologieën leiden een nieuw
tijdperk in waarin alle maatschappelijke sferen een fundamentele
transformatie ondergaan
 Hoofdstuk 6


Inhoud
 Centraal: informatie- en communicatietechnologieën
o Motor van maatschappelijke transformatie
 Landbouw → industrie → informatierevolutie → postindustriële of
informatiesamenleving
o Georganiseerd door structuur van een netwerk
 Resultaat: debat tussen auteurs (= fundamentele breuk met verleden) en
anderen (= evolutie van een kapitalistische organisatievorm)
 Verschillende domeinen
o Economie, politiek, cultuur, sociale relaties
 Mediatization


7.2.9 new media theory
 Opkomst/ hoogtepunt: eind jaren 1990
 Belangrijke auteurs: Jenkins, Negroponte, Poster
 Kern: nieuwe theorie om complexiteit en specificiteit genetwerkte vormen
van communicatie en de nieuwe digitale media te vatten
 Hoofdstuk 6


Inhoud
 21-eeuwste update mediumtechnologie theorie
o Extra: snelle expansie digitale media en sociale netwerken eind
jaren 1990

,  Eigenschappen: convergentie, interoperabiliteit en actieve
publieksparticipatie
 Centraal: monomediathese = alle bestaande media- en
communicatievormen zullen convergeren op 1 digitaal platform
 Actieve ontvanger




7.2.10 practice theory
 Opkomst/ hoogtepunt: ontstaan jaren 1970, pas in jaren 1990 in veld
communicatiewetenschappen
 Belangrijke auteurs: Couldry en Reckwitz
 Kern: alles wat mensen doen en zeggen in relatie tot media in alle
mogelijke situaties en contexten
 Hoofdstuk 6


Inhoud
 Geheel theoretische teksten
 Invloed: filosofie en verschillende disciplines sociale wetenschappen
 Dicht bij actiegerichte of interpretatieve benadering en symbolische
betekenisstructuren
 Actieve rol communicator en ontvanger
 Interesse in alle mediagerichte praktijken


7.2.11 Mediatization
 Opkomst/ hoogtepunt: jaren 2000 - nu
 Belangrijke auteurs: Hepp, Couldry, Hjavard, Krotz, Lundby
 Kern: toenemende impact van media op en verwevenheid andere
maatschappelijke sectoren, media als bron van socioculturele verandering
of transformatie
 Hoofdstuk 6


Inhoud
 Focus macroprocessen sociale verandering gelinkt aan impact media en de
verwevenheid in onze maatschappij
o Binnen diverse sectoren
 2 tradities aard en omvang impact media
1. Institutionele / autonome visie: media als autonome instelling in
relatie met andere instellingen en publieke rol (= politiek, justitie,
onderwijs en religie → beïnvloed door media)
2. Sociaal-constructivistische / inclusieve visie: focus invloed media
op elk mogelijk aspect in het leven


7.2.12 vier golven in het denken over media en ontvanger

,Inhoud
 Relatie media en ontvanger
o Ontstaan 2 grote paradigma’s
1. Media-effectparadigma: theorieën over macht media en passieve
ontvanger
2. Culturalistische benadering: theorieën minder machtige media en
actieve ontvanger


4 fases theorievorming
1. Fase 1: almachtige fase
o Tot 1940
o Grote macht media
o Passieve en geïsoleerde massa
o Manipulerende media
o Bv. injectienaaldtheorie

2. Fase 2: beperkte effecten
o Vanaf 1940
o Genuanceerde visie
o Beperkte en indirecte impact media
o Ontvanger: lid sociale gemeenschap
o Bv. multi-step flow theory, mediating factors, uses and gratifications


3. Fase 3: sturende macht media
o Vanaf 1960
o Hernieuw geloof in machtige media
 Wel nuances
o Powerful media – reconsdered
o Bv. agenda-setting en cultivatietheorie
o Opnieuw aandacht grote macht media
o Effecten: op lange termijn, latent en subtiel

4. Fase 4: ‘negotiated’ invloed media
o Sociaal-constructivistische bril
o Effect media: betekenis construeren en aanbieden aan publiek
 Opnemen obv reeds bestaande betekenisstructuur en via
onderhandelingen over mediaboodschap (= negotiation)
o Bv. encoding-decoding-model


7.3 slotbedenking: 3 assen van mediatheorieën
2 assen mediatheorieën
1. Eerste as
o Positieve visie  kritische visie
 = maatschappelijke ontwikkeling in context media  sociale
verandering tegen status quo in

,  Bv. functionalistische mediatheorie  politieke economie
2. Tweede as
o Maatschappij gecentreerde theorieën  media gecentreerde
theorieën
 = media gestuurd door maatschappij  maatschappij
gestuurd door media
 Bv. functionalistische mediatheorie  new media theory
Jensen en Rosengren pleiten voor additionele derde as
3. Derde as
o Taalkunde en geesteswetenschappen  psychologie en sociologie
 Bv. cultural studies  massamaatschappijtheorie

, Hoofdstuk 8:
8.1 Inleiding
 Technologische ontwikkeling  maatschappelijke ontwikkeling
 Dit hoofdstuk focus op mediageschiedenis
o Sociale geschiedenis van media en communicatie
 Centraal: overbrugging van tijd en ruimte
“Each major historical era took its overall cognitive style from the medium used
most widely at the time” - McLuhan


8.2 mediageschiedenis: media en / in maatschappelijke omwentelingen
Nuances in mediageschiedenis
1. Dichotomieën: vaak neiging om dingen 2 polen te maken, omgekeerde
van elkaar
2. Periodisering: Technologie ontstaan niet van de ene op de andere dag →
ontwikkelingen op lange termijn
o Braudel: “histoire de longue durée”
o Behoefte om alles in een tijdscategorie te duwen
3. Geen verhaal van grote namen: niet 1 persoon die iets uitvond
o Trail and error: verder bouwen op dingen die mislukten van
anderen
 Resultaat is wat we kennen
8.3 voorlopers van communicatie- en media-technologieën: orale en
schriftelijke cultuur
We denken in revolutie terwijl het een evolutie is
1. Gesproken taal
2. Geschreven taal
3. Drukkunst
4. Dagbladpers
5. Registratie van beeld en geluid: fotografie, film en geluidsregistratie
6. Elektronische communicatie: telegraaf, telefoon, radio en televisie
7. Digitale communicatie
!!Cumulatief!! (cf. hfst 2)


8.3.1 orale cultuur: gesproken taal

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 7 tot en met 12
Geüpload op
18 maart 2026
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€7,26
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
wolkeverlinden

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
wolkeverlinden Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen