SAMENVATTING TAAL THERAPIE –
TAALONTWIKKELINGSTOORNISSEN
1. TAALTHERAPIE
1.1. DOEL
= verbeteren van het functioneren in zijn totaliteit, hierbij ICF-model als standaard uitgangspunt !
Vroegtijdige onderkenning en behandeling bij kinderen met TOS is belangrijk om gevolgen op totale functioneren
te minimaliseren.
Kinderen met een TOS hebben nood aan specifieke, intensieve therapie. Ze krijgen ook compenserende
hulpmiddelen aangeboden waardoor ze zichzelf verstaanbaar leren maken in hun omgeving.
1.2. PRINCIPES
De aanpak van taaltherapie verschilt bij kinderen met taalvertraging ten opzichte van kinderen met een
taalstoornis.
Delayed language = taalvertraging
- Advies: taalbad
- Veelvuldig blootstellen aan een rijk en gevarieerd taalaanbod om
de achterstand weg te werken
- Veel verteld en verwoord tijdens taaltherapie
- Kinderen met taalvertraging pikken woordenschat en
morfosyntactische structuren impliciet op, ze leren de
onderliggende regels van taal spontaan
Language disorder = taalstoornis
- Advies: gereduceerd taalaanbod
- Woordenschat beperken
- Eenvoudige, korte zinnen en ondubbelzinnige taal
- Trager spreektempo
- Logopedist probeert de aandacht van het kind te trekken in functie
van een vlottere auditieve verwerking door zinnen op te delen in
kortere uitingen.
- Via pauzering en intonatie worden de grenzen tussen verschillende
woordgroepen duidelijk gemaakt
Bijv. We / gaan / oefenen / op de computer
We bespreken de belangrijkste principes binnen
taaltherapie bij kinderen met TOS. Deze principes
zijn zowel van belang bij kinderen met vertraagde-
als verstoorde taalontwikkeling en kunnen bij
andere ontwikkelingsstoornissen ook zinvol zijn.
Pagina 1 van 41
, Horen vaak het verschil niet tussen een correct en niet-correct uitgesproken
woord of tussen een grammaticaal correcte of incorrecte zin → logopedist toont
én verklaart het verschil
- Bijv. wat is juist, wat is fout? → “Koe gras eet.”
Werken aan het
probleembesef Foutieve uiting naast de bedoelde uiting zetten → therapeut vergroot
metalinguïstisch bewustzijn en probleembesef → kans op verbetering stijgt.
In latere fase belangrijk inzicht te krijgen in eigen moeilijkheden die gepaard
gaan met TOS
Wat aan bod komt in therapie is afhankelijk van het taalprofiel van het kind
- Taalbegrip taalproductie
- Afhankelijk van taalprofiel van kind wordt gekozen voor bepaalde focus, nl.
op vlak van taalinhoud, taalvorm, taalgebruik
Problemen op vlak van taalvorm primeren → therapeut focust op:
Geïntegreerde aanpak
van alle - auditieve vaardigheden
taalcomponenten - fonologie
- morfosyntaxis
Problemen met taalbegrip, semantiek en taalpragmatiek → focus ligt op
taalinhoud (semantiek, lexicon)
- Vaak een geïntegreerde aanpak nodig! (bijv. woordenschat-uitbreiding +
pragmatiek)
Taal komt via het auditieve kanaal binnen → bij kind met TOS bijzonder
belangrijk extra aandacht te besteden aan auditieve perceptie
Aandacht voor auditieve Goede luisterhouding is de basis voor therapie.
perceptie Inoefenen van:
- Auditieve vaardigheden (waarneming, geheugen, sequentiëring)
- Fonologisch en fonemisch bewustzijn (auditieve analyse en synthese)
Door acties, gevoelens, gedachten, ideeën en strategieën te verwoorden, leert
de cliënt zijn eigen handelen beter plannen en sturen
Koppelen van taal aan actie is in dit opzicht van groot belang, bijv. bij wassen van
de handen, verwoordt de therapeut elke opeenvolgende stap (+ visueel
Versterken van ondersteunen) en versterkt daardoor de innerlijke taal bij de cliënt
innerlijke taal Logopedist tolkt wat het kind uitvoert, meemaakt en/of voelt en zal de cliënt
stimuleren om zelf zoveel mogelijk gedachten, ideeën en deelstappen te
verwoorden
- Bijv. zelfinstructiemethode van Meichenbaum, denkstimulerende
gespreksmethodiek van Blank, ...
Therapeut bereidt de cliënt voor op zaken die in de omgeving van het kind aan
bod komen.
Vaak gaat dit om school gerelateerde zaken, maar het kan ook gaan over bijv.
Preteaching bezoek aan de tandarts, ...
Logopedist selecteert bijvoorbeeld voordenschat van toekomstig thema in de
klas, waardoor het kind in de klas sneller kan volgen → bevordert transfer, maar
ook de betrokkenheid en de leerkansen
Pagina 2 van 41
, Kinderen met TOS zijn visueel vaker sterker dan auditief, waardoor ze visueel
best goed kunnen compenseren.
Het helpt om taal multisensorieel aan te bieden, via meerdere kanalen →
Visuele ondersteuning
visueel, auditief, tactiel, ...
Logopedist kan oefeningen visueel maken door ze te koppelen aan concreet
materiaal, foto’s, tekeningen, ondersteunende gebaren (bv. SMOG), ...
Aan de hand van visuele structuren kan logopedist correcte uitingen gaan
drillen.
Herhaling
Kind met TOS heeft nood aan herhaling, gezien het moeite heeft met het
adequaat opslaan en oproepen van verbale informatie en automatiseren.
Ouders x school x therapeut (en evt. andere hulpverleners)
Logopedist schakelt ouders in als co-therapeut en geeft oefeningen mee. Thuis
letten de ouders op de aangeleerde vaardigheden en kan transfer naar spontane
taal bevorderd worden.
Samenwerken
Niet enkel samenwerking met de ouders, maar ook nauwe samenwerking en
transparante communicatie met school creëert betere transfermogelijkheden.
Leerkracht geeft huidige klasthema’s door en brieft eventuele moeilijkheden.
Logopedist geeft tips en brieft de stand van zaken.
1.3. BENADERINGSWIJZEN
Wetenschappers beschrijven vanuit hun eigen vakgebied verschillende vormen van therapie waardoor er voor
TOS sprake is van diverse modellen en benaderingswijzen met uiteenlopende terminologie.
1.3.1. THERAPEUTISCHE BENADERING = CLINICAL DIRECTED APPROACH
= oefentherapie
Hierbij wordt de therapie gestuurd door de therapeut:
- Logopedist kiest de doelwoorden- of uitingen, bepaalt hoe vaak ze aangeboden zullen worden, hoe vaak
het kind een respons moet geven en welke bekrachtiging de cliënt krijgt.
- Voordeel → biedt cliënt veel mogelijkheden om doelwoord of doelstructuur te oefenen
- Nadeel → generalisatie naar spontane taal is moeilijk, deze manier van werken zal door het vele oefenen
tot verveling leiden bij kinderen dus is niet voor elk kind even effectief
- Voorbeeld: aanwijzen en benoemen van voorwerpen en plaatjes voor woordenschatuitbreiding
1.3.2. KINDGERICHTE BENADERING = CHILD CENTERED APPROACH
= communicatieve therapie
Vanuit inzicht dat sociale interactie een centrale rol speelt in het verwerven van taal
- Therapeut volgt de communicatieve initiatieven van het kind, stimuleert de communicatie en reageert op
positieve manier op de communicatiepogingen van het kind
- Logopedist bepaalt vooraf een doelstructuur of -woord afgestemd op noden en mogelijkheden van de
cliënt, maar kind bepaalt verder wat er gebeurt in de communicatie of het spel
Pagina 3 van 41
, - Bijv. techniek ‘recasting’ = uiting van cliënt wordt in correcte vorm herhaald als bevestiging, vraag of
ontkenning
- Ook via modelleren, expanderen en/of corrigeren kan gewerkt worden aan taalinhoud, -vorm en/of -
gebruik.
- Hierbij staan de VAT-principes centraal
- Voordeel
o Kans op transfer is groot: cliënt kan het geleerde meteen toepassen in de eigen leefwereld
o Kinderen met onzeker en/of timide karakter kunnen in veilige situatie tot spel en communicatie
komen, waarbij er volledig aangesloten kan worden bij de interesses van het kind
1.3.3. HYBRIDE BENADERING, COMBINATIE VAN BEIDE
Beide vormen van therapie zijn effectief. Je kan niet spreken van één vorm die voor alle kinderen effectief is. Als
therapeut leer je de cliënt kennen en voel je aan welke benadering je moet kiezen. Je kan als therapeut binnen
één sessie ook variëren in de mate van sturen, afhankelijk van wat je wil bereiken.
In praktijk wordt vaak combinatie gemaakt van beide vormen en ontstaat een tussenvorm = hybride benadering
- Therapeut kiest afgebakend doel (cf. therapeutgestuurde benadering) en kiest activiteit en materiaal dat
doelstructuur natuurlijk uitlokt (cf. kindgestuurde benadering)
- Er wordt gefocust op één doel, andere taalaspecten blijven eenvoudig
o Wanneer bijv. gewerkt wordt aan gebruik van een tweewoordzin zal de logopedist woorden
gebruiken die het kind al kent en daarbij geen hoge eisen stellen aan de communicatievaardigheden
en communicatieve functies
- Voordeel → gemakkelijke generalisatie naar spontaan gebruik; situatie manipuleren en controleren zodat
het doel vaak aan bod komt.
1.4. ACTIVITEITEN
De concrete activiteiten (en daarbij gebruikte materiaal) worden bepaald door de benaderingswijze, leeftijd van
het kind en de vooropgestelde behandeldoelen + voorkeur van kind ! → als kind betrokken is bij de activiteit zal
het gemakkelijker tot leren komen
1.4.1. SAMEN SPELEN
- Vooral bij jonge kinderen
- Werkt motiverend
- Legt weinig/geen druk op
- Zorgt voor natuurlijke en ontspannen setting
- Zorgt voor plezier bij alle betrokkenen
- Biedt therapeut mogelijkheden om verschillende taalaspecten aan bod te laten komen
- Ouders kunnen spel thuis op dezelfde manier opnieuw spelen → kans op transfer
- Er komen automatisch verschillende aspecten van taal aan bod:
o Taalinhoud (bepaalde woordenschat)
o Taalvorm (bepaalde weerkerende zinsconstructies)
o Taalgebruik (beurtnemen, gepast verbaal en non-verbaal reageren)
Kinderen met TOS spelen vaak in stilte, kiezen vaak voor hetzelfde speelgoed en spelen minder ‘alsof’, het is de
taak van de therapeut (en ouders) om dit aanbod uit te breiden
Pagina 4 van 41
TAALONTWIKKELINGSTOORNISSEN
1. TAALTHERAPIE
1.1. DOEL
= verbeteren van het functioneren in zijn totaliteit, hierbij ICF-model als standaard uitgangspunt !
Vroegtijdige onderkenning en behandeling bij kinderen met TOS is belangrijk om gevolgen op totale functioneren
te minimaliseren.
Kinderen met een TOS hebben nood aan specifieke, intensieve therapie. Ze krijgen ook compenserende
hulpmiddelen aangeboden waardoor ze zichzelf verstaanbaar leren maken in hun omgeving.
1.2. PRINCIPES
De aanpak van taaltherapie verschilt bij kinderen met taalvertraging ten opzichte van kinderen met een
taalstoornis.
Delayed language = taalvertraging
- Advies: taalbad
- Veelvuldig blootstellen aan een rijk en gevarieerd taalaanbod om
de achterstand weg te werken
- Veel verteld en verwoord tijdens taaltherapie
- Kinderen met taalvertraging pikken woordenschat en
morfosyntactische structuren impliciet op, ze leren de
onderliggende regels van taal spontaan
Language disorder = taalstoornis
- Advies: gereduceerd taalaanbod
- Woordenschat beperken
- Eenvoudige, korte zinnen en ondubbelzinnige taal
- Trager spreektempo
- Logopedist probeert de aandacht van het kind te trekken in functie
van een vlottere auditieve verwerking door zinnen op te delen in
kortere uitingen.
- Via pauzering en intonatie worden de grenzen tussen verschillende
woordgroepen duidelijk gemaakt
Bijv. We / gaan / oefenen / op de computer
We bespreken de belangrijkste principes binnen
taaltherapie bij kinderen met TOS. Deze principes
zijn zowel van belang bij kinderen met vertraagde-
als verstoorde taalontwikkeling en kunnen bij
andere ontwikkelingsstoornissen ook zinvol zijn.
Pagina 1 van 41
, Horen vaak het verschil niet tussen een correct en niet-correct uitgesproken
woord of tussen een grammaticaal correcte of incorrecte zin → logopedist toont
én verklaart het verschil
- Bijv. wat is juist, wat is fout? → “Koe gras eet.”
Werken aan het
probleembesef Foutieve uiting naast de bedoelde uiting zetten → therapeut vergroot
metalinguïstisch bewustzijn en probleembesef → kans op verbetering stijgt.
In latere fase belangrijk inzicht te krijgen in eigen moeilijkheden die gepaard
gaan met TOS
Wat aan bod komt in therapie is afhankelijk van het taalprofiel van het kind
- Taalbegrip taalproductie
- Afhankelijk van taalprofiel van kind wordt gekozen voor bepaalde focus, nl.
op vlak van taalinhoud, taalvorm, taalgebruik
Problemen op vlak van taalvorm primeren → therapeut focust op:
Geïntegreerde aanpak
van alle - auditieve vaardigheden
taalcomponenten - fonologie
- morfosyntaxis
Problemen met taalbegrip, semantiek en taalpragmatiek → focus ligt op
taalinhoud (semantiek, lexicon)
- Vaak een geïntegreerde aanpak nodig! (bijv. woordenschat-uitbreiding +
pragmatiek)
Taal komt via het auditieve kanaal binnen → bij kind met TOS bijzonder
belangrijk extra aandacht te besteden aan auditieve perceptie
Aandacht voor auditieve Goede luisterhouding is de basis voor therapie.
perceptie Inoefenen van:
- Auditieve vaardigheden (waarneming, geheugen, sequentiëring)
- Fonologisch en fonemisch bewustzijn (auditieve analyse en synthese)
Door acties, gevoelens, gedachten, ideeën en strategieën te verwoorden, leert
de cliënt zijn eigen handelen beter plannen en sturen
Koppelen van taal aan actie is in dit opzicht van groot belang, bijv. bij wassen van
de handen, verwoordt de therapeut elke opeenvolgende stap (+ visueel
Versterken van ondersteunen) en versterkt daardoor de innerlijke taal bij de cliënt
innerlijke taal Logopedist tolkt wat het kind uitvoert, meemaakt en/of voelt en zal de cliënt
stimuleren om zelf zoveel mogelijk gedachten, ideeën en deelstappen te
verwoorden
- Bijv. zelfinstructiemethode van Meichenbaum, denkstimulerende
gespreksmethodiek van Blank, ...
Therapeut bereidt de cliënt voor op zaken die in de omgeving van het kind aan
bod komen.
Vaak gaat dit om school gerelateerde zaken, maar het kan ook gaan over bijv.
Preteaching bezoek aan de tandarts, ...
Logopedist selecteert bijvoorbeeld voordenschat van toekomstig thema in de
klas, waardoor het kind in de klas sneller kan volgen → bevordert transfer, maar
ook de betrokkenheid en de leerkansen
Pagina 2 van 41
, Kinderen met TOS zijn visueel vaker sterker dan auditief, waardoor ze visueel
best goed kunnen compenseren.
Het helpt om taal multisensorieel aan te bieden, via meerdere kanalen →
Visuele ondersteuning
visueel, auditief, tactiel, ...
Logopedist kan oefeningen visueel maken door ze te koppelen aan concreet
materiaal, foto’s, tekeningen, ondersteunende gebaren (bv. SMOG), ...
Aan de hand van visuele structuren kan logopedist correcte uitingen gaan
drillen.
Herhaling
Kind met TOS heeft nood aan herhaling, gezien het moeite heeft met het
adequaat opslaan en oproepen van verbale informatie en automatiseren.
Ouders x school x therapeut (en evt. andere hulpverleners)
Logopedist schakelt ouders in als co-therapeut en geeft oefeningen mee. Thuis
letten de ouders op de aangeleerde vaardigheden en kan transfer naar spontane
taal bevorderd worden.
Samenwerken
Niet enkel samenwerking met de ouders, maar ook nauwe samenwerking en
transparante communicatie met school creëert betere transfermogelijkheden.
Leerkracht geeft huidige klasthema’s door en brieft eventuele moeilijkheden.
Logopedist geeft tips en brieft de stand van zaken.
1.3. BENADERINGSWIJZEN
Wetenschappers beschrijven vanuit hun eigen vakgebied verschillende vormen van therapie waardoor er voor
TOS sprake is van diverse modellen en benaderingswijzen met uiteenlopende terminologie.
1.3.1. THERAPEUTISCHE BENADERING = CLINICAL DIRECTED APPROACH
= oefentherapie
Hierbij wordt de therapie gestuurd door de therapeut:
- Logopedist kiest de doelwoorden- of uitingen, bepaalt hoe vaak ze aangeboden zullen worden, hoe vaak
het kind een respons moet geven en welke bekrachtiging de cliënt krijgt.
- Voordeel → biedt cliënt veel mogelijkheden om doelwoord of doelstructuur te oefenen
- Nadeel → generalisatie naar spontane taal is moeilijk, deze manier van werken zal door het vele oefenen
tot verveling leiden bij kinderen dus is niet voor elk kind even effectief
- Voorbeeld: aanwijzen en benoemen van voorwerpen en plaatjes voor woordenschatuitbreiding
1.3.2. KINDGERICHTE BENADERING = CHILD CENTERED APPROACH
= communicatieve therapie
Vanuit inzicht dat sociale interactie een centrale rol speelt in het verwerven van taal
- Therapeut volgt de communicatieve initiatieven van het kind, stimuleert de communicatie en reageert op
positieve manier op de communicatiepogingen van het kind
- Logopedist bepaalt vooraf een doelstructuur of -woord afgestemd op noden en mogelijkheden van de
cliënt, maar kind bepaalt verder wat er gebeurt in de communicatie of het spel
Pagina 3 van 41
, - Bijv. techniek ‘recasting’ = uiting van cliënt wordt in correcte vorm herhaald als bevestiging, vraag of
ontkenning
- Ook via modelleren, expanderen en/of corrigeren kan gewerkt worden aan taalinhoud, -vorm en/of -
gebruik.
- Hierbij staan de VAT-principes centraal
- Voordeel
o Kans op transfer is groot: cliënt kan het geleerde meteen toepassen in de eigen leefwereld
o Kinderen met onzeker en/of timide karakter kunnen in veilige situatie tot spel en communicatie
komen, waarbij er volledig aangesloten kan worden bij de interesses van het kind
1.3.3. HYBRIDE BENADERING, COMBINATIE VAN BEIDE
Beide vormen van therapie zijn effectief. Je kan niet spreken van één vorm die voor alle kinderen effectief is. Als
therapeut leer je de cliënt kennen en voel je aan welke benadering je moet kiezen. Je kan als therapeut binnen
één sessie ook variëren in de mate van sturen, afhankelijk van wat je wil bereiken.
In praktijk wordt vaak combinatie gemaakt van beide vormen en ontstaat een tussenvorm = hybride benadering
- Therapeut kiest afgebakend doel (cf. therapeutgestuurde benadering) en kiest activiteit en materiaal dat
doelstructuur natuurlijk uitlokt (cf. kindgestuurde benadering)
- Er wordt gefocust op één doel, andere taalaspecten blijven eenvoudig
o Wanneer bijv. gewerkt wordt aan gebruik van een tweewoordzin zal de logopedist woorden
gebruiken die het kind al kent en daarbij geen hoge eisen stellen aan de communicatievaardigheden
en communicatieve functies
- Voordeel → gemakkelijke generalisatie naar spontaan gebruik; situatie manipuleren en controleren zodat
het doel vaak aan bod komt.
1.4. ACTIVITEITEN
De concrete activiteiten (en daarbij gebruikte materiaal) worden bepaald door de benaderingswijze, leeftijd van
het kind en de vooropgestelde behandeldoelen + voorkeur van kind ! → als kind betrokken is bij de activiteit zal
het gemakkelijker tot leren komen
1.4.1. SAMEN SPELEN
- Vooral bij jonge kinderen
- Werkt motiverend
- Legt weinig/geen druk op
- Zorgt voor natuurlijke en ontspannen setting
- Zorgt voor plezier bij alle betrokkenen
- Biedt therapeut mogelijkheden om verschillende taalaspecten aan bod te laten komen
- Ouders kunnen spel thuis op dezelfde manier opnieuw spelen → kans op transfer
- Er komen automatisch verschillende aspecten van taal aan bod:
o Taalinhoud (bepaalde woordenschat)
o Taalvorm (bepaalde weerkerende zinsconstructies)
o Taalgebruik (beurtnemen, gepast verbaal en non-verbaal reageren)
Kinderen met TOS spelen vaak in stilte, kiezen vaak voor hetzelfde speelgoed en spelen minder ‘alsof’, het is de
taak van de therapeut (en ouders) om dit aanbod uit te breiden
Pagina 4 van 41