HECHTING ONDER DRUK (M8 – ONTWIKKELINGSGERICHTE ZORG)
HECHTING
Aangaan duurzame affectieve band met hechtingsfiguur (+ kunnen aangaan van intieme en
sociale relaties)
Emotionele veiligheid en geborgenheid
Beschermt de psychische gezondheid = positief leren omgaan met eigen gevoelens en leren
hanteren van deze gevoelens in relatie tot anderen (affectregulering)
Hechtingsproblematiek kan in latere leven leiden tot o.a.: cc-en relatiestoornissen, ADHD, druggebruik,
depressiviteit en angst-en stemmingsstoornissen.
Afh vd kwaliteit van relatie tss kind en ouder zal er al dan niet een relatie ontstaan waarin kind zich veilig of
onveilig gehecht zal voelen.
- bij een veilige hechting: kind ontwikkeld vertrouwen in zichzelf, gevoel van verbonden zijn
- bij een ONveilige hechting: kind probeert emotioneel te overleven omdat noodzakelijke veiligheid
ontbreekt. De emotionele ontw komt dan meer in teken te staan van zelfbescherming wrdoor afvlakking
van gevoelsleven optreedt.
HECHTING PASGEBORENE
Overleven
Veiligheid
Nabijheid
Lichaamstaal
Stem
Mimiek
Alertheid
Lichaamshouding
Lichaamsbewegingen
beschikbaar, sensitief, responsief
ontwikkelen veilig hechtingspatroon
iedere pasgeborene heeft de neiging om nabijheid op te zoeken dit doen ze adhv lichaamstaal. Om te k
overleven hebben ze de veiligheid en nabijheid nodig van een hechtingfiguur/vertrouwenspersoon (id vroege
kindertijd = moeder, later komen er nog andere hechtingsfiguren bij.
- Belangrijk dat de primaire zorgverlener (= biologische moeder) beschikbaar sensitief en
responsief is voor de lichaamstaal die de pasgeborene signaleert.
- Gerichtheid op de beleving vh kind brengt de nodige hechting tot stand
PREMATUUR GEBOREN
RISICOFACTOR HECHTINGSSTOORNIS
Minder alert, passiever
Couveuse/omgevingsfactoren
Niet voorbereid op vroege scheiding
Traumatisch
Angst
Stress
verstoring natuurlijke afstemming
Bij thuiskomst kan interactie tss ouder en kind verstoord verlopen:
- Huilen meestal veel
- Extra prikkelbaar
- Gevoelig voor nieuwe indrukken
- Vertonen daardoor onrustig gedrag
1
, Kan leiden tot een negatieve spiraal in de interactie tussen moeder en kind.
Aanwezigheid van ouders op N* of NICU is essentieel, zeker in moeilijke situaties. (want hechting bel- ih
prille begin)
Baby’s zijn in staat om meteen de stem van de eigen ouders te onderscheiden van de andere. Het kind
zal zijn eigen ouders herkennen.
Dit is voor ouders van groot belang om te weten!
- Bij gezonde baby en betrokken ouders ontstaat hechting vanzelf, maar op neonatologie is dat niet altijd
mogelijk:
o Door contactonderbrekeing (zoals couveuseopname) kan natuurlijke afstemming verstoort
zijn
o Zws is niet voltooid, geboorte verloopt vaak met angstgevoelens, na de geboorte zijn er veel ups
en downs, …
o Prematuren zijn extra kwetsbaar voor het totstandkomen van een goede hechting omdat ze vaak
minder alert en passiever zijn
- Op neonatologie veel negatieve factoren ivm hechting:
o Scheiding tss ouders en baby, indrukwekkende omgeving, gebrek aan privacy, moeilijker cc, …
ouder mist de normale kraamperiode en heeft vaak gevoel van falen.
-
DE REIS VAN DE OUDERS
= Ouders krijgen geleidelijk aan meer vertrouwen in de zorg voor hun baby
Ouders zelfverzekerder verantwoordelijkheid vd zorg verplaatst, de vrv is niet langer hoofdverantw, maar de
ouders en vrv beide. Totdat uiteindelijk de ouders alle verantw dragen.
=> Verschillende fases vh
aanpassingsproces dat ouders k
meemaken
Niet alle ouders gaan door alle fasen en bij niet alle ouders duurt elke fase even lang.
1) Angst : bang zijn om hun baby aan te raken (k wel hun handen id couveuse houden)
2) Toekijken : door urenlang nr de baby kijken leren ze hem kennen (als ze voorbij de angst zijn)
belangrijk dat ouders het gedrag van hun baby begrijpen, zo k ze op de juiste manier inspelen op de
behoeftes vd baby
3) Aanraken : belangrijk voor de hechting en zelfregulering vd baby
4) Troosten : comfort bieden
5) Verzorgen : betrek de ouders bij activiteiten waar niet veel beweging nodig is (bv; geven van
sondevoeding, uitvoeren mondzorg, luierwissel volledig doen en vastkleven aan ouders overlaten zo bij
elke luierwissel de ouder steeds meer laten doen, maar in omgekeerde volgorde, zodat ze geleidelijk aan
vertrouwen winnen ih uitvoeren van bep handelingen bij hun kind)
OBSERVATIE EN AFSTEMMING
Vermogen van de ouders om zich op het gedrag van de baby af te stemmen is onmisbaar voor
een goede hechting en goed ouderschap.
Gedrag baby in functie van zelfregulering: (je moet onderscheid k maken tss volgende zaken)
◦ Vermijdend gedrag
◦ Toenadering
VOORBEELDEN VERMIJDEND GEDRAG
Ademhalingspauzes Verslapte of verstijfde houding
Verandering van kleur, vb. dof, gevlekt Armen/benen gestrekt / benen omhoog
Opgeven gestrekt
Openhangende mond 2
Plotse beweging / schokkerige
HECHTING
Aangaan duurzame affectieve band met hechtingsfiguur (+ kunnen aangaan van intieme en
sociale relaties)
Emotionele veiligheid en geborgenheid
Beschermt de psychische gezondheid = positief leren omgaan met eigen gevoelens en leren
hanteren van deze gevoelens in relatie tot anderen (affectregulering)
Hechtingsproblematiek kan in latere leven leiden tot o.a.: cc-en relatiestoornissen, ADHD, druggebruik,
depressiviteit en angst-en stemmingsstoornissen.
Afh vd kwaliteit van relatie tss kind en ouder zal er al dan niet een relatie ontstaan waarin kind zich veilig of
onveilig gehecht zal voelen.
- bij een veilige hechting: kind ontwikkeld vertrouwen in zichzelf, gevoel van verbonden zijn
- bij een ONveilige hechting: kind probeert emotioneel te overleven omdat noodzakelijke veiligheid
ontbreekt. De emotionele ontw komt dan meer in teken te staan van zelfbescherming wrdoor afvlakking
van gevoelsleven optreedt.
HECHTING PASGEBORENE
Overleven
Veiligheid
Nabijheid
Lichaamstaal
Stem
Mimiek
Alertheid
Lichaamshouding
Lichaamsbewegingen
beschikbaar, sensitief, responsief
ontwikkelen veilig hechtingspatroon
iedere pasgeborene heeft de neiging om nabijheid op te zoeken dit doen ze adhv lichaamstaal. Om te k
overleven hebben ze de veiligheid en nabijheid nodig van een hechtingfiguur/vertrouwenspersoon (id vroege
kindertijd = moeder, later komen er nog andere hechtingsfiguren bij.
- Belangrijk dat de primaire zorgverlener (= biologische moeder) beschikbaar sensitief en
responsief is voor de lichaamstaal die de pasgeborene signaleert.
- Gerichtheid op de beleving vh kind brengt de nodige hechting tot stand
PREMATUUR GEBOREN
RISICOFACTOR HECHTINGSSTOORNIS
Minder alert, passiever
Couveuse/omgevingsfactoren
Niet voorbereid op vroege scheiding
Traumatisch
Angst
Stress
verstoring natuurlijke afstemming
Bij thuiskomst kan interactie tss ouder en kind verstoord verlopen:
- Huilen meestal veel
- Extra prikkelbaar
- Gevoelig voor nieuwe indrukken
- Vertonen daardoor onrustig gedrag
1
, Kan leiden tot een negatieve spiraal in de interactie tussen moeder en kind.
Aanwezigheid van ouders op N* of NICU is essentieel, zeker in moeilijke situaties. (want hechting bel- ih
prille begin)
Baby’s zijn in staat om meteen de stem van de eigen ouders te onderscheiden van de andere. Het kind
zal zijn eigen ouders herkennen.
Dit is voor ouders van groot belang om te weten!
- Bij gezonde baby en betrokken ouders ontstaat hechting vanzelf, maar op neonatologie is dat niet altijd
mogelijk:
o Door contactonderbrekeing (zoals couveuseopname) kan natuurlijke afstemming verstoort
zijn
o Zws is niet voltooid, geboorte verloopt vaak met angstgevoelens, na de geboorte zijn er veel ups
en downs, …
o Prematuren zijn extra kwetsbaar voor het totstandkomen van een goede hechting omdat ze vaak
minder alert en passiever zijn
- Op neonatologie veel negatieve factoren ivm hechting:
o Scheiding tss ouders en baby, indrukwekkende omgeving, gebrek aan privacy, moeilijker cc, …
ouder mist de normale kraamperiode en heeft vaak gevoel van falen.
-
DE REIS VAN DE OUDERS
= Ouders krijgen geleidelijk aan meer vertrouwen in de zorg voor hun baby
Ouders zelfverzekerder verantwoordelijkheid vd zorg verplaatst, de vrv is niet langer hoofdverantw, maar de
ouders en vrv beide. Totdat uiteindelijk de ouders alle verantw dragen.
=> Verschillende fases vh
aanpassingsproces dat ouders k
meemaken
Niet alle ouders gaan door alle fasen en bij niet alle ouders duurt elke fase even lang.
1) Angst : bang zijn om hun baby aan te raken (k wel hun handen id couveuse houden)
2) Toekijken : door urenlang nr de baby kijken leren ze hem kennen (als ze voorbij de angst zijn)
belangrijk dat ouders het gedrag van hun baby begrijpen, zo k ze op de juiste manier inspelen op de
behoeftes vd baby
3) Aanraken : belangrijk voor de hechting en zelfregulering vd baby
4) Troosten : comfort bieden
5) Verzorgen : betrek de ouders bij activiteiten waar niet veel beweging nodig is (bv; geven van
sondevoeding, uitvoeren mondzorg, luierwissel volledig doen en vastkleven aan ouders overlaten zo bij
elke luierwissel de ouder steeds meer laten doen, maar in omgekeerde volgorde, zodat ze geleidelijk aan
vertrouwen winnen ih uitvoeren van bep handelingen bij hun kind)
OBSERVATIE EN AFSTEMMING
Vermogen van de ouders om zich op het gedrag van de baby af te stemmen is onmisbaar voor
een goede hechting en goed ouderschap.
Gedrag baby in functie van zelfregulering: (je moet onderscheid k maken tss volgende zaken)
◦ Vermijdend gedrag
◦ Toenadering
VOORBEELDEN VERMIJDEND GEDRAG
Ademhalingspauzes Verslapte of verstijfde houding
Verandering van kleur, vb. dof, gevlekt Armen/benen gestrekt / benen omhoog
Opgeven gestrekt
Openhangende mond 2
Plotse beweging / schokkerige