Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Hoofdstuk 2: chemical components of cells

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's

Dit gaat vooral over het chemische aspect binnen de biologie. De atomen, elektronenconfiguratie. De verschillende soorten bindingen komen aan bod: covalente, ion, Vanderwaals, hydrofobe. Sachariden worden ook uitgebreid behandeld in dit hoofdstuk, vooral glucose. Daarnaast vetzuren en de vorming van fosfolipiden. Hoe je de synthese van fosfolipiden doet heb ik volledig uitgewerkt. Misschien wel het belangrijkste van dit deel zijn de aminozuren. Doorheen heel deze samenvatting staan er figuren die het leerproces kunnen vergemakkelijken.

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 2: chemical components of cells
Chemische bindingen
o Cellen opgebouwd uit een heel beperkt aantal atomen
o Buitenste elektronen bepalen hoe atomen op elkaar inwerken
o Covalente bindingen ontstaan door het delen van elektronen
o Bij sommige covalente bindingen is meer dan één elektronenpaar betrokken
o Elektronen in covalente bindingen worden vaak ongelijk verdeeld
o Covalente bindingen zijn sterk genoeg om de omstandigheden binnen cellen te overleven
o Ioninsche bindingen ontstaan door het winnen en verliezen van elektronen
o Waterstofbruggen zijn belangrijke niet-covalente bindingen voor veel biologische moleculen
o Vier soorten zwakke interacties helpen moleculen samen te brengen in cellen
o Sommige polaire moleculen vormen zuren en basen in water
Wat is een atoom?
 Kern: protonen (+) en neutronen (neutraal) = kern is positief geladen
 Elektronen (-) = negatief geladen elektronenwolk
Deze elektronen bevinden zich op schillen (niveau’s) (K, L, M, N, O, P, Q) en orbitalen (subniveaus)
Laagste energieniveau is het dichtst bij de kern, hoogste energieniveau is het verst van de kern
Orbitalen s, p, d, f
Elektron is voortdurend aan het bewegen (heeft energie)
Atoomnummer Z (aantal protonen en elektronen, bij neutraal atoom)
Atoommassagetal A ( A – Z = aantal neutronen (N) of A = Z + N)
Elektronenconfiguratie = verdeling van elektronen op de verschillende
schillen en orbitalen
s orbitaal: hier kunnen max 2e voorkomen (1 baan)
p orbitaal: hier kunnen max 6e voorkomen (3 banen)
d orbitaal: hier kunnen max 10e voorkomen (5 banen)
f orbitaal: hier kunnen max 14e voorkomen (7 banen)

 Elektronen zijn verdeeld over een aantal hoofdenergieniveaus die in
energie verschillen (schillen): K, L, M, N, O, P en Q
 In elk hoofdenergieniveau zijn er een aantal subniveaus (orbitalen) s, p, d, f
 In elk subniveau zijn er een aantal banen
 In elke baan kunnen max 2 elektronen voorkomen, die worden voorgesteld
door pijltjes
 De pijltjes staan in tegenovergestelde richting omwillen van tegengestelde
draairichting van de elektronen (spinbeweging)
Regels voor het opmaken van de elektronenconfiguratie
• Er zijn geen elektronen aanwezig in een bepaald subniveau als niet alle
energetisch lagere subniveaus opgevuld zijn
• In bepaald subniveau wordt eerst één elektron in elke baan geplaatst
alvorens elektronenparen te vormen = regel van maximale capaciteit
(regel van Hund)
• De twee elektronen in een zelfde baan hebben een tegengestelde spin (uitsluitingsprincipe van Pauli)

1 mol = 6,02 x 10^23 deeltjes
1 C-atoom = 12 daltons → 1 mol C = 12g – 1 mol glucose = 180g – 1 mol Na = 23g – 1 mol Cl = 35g
Molair = mol/l (1M = 1mol/l)
De organische stoffen in ons lichaam bestaan uit 99% C H N O
Mineralen:
• NA+ en K+ => zenuwstelsel
• Ca2+ => botopbouw en bloedstolling
• Mg2+ => spierstelsel (vermoeidheid)
• Fosfaat => ATP
Atoomnummer zegt hoeveel valentie-elektronen atoom heeft
= elektronen op buitenste schil
Edelgassen: 8 e- op buitenste schil

Covalente bindingen: vormen van gemeenschappelijke elektronenparen → polair/apolair
→ 1, 2 of 3 bindingen

, Ionbinding: overdracht van elektronen
Elektron afstaan: + ion
Elektron opnemen/afgeven: an-/kation
Zelfde lading: stoten elkaar af → verschillende: trekken elkaar aan

0,9% sporenelementen (groene PS) = hulpfactor
Zink = hulpfactor voor heel wat enzymen in ons lichaam
• Fe → haemgroep van hemoglobine → rode bloedcel
Fe2+ en Fe3+in vrije vorm = toxisch!!

COVALENTE BINDING
1. Aantal bindingen: 1, 2, 3
2. Polair/apolair
Edelgasconfiguratie → 8 e- in buitenste schil
Ideale bindingslengte = afstand tussen beide kernen (om binding te kunnen vormen)
 Ethaan: enkelvorm
 Etheen: dubbele covalente binding
Dubbele binding → rotatie is beperkt, heeft groot effect op opvouwing




Vetzuren RCOOH
KWS (enkel C en H) carboxylgroep (COOH)
Sulfhydrylgroep: S – S binding = belangrijk bij opvouwing eiwitten

Documentinformatie

Geüpload op
11 maart 2026
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€4,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
62
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen