Wat is Taal?
5 vaardigheden :
➔ Lezen
➔ Luisteren
➔ Spreken
➔ Schrijven
➔ Gesprekken voeren
Functies van taal :
➔ Conceptualiserende functie : door zaken te benoemen, dingen te ordenen … krijg je meer en meer
grip op de wereld
➔ Communicatieve of sociale functie : taal als communicatiemiddel, in interactie gaan
➔ Expressieve functie : je emoties uitdrukken
Eigenschappen van taal :
➢ Taal produceert betekenis.
➢ Taal is arbitrair (meestal). (Taal ligt vast, een tafel is een tafel, een boek een boek, dat is zo afgesproken)
➢ Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd.
➢ (Menselijke) taal kan ideeën / personen / voorwerpen buiten de huidige tijd en ruimte benoemen of
ernaar verwijzen
➢ Taal is generatief : letters, woorden kunnen een ongelimiteerd aantal zinnen genereren. (We hebben 26
letters waarmee we super veel verschillende woorden kunnen maken)
Taalcompetent
Leerlingen zijn taalcompetent als ze kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om voor
hen relevante doelen te halen. Heel concreet gaat het om :
o De vaardigheden die leerlingen nodig hebben: lezen, luisteren, spreken, schrijven, gesprekken voeren
(Je leest een recept, vertelt een verhaal)
o De kennis over taal en over de wereld die nodig is om taalvaardigheden toe te passen en af te
stemmen op doel, publiek en context (Je weet bijvoorbeeld waarvoor een cartoon op de bus dient)
o De attitudes/ houdingen die we van leerlingen verwachten met betrekking tot hun eigen
taalontwikkeling, de taalvaardigheid van anderen en de talige wereld waarin ze als burger
participeren (Je durft al Frans te praten, je houdt niet zo van lezen)
Voel jij je taalcompetent in het Nederlands?
• Je bent taalvaardig, zowel in de mondelinge vaardigheden (luisteren, spreken) als in de schriftelijke
vaardigheden (lezen, schrijven)
• Je bezit taalkennis over aspecten van taal (taalbeschouwing) meer bepaal over taalgebruik/
taalgedrag en over het taalsysteem (over teksten, zinnen, woorden, ..)
• Je bezit een duidelijke attitude waarbij je voortdurend schaaft aan je houding, emotie en motivatie
over taal
1
Taal & Meertaligheid
,Wat zijn de bouwstenen van taal?
= taalbeschouwing
1. Nadenken over klanken: klemtoonpatronen, intonatie, … => voetbalster, verfrommel, …
2. Nadenken over woorden : afleidingen, woorden die opgesplitst niet bestaat => verdrietig, wantrouw
3. Nadenken over woordgroepen en zinnen : zinnen uit recepten
4. Nadenken over teksten : gedichten over taal
5. Nadenken over spellingvormen
6. Nadenken over betekenissen : wat loopt er hier fout? => schoonmaakbedrijf verdacht van wit-wassen
7. Nadenken over woordenschat : nieuwe en verdwenen woorden => slabakken, palaveren, graaiflatie, ..
9 vragen van het <=
communicatiemodel
2
Taal & Meertaligheid
, Waarom taalbeschouwing?
Waarom inzetten op taalbeschouwing?
- Inzicht in hoe Nederlands in elkaar zit.
- Nadenken over het eigen taalgebruik en dat van anderen.
- De algemene culturele kennis vergroten.
Een taal om over taal te praten = metataal
Het beschouwen van WOORDEN
WOORDSOORTEN :
1) Lidwoord
Een lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord.
• Bepaald lidwoord : de (M/V) of het (O)
• Onbepaald : een
• Ontkennend : geen
2) Zelfstandig naamwoord
Mensen, dieren, planten, dingen, …
-> Gent, Jonas, stoel, appel, boom
3) Bijvoeglijk naamwoord
Bijvoeglijke naamwoorden duiden een eigenschap aan van een ander zelfstandig gebruikt woord.
De meeste bijvoeglijke naamwoorden kunnen verbogen worden, verbuiging : de grote kast
4) Voorzetsel
De ‘kast’ woorden : op, naast, voor, achter, over, uit, bij, van, aan, door, vanaf, tussen, om, in
De ‘vakantie’ woorden : tijdens, gedurende
5) Telwoord
Een telwoord duidt een hoeveelheid of rangorde aan :
• Hoofdtelwoorden : één, twee, drie, vier, …
• Rangtelwoorden : eerste, tweede, …
• Bepaald : tien, honderd, vijf, dertiende, …
• Onbepaald : veel, enkele, sommige, honderden, …
3
Taal & Meertaligheid
5 vaardigheden :
➔ Lezen
➔ Luisteren
➔ Spreken
➔ Schrijven
➔ Gesprekken voeren
Functies van taal :
➔ Conceptualiserende functie : door zaken te benoemen, dingen te ordenen … krijg je meer en meer
grip op de wereld
➔ Communicatieve of sociale functie : taal als communicatiemiddel, in interactie gaan
➔ Expressieve functie : je emoties uitdrukken
Eigenschappen van taal :
➢ Taal produceert betekenis.
➢ Taal is arbitrair (meestal). (Taal ligt vast, een tafel is een tafel, een boek een boek, dat is zo afgesproken)
➢ Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd.
➢ (Menselijke) taal kan ideeën / personen / voorwerpen buiten de huidige tijd en ruimte benoemen of
ernaar verwijzen
➢ Taal is generatief : letters, woorden kunnen een ongelimiteerd aantal zinnen genereren. (We hebben 26
letters waarmee we super veel verschillende woorden kunnen maken)
Taalcompetent
Leerlingen zijn taalcompetent als ze kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om voor
hen relevante doelen te halen. Heel concreet gaat het om :
o De vaardigheden die leerlingen nodig hebben: lezen, luisteren, spreken, schrijven, gesprekken voeren
(Je leest een recept, vertelt een verhaal)
o De kennis over taal en over de wereld die nodig is om taalvaardigheden toe te passen en af te
stemmen op doel, publiek en context (Je weet bijvoorbeeld waarvoor een cartoon op de bus dient)
o De attitudes/ houdingen die we van leerlingen verwachten met betrekking tot hun eigen
taalontwikkeling, de taalvaardigheid van anderen en de talige wereld waarin ze als burger
participeren (Je durft al Frans te praten, je houdt niet zo van lezen)
Voel jij je taalcompetent in het Nederlands?
• Je bent taalvaardig, zowel in de mondelinge vaardigheden (luisteren, spreken) als in de schriftelijke
vaardigheden (lezen, schrijven)
• Je bezit taalkennis over aspecten van taal (taalbeschouwing) meer bepaal over taalgebruik/
taalgedrag en over het taalsysteem (over teksten, zinnen, woorden, ..)
• Je bezit een duidelijke attitude waarbij je voortdurend schaaft aan je houding, emotie en motivatie
over taal
1
Taal & Meertaligheid
,Wat zijn de bouwstenen van taal?
= taalbeschouwing
1. Nadenken over klanken: klemtoonpatronen, intonatie, … => voetbalster, verfrommel, …
2. Nadenken over woorden : afleidingen, woorden die opgesplitst niet bestaat => verdrietig, wantrouw
3. Nadenken over woordgroepen en zinnen : zinnen uit recepten
4. Nadenken over teksten : gedichten over taal
5. Nadenken over spellingvormen
6. Nadenken over betekenissen : wat loopt er hier fout? => schoonmaakbedrijf verdacht van wit-wassen
7. Nadenken over woordenschat : nieuwe en verdwenen woorden => slabakken, palaveren, graaiflatie, ..
9 vragen van het <=
communicatiemodel
2
Taal & Meertaligheid
, Waarom taalbeschouwing?
Waarom inzetten op taalbeschouwing?
- Inzicht in hoe Nederlands in elkaar zit.
- Nadenken over het eigen taalgebruik en dat van anderen.
- De algemene culturele kennis vergroten.
Een taal om over taal te praten = metataal
Het beschouwen van WOORDEN
WOORDSOORTEN :
1) Lidwoord
Een lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord.
• Bepaald lidwoord : de (M/V) of het (O)
• Onbepaald : een
• Ontkennend : geen
2) Zelfstandig naamwoord
Mensen, dieren, planten, dingen, …
-> Gent, Jonas, stoel, appel, boom
3) Bijvoeglijk naamwoord
Bijvoeglijke naamwoorden duiden een eigenschap aan van een ander zelfstandig gebruikt woord.
De meeste bijvoeglijke naamwoorden kunnen verbogen worden, verbuiging : de grote kast
4) Voorzetsel
De ‘kast’ woorden : op, naast, voor, achter, over, uit, bij, van, aan, door, vanaf, tussen, om, in
De ‘vakantie’ woorden : tijdens, gedurende
5) Telwoord
Een telwoord duidt een hoeveelheid of rangorde aan :
• Hoofdtelwoorden : één, twee, drie, vier, …
• Rangtelwoorden : eerste, tweede, …
• Bepaald : tien, honderd, vijf, dertiende, …
• Onbepaald : veel, enkele, sommige, honderden, …
3
Taal & Meertaligheid