EVIDENCE-BASED KRITISCH HANDELEN
… IN DIAGNOSTIEK (= overzicht leerstof!)
Het model van handelingsgerichte diagnostiek (HGD) wordt aangebracht en bestudeerd.
= een model ontwikkeld binnen de (jeugd)hulpverlening maar toepasbaar in andere contexten en vergelijkbaar met
modellen gebruikt in de Arbeids- en organisatiepsychologie (A&O) (transfereerbaar naar andere settings).
= een leeg model – d.w.z. dat je het zowel kan toepassen bij kinderen, volwassenen, jongeren, … (het heeft geen
inhoud) – en moet worden ingevuld door content (cf. andere vakken).
• College over diagnostische instrumenten (binnen de psychologische en orthopedagogische diagnostiek)
• Uitgewerkte voorbeelden waarvan 1 door de collega’s van A&O
Leerinhouden:
• Model van handelingsgerichte diagnostiek van Pameijer en Beukering
• Kwaliteitscriteria van diagnostische instrumenten
• Overzicht van courant gebruikte diagnostische instrumenten
• Delen van een handelingsplan
• Formuleren van doelstellingen
Diagnostiek op zich is niet het doel. We voeren diagnostiek uit om een bruikbaar en wendbaar advies te kunnen geven waar echt iets mee
gedaan kan worden. Daarom koppelen we diagnostiek aan een handelingsplan: we zijn vnl. niet geïnteresseerd in de diagnose zelf, maar in
wat er daarna mee gebeurt.
Een advies moet dus praktisch toepasbaar zijn en gaat altijd samen met een handelingsplan. In dat handelingsplan verkennen we
de mogelijkheden, zetten we voor- en nadelen naast elkaar, en kiezen we samen met de betrokkene een richting.
Diagnostiek doen we dus om richting te geven aan het handelen en behandelen.
… IN BEHANDELING (= overzicht leerstof!)
Er bestaan heel wat behandelmethoden. Echter, slechts een beperkt aantal is (aantoonbaar) effectief.
DOEL = kennis van effectieve (geprotocolleerde) behandelwijzen uit de klinische psychologie en de orthopedagogiek te
vergroten (is niet kunnen toepassen) – door goede methodiek de kans op fouten minimaliseren.
• Via kennis over effectiviteit, evidentie, …
• Via een presentatie van 3 protocollen (somatoforme stoornissen, ADHD, Transdiagnostisch protocol)
Opnieuw komt ook de A&O-psychologie aan bod met een specifieke les over evidence-based werken in de A&O-
psychologie.
Beperkingen en grenzen van geprotocolleerd werken komt eveneens aan bod.
Evidence-based hulpverlenen:
• Niveaus van evidentie
• Chambless-criteria, est’s
• Het onderscheid tussen algemeen werkzame factoren en specifiek werkzame factoren
• De effectladders van Van Yperen en Veerman
• Monitoring instrumenten, Routinematige outcome meting (ROM), Reliable change index (RCI), verschil/
combineren van status en verandering, …
,1. HDG: EEN INTRODUCTIE
1.1 Diagnostiek: enkele definities
Diagnostiek …
= zoeken naar zin of betekenis en/ of naar wegen om tot (meer gedeelde) zin en betekenis te geraken; zoeken naar
de aard van iemands verhouding tot zijn handelen, gericht op herstel of bewerkstelligen van autonomie; en zoeken
naar wegen van openingen ter realisering van iemands eigen geschiedenis (Baartman, 1986) – niet alleen om het
zoeken, ook gericht op handelen en aanpakken problemen (handelingsgericht)!
= zoek- en beslissingsproces waarbij diagnosticus problemen onderkent en analyseert in dialoog met cliënt en zijn
omgeving; diagnosticus zoekt mogelijke verklaringen voor de problemen met als doel het geven van advies dat
gericht is op oplossen vdie problemen; begin is de hulpvraag van de cliënt of problemen door cliënt of diens omgeving
gesignaleerd (De Bruyn, 2003) – belangrijk om te weten wat het probleem is van de cliënt en hoe er verandering kan
komen/welke adviezen je moet geven.
1.2 Diagnostiek en de diagnosticus
Handelingsgerichte diagnostiek hanteert een brede omschrijving van diagnostiek.
⇒ DOEL = gericht informatie verzamelen voor verantwoorde besluitvorming (= vaak gericht op het formuleren
van adviezen) (en vaak ook behandelingsplan).
De diagnosticus verricht meerdere rollen:
• Expert gedragswetenschapper (kennis van ontwikkeling, psychologische processen, …) – diagnosticus is te
beschrijven als ‘data-based problem solver’ & je moet ook vaktermen kunnen vertalen naar alledaagse taal
en omgekeerd.
• Partner in dialoog met cliënt (in samenwerking gaan met de cliënt)
• Verdediger van belangen van het kind (indien nodig)
(Zeker als je werkt met kinderen is het belangrijk dat je het kind centraal stelt – is een diagnostisch traject zinvol?)
⇒ Als psycholoog zijn we praktijkwetenschapper – je moet theoretische kennis kunnen toepassen in de praktijk!
1.3 Kwaliteit en wetenschappelijkheid
Als we geen bestaande wijzen van diagnostiek/wetenschap gebruiken (dus als we niet op een systematische manier
werken en ons buikgevoel volgen), kunnen we fouten maken.
⇒ Kwaliteit en wetenschappelijkheid worden bedreigd door:
• Geen systematische procedures en consistente werkwijze – wat maakt dat een kind bij de ene of andere
psycholoog zou komen, dat de outcome heel anders zou kunnen zijn? Door consistent te werken verhoog je
ook de kans dat je bij psycholoog A en B tot dezelfde uitkomst gaat komen. (Je moet dit op een flexibele,
vloeiende manier toepassen, maar systematiek is enorm belangrijk!)
• Meer gegevens worden verzameld dan noodzakelijk en info wordt niet benut (testbatterijen) – HGD gaat heel
gericht kijken welke informatie al beschikbaar is en wat ze nog nodig hebben om op de vraag van de cliënt en
context antwoord te kunnen bieden.
o Sommige diensten werken met gestandaardiseerde testbatterijen; risico is dat je een vals gevoel van
professionaliteit hebt.
o Gestandaardiseerde testbatterijen kunnen wel zinvol zijn!
(Diagnostiek is meer dan testjes afnemen, het hoeft geen afname te zijn van een intelligentietest… maar moet
altijd i.f.v. de vraag van de cliënt!)
2
, • Hypothesen blijven impliciet en niet correct getoetst – HGD gaat heel gericht en duidelijk kijken + formuleren
wat mogelijke hypothesen zijn in het begrijpen van de vraagstelling. Ook ga je heel gericht uw testbatterij en
onderzoek zo formuleren dat je ook die hypothesen gaat kunnen toetsen. (Als je geen duidelijke hypothesen
hebt, is het niet eenvoudig om te weten wat je aan het onderzoeken bent en ga je onderzoeksresultaten ook
veel meer vrijblijvend interpreteren; heel duidelijke en gerichte hypothesen stellen is belangrijk, anders krijg
je biases en beoordelingsfouten.)
• Beslissingscriteria worden niet geëxpliciteerd. (Je moet duidelijk maken vanaf welk punt je spreekt van een
bepaalde aandoening/stoornis – d.w.z. duidelijk oplijsten hoe je een kind gaat observeren en waarop je let
om de diagnose te stellen; niet alleen belangrijk voor testen af te nemen, maar ook voor observaties… ook
belangrijke diagnostische instrumenten.)
• Diagnostici blijven vasthouden aan het eerste idee en stellen steeds dezelfde diagnoses (zie oordeelsfouten)
– dus dat we alle andere gedragingen ook in functie daarvan gaan interpreteren. (Dit is een valkuil, want als
je lang in dezelfde setting werkt, kan je hierdoor beïnvloed worden en foute diagnoses stellen; je moet open-
staan en heel bewust zijn voor andere signalen en steeds alert blijven.)
• Adviezen zijn niet bruikbaar, niet herkend en versplinterd. (Soms worden adviezen geformuleerd die niet
realiseerbaar zijn, niet herkend worden door ouders… Probeer dit te vermijden.)
• Geen antwoord op de hulpvraag van de cliënt.
1.4 Beslis- en oordeelsfouten
Mensen maken beslis- en oordeelsfouten, maar als psycholoog wil je dat zo veel mogelijk minimaliseren.
⇒ Cognitieve bias codex – toont hoeveel soorten van deze fouten er bestaan (dit zijn er zeer veel).
DUS, NADEEL: wij hebben een bepaalde persoonlijkheid en die moeten we ook inzetten in ons werkvel. Maar we
weten vanuit onderzoek dat wij als mensen ook heel vele beslissings- en oordeelsfouten maken. Het is dus belangrijk
dat we ons daar van bewust worden! Misschien zijn er ook wel andere verklaringen waarom een kind bv. niet
meewerkt.
3
, Wat we zien wordt voor een stukje bepaald door objectieve
feiten.
Bv. Een kind dat als wervelwind binnenkomt is een objectief
feit, maar we gaan daar ook bepaalde overtuigingen aan
vast koppelen.
• Confirmation bias: Richt zich op het zoeken en interpreteren van informatie die bestaande overtuigingen
bevestigt – enkel objectieve feiten detecteren die binnen je overtuiging passen (bv. populaire overtuiging dat
er meer geboortes en hospitaal opnames zijn bij volle maan is niet correct, waarom geloven we dit toch? Als
je net zware shift hebt gehad in ziekenhuis, je rijdt naar huis en ziet de volle maan, ga je die willekeurige
dingen aan elkaar linken; op andere dag merk je die maan zelfs niet op en leg je link niet.)
⇒ Het brein is gemaakt om constant associaties te leggen. Dit is op zich goed, maar wordt een probleem als
die gebaseerd zijn op toevallige samenhang.
Ook binnen verschillende pathologieën kunnen we soms foute, random associaties leggen.
⇒ Door gebruik te maken van goede diagnostiek en systematiek gaan we die fouten proberen vermijden
• Belief perseverance: Richt zich op het vasthouden aan overtuigingen, zelfs wanneer deze overtuigingen
worden weerlegd door nieuw bewijs – d.w.z. dingen oppikken waarvan je denkt dat het aan de basis ligt van
wat jij denkt dat het probleem is, alleen zien wat je wil zien en er echt van overtuigd blijven dat dit juist is.
1.4.1 Contingentie tabel
‘Hospital admission’ = ziekenhuisopname
Volle maan en ziekenhuisopname worden samen
gezien en krijgen een soort causaal effect; zo
ontstaan er verschillende volkwijsheden.
1.4.2 Soorten oordeelsfouten
Oordeelsfout Omschrijving
Vasthouden aan juistheid van eigen mening ondanks informatie die dit
ontkracht of weerlegt – men houdt vast aan de eigen visie op problemen, de
Belief perseverance
eigen (eclectische) keuzes en voorstellen inzake hulp zijn het meest aan-
gewezen.
Er wordt vnl. informatie die consistent is met de eigen visie gezocht of
onthouden – in het verloop van de verdere hulp worden vooral die zaken gezien
Confirmation bias die consistent zijn met de beeldvorming van de eerste seconden. De eigen
werking wordt geïllustreerd met voorbeelden van gezinnen die positief
reageerden op het aanbod. Gezinnen bij wie het aanbod niet aanslaat worden
snel vergeten. Dit wordt evenmin systematisch bijgehouden.
4