Staatsrecht
Deel 1: Het grondplan
Hoofdstuk 1: Overzicht van de staatsrechtelijke principes
- Kern = Bescherming van personen tegen willekeur v.d. overheid (doorheen verschillende &
vernieuwende principes)
Afdeling 1: Een grondwettelijke Staat
= Machtsoverdracht aan vaste regels onderworpen tussen staatsmachten & tov de burger Beperken
staatsmacht/staat in Gw. (vb. VK, geen Gw = in algemeen geldende principes)
- In België = in formele RB
o Regels van constitutionele aard: art. 33 2e lid Gw.: in Gw. of bijzondere meerderheidswetten
federale recht *
= moeilijk te wijzigen
o Andere regels: In gewone wetten of ongeschreven regels (= geweoonten/algemene
rechtsbeginselen
- GEEN afzonderlijke Gw. voor de gemeenschappen & gewesten. WEL embryo van constitutionele
autonomie mbt welomschreven aspecten bepaald + voorwaarden
o Inspraak *: Senaat keurt de wijzigingen goed. Onrechtstreekse inspraak via taalgriep bij
bijzondere meerderheidswetten.
Constitutionalisme = Overheid is onderworpen aan materiële Gw. principes die haar beperken &
overheidswillekeur tegengaan (vb. principe van de rechtstaat)
Afdeling 2: Een democratie
= Wil macht legitimeren door burgers te betrekken bij overheidsbeleid, burgers hebben inspraak & kunnen WG
te ver roepen
- 1831: representatieve democratie met verkozen parlement (=reactie tegen Koning Willem I)
- Decreet 22 nov 1830: regeringsvorm: grondwettige vertegenwoordige alleenheersing onder een
erfelijk hoofd
- Art. 33 Gw.: Bron van soevereiniteit bij natie, niet parlement
o Naar nationale soevereiniteit
o Zie “a governement of the people, for and by the people” (Koningskwestie, taalgroepen)
By the people: meerderheidsdemocratie naar consensusdemocratie
Afdeling 3: Een rechtsstaat
= De overheid is gebonden aan het recht (zie clash tussen WG & overheid), met name aan vooraf vastgestelde
algemeen geldende regels = The rule of law
Overheidsoptreden = voorspelbaar
Evolutie:
- In 1831: De primauteit v.d. GW. vooropgesteld + besluiten van bestuur & regering onderworpen aan
rechterlijke toetsing
- In 1946: Oprichting RvS (voor elke persoon met belang)
- In 1971: Smeerkaasarrest = Voorrang internationaal recht op nationaal recht Alle rechters zijn
beviegd om formele wetten te toetsen aan internationale rechtsregels
- In 1980: GwH vernietiging van wetten, decreten & ordonnanties
Bij aanvang, België = wettenstaat
= Klemtoon lag op onderwerping van bestuur aan de formele wet, rechters waren niet geacht deze zelf
te toetsen (tot Smeerkaasarrest).
,Afdeling 4: Gebaseerd op scheiding der machten
= Montesqieu die 3 staatsfuncties onderscheidde (wetgevende -, rechterlijke - en uitvoerende macht)
- In België = Geen strikte functionele machtscheiding (Art. 36 Gw.),
o Wel: systeem van checks & balances = Functies worden verdeeld tussen instellingen, die
elkaar controleren om overheidswillekeur te vermijden door machtsconcentratie tegen te
gaan.
Parlement controleert regering
Vragen- en inyerpellatierecht
Parlementaire onderzoekscommissies
Werkelijke spanningslijn ligt tussen meerderheidspartijen & oppositie
- Dient algemeen belang + bescherming v.d. burger niet meer ingeroepen om overheidsaansprakelijk
te vermijden: HvC erkent overheidsaansprakelijkheid = handelen & nalaten van:
o 1921: bestuur (UM) Flandria arrest
o 1991: rechter (RM) Anca I en II
o 2006: wetgever:
- Garanties bescherming van de rechter tegen politieke beïnvloeding:
Onafhankelijkheid rechter (centraal idee)!!
o Statuut beschermd bij wet
o Loon vastgelegd bij wet
o Niet afzetbaar tenzij door rechter zelf beslist
o Geen cumulatie = In de regering zitten & rechter zijn
Afdeling 5: Een federaal systeem
= Art. 1 Gw. Met 2 types deelstaten:
- Gewesten & gemeenschappen: Art. 2 & 3 Gw.
o Liggen naast en gedeeltelijk over elkaar, elk met eigen kernbevoegdheden
Ratio legis federaal systeem:
- Bescherming tegen willekeur
- Meer economische en militaire slagkracht
- Efficiënter beheer grote gebieden
- Manier van multinationaal conflictmanagement
Ligt in het verlengde v.d. consensusdemocratie van eenheid- naar federale staat met confederale
kenmerken of zelfs confederatie tout court.
1) Een statische benadering
Staatsvormen indelen in 3 categorieën: eenheidsstaat, federale staat & confederale staat (organisatie)
Kenmerken: zie schema p. 19
Federale theorie verder uitgewerkt adhv empirische vaststellingen:
- Federalisme = als principe
- Federaal systeem = Als politiek systeem met verschillende niveaus die kunnen besturen
- Federale = Als staatsvorm
o Als zij empirische kenmerken (niet) volledig vertonen = onvolwassen of onvolkomen genoemd
2) Een dynamische benadering
= Federalisme is een evenwicht zoeken
tussen cohesie & autonomie 9
verschillende federale systemen naargelang
het evenwicht dat men legt veel, medium
of weinig cohesie & autonomie.
België = medium cohesie, hoge autonomie
= confederatie
,3) Gelaagd bestuur
In federale staten worden beslissingen genomen over 3 lagen:
1) Federale overheid
2) Deelgebieden/deelstaten
3) Europese Unie
Afdeling 6: Een monarchie
= Staatshoofd is een Koning, aanduiding gebeurt door erfopvolging.
- In 1830: Gekozen om diplomatieke reden nieuw republiek zou bedreigen & te progressief lijken
- Erfelijk karakter monarchie = Koning verpersoonlijkt continuiteit v.d. Staat
o Is constitutioneel van aard: Door Gw. bepaald & beperkt
o = Geen persoonlijke macht (om monarchie te verzoenen met representatief parlementair
systeem). Is enkel het staatshoofd v.d. federale Staat, niet v.d. gem. & gew. (=republieken)
- Art. 85 (eerstgeboorterecht) & 88 Gw. (politieke handelingen worden gedekt door ministers)
- Rol Koning bij regeringsvorming: Art. 96 Gw. = Bij coalitievorming kan regering vormen erg lang duren
Koning bepaalt wie de regeringsformateur is (Politieke keuze) Enige moment dat Koning naar
voren komt
Afdeling 7: Een sociale welvaartsstaat
= Staat wanneer overheid de primaire verantwoordelijkheid opneemt om zorg te dragen voor welzijn v.d.
burgers. (Art. 23 Gw.)
Zie gedeelte over Senaat & evolutie met kritiek
Afdeling 8: Een duurzame staat
= Het duurzaamheidsbeginsel kan worden gezien als leidend principe voor het Belgisch bestuur
- Nog pril, betekenis & impact moeten nog voluit tot ontwikkeling komen.
- Art. 7bis en 23 Gw.
,Hoofdstuk 2: Overzicht van de staatsrechtelijke instellingen
Afdeling 1: Federale parlement
Ontbinding: 3 redenen
- Einde legislatuur
- Grondwetsherziening (Art. 195 Gw.)
- Politieke crisis
- (Troon onbezet (Art. 95 Gw.))
Verkiezingskalender:
- Gemeente & provincieraden: 6 jaar
- Gemeenschaps- & gewestparlement + Europees & federaal parlement: 5 j
o Voordeel: kostenbesparend, minder moeite
o Nadeel: aandacht gaat naar federaal parlement
Tweekamerstelsel
Kamer van volksvertegenwoordiging
- = proportioneel (Wallonië 40 – Vlaanderen 60)
- Niet paritair Geen Duitse taalgroep
- Representatieve democratie: 150 leden (verdeeld in 2 taalgroepen), legislatuur v. 5 jaar
- Consensusdemocratie: Kieskring binnen taalgrens
Senaat:
Samenstelling: Deelstatenkamer (vertegenwoordigd gem.+ gew. Inspraak in federaal beleid)
- 50 deelstaatsenatoren (verkozen in parl. v.d. deelstaten + 2 taalgroepen) + 10 gecoöpteerde senatoren
Afschaffing v.d. Senaat: Onduidelijk wanneer & op welke manier dit gaat gebeuren.
Taken waar bij afschaffing aanpassing nodig is:
- Goedkeuring v.d. grondwetsherziening (Art. 195 Gw.)
- Goedkeuring v. wetten die de structuur v.d. staat raken (ook toepasbaar op gem. & gew.)
- De samenstelling, bevoegdheden & werking v.h. GwH
- De regeling v. belangenconflicten
- (Benoeming v.d. helft v.d. leden v.d. Hoge Raad voor Justitie (Art. 151, §2, 2e lid Gw.)
De 5 functies van het parlement
1) Representatie JURIDISCH KNELPUNT 1
- Nationale representatie = vertegenwoordiging algemeen belang v.d. hele natie. (Art. 42 Gw.)
- Descriptieve vertegenwoordiging = Weerspiegeling v.d. diversiteit binnen samenleving & parlement.
2) Wetgeving
- Functies: Art. 34 & 74 Gw.
- 3 parlementaire procedures: Art. 74, 77 & 78 Gw. = unicamerale/symmetrische bicamerale/
asymmetrische bicamerale procedure.
- Regelgevende functie:
o Wetsvoorstel/ wetsontwerp + advies RvS afdeling wetgeving
o Parlementaire procedure met amendementen in commissies & plenaire vergadering
o Goedgekeurd Naar Koning, ondertekent (=bekrachtiging)
o Bekendmaking & uitvoering (KB)
- Juridisch regime formele wet
o Onschendbaarheid naar gecentraliseerde toetsing (GwH) + legaliteitsbeginsel: democratische
legitimiteit
3) Deliberatie
= Meer dan stemmachine, maar kern van overleg & politieke verantwoording
- Juridische plicht om te debatteren voor parlement:
o EHRM: ja, Art. 3 Prot. 1 EVRM
o GwH: nee, niet bevoegd om zich uit te spreken over interne werking
,4) Controle
- In parlementair systeem: Parlementaire controle bijgestaan door Rekenhof/Rekenkamer (rapporteert)
- Leidt niet tot ontslag, want regeringspartijen zijn de meerderheid.
5) Financiering
- Overheidsmiddelen: belasting, retributie, begroting & rekening
- No taxation without representation (basis democratie)
o Belastingen:
Fiscaal legaliteitsbeginsel (Art. 170 Gw.)
Eenjarigheidsbeginsel (Art. 177 Gw.)
Gelijkheidsbeginsel (Art. 172 Gw.)
o Retributies:
Legaliteitsbeginsel
Proportionaliteitsbeginsel (door vergoedend karakter)
o Begroting & rekeningen
Universaliteitsbeginsel (Art. 174, 1e lid Gw.)
Specialiteitsbeginsel (Art. 180 Gw.)
Eenjarigheidsbeginsel (Art. 174, 1e lid Gw.)
Principe van het begrotingsevenwicht
Werking parlement
- Art. 48 Gw.: Gekozenen gaan geloofsbrieven v.d. kamerleden na conform WG & verkiezingsresultaten
die in aanmerking komen voor een zetel
o In strijd met EVRM: arrest Mugemangango (Door onpartijdig orgaan Parl. leden zijn niet
politiek neutraal)
- Bureau + voorzitter & ondervoorzitters
- Parlementaire commissies: Ingedeeld per domein specialisatie
o Verslag uit naar plenaire vergadering
- Openbare vergaderingen (Art. 47 Gw.)
- Stemmen: Art. 53, 46, 96, 4, 195, 198 Gw.
- Alarmbel bij belangenconflict/schaden v. belangen gemeenschap
Afdeling 2: De Koning
3 soorten bepalingen:
1) De persoon v.d. Koning (zie Gw.)
Eerstgeborenrecht: Art. 85, 91, 90/92 Gw.
(Art. 93 Gw.):
- King George & onmogelijkheid om te regeren – mentale onmogelijkheid
- Leopold III – fysieke onmogelijkheid
- Koning Boudewijn – morele onmogelijkheid
2) De koning als instelling
- Art. 88 Gw: Koning Albert II onschendbaarheid
- Art. 106 Gw: Gedekt door de minister
Pregoratieven v.d. Koning:
- The right to be informed and to courage
- Het colloque singulier Anders schending v.h. geheim van zaken
,Afdeling 3: De regering
Regering = ministers + staatssecretarissen
Ministerraad = ministers
Kenmerken ideale coalitievorming:
- Minimale werking
o Minimal number Federale regering voldoet niet aan kenmerken
o Minimal weight
o Minimal distance moeilijk: taalpariteit (Art. 99 Gw.)
- Eerste minister (Art. 46, 96, 99 Gw.)
o De formateur v.d. regering
o Uitvoering regeerakkoord
- De vice-eerste minister
o Per coalitieregering
o Vormt kernkabinet met eerste minister
- De vakminister
o Bevoegd voor bepaalde beleidsdomeinen (= portefeuille)
o Hoofd van betrokken ministerieel departement
De 5 functies van de regering
1) Normatieve functie
- Koning & federale regering: dominante actor in WM
- Koninklijk vetorecht (Art. 109 Gw.)
- Delegatie van bevoegdheden aan Koning (Art. 105 Gw.) UM (Art. 37 Gw.)
o Gewone opdrachtwet
o Kaderwet
o Bijzondere machtenwet
2) Bestuursfunctie
Wetgeving ook toepassen in individuele gevallen, niet enkel uitvoeren adhv uitgebreid bestuursapparaat
3) Buitenlands beleid (Art. 167 Gw.)
Sluiten van exclusief federale verdragen (=verdragencyclus)
- Onderhandeling (informatierecht Kamer (Art. 168 Gw.))
- Ondertekening Koning
- Instemmingswet (voorontwerp): RvS afdeling wetgeving + instemming Kamer
- Ratificatie Koning
- Bekendmaking BS
4) Landsverdediging (Art. 167, §1, 2e lid Gw. )
- Bewaren nationale onafhankelijkheid + verdediging lang tegen externe vijanden
o Sleutelrol UM (Koning + regering)
5) Regelgevende functie (Art. 105 Gw.)
, Werking van de regering
De consensusregel
- Van individuele verantwoordelijkheid naar systeem van minimale solidariteit en collectieve
verantwoordelijkheid Voor de ministerraad (collegiaal beslissen)
o Regering gem. & gew.: Altijd bij consensus besluiten. (Art. 69 BWHI & 22 Bijz. Decr. Vl. Inst.)
o Federale regering: ingewikkelder
Gw. verplicht in bepaalde gevallen (Art. 54 & 90 Gw.)
Grondwettelijke gewoonte in bepaalde beleidskwesties
Wie is bevoegd voor ambtenarenstatuut?
- koning (dus regering): WG kan zich niet bemoeien behalve uitzonderingen (vb. andere ambtenaren)
(Art. 107, 2e lid Gw.)
- Kabinetsleden: Staan ministers bij (persoonlijke medewerkers) (Art. 32 Gw.)
Ontslag van de regering en ministers (Art. 96 en 104 Gw.)
- 4 mogelijkheden: vrijwillig of gedwongen ontslag/ontslag regering of ontslag ministers/staatssecretaris
- Gevolgen:
o Regering: lopende zaken
o Individuele ministers: herstel taalpariteit (Art. 99, 2e lid Gw.)
Afdeling 4: kenmerken van het statuut van parlementsleden, ministers & staatssecretarissen:
1) Onverenigbaarheden
= Mandaat niet combineren met bepaalde functies (Art. 49, 50 en 51 Gw.)
- Uitzondering: ontslagnemende ministers, wel in nieuw parlement.
2) Immuniteiten
= Beschermt tegen vervolging van uitspraken tijdens uitoefening ambt (Art. 58, 101 Gw.)
- Parlementaire immuniteit: vrij debat niet beschermen in vb. intervieuws/partijcongres
- Bescherming regeringsleden: ruimer
3) Strafrechtelijke onschendbaarheid
- Parlementaire onschendbaarheid (Art. 59 Gw.)= om werking parlement te vrijwaren, niet beschermen
o Wel: betrapping op heterdaad
- Ministers & staatssecretarissen (Art. 103 Gw.)
4) Politieke verantwoordelijkheid
- Regering parlement (Kamer) kiezers
- Art. 101 Gw.: eigen, Koning, kabinetsmedewerkers, ambt onder hun gezag 4 vormen
5) Burgerlijke aansprakelijkheid
- Ministers kunnen niet aansprakelijk worden gesteld (Art. 103 Gw.)
o Wel: obv (Art. 6.5 BW) = federale ministers
- Art. 125 Gw.: niet mogelijk (=gem. & gew. Ministers)
6) Vergoeding (Art. 66 + 71 Gw.)
Oorpronkelijk idee: uitvoeren in het algemeen belang v.d. volksvertegenwoordigers
Afdeling 5: De rechtscolleges
- Recht op toegang tot de rechter: Art. 144 Gw. en 6.1. EVRM
- Onafhankelijk & onpartijdige rechter
- Behoorlijke rechtsbedeling: eerlijk, openbaar, binnen termijn
- Betrouwbaarheid: het ABI-module
o Ability: bekwaamheid ✓
o Benevolence: welwillendheid X
o Integrity: integriteit ✓
Deel 1: Het grondplan
Hoofdstuk 1: Overzicht van de staatsrechtelijke principes
- Kern = Bescherming van personen tegen willekeur v.d. overheid (doorheen verschillende &
vernieuwende principes)
Afdeling 1: Een grondwettelijke Staat
= Machtsoverdracht aan vaste regels onderworpen tussen staatsmachten & tov de burger Beperken
staatsmacht/staat in Gw. (vb. VK, geen Gw = in algemeen geldende principes)
- In België = in formele RB
o Regels van constitutionele aard: art. 33 2e lid Gw.: in Gw. of bijzondere meerderheidswetten
federale recht *
= moeilijk te wijzigen
o Andere regels: In gewone wetten of ongeschreven regels (= geweoonten/algemene
rechtsbeginselen
- GEEN afzonderlijke Gw. voor de gemeenschappen & gewesten. WEL embryo van constitutionele
autonomie mbt welomschreven aspecten bepaald + voorwaarden
o Inspraak *: Senaat keurt de wijzigingen goed. Onrechtstreekse inspraak via taalgriep bij
bijzondere meerderheidswetten.
Constitutionalisme = Overheid is onderworpen aan materiële Gw. principes die haar beperken &
overheidswillekeur tegengaan (vb. principe van de rechtstaat)
Afdeling 2: Een democratie
= Wil macht legitimeren door burgers te betrekken bij overheidsbeleid, burgers hebben inspraak & kunnen WG
te ver roepen
- 1831: representatieve democratie met verkozen parlement (=reactie tegen Koning Willem I)
- Decreet 22 nov 1830: regeringsvorm: grondwettige vertegenwoordige alleenheersing onder een
erfelijk hoofd
- Art. 33 Gw.: Bron van soevereiniteit bij natie, niet parlement
o Naar nationale soevereiniteit
o Zie “a governement of the people, for and by the people” (Koningskwestie, taalgroepen)
By the people: meerderheidsdemocratie naar consensusdemocratie
Afdeling 3: Een rechtsstaat
= De overheid is gebonden aan het recht (zie clash tussen WG & overheid), met name aan vooraf vastgestelde
algemeen geldende regels = The rule of law
Overheidsoptreden = voorspelbaar
Evolutie:
- In 1831: De primauteit v.d. GW. vooropgesteld + besluiten van bestuur & regering onderworpen aan
rechterlijke toetsing
- In 1946: Oprichting RvS (voor elke persoon met belang)
- In 1971: Smeerkaasarrest = Voorrang internationaal recht op nationaal recht Alle rechters zijn
beviegd om formele wetten te toetsen aan internationale rechtsregels
- In 1980: GwH vernietiging van wetten, decreten & ordonnanties
Bij aanvang, België = wettenstaat
= Klemtoon lag op onderwerping van bestuur aan de formele wet, rechters waren niet geacht deze zelf
te toetsen (tot Smeerkaasarrest).
,Afdeling 4: Gebaseerd op scheiding der machten
= Montesqieu die 3 staatsfuncties onderscheidde (wetgevende -, rechterlijke - en uitvoerende macht)
- In België = Geen strikte functionele machtscheiding (Art. 36 Gw.),
o Wel: systeem van checks & balances = Functies worden verdeeld tussen instellingen, die
elkaar controleren om overheidswillekeur te vermijden door machtsconcentratie tegen te
gaan.
Parlement controleert regering
Vragen- en inyerpellatierecht
Parlementaire onderzoekscommissies
Werkelijke spanningslijn ligt tussen meerderheidspartijen & oppositie
- Dient algemeen belang + bescherming v.d. burger niet meer ingeroepen om overheidsaansprakelijk
te vermijden: HvC erkent overheidsaansprakelijkheid = handelen & nalaten van:
o 1921: bestuur (UM) Flandria arrest
o 1991: rechter (RM) Anca I en II
o 2006: wetgever:
- Garanties bescherming van de rechter tegen politieke beïnvloeding:
Onafhankelijkheid rechter (centraal idee)!!
o Statuut beschermd bij wet
o Loon vastgelegd bij wet
o Niet afzetbaar tenzij door rechter zelf beslist
o Geen cumulatie = In de regering zitten & rechter zijn
Afdeling 5: Een federaal systeem
= Art. 1 Gw. Met 2 types deelstaten:
- Gewesten & gemeenschappen: Art. 2 & 3 Gw.
o Liggen naast en gedeeltelijk over elkaar, elk met eigen kernbevoegdheden
Ratio legis federaal systeem:
- Bescherming tegen willekeur
- Meer economische en militaire slagkracht
- Efficiënter beheer grote gebieden
- Manier van multinationaal conflictmanagement
Ligt in het verlengde v.d. consensusdemocratie van eenheid- naar federale staat met confederale
kenmerken of zelfs confederatie tout court.
1) Een statische benadering
Staatsvormen indelen in 3 categorieën: eenheidsstaat, federale staat & confederale staat (organisatie)
Kenmerken: zie schema p. 19
Federale theorie verder uitgewerkt adhv empirische vaststellingen:
- Federalisme = als principe
- Federaal systeem = Als politiek systeem met verschillende niveaus die kunnen besturen
- Federale = Als staatsvorm
o Als zij empirische kenmerken (niet) volledig vertonen = onvolwassen of onvolkomen genoemd
2) Een dynamische benadering
= Federalisme is een evenwicht zoeken
tussen cohesie & autonomie 9
verschillende federale systemen naargelang
het evenwicht dat men legt veel, medium
of weinig cohesie & autonomie.
België = medium cohesie, hoge autonomie
= confederatie
,3) Gelaagd bestuur
In federale staten worden beslissingen genomen over 3 lagen:
1) Federale overheid
2) Deelgebieden/deelstaten
3) Europese Unie
Afdeling 6: Een monarchie
= Staatshoofd is een Koning, aanduiding gebeurt door erfopvolging.
- In 1830: Gekozen om diplomatieke reden nieuw republiek zou bedreigen & te progressief lijken
- Erfelijk karakter monarchie = Koning verpersoonlijkt continuiteit v.d. Staat
o Is constitutioneel van aard: Door Gw. bepaald & beperkt
o = Geen persoonlijke macht (om monarchie te verzoenen met representatief parlementair
systeem). Is enkel het staatshoofd v.d. federale Staat, niet v.d. gem. & gew. (=republieken)
- Art. 85 (eerstgeboorterecht) & 88 Gw. (politieke handelingen worden gedekt door ministers)
- Rol Koning bij regeringsvorming: Art. 96 Gw. = Bij coalitievorming kan regering vormen erg lang duren
Koning bepaalt wie de regeringsformateur is (Politieke keuze) Enige moment dat Koning naar
voren komt
Afdeling 7: Een sociale welvaartsstaat
= Staat wanneer overheid de primaire verantwoordelijkheid opneemt om zorg te dragen voor welzijn v.d.
burgers. (Art. 23 Gw.)
Zie gedeelte over Senaat & evolutie met kritiek
Afdeling 8: Een duurzame staat
= Het duurzaamheidsbeginsel kan worden gezien als leidend principe voor het Belgisch bestuur
- Nog pril, betekenis & impact moeten nog voluit tot ontwikkeling komen.
- Art. 7bis en 23 Gw.
,Hoofdstuk 2: Overzicht van de staatsrechtelijke instellingen
Afdeling 1: Federale parlement
Ontbinding: 3 redenen
- Einde legislatuur
- Grondwetsherziening (Art. 195 Gw.)
- Politieke crisis
- (Troon onbezet (Art. 95 Gw.))
Verkiezingskalender:
- Gemeente & provincieraden: 6 jaar
- Gemeenschaps- & gewestparlement + Europees & federaal parlement: 5 j
o Voordeel: kostenbesparend, minder moeite
o Nadeel: aandacht gaat naar federaal parlement
Tweekamerstelsel
Kamer van volksvertegenwoordiging
- = proportioneel (Wallonië 40 – Vlaanderen 60)
- Niet paritair Geen Duitse taalgroep
- Representatieve democratie: 150 leden (verdeeld in 2 taalgroepen), legislatuur v. 5 jaar
- Consensusdemocratie: Kieskring binnen taalgrens
Senaat:
Samenstelling: Deelstatenkamer (vertegenwoordigd gem.+ gew. Inspraak in federaal beleid)
- 50 deelstaatsenatoren (verkozen in parl. v.d. deelstaten + 2 taalgroepen) + 10 gecoöpteerde senatoren
Afschaffing v.d. Senaat: Onduidelijk wanneer & op welke manier dit gaat gebeuren.
Taken waar bij afschaffing aanpassing nodig is:
- Goedkeuring v.d. grondwetsherziening (Art. 195 Gw.)
- Goedkeuring v. wetten die de structuur v.d. staat raken (ook toepasbaar op gem. & gew.)
- De samenstelling, bevoegdheden & werking v.h. GwH
- De regeling v. belangenconflicten
- (Benoeming v.d. helft v.d. leden v.d. Hoge Raad voor Justitie (Art. 151, §2, 2e lid Gw.)
De 5 functies van het parlement
1) Representatie JURIDISCH KNELPUNT 1
- Nationale representatie = vertegenwoordiging algemeen belang v.d. hele natie. (Art. 42 Gw.)
- Descriptieve vertegenwoordiging = Weerspiegeling v.d. diversiteit binnen samenleving & parlement.
2) Wetgeving
- Functies: Art. 34 & 74 Gw.
- 3 parlementaire procedures: Art. 74, 77 & 78 Gw. = unicamerale/symmetrische bicamerale/
asymmetrische bicamerale procedure.
- Regelgevende functie:
o Wetsvoorstel/ wetsontwerp + advies RvS afdeling wetgeving
o Parlementaire procedure met amendementen in commissies & plenaire vergadering
o Goedgekeurd Naar Koning, ondertekent (=bekrachtiging)
o Bekendmaking & uitvoering (KB)
- Juridisch regime formele wet
o Onschendbaarheid naar gecentraliseerde toetsing (GwH) + legaliteitsbeginsel: democratische
legitimiteit
3) Deliberatie
= Meer dan stemmachine, maar kern van overleg & politieke verantwoording
- Juridische plicht om te debatteren voor parlement:
o EHRM: ja, Art. 3 Prot. 1 EVRM
o GwH: nee, niet bevoegd om zich uit te spreken over interne werking
,4) Controle
- In parlementair systeem: Parlementaire controle bijgestaan door Rekenhof/Rekenkamer (rapporteert)
- Leidt niet tot ontslag, want regeringspartijen zijn de meerderheid.
5) Financiering
- Overheidsmiddelen: belasting, retributie, begroting & rekening
- No taxation without representation (basis democratie)
o Belastingen:
Fiscaal legaliteitsbeginsel (Art. 170 Gw.)
Eenjarigheidsbeginsel (Art. 177 Gw.)
Gelijkheidsbeginsel (Art. 172 Gw.)
o Retributies:
Legaliteitsbeginsel
Proportionaliteitsbeginsel (door vergoedend karakter)
o Begroting & rekeningen
Universaliteitsbeginsel (Art. 174, 1e lid Gw.)
Specialiteitsbeginsel (Art. 180 Gw.)
Eenjarigheidsbeginsel (Art. 174, 1e lid Gw.)
Principe van het begrotingsevenwicht
Werking parlement
- Art. 48 Gw.: Gekozenen gaan geloofsbrieven v.d. kamerleden na conform WG & verkiezingsresultaten
die in aanmerking komen voor een zetel
o In strijd met EVRM: arrest Mugemangango (Door onpartijdig orgaan Parl. leden zijn niet
politiek neutraal)
- Bureau + voorzitter & ondervoorzitters
- Parlementaire commissies: Ingedeeld per domein specialisatie
o Verslag uit naar plenaire vergadering
- Openbare vergaderingen (Art. 47 Gw.)
- Stemmen: Art. 53, 46, 96, 4, 195, 198 Gw.
- Alarmbel bij belangenconflict/schaden v. belangen gemeenschap
Afdeling 2: De Koning
3 soorten bepalingen:
1) De persoon v.d. Koning (zie Gw.)
Eerstgeborenrecht: Art. 85, 91, 90/92 Gw.
(Art. 93 Gw.):
- King George & onmogelijkheid om te regeren – mentale onmogelijkheid
- Leopold III – fysieke onmogelijkheid
- Koning Boudewijn – morele onmogelijkheid
2) De koning als instelling
- Art. 88 Gw: Koning Albert II onschendbaarheid
- Art. 106 Gw: Gedekt door de minister
Pregoratieven v.d. Koning:
- The right to be informed and to courage
- Het colloque singulier Anders schending v.h. geheim van zaken
,Afdeling 3: De regering
Regering = ministers + staatssecretarissen
Ministerraad = ministers
Kenmerken ideale coalitievorming:
- Minimale werking
o Minimal number Federale regering voldoet niet aan kenmerken
o Minimal weight
o Minimal distance moeilijk: taalpariteit (Art. 99 Gw.)
- Eerste minister (Art. 46, 96, 99 Gw.)
o De formateur v.d. regering
o Uitvoering regeerakkoord
- De vice-eerste minister
o Per coalitieregering
o Vormt kernkabinet met eerste minister
- De vakminister
o Bevoegd voor bepaalde beleidsdomeinen (= portefeuille)
o Hoofd van betrokken ministerieel departement
De 5 functies van de regering
1) Normatieve functie
- Koning & federale regering: dominante actor in WM
- Koninklijk vetorecht (Art. 109 Gw.)
- Delegatie van bevoegdheden aan Koning (Art. 105 Gw.) UM (Art. 37 Gw.)
o Gewone opdrachtwet
o Kaderwet
o Bijzondere machtenwet
2) Bestuursfunctie
Wetgeving ook toepassen in individuele gevallen, niet enkel uitvoeren adhv uitgebreid bestuursapparaat
3) Buitenlands beleid (Art. 167 Gw.)
Sluiten van exclusief federale verdragen (=verdragencyclus)
- Onderhandeling (informatierecht Kamer (Art. 168 Gw.))
- Ondertekening Koning
- Instemmingswet (voorontwerp): RvS afdeling wetgeving + instemming Kamer
- Ratificatie Koning
- Bekendmaking BS
4) Landsverdediging (Art. 167, §1, 2e lid Gw. )
- Bewaren nationale onafhankelijkheid + verdediging lang tegen externe vijanden
o Sleutelrol UM (Koning + regering)
5) Regelgevende functie (Art. 105 Gw.)
, Werking van de regering
De consensusregel
- Van individuele verantwoordelijkheid naar systeem van minimale solidariteit en collectieve
verantwoordelijkheid Voor de ministerraad (collegiaal beslissen)
o Regering gem. & gew.: Altijd bij consensus besluiten. (Art. 69 BWHI & 22 Bijz. Decr. Vl. Inst.)
o Federale regering: ingewikkelder
Gw. verplicht in bepaalde gevallen (Art. 54 & 90 Gw.)
Grondwettelijke gewoonte in bepaalde beleidskwesties
Wie is bevoegd voor ambtenarenstatuut?
- koning (dus regering): WG kan zich niet bemoeien behalve uitzonderingen (vb. andere ambtenaren)
(Art. 107, 2e lid Gw.)
- Kabinetsleden: Staan ministers bij (persoonlijke medewerkers) (Art. 32 Gw.)
Ontslag van de regering en ministers (Art. 96 en 104 Gw.)
- 4 mogelijkheden: vrijwillig of gedwongen ontslag/ontslag regering of ontslag ministers/staatssecretaris
- Gevolgen:
o Regering: lopende zaken
o Individuele ministers: herstel taalpariteit (Art. 99, 2e lid Gw.)
Afdeling 4: kenmerken van het statuut van parlementsleden, ministers & staatssecretarissen:
1) Onverenigbaarheden
= Mandaat niet combineren met bepaalde functies (Art. 49, 50 en 51 Gw.)
- Uitzondering: ontslagnemende ministers, wel in nieuw parlement.
2) Immuniteiten
= Beschermt tegen vervolging van uitspraken tijdens uitoefening ambt (Art. 58, 101 Gw.)
- Parlementaire immuniteit: vrij debat niet beschermen in vb. intervieuws/partijcongres
- Bescherming regeringsleden: ruimer
3) Strafrechtelijke onschendbaarheid
- Parlementaire onschendbaarheid (Art. 59 Gw.)= om werking parlement te vrijwaren, niet beschermen
o Wel: betrapping op heterdaad
- Ministers & staatssecretarissen (Art. 103 Gw.)
4) Politieke verantwoordelijkheid
- Regering parlement (Kamer) kiezers
- Art. 101 Gw.: eigen, Koning, kabinetsmedewerkers, ambt onder hun gezag 4 vormen
5) Burgerlijke aansprakelijkheid
- Ministers kunnen niet aansprakelijk worden gesteld (Art. 103 Gw.)
o Wel: obv (Art. 6.5 BW) = federale ministers
- Art. 125 Gw.: niet mogelijk (=gem. & gew. Ministers)
6) Vergoeding (Art. 66 + 71 Gw.)
Oorpronkelijk idee: uitvoeren in het algemeen belang v.d. volksvertegenwoordigers
Afdeling 5: De rechtscolleges
- Recht op toegang tot de rechter: Art. 144 Gw. en 6.1. EVRM
- Onafhankelijk & onpartijdige rechter
- Behoorlijke rechtsbedeling: eerlijk, openbaar, binnen termijn
- Betrouwbaarheid: het ABI-module
o Ability: bekwaamheid ✓
o Benevolence: welwillendheid X
o Integrity: integriteit ✓