Comfort en energie 1
Wat is Comfort?
1. wat is het comfort?
Ontwerpkeuzes als interieurarchitect, hebben impact op de kwaliteit vh comfort vd ruimte
à Kan zowel nega=eve als posi=ef zijn
Comfort à hee? vooral betrekking op het onzichtbare deel vd interieurarchitectuur
De juiste ontwerpkeuzes à goed kwaliteit van binnenklimaat à posi=eve invloed op
gezondheid + gevoel van welbehagen + produc=viteit
DUS:
Gezondheid en welbehagen:
- Thermisch comfort
- Luchtkwaliteit
- Visueel comfort
Hoe neemt een mens zijn
omgeving waar?
2. thermisch comfort
à Huid + longen
Hoe voelt een mens warmte?
- Thermisch = tempratuur/warmte
- Mens = warmbloedig: produceert warmte om lichaam op tempratuur te houden +
moet die warmte kwijtraken
- Warmteafgi?e aan de omgeving, 2 manieren:
Via de huid:
• Lucht die erlangs stroomt
• Huid voelt de T van alle opp die het rondom zich ziet
• Huid voelt de T van alle objecten waarmee het in contact komt
Via de longen:
• Warme lucht uitademen
- Mens: gee? con=nu vocht af aan de omgeving
• Constante verdamping via de huid
• Voch=ge lucht uitademen
- Kledij bepaald hoe goed/slecht warmte wordt afgegeven
- Ac=viteitsgraad à bepaalt hvl warmte we produceren dus ook moeten kwijtraken
= metabolisme, rus=g in zetel vs intensief sporten)
,Invloedsfactoren voor globaal thermisch comfort:
Menselijke:
- Metabolisme
- Isola=ewaarde van kledij
Van de omgeving:
- Lucht tempratuur: De T vd lucht in de ruimte
à Is niet overal hetzelfde
Warme lucht s=jgt dus à hoe hoger, hoe warmer = stra=fica=e (gelaagdheid)
- Gemiddelde stralingstempratuur:
• Elk object straalt warmte uit à Hoe warmer het object, hoe meer warmte het
uitstraalt
• Mens voelt de straling van alle objecten die hij ziet
• Hoe groter het opp ve object, hoe meer de persoon de straling ervan voelt (vb)
• Mens = meestal onbewust vd straling (behalve bij heel warm of heel koud object)
• Muren – vloeren – kasten – mensen… à stralen ook warmte uit
- Opera=eve temperatuur:
= de combina=e van de luchYemperatuur en de omringende stralingstemperaturen
die een mens voelt
(Ontwerper: kan ‘spelen’ met beide voor een goede opera=eve T)
- Luchtsnelheid
= Snelheid waarmee de lucht door een ruimte stroomt + langs een persoon beweegt
à Hoe hoger de T vd lucht, hoe minder gevoelig de mens is voor de luchtsnelheid
(vb: wind in zomer vs winter)
- Rela=eve voch=gheid
= maat voor de hoeveelheid waterdamp die de lucht bevat
(in % tov wat de lucht max. kan bevaYen)
à Warme lucht kan meer waterdamp bevaYen dan koude lucht
à Mens = niet zo gevoelig voor rel. voch=gheid
à Tss 30 – 70%: mens voelt bna geen verschil
à Onder 30%: lucht voelt droog
à Boven 70%: drukkend gevoel
(Vooral in combi met hoge T)
- Andere:
Culturele en sociale aspecten – Gedragsaspecten - Invloed van het buitenklimaat -
Thermische aanpassing – Geslacht – Lee?ijd
Gobaal thermisch comfort:
à PMV (Predicted Mean Vote) = De voorspelde gemiddelde waardering van het thermisch
binnenklimaat
-3 0 +3
Koud neutraal warm
, Lokaal discomfort
Stralingsasymmetrie
- Koude oppervlaktes: glas – slecht geïsoleerde buitenwand – plafond-/vloerkoeling
- Warme oppervlaktes: glas – plafond-/vloerkoeling – stralingspaneel
Ver=cale tempratuurgradiënt
- Thermische stra=fica=e / laagvorming: warme T boven, koude T onder id ruimte
- Bepaalt keuze voor vloerverwarming / koeling
- In de buurt van uitblaasmond van warme / koude lucht
Te hoge luchtsnelheid (tocht)
- Natuurlijke luchtstroom id ruimte
- Bij een raam / ven=la=e-opening
- Air condi=oning (hoge menggraad)
- Hoe kouder de lucht T, hoe trager de luchtsnelheid moet zijn
- Hoe warmer de lucht, hoe groter de toleran=e vd mens tegen een hoge luchtsnelheid
3. luchtkwaliteit
à Neus + ogen
Factoren die de luchtkwaliteit beïnvloeden – zie video dia 39
- Beïnvloeden de binnenlucht, aioms=g vd omgeving vh gebouw:
• Natuurlijke bronnen
• Menselijke ac=viteiten
• Verontreinigende stoffen uit de bodem
- Beïnvloeden de binnenlucht, aioms=g van binnen ih gebouw:
• Menselijke ac=viteiten
• Mensen – dieren – planten
• Gebruikte materialen
• Verbrandingsprocessen
Vervuilers:
- Verbruik van zuurstof, afgi?e van CO2
- Lichaamsgeuren
- Keukenafval
- Geuren eigen aan de keuken
- Vocht door ‘naYe’ ac=viteiten
- Tabaksrook
Gebouw- en materiaalgebonden
- Vinyl, tapijt,…
- Schilderswerk
- Detergenten
- Houtpanelen (lijmen)
- Printers, fax,…
Wat is Comfort?
1. wat is het comfort?
Ontwerpkeuzes als interieurarchitect, hebben impact op de kwaliteit vh comfort vd ruimte
à Kan zowel nega=eve als posi=ef zijn
Comfort à hee? vooral betrekking op het onzichtbare deel vd interieurarchitectuur
De juiste ontwerpkeuzes à goed kwaliteit van binnenklimaat à posi=eve invloed op
gezondheid + gevoel van welbehagen + produc=viteit
DUS:
Gezondheid en welbehagen:
- Thermisch comfort
- Luchtkwaliteit
- Visueel comfort
Hoe neemt een mens zijn
omgeving waar?
2. thermisch comfort
à Huid + longen
Hoe voelt een mens warmte?
- Thermisch = tempratuur/warmte
- Mens = warmbloedig: produceert warmte om lichaam op tempratuur te houden +
moet die warmte kwijtraken
- Warmteafgi?e aan de omgeving, 2 manieren:
Via de huid:
• Lucht die erlangs stroomt
• Huid voelt de T van alle opp die het rondom zich ziet
• Huid voelt de T van alle objecten waarmee het in contact komt
Via de longen:
• Warme lucht uitademen
- Mens: gee? con=nu vocht af aan de omgeving
• Constante verdamping via de huid
• Voch=ge lucht uitademen
- Kledij bepaald hoe goed/slecht warmte wordt afgegeven
- Ac=viteitsgraad à bepaalt hvl warmte we produceren dus ook moeten kwijtraken
= metabolisme, rus=g in zetel vs intensief sporten)
,Invloedsfactoren voor globaal thermisch comfort:
Menselijke:
- Metabolisme
- Isola=ewaarde van kledij
Van de omgeving:
- Lucht tempratuur: De T vd lucht in de ruimte
à Is niet overal hetzelfde
Warme lucht s=jgt dus à hoe hoger, hoe warmer = stra=fica=e (gelaagdheid)
- Gemiddelde stralingstempratuur:
• Elk object straalt warmte uit à Hoe warmer het object, hoe meer warmte het
uitstraalt
• Mens voelt de straling van alle objecten die hij ziet
• Hoe groter het opp ve object, hoe meer de persoon de straling ervan voelt (vb)
• Mens = meestal onbewust vd straling (behalve bij heel warm of heel koud object)
• Muren – vloeren – kasten – mensen… à stralen ook warmte uit
- Opera=eve temperatuur:
= de combina=e van de luchYemperatuur en de omringende stralingstemperaturen
die een mens voelt
(Ontwerper: kan ‘spelen’ met beide voor een goede opera=eve T)
- Luchtsnelheid
= Snelheid waarmee de lucht door een ruimte stroomt + langs een persoon beweegt
à Hoe hoger de T vd lucht, hoe minder gevoelig de mens is voor de luchtsnelheid
(vb: wind in zomer vs winter)
- Rela=eve voch=gheid
= maat voor de hoeveelheid waterdamp die de lucht bevat
(in % tov wat de lucht max. kan bevaYen)
à Warme lucht kan meer waterdamp bevaYen dan koude lucht
à Mens = niet zo gevoelig voor rel. voch=gheid
à Tss 30 – 70%: mens voelt bna geen verschil
à Onder 30%: lucht voelt droog
à Boven 70%: drukkend gevoel
(Vooral in combi met hoge T)
- Andere:
Culturele en sociale aspecten – Gedragsaspecten - Invloed van het buitenklimaat -
Thermische aanpassing – Geslacht – Lee?ijd
Gobaal thermisch comfort:
à PMV (Predicted Mean Vote) = De voorspelde gemiddelde waardering van het thermisch
binnenklimaat
-3 0 +3
Koud neutraal warm
, Lokaal discomfort
Stralingsasymmetrie
- Koude oppervlaktes: glas – slecht geïsoleerde buitenwand – plafond-/vloerkoeling
- Warme oppervlaktes: glas – plafond-/vloerkoeling – stralingspaneel
Ver=cale tempratuurgradiënt
- Thermische stra=fica=e / laagvorming: warme T boven, koude T onder id ruimte
- Bepaalt keuze voor vloerverwarming / koeling
- In de buurt van uitblaasmond van warme / koude lucht
Te hoge luchtsnelheid (tocht)
- Natuurlijke luchtstroom id ruimte
- Bij een raam / ven=la=e-opening
- Air condi=oning (hoge menggraad)
- Hoe kouder de lucht T, hoe trager de luchtsnelheid moet zijn
- Hoe warmer de lucht, hoe groter de toleran=e vd mens tegen een hoge luchtsnelheid
3. luchtkwaliteit
à Neus + ogen
Factoren die de luchtkwaliteit beïnvloeden – zie video dia 39
- Beïnvloeden de binnenlucht, aioms=g vd omgeving vh gebouw:
• Natuurlijke bronnen
• Menselijke ac=viteiten
• Verontreinigende stoffen uit de bodem
- Beïnvloeden de binnenlucht, aioms=g van binnen ih gebouw:
• Menselijke ac=viteiten
• Mensen – dieren – planten
• Gebruikte materialen
• Verbrandingsprocessen
Vervuilers:
- Verbruik van zuurstof, afgi?e van CO2
- Lichaamsgeuren
- Keukenafval
- Geuren eigen aan de keuken
- Vocht door ‘naYe’ ac=viteiten
- Tabaksrook
Gebouw- en materiaalgebonden
- Vinyl, tapijt,…
- Schilderswerk
- Detergenten
- Houtpanelen (lijmen)
- Printers, fax,…