Jonge wetenschap (na WO II). Maar de fenomenen waren voordien al
onderzocht in de retoriek, psychologie, sociologie en taalkunde
Aristoteles = drie intrinsieke middelen om een publiek te overtuigen!
1. Ethos = persoonlijkheid en waarden van de spreker
2. Pathos = inspelen op de emotie v/h publiek
3. Logos = logica van argumentatie.
Wat is communicatie?
Woordenboek betekenis
- Mededeling, verbinding = geen wetenschappelijke bron, lineair.
- Uitwisseling van gedachten = hier is de zender en ontvanger niet
belangrijk
Wetenschappelijke betekenis = er bestaan duizenden, het is een omstreden
begrip
voor de ene is communicatie anders dan voor de andere
Wanneer is een definitie van Commwet goed?
Bruikbaar binnen bepaalde wetenschappelijke visie, veld
Als het logisch & coherent is
Als het niet tegengesproken wordt door de waarneembare werkelijkheid
Als het toelaat het gedefinieerde nauwkeurig te onderscheiden van
andere maatschappelijke verschijnselen
2 stromingen in definities:
Processchool Betekeniscreatieschool
= beschrijft Communicatie als = beschrijft communicatie als een
transmissie van een boodschap. productie en uitwisseling van
betekenissen
-De boodschap vertrekt van de
zender met het doel om uit te - Nadruk op hoe de boodschap
komen bij de ontvanger interageren met mensen
- De zender encodeert de afhankelijk van je achtergrond,
boodschap humorstijl, politieke visie, …
- De ontvanger decodeert de - afwijkingen ≠ comm fout maar
boodschap ontstaat door bv. culturele of
- Communicatie wordt gezien als een persoonlijke verschillen.
beïnvloedingsproces - basis: semiotiek = wetenschap van
- Bij een verschil tss de input & de betekenis.
output wijst op een fout i/d - gericht op works of
Communicatie. communication (bv. kunst,
proberen verklaren door kijken reclamespots)
naar fase in het - teksten maken en lezen zijn
communicatieproces parallelle processen.
- Richt zich op
communicatieactiviteiten (bv.
, een speech, mail …)
- teksten maken en lezen zijn lineaire
processen
Conclusie: geen definitief antwoord, maar veel definities en manier om
communicatie te beschrijven.
Controversen (a) en breekpunten (b)
Intentionaliteit
Intentionaliteit (a) = vier situaties van intenties (passief-actief model van
McQuail)
Bedoeld dr zender Niet bedoeld dr
zender
Intentioneel ontvangen 1 2
Niet intentioneel 3 4
ontvangen
Situatie 1 een normaal gesprek, jij ontvangt informatie dat gestuurd is
naar jou.
Situatie 2 jij luister naar iemands conversatie met iemand anders (bv.
afluisteren)
Situatie 3 boodschap is aangekomen, maar ontvanger neemt geen actie
om het te verwerken
Situatie 4 iemand zendt een boodschap uit zonder dat die dat eigenlijk
wil, jij vormt onbewust een mening over die boodschap in je gedachten
(bv. rare kleren)
Opvatting intentionaliteit
- Teleologische opvatting = zegt dat Communicatie duidelijk een doel
heeft
- Gedragsopvatting = Alles is communicatie (je gedrag, je houding, je
personaliteit)
Intentionaliteit als breekpunt (b)
Discussie: “men kan niet NIET communiceren” versus “Gedrag enzovoort is
geen communicatie maar eventuele informatie”
Probleem: Intentionaliteit is vaak moeilijk vast te stellen
Moet communicatie geslaagd zijn om te tellen? (a)
Geslaagde vs niet-geslaagde communicatie?
Voorwaarde van Geslaagde Communicatie (GC)
GC = E + T + Ox + Ib + Ub
E = expressie wat en hoe iets wordt geuit (verbaal, non-verbaal)
T = transmissie hoe de boodschap wordt overgebracht (kanaal,
medium)
Ox = ontvangst hoe de boodschap wordt ontvangen, geïnterpreteerd
Ib = interpretatie wordt de boodschap begrepen (doel, motivatie)
, Ub = uitwerking het effect bij de ontvanger, de impact dat het heeft.
Het kan zo zijn dat:
1. Er is tranmissie (T), maar geen ontvangst (O)
2. Er is Transmissie en ontvangst, maar niet door persoon x, maar persoon y
3. Er is Transmissie en ontvangst door persoon x (Ox) maar geen
interpretatie (I)
4. T, Ox, I zijn er, maar geen juiste bedoelde interpretatie (Ib)
5. T, Ox, I en zelfs Ib zijn er, maar de bedoelde uitwerking blijft uit of er is een
verkeerde bedoelde uitwerking (Ub)
6. T, Ox, I, Ib en Ub zijn aanwezig
dit is niet houdbaar er bestaat in se heel weinig geslaagde
communicatie (geen waardig criterium)
Eenrichting- of tweerichtingsverkeer (a)
Richting van ’t communicatieproces?
- Sprake van eenrichtingsverkeer (van A naar B, of van B naar A)
Processchool zegt dat dit voldoende is; het gaat volgens hen zo
Van A naar B is communicatie | A zegt iets tegen B
Van B naar A ander proces B geeft feedback aan A
- Sprake van tweerichtingsverkeer (interactie tussen A en B)
Gedragscommuncatief continu proces waarbij partners steed van
rol wisselen (zender / ontvanger)
A zegt iets tegen B en B zegt dan iets tegen A 1 proces.
visie van verkeer vn communicatie nauw verbonden met het
communicatieniveau dat men bestudeerd
Massacommunicatie onderzoekers gaan vaker uit van een
eenrichtingsverkeer
Interpersoonlijke communicatie onderzoekres gaan dan meer uit van
circulair proces.
technologische evoluties hebben hier ook invloed op. Bv. Nieuwe Media
wordt geassocieerd met interactiviteit, dus ook meer een tweerichtingsverkeer
Observatieniveau (a)
Communicatiewetenschap beperkt zich tot menselijke communicatie en niet
communicatie tussen dieren of 2 cellen = biologische stof of communicatie
tussen machineonderdelen = ingenieur stof.
- Intrapersoonlijke communicatie = communicatie binnen 1 persoon
- Interpersoonlijke communicatie = communicatie tussen twee of
meerdere personen
- Massacommunicatie = communicatie gericht op een groot publiek via
massamedia
- Organisatiecommunicatie = communicatie binnen een bedrijf of
organisatie
- Groepscommunicatie = communicatie binnen een groep mensen die
samenwerken of gezamenlijk doel hebben.
, Elementen in het communicatie proces
Waarom is er nood aan procesanalyse?
- Heeft een didactisch & technisch nut
- Procesmatige beschrijving: kernbegrippen en hun samenhang
- Verklarende kader van het (al dan niet) slagen van communicatie.
Bron / zender
- Bron = persoon waarvan de info komt (bv. de beller)
- Zender = het technisch apparaat dat de informatie overbrengt (bv.
telefoon)
Onderscheid wordt nooit echt gebruikt, en zender wordt ’t meest
benoemd.
Rol: encoderen en informatie doorzenden
In de eerste communicatietheorieën / modellen = benadrukt men de
macht van de zender
- Zender is heel actief ; ze stuurt informatie door met de bedoeling om te
beïnvloeden (macht)
- Ontvanger is heel passief: hij valt makkelijk te beïnvloeden
In latere studies werd er erkend dat het publiek actief is en dat mensen de
informatie selecteren en interpreteren.
Ontvanger / bestemmeling
- Ontvanger = hoe de informatie wordt overgebracht (bv. microfoon)
- Bestemmeling = de persoon die de boodschap opneemt / ontvangt (bv.
studenten in aula)
Onderscheid wordt nooit echt gebruikt, en ontvanger wordt ’t meest
benoemd.
rol: De ontvanger “ontvangt” de boodschap en decodeert en interpreteert die.
Na focus op zender, meer aandacht voor ontvanger constructivisme:
onderstreept cognitieve activiteiten van mensen bij de ontvangst en verwerking
van boodschappen
ze vormen een bepaald beeld van de realiteit en dat bepaalt verder hun
handelen.
De boodschap
Datgene wat wordt uitgedrukt door de zender en overgedragen wordt naar
de ontvanger.
Een boodschap bevat tekens met een Betekenis (meaning) die
betekenis / informatie kan niet zomaar worden overgedragen, ze ontstaan door
de interpretatie van de boodschap
Tekens = verbale of non-verbale stimuli die betekenis dragen (middelvinger =
fuck you, bv.)
- Bestaat uit signifiant (betekenaar) & signifié (betekende)