Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 38 pagina's
Samenvatting

SAMENVATTING FRANS 1&2 3E GRAAD

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 38 pagina's

SAMENVATTING FRANS 1&2 3E GRAAD

Voorbeeld van de inhoud

1


SAMENVATTING FRANS 1&2 3E

GRAAD DO/DU 2026-27


DEEL I — GRAMMATICA & ZINSBOUW (1–20)
1. Welke tijd gebruik je in Frans om een afgewerkte handeling
in het verleden te beschrijven?
A. Imparfait
B. Passé composé
C. Futur simple
D. Présent
Antwoord: B
Rationale: Het passé composé beschrijft specifieke
gebeurtenissen of handelingen die in het verleden zijn
afgerond.


2. Welk Frans werkwoord is onregelmatig in de futur simple:
“avoir”?
A. aur-
B. av-
C. ai-
D. avai-

,2


Antwoord: A
Rationale: Onregelmatige werkwoorden hebben een specifieke
stam voor futur en conditionnel, bij avoir is dat aur-.


3. Kies de correcte vertaling van: “Ik ga naar school.”
A. Je vais à l’école
B. Je va à l’école
C. Je vais à école
D. Je allé à l’école
Antwoord: A
Rationale: aller vervoegd in 1e persoon enkelvoud = je vais, en
à l’école vereist de samentrekking van à + le/la.


4. Wat is het verschil tussen imparfait en passé composé?
A. Imparfait = achtergrond/gewende handelingen, passé
composé = specifieke acties
B. Imparfait = toekomst, passé composé = verleden
C. Geen verschil
D. Imparfait = enkelvoud, passé composé = meervoud
Antwoord: A


5. Welke zin is correct?

,3


A. Nous avons allé au cinéma
B. Nous sommes allés au cinéma
C. Nous allé au cinéma
D. Nous allons allé au cinéma
Antwoord: B
Rationale: Het werkwoord aller gebruikt être als
hulpwerkwoord in passé composé, en de vorm stemt overeen in
geslacht en aantal.


6. Wat betekent subjonctif in het Frans?
A. Indicatief
B. Humeur of onzekerheid uitdrukken
C. Verleden tijd
D. Gebiedende wijs
Antwoord: B
Rationale: Subjonctif drukt twijfel, wens, emotie of onzekerheid
uit.


7. Welke van deze werkwoorden gebruikt altijd être als
hulpwerkwoord in passé composé?
A. Manger
B. Venir

, 4


C. Finir
D. Parler
Antwoord: B
Rationale: Bewegingswerkwoorden (aller, venir, arriver, partir…)
gebruiken être in passé composé.


8. Kies de juiste vertaling: “Hij heeft het boek gelezen.”
A. Il a lu le livre
B. Il lu le livre
C. Il lis le livre
D. Il est lu le livre
Antwoord: A


9. Wat is het verschil tussen savoir en connaître?
A. Geen verschil
B. Savoir = kennis/fact, connaître = kennen van personen of
plaatsen
C. Savoir = kennen, connaître = weten
D. Beide betekenen altijd “weten”
Antwoord: B

Documentinformatie

Geüpload op
18 februari 2026
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€14,20

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
102
Laatst verkocht
2 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen