Begrippenlijst sociologie
Hoofdstuk 1
Irrationeel sociaal verband Mensen beïnvloeden elkaar onbewust, mensen zijn
verbonden met elkaar
SES/sociaal economische status Waardering die iemand krijgt voor de positie op de
sociaal economische ladder
Sociaal handelen Handelen dat betekenisvol betrokken is op dat van andere
en kan gericht zijn op verleden, heden en toekomst. Hoeft
niet over samenwerking te gaan, ook strijd is sociaal
handelen. Niet alle handelen in de publieke ruimte is
sociaal handelen en ook niet handelen kan sociaal
handelen zijn.
Sociologische verbeelding Het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse
levens en er anders naar te kijken, los van de vertrouwde
routines en met een frisse blik waardoor een dagelijkse
ervaring wordt gekaderd binnen de brede samenleving.
Status symbool Een teken dat niet functioneel wordt gebruikt (zoals het
uniform van een politieagent), maar als verwijzing naar
rijkdom, macht, prestige.
Actoren Mensen
Collectieve actoren Organisaties
Sociaal gestraft bepaalde gewoontes overtreden (roddelen, roepen in de
les)
Biografie Alles wat jij meemaakt in je leven
Sociale structuur Plaats waar we ons leven leiden bepaalt mee de
biografie
Contigent Vandaag is het hoe het is maar het had evengoed anders
kunnen zijn. Verwijst naar de maatschappelijke context die
ook anders kon geweest zijn. Dat wil zeggen dat die context
arbitrair zou zijn.
Arbitrair Willekeurig of toevallig
‘Alles is contigent, maar niet arbitrair’ Het is hoe het is, maar het had evengoed anders kunnen
zijn, het is niet uit het niets.
Sociologie/samenlevingskunde Wetenschap die de maatschappelijke patronen en
structuren bestudeert en het sociaal handelen van mensen
in wisselwerking met deze patronen
Sociale cohesie Sociale verbinding, samenhang in de samenleving
Factor Systeem
1
, Fysiek spel Zorgen dat mensen niet bij jou geraken (bv. gebouw met
trappen vs rolstoel)
Administratieve drempel Te veel stappen moeten ondergaan afhaken (bv.
Vlaamse overheid met it’s me)
Dispositionele drempel Drempel gekoppeld aan vooroordelen (bv. lagere kans om
te huren van een woning door migratie)
Eindige vrijheid Onze vrijheid heeft grenzen (bv. verkeersregels)
Sociologische verbeelding (Mills) 1. Biografie = gebeurtenissen in persoonlijk leven
2. Geschiedenis = hoe de samenleving tot stand is gekomen
3. Sociale structuur = instituties
Sociale structuren bepalen biografieën van mensen, die
een resultaat zijn van een historisch proces
Sociaal construct Beeld van jezelf wordt sociaal bepaald
Streef klasse Onderscheid zich van de massa aan de hand van subtiele
consumptie (bv. vsco girl, recycleerbare tote-bag)
Belangenconflict Bij gebrek om beide verlangens te bevredigen (goederen)
Waardenconflict Conflict in waarden
Manifest Duidelijk, openlijk, iedereen ziet het en weet dat er een
conflict gaande is
Latent Onzichtbaar, mensen in het conflict weten niet dat er een
conflict is (onuitgesproken mening)
Functioneel Je kan nog uit het conflict geraken (je spreekt bv. nog)
Disfunctioneel communicatie is niet gangbaar (niet meer gesproken)
Selffulfilling prophecy Foute voorspelling van de situatie nieuw gedrag stellen
Durkheim Welke maatschappelijke factors variëren suïcide ratio’s
1. Religie
2. Woonplaats
3. Burgerlijke staat
4. Dienst in het leger
Hoofdstuk 2
Selectieve waarneming Als je ergens enorm op gefocust bent dan zie je het geheel
niet meer
Sissons-experiment Kijken of mensen geboren zijn met een bepaalde afkeur
hoe je eruit ziet bepaald of je hulp krijgt of niet. Mensen
zijn vriendelijker tegen mensen met een hogere status
Geloofskennis Geloven in een autoritair persoon, vertrouwen in de kennis
dat die persoon overdraagt
2
Hoofdstuk 1
Irrationeel sociaal verband Mensen beïnvloeden elkaar onbewust, mensen zijn
verbonden met elkaar
SES/sociaal economische status Waardering die iemand krijgt voor de positie op de
sociaal economische ladder
Sociaal handelen Handelen dat betekenisvol betrokken is op dat van andere
en kan gericht zijn op verleden, heden en toekomst. Hoeft
niet over samenwerking te gaan, ook strijd is sociaal
handelen. Niet alle handelen in de publieke ruimte is
sociaal handelen en ook niet handelen kan sociaal
handelen zijn.
Sociologische verbeelding Het vermogen om afstand te nemen van onze dagelijkse
levens en er anders naar te kijken, los van de vertrouwde
routines en met een frisse blik waardoor een dagelijkse
ervaring wordt gekaderd binnen de brede samenleving.
Status symbool Een teken dat niet functioneel wordt gebruikt (zoals het
uniform van een politieagent), maar als verwijzing naar
rijkdom, macht, prestige.
Actoren Mensen
Collectieve actoren Organisaties
Sociaal gestraft bepaalde gewoontes overtreden (roddelen, roepen in de
les)
Biografie Alles wat jij meemaakt in je leven
Sociale structuur Plaats waar we ons leven leiden bepaalt mee de
biografie
Contigent Vandaag is het hoe het is maar het had evengoed anders
kunnen zijn. Verwijst naar de maatschappelijke context die
ook anders kon geweest zijn. Dat wil zeggen dat die context
arbitrair zou zijn.
Arbitrair Willekeurig of toevallig
‘Alles is contigent, maar niet arbitrair’ Het is hoe het is, maar het had evengoed anders kunnen
zijn, het is niet uit het niets.
Sociologie/samenlevingskunde Wetenschap die de maatschappelijke patronen en
structuren bestudeert en het sociaal handelen van mensen
in wisselwerking met deze patronen
Sociale cohesie Sociale verbinding, samenhang in de samenleving
Factor Systeem
1
, Fysiek spel Zorgen dat mensen niet bij jou geraken (bv. gebouw met
trappen vs rolstoel)
Administratieve drempel Te veel stappen moeten ondergaan afhaken (bv.
Vlaamse overheid met it’s me)
Dispositionele drempel Drempel gekoppeld aan vooroordelen (bv. lagere kans om
te huren van een woning door migratie)
Eindige vrijheid Onze vrijheid heeft grenzen (bv. verkeersregels)
Sociologische verbeelding (Mills) 1. Biografie = gebeurtenissen in persoonlijk leven
2. Geschiedenis = hoe de samenleving tot stand is gekomen
3. Sociale structuur = instituties
Sociale structuren bepalen biografieën van mensen, die
een resultaat zijn van een historisch proces
Sociaal construct Beeld van jezelf wordt sociaal bepaald
Streef klasse Onderscheid zich van de massa aan de hand van subtiele
consumptie (bv. vsco girl, recycleerbare tote-bag)
Belangenconflict Bij gebrek om beide verlangens te bevredigen (goederen)
Waardenconflict Conflict in waarden
Manifest Duidelijk, openlijk, iedereen ziet het en weet dat er een
conflict gaande is
Latent Onzichtbaar, mensen in het conflict weten niet dat er een
conflict is (onuitgesproken mening)
Functioneel Je kan nog uit het conflict geraken (je spreekt bv. nog)
Disfunctioneel communicatie is niet gangbaar (niet meer gesproken)
Selffulfilling prophecy Foute voorspelling van de situatie nieuw gedrag stellen
Durkheim Welke maatschappelijke factors variëren suïcide ratio’s
1. Religie
2. Woonplaats
3. Burgerlijke staat
4. Dienst in het leger
Hoofdstuk 2
Selectieve waarneming Als je ergens enorm op gefocust bent dan zie je het geheel
niet meer
Sissons-experiment Kijken of mensen geboren zijn met een bepaalde afkeur
hoe je eruit ziet bepaald of je hulp krijgt of niet. Mensen
zijn vriendelijker tegen mensen met een hogere status
Geloofskennis Geloven in een autoritair persoon, vertrouwen in de kennis
dat die persoon overdraagt
2