Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 90 pagina's
Samenvatting

Samenvatting 'inleiding recht' van boek + lessen, 1BA Bestuurskunde (18/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 90 pagina's

Samenvatting van alles dat gekend moest zijn voor het examen 'inleiding recht'. samenvatting van het boek + de lessen.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING RECHT
DEEL I: RECHTSFENOMEEN; HOOFDSTUK 2:
REGELPRODUCENTEN
1. WIE ZIJN DE REGELPRODUCENTEN

=> de vraag wie een rechtsregel kan produceren impliceer een onderzoek naar
de formele rechtsbronnen

Rechtsbronnen = de bronnen van het recht zijn de elementen die samen het
(geldend) recht uitmaken en waarop rechssubjecten zich junnen baseren om hun
recht te laten gelden

Regelproducenten  produceren rechtsbronnen

- = de instellingen die rechtsbronnen produceren
- Voornaamste regelproducenten: wetgever, rechtspraak , doctrine,
rechtsleer, algemene regelproducenten

Bindende en gezaghebbende rechtsbronnen

- Bindende rechtsbronnen: de rechter kan er zich rechtstreeks op
baseren om een uitspraak in één of andere richting te sturen, = wet en
algemene rechtsbeginselen
- Gezaghebbende rechtsbronnen: worden gebruikt als ondersteuning
van een redenering bij het maken van voormelde keuze

2. WETGEVER

2.1 BEGRIP

Wet = een schriftelijke rechtsnorm in gestandaardiseerde vorm met een
bepaalde inhoud en uitgaande van een daartoe speciaal gelegitimeerd orgaan

Wet ≠ recht => elke wet is onderdeel van het recht maar het recht is breder dan
enkel wetten

De wet in formele zin vs de wet in materiële zin:

- Wet in formele zin: iedere akte die uitgaat van de wetgevende macht, er
wordt niet naar de inhoud van de akte gekeken maar naar het orgaan die
de akte gemaakt heeft (een KB zal dus nooit een formele wet zijn)
- Wet in materiële zin: een akte ongeacht het orgaan dat de akte tot
stand bracht, die een algemeen bindende regel inhoudt, hier gaat het om
de inhoud van de akte

2.2 SOORTEN WETTEN
2.2.1 INTERNATIONALE NORMEN



1

,= normen die worden gemaakt door internationale organisaties of door meerdere
landen onderling en waaraan landen zich in beginsel moeten houden

1) klassiek verdragsrecht:

=> een verdrag is een internationale overeenkomst in geschriften tussen Staten
gesloten en beheerst door het volkenrecht (kan in één akte of in meerdere)

Volgens traktatenrecht  verdragen worden tot stand gebracht door overleg
tussen soevereine staten, de rechtssubjecten zijn de staten + gaat niet gepaard
met overdracht deel soevereiniteit

- Verdrag met directe werking: het verdrag bevat bepalingen waaruit de
burger rechtstreeks rechten kan putten (self-executing) bv. EVRM
- Verdrag met indirecte werking: bevat verplichtingen die zich richten
tot de staten zelf en niet tot de burgers van die staten

2) recht van de europese unie:

- Primair recht: verwijst naar de basisverdragen (VEU, VWEU), hebben
directe werking + hierin worden ook organen gecreëerd die op hun beurt
bindende beslissingen kunnen nemen
- Secundair recht: geheel van bindende besluiten, geheel van regels die
het resultaat zijn van een optreden van de instellingen

=> de lidstaten hebben deel van hun soevereinititeit afgestaan aan de europese
instellingen (art 34 GW)

europese normen:

- Verordening: een norm die een algemene strekking heeft en in de
lidstaten rechtreeks van toepassing is en bindens is. Bepalen het doel +
hoe te realiseren (art. 288 lid 2 VWEU)
- Richtlijn: zijn enkel binden voor de lidstaten wat het te bereiken resultaat
betreft, de lidstaten bepalen zelf welke maatregelen ze hiertoe nemen
(art. 288 lid 3 VWEU) *
- Besluit: is verbindend in al zijn onderdelen, kan ook een individueel
karakter hebben  enkel bindend voor één individu, onderneming of staat
art. 288 lid 4 VWEU)
- Adviezen en aanbevelingen: hebbeng een bindende kracht art. 288 lid
5 VWEU)

* richtlijnen waarvan de omzettingstermijn is verstreken maar die nog niet
geïmplementeerd zijn, kunnen rechtsgevolgen hebben in de Belgische
rechtsorde: verticale werking en richtlijnconforme interpretatie




2

,3) benelux-wetgeving: éénzelfde wettekst wordt door drie nationale
parlementen goedgekeurd zodat in de drie landen dezelfde wettelijke tekst geldt

Benelux Gerechtshof  zorgt voor een uniforme interpretatie in de drie landen

2.2.2 INTERNE RECHTSNORMEN
1) wet, decreet, ordonnantie: bepalingen die door de wetgevende lichamen
tot stand worden gebracht

- Wetten: gaan uit van de wetgevende macht (koning, kamer van
volksvertegenwoordigers, senaat)  een bindende rechtsregel, opgelegd
door de federale wetgevende macht, bekrachtigd door de koning en
afgekondigd en gepubliceerd in het belgisch staatsblad
- Decreten en ordonnanties: vanuit de deelstatelijke wetgevende macht
(deelstatelijk parlement en regering)
Decreet  VL gemeenschap en gewest, WL gewest, Fr gemeenschap, DT
gemeenschap
Ordonnantie  BHG en gemeenschappelijke gemeenschapscommissie
- Andere wetten: wetten die op bijzondere wijze tot stand komen of
bijzondere inhoud hebben
- Besluitwetten: beslissingen genomen door enkel de
uitvoerende macht in oorlogsomstandigheden
- Programmawetten: maatregelen die zich ingevolge de
begroting opdringen, hebben meestal betrekking op het sociaal
en financieel beleid van de regering
- Opdrachtwetten: wetten waarin het parlement aan de koning
de opdracht geeft om een bepaalde wet te maken of aan te
passen, het parlement draagt hiermee enkele bevoegdheden
over aan de regering (art 105 en 108 GW)
- Gewone opdrachtwet: wanneer de wetgever een
reglementaire bevoegdheid toekent aan de uitvoerende
macht die niet voorkomt in artikel 108 GW
- Kaderwetten: wetgever legt in de wet de essentiële
beleidslijnen vast en draagt aan de koning op om
complementaire maatregelen uit te vaardigen
- Bijzonderemachtenwet of volmachtenwet: delegatie
van de uitvoerende bevoegdheid aan de uitvoerende
macht (binnen beperkte termijn)  KB’s


3

, - Bijzonderemeerderheidswetten: wetten die moeten worden
goedgekeurd met bijzondere meerderheid, intitutionele en
communautair gevoelige dossiers  min. helft van elke
taalgroep aanwezig + meerderheid van stemmen in elke
taalgroep + 2/3 ja-stemmen in beide groepen (in senaat en
parlement)

2) verordeningen: rechtsnormen die door de uitvoerende macht tot stand
worden gebracht (secundaire wetgeving  putten rechtskracht uit hogere norm)



niveau actoren Akten
Federaal Koning + ministers KB, MB
Deelstatelijk Deelstaatregering Besluiten van
deelstaatregering,
besluiten van een lid van
de deelstaatregering
Lokaal Verschillende organen Besluit van de deputatie,
v/d provincie besluit van college van
(gouverneur, deputatie, burgemeester en
provincieraad) en de schepenen
gemeente (CBS,
gemeenteraad)
Dienstgewijze RSZ, raad van het Besluiten van de
gedecentraliseerde gemeenschapsonderwijs, verschillende
overheden, belast met RIZIV, FSMA organisaties
diverse bevoegdheden
3) pseudowetgeving: wanneer een bepaalde akte de rechspositie van de
burger slechts op onrechtstreekse wijze beïnvloedt door het optreden van de
uitvoerende macht. (bv. omzetbrief a/d lokale besturen)  bindende kracht
hiervan steunt op de gehoorzaamheidsplicht die een lager administratief orgaan
verschuldigd is

4) adviezen: zijn geen rechtsnormen, afwezigheid van bindende kracht (bv.
provinciedienst geeft advies)

Indeling volgens inhoudelijke rijkwijdte: tot wie richt deze norm zich?

- Individuele rechtsnormen: akte die zich richt tot één bepaalde persoon,
bedrijf, instelling (bv naturalisatie)
- Normatieve bepalingen: algemeen, onpersoonlijk karakten, van
toepassing op onbepaald aantal gevallen
- Organieke akte: indien een akte een openbare dienst inricht met de
daarbij behorende uitrusting

2.3 TOTSTANDKOMING VAN WETGEVING
2.3.1 TOTSTANDKOMING VERDRAGEN
1) interne rechtsnormen: (zie 2.2.2)



4

Inhoudsopgave

  1. 01 1. wie zijn de regelproducenten 1
  2. 02 2. wetgever 1
    1. 2.1 begrip 1
    2. 2.2 soorten wetten 1
    3. 2.3 totstandkoming van wetgeving 4
    4. 2.4 gelding van de wet 8
    5. 2.5 hiërarchie, bevoegdheid en toetsting 9
  3. 03 3. rechtspraak 11
    1. 3.1 continentaal niet-bindend karakter 11
    2. 3.2 precedentenrechtspraak 12
  4. 04 4. doctrine 12
  5. 05 5. gewoonterecht 13
  6. 06 6. billijkheid 13
  7. 07 7. algemene rechtsbeginselen (examen) 13
    1. 7.1 verbod van rechtsmisbruik 14
    2. 7.2 vertrouwensleer 14
  8. 08 8. buitenlands recht 15
  9. 09 9. private regelgeving 15
  10. 10 1. basisbegrippen 16
    1. .1 publiekrecht – privaatrecht 16
    2. 1.2 materieel recht, formeel recht en bewijsrecht 16
  11. 11 1. kenmerken van de belgische staat 17
  12. 12 2. grondwetgever 18
  13. 13 3. indeling van het grondgebied 20
  14. 14 4. rechten en vrijheden 20
    1. 4.1 klassieke grondrecht 20
    2. 4.2 sociaaleconomische grondrechten 21
    3. 4.3 internationale rechtsbronnen 21
  15. 15 5. scheiding van de machten 21
  16. 16 6. federale machten 22
    1. 6.1 federale wetgevende macht 22
    2. 6.2 federale uitvoerende macht 23
  17. 17 7. grondwettelijk hof 26
  18. 18 8. raad van state 26
  19. 19 9. rekenhof (art 180 GW) 27
  20. 20 1. gemeenschappen en gewesten 27
    1. 1.1 de vlaamse gemeenschap en het vlaamse gewest 28
    2. 1.2 de franse gemeenschap en het franse gewest 29
    3. 1.3 de duitstalige gemeenschap 30
    4. 1.4 het brussel hoofdstedelijk gewest 30
  21. 21 2. beginselen van bevoegdheidsverdeling 32
    1. 2.1 toegewezen vs residuaire bevoegdheden 32
    2. 2.2 meervoudige bescherming van de autonomie van de deelstaten 32
    3. 2.3 fiscale bevoegdheid 33
  22. 22 3. financiering (niet kennen) 33
  23. 23 4. constitutieve autonomie 33
  24. 24 1. provincie 33
  25. 25 2. gemeente 34
  26. 26 3. het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (ocmw) 35
  27. 27 3. de institutionele structuur van de europese unie 36
    1. 3.1 het europees parlement 36
    2. 3.2 de europese raad 36
    3. 3.3 de raad van de europese unie (de raad) 37
    4. 3.4 het coreper 37
    5. 3.5 de europese commissie 37
    6. 3.6 het hof van justitie van de europese unie 38
    7. 3.7 de rekenkamer 38
    8. 3.8 europese centrale bank 39
    9. 3.9 economisch en sociaal comité (ecosoc) 39
    10. 3.10 comité van de regio 39
    11. 3.11 europees bureau vr fraudebestrijding (olaf) 39
    12. 3.12 eurojust 39
    13. 3.13 europol 39
  28. 28 1. begrip 41
  29. 29 2. inhoud van de rechtspersoonlijkheid 41
  30. 30 3. volkomen en onvolkomen rechtspersoonlijkheid 42
  31. 31 4. soorten rechtssubjecten 43
  32. 32 5. feitelijke vereniging 43
  33. 33 1. begrip 44
  34. 34 2.indeling van goederen en voorwerpen 44
    1. 2.1 goederen naargelang de eigenaar 45
    2. 2.2 goederen in de handel en voorwerpen buiten de handel 46
    3. 2.3 lichamelijke en onlichamelijke voorwerpen 46
    4. 2.4 verbruikbare en niet-verbruikbare goederen 46
    5. 2.5 vervangbare en niet vervangbare goederen 47
    6. 2.6 soortgoederen en bepaalde goederen 47
    7. 2.7 hoofdzaken en bijzaken 47
    8. 2.8 afzonderlijke goederen en algemeenheden 48
    9. 2.9 tegenwoordige en toekomstige goederen 48
    10. 2.10 roerende en onroerende goederen 48
  35. 35 3. informatie als rechtsgoed (niet kennen) 50
  36. 36 4. de positie van dieren in het recht 51
  37. 37 1. begrip 51
  38. 38 2. vermogensfuncties 52
  39. 39 3. vermogenssamenstelling 52
    1. 3.1 zakelijke rechten 52
    2. 3.2 vorderingsrechten 53
    3. 3.3 intellectuele rechten 53
  40. 40 4. het vermogen als verhaalsobject 53
    1. 4.1 de regel 53
    2. 4.2 individuele uitvoering versus samenloop 54
  41. 41 1. ontstaansmomenten van rechtsbetrekkingen 55
  42. 42 2. rechtsfeiten 55
  43. 43 3. rechtshandelingen 56
    1. 3.1 wijze totstandkoming rechtshandelingen 56
    2. 3.2 bewijs van een rechtshandeling 57
    3. 3.3 gevolgen van rechsthandelingen voor derden 57
  44. 44 1. het probleem 60
  45. 45 2. verjaring in het privaatrecht 60
    1. 2.1 algemeen 61
    2. 2.2 verkrijgende verjaring 61
    3. 2.3 bevrijdende verjaring 61
    4. 2.4 berekening 62
    5. 2.5 vervaltermijn 62
    6. 2.6 vermoeden van betaling 63
  46. 46 3. verjaring in het strafrecht 63
  47. 47 1. toegang tot de rechter 64
  48. 48 2. de rechter 64
  49. 49 3. de procedure 65
  50. 50 1. vredegerecht 69
  51. 51 2. arrondissement 70
    1. 2.1 politierechtbank 70
    2. 2.2 rechtbank van eerste aanleg 71
    3. 2.3 arbeidsrechtbank 72
    4. 2.4 ondernemingsrechtbank 73
    5. 2.5 arrondissementsrechtbank 74
  52. 52 3. rechtsgebied 74
    1. 3.1 hof van beroep 74
    2. 3.2 arbeidshof 75
  53. 53 4. assisenhof 75
  54. 54 5. Hof van Cassatie 76
  55. 55 1. misdrijf 79
  56. 56 2. soorten misdrijven 80
  57. 57 3. kenmerken v/h materieel strafrecht 81
  58. 58 4. straffen 81
  59. 59 1. bewijssystemen 83
  60. 60 2. bewijslast, - middelen en -procedure 83
  61. 61 1. de bewijslast 84
  62. 62 2. bewijsmiddelen – rechtshandelingen 85
    1. 2.1 voorrang voor geschriften 85
    2. 2.2 bewijsmiddelen 87

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789464078671 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Alles wat in de lessen behandeld werd
Geüpload op
13 februari 2026
Aantal pagina's
90
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€10,06
Gekocht door 10 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
12
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
1 maand geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen